Kiesmonarchie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een kiesmonarchie is een monarchale staatsvorm waarbij de vorst niet wordt aangeduid op basis van erfopvolging, maar die wordt verkozen door een beperkte elite. Ze heet kieskoninkrijk wanneer de titel koning wordt gevoerd.

Historische voorbeelden[bewerken]

  • Azteekse Rijk: uit de leden van de koninklijke familie werd degene die het bekwaamste werd gevonden tot tlahtoani (gebieder) gekozen.[1]
  • Frankrijk: in de hoge middeleeuwen was in Frankrijk van erfopvolging officieel geen sprake, koningen werden gekozen. Het prestige van de Karolingen zorgde er echter voor dat dezen vaak de troon bestegen.[bron?] Toen de laatste Karolinger, Lodewijk de Doeniet, overleed in 987, hield Adalbero van Reims een rede in Senlis waarin hij betoogde dat Hugo Capet gekozen moest worden tot koning: "Het koningschap krijgt men niet op grond van erfrecht; men moet slechts hem op de troon verheffen, die zich zowel door zijn lichamelijke welgeschapenheid als door zijn geestelijke wijsheid onderscheidt, die door het geloof gesterkt en door grootmoedigheid gesteund wordt."[2] In de praktijk bleek de verkiezing echter vaak een formaliteit en zo ontstond de dynastie van Capet. Na Filips II August verdween deze formaliteit dan ook.
  • Heilige Roomse Rijk: de rooms-koning werd gekozen door een aantal keurvorsten en doorgaans gekroond tot keizer door de paus. Wanneer hij stierf, kozen de keurvorsten een nieuwe keizer. Sinds 1438 kwamen deze (op een na, 1742–45) allemaal uit het huis Habsburg.
  • Pools-Litouwse Gemenebest: een groep edelen koos een nieuwe koning en de Sejm liet die bij zijn regeringsaanvaarding een aantal voorwaarden en garanties tekenen.[3] Tijdens het kieskoningschap was de centrale macht (aanvankelijk) fictief.[3] Men omschrijft de staat daarom ook vaak als een republiek (rzeczpospolita, een letterlijke vertaling van het Latijnse res publica).
  • Rashidun-kalifaat: een kleine groep sahaba (metgezellen van Mohammed) koos uit hun midden een kalief (=opvolger van Mohammed).
  • Romeinse Rijk: de soldatenkeizers waren generaals die door hun eigen legioenen werden uitgeroepen tot keizer tijdens de crisis van de derde eeuw.[4]
  • Turkse, Mongoolse en andere Euraziatische federaties van (semi-pastorale) ruiternomaden. (Kanaat)[bron?]

Voorbeelden van nog bestaande kiesmonarchieën[bewerken]

  • Maleisië: een federatie van 13 staten (en 2 federale territoria), van welke er 9 erfelijke vorstendommen zijn. De vorsten (zeven sultans, een raja en een Jang di-Pertuan Besar) verkiezen uit hun eigen midden om de vijf jaar een Jang di-Pertuan Agong (in het Westen vaak 'koning' genoemd)[5] en een onderkoning.[bron?]
  • Heilige Stoel: de monarch van de rooms-katholieke Kerk en de tot een stuk van de stad Rome verschrompelde Kerkelijke Staat, Vaticaanstad, is de paus. Hij regeert tot zijn dood of (zeldzamer) abdicatie en wordt verkozen door de kardinalen, die zijn benoemd door zijn voorgangers. Elke paus kiest zo mannen uit die hij geschikt acht voor de apostolische successie. In principe kan iedere katholieke kerkelijke hoogwaardigheidsbekleder benoemd worden tot kardinaal;[6] in praktijk betreft het steeds priesters, nagenoeg uitsluitend (aarts)bisschoppen, waarbij sommige zetels traditioneel het kardinaalsrood krijgen. Hoewel het proces blijk geeft van een neutrale verkiezing, is het resultaat wel een absoluut monarch.[bron?]
  • De Verenigde Arabische Emiraten kennen sinds 1971, analoog met Maleisië, een vijfjaarlijkse verkiezing door de dynastieke emirs (vorsten) van de lidstaten uit eigen midden van een president en een premier voor de federatie, maar hier is de constante traditie dat de machtigste staten, Abu Dhabi en Dubai, telkens in die respectievelijke posten bevestigd worden.

Externe links[bewerken]