Naar inhoud springen

Kindermisbruik

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Tekening van Martin Van Maele uit La Grande Danse macabre des vifs

Kindermisbruik (ook pedoseksualiteit, niet te verwarren met pedofilie) is het seksueel misbruiken van een minderjarige door een volwassene. Het is een vorm van kindermishandeling en een zedendelict.

Kindermisbruik: het hoe en waarom[bewerken | brontekst bewerken]

Alle vormen van seksueel kindermisbruik hebben in ieder geval twee componenten: een seksuele component (een gevoel van opwinding, het willen) en een antisociale component (overtreden van de wet en de wil van het kind, het doen).

Gelegenheidsplegers[bewerken | brontekst bewerken]

De gelegenheidspleger heeft seks met kinderen omdat de gelegenheid er is en persoonlijke omstandigheden daar aanleiding toe geven. Een voorbeeld is het in incestzaken veelvoorkomende scenario van een vader die seksuele toenadering tot zijn dochter zoekt en als argument opvoert dat hij na bijvoorbeeld een echtscheiding geen uitweg meer vond voor zijn seksuele verlangens. Ook een zeer groot deel van de sekstoeristen die zich in meestal arme landen aan minderjarigen vergrijpen zijn gelegenheidsdaders. De drijfveren zijn hier niet de geaardheid maar gemak, een laag zelfbeeld, of machtsuitoefening. Ook is het mogelijk dat de dader onverschillig tegenover de leeftijd staat. De slachtoffers zijn vaak relatief ouder dan die van preferentiële daders, vaak met secundaire geslachtskenmerken, maar wel per definitie beneden de strafbaarheidsgrens. Waarschijnlijkt vormt deze groep verreweg de grootste categorie met twee-derde tot 75% van het aantal zaken. Een voorbeeld van een gelegenheidspleger was Lavrenti Beria, die vanuit zijn machtspositie willekeurige vrouwen die hij aantrekkelijk vond misbruikte, waaronder zowel minderjarigen als meerderjarigen.

Antisociale plegers[bewerken | brontekst bewerken]

De antisociale pleger maakt het eigenlijk niet uit met wie hij seks heeft, een kind is een makkelijk slachtoffer omdat het kleiner, zwakker en makkelijker te manipuleren is. De seks maakt hier deel uit van een breder geweldsdelict jegens het slachtoffer. Het zijn ook deze laatste plegers, hoewel ze in aantallen de maar een klein deel van het kindermisbruik vertegenwoordigen (<5%), die hoofdzakelijk verantwoordelijk zijn voor ernstige misbruikzaken vaak met dodelijke afloop.[1] Het komt vaak voor dat de slachtoffers niet uitsluitend kinderen zijn. Voorbeelden van antisociale plegers zijn de seriemoordenaars Marc Dutroux, Jeffrey Dahmer en Andrej Tsjikatilo.

Preferentiële plegers[bewerken | brontekst bewerken]

Preferentiële plegers vormen met een kwart tot een derde eveneens een relatief kleine groep. Zij zijn daders met een pedofiele seksuele geaardheid, die deze gevoelens in daden omzetten. Het is belangrijk om in deze context op te merken dat niet iedere pedofiel kinderen misbruikt en niet iedere kindermisbruiker pedofiel is. De meeste pedofielen hebben weliswaar de seksuele gevoelens maar zetten niet de stap om daadwerkelijk kinderen te misbruiken; meestal omdat ze dit zelf verwerpelijk vinden, soms omdat ze bang voor ontdekking zijn. Daar waar pedofielen de stap naar misbruik wel zetten, gaan ze vaak geraffineerder te werk dan de andere categorieën. Dit kan door bijvoorbeeld een beroep of hobby te kiezen waarbij men veel met kinderen in aanraking komt, of potentiële slachtoffers geleidelijk in te palmen (grooming). Dit heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat ze hun leven lang al ervaring hebben met het verbergen van hun maatschappelijk niet geaccepteerde geaardheid. De slachtoffers zijn vaak relatief jong, zonder secundaire geslachtskenmerken. Een voorbeeld van een preferentiële pleger is Roberts Mikelsons. Bij hem is een pedofiele geaardheid vastgesteld, zijn slachtoffers waren extreem jong, en hij ging zo geraffineerd te werk dat hij door toevallige omstandigheden tegen de lamp liep.

Cijfers over kindermisbruik[bewerken | brontekst bewerken]

Hoeveel kinderen er seksueel misbruikt worden door volwassenen is niet precies bekend. Er is wel onderzoek gedaan naar het voorkomen van seksueel grensoverschrijdend gedrag door de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld. Daaruit blijkt dat 16% van meisjes tot 18 jaar vóór hun 16e jaar seksueel grensoverschrijdend gedrag heeft meegemaakt - bij jongens is dat 3,4%.[2] Voor hun 12de jaar is dat respectievelijk 2,9% en 0,7%. Voor hun 15de jaar heeft 20% van alle Nederlandse vrouwen een vorm van seksueel geweld meegemaakt (niet alleen door volwassenen, ook door leeftijdsgenoten).[3] Toch zal er maar een klein deel van het totale misbruik naar buiten komen, als gevolg van schaamte, angst en schuldgevoel.

Beweegredenen voor misbruik[bewerken | brontekst bewerken]

Plegers van kindermisbruik komen om uiteenlopende redenen tot hun delict. Er zijn plegers die een, al dan niet exclusieve, seksuele aantrekking hebben tot minderjarigen. Anderen plegen hun delict uit wanhoop, voortkomend uit een gebrek aan zelfvertrouwen en het gebrek aan capaciteit om een gelijkwaardige relatie aan te gaan. Zij durven door dit lage zelfbeeld niet op een volwassen vrouw af te stappen en vinden het gemakkelijker om een relatie aan te gaan met een minderjarige omdat de kans op afwijzing dan aanzienlijk kleiner is. Ook zijn er plegers die bevrediging vinden in de macht die zij hebben over hun slachtoffers. Deze plegers halen voldoening uit het vernederen van hun slachtoffers wat, in sommige gevallen, leidt tot ernstig lichamelijk of psychisch misbruik zoals het mentaal kleineren of zelfs lichamelijk martelen van hun slachtoffers. Deze laatste variant van dit misbruik heet in pedofiele kringen hurtcore[4] waarbij de vaak jonge slachtoffers ernstig lichamelijk worden misbruikt en gemarteld.

Seksueel misbruik door een onbekende pleger is een zeldzaamheid. Het meeste misbruik wordt gepleegd door een bekende van het kind: een buurman, iemand van de kerk of school, de vader van een vriend of vriendin - samen plegen zij 90% van alle seksueel kindermisbruik. Misbruik door een familielid bepaalt voor 13% het misbruik.[3]

In 2014 werden naar schatting 62.000 minderjarigen (<18 jaar oud) slachtoffer van seksueel grensoverschrijdend gedrag, waar in 10% van de gevallen melding gemaakt werd bij de politie.[3] We zien de afgelopen twintig jaar een terugloop in het aantal seksueel misbruikzaken waarbij aangifte wordt gedaan. Waar dat precies door komt is onduidelijk; waarschijnlijk is het een combinatie van meer aandacht van politie en media, gerichte behandeling van daders, het opstellen van protocollen bij clubs en organisaties en hogere straffen. Ook is het zo dat er veel gedaan is om de aangiftebereidheid van slachtoffers te vergroten. Zo is het makkelijker geworden om aangifte te doen, en zijn er centra voor slachtoffers van seksueel geweld die slachtoffers kunnen ondersteunen bij het doen van aangifte.

De meeste veroordelingen betreffen zaken op grond van artikel 248: ontuchtige handelingen door middel van machtsmisbruik en/of grooming. De gemiddelde straf voor het plegen van ontucht zonder (fysiek) geweld is 2,3 jaar. Straffen worden veel hoger indien er sprake is van ernstig of herhaald seksueel misbruik van een (of meerdere) kind(eren), onbekende kinderen en kinderen die aan de pleger toevertrouwd zijn (zoals leerkrachten).[5] Naast een straf krijgen de meeste veroordeelden voor een zedenmisdrijf ook behandeling opgelegd, alsmede begeleiding door de reclassering.

Het percentage misbruikplegers dat in herhaling valt, ligt lager dan de meeste mensen denken. Zonder behandeling valt 13,7% van de zedendelinquenten terug in een nieuw zedendelict - als er wél behandeling is geweest, is dat 10,1%.[3]

Strafrecht[bewerken | brontekst bewerken]

Zijn de ouders van een misbruikt kind (volgens de wet) ook slachtoffers? - Universiteit van Nederland

De zedenwetgeving kent niet de termen pedofilie, pedoseksualiteit en seks, maar spreekt slechts van handelingen en gedragingen waarbij bepaalde leeftijdscategorieën betrokken zijn. Voorbeelden van strafbare handelingen betreffende kinderen zijn: elke vorm van penetratie, aanranding, exhibitionisme, kinderporno en kinderprostitutie. Verschillende handelingen worden daarbij anders bestraft en kunnen extra verzwaard of bij elkaar opgeteld worden. Een belangrijk argument voor de (extra) strafbaarstelling van seksuele handelingen bij kinderen, is het machtsverschil tussen volwassenen en kinderen, waardoor er voor het kind geen werkelijke keuzevrijheid bestaat.

In tegenstelling tot de psychiatrische definitie speelt in het strafrecht het alleen hebben van fantasieën en gevoelens niet mee, maar is een eenmalige handeling wél relevant. Ook gaat men in het strafrecht niet uit van de biologische geslachtsrijpheid van het slachtoffer, maar van de leeftijd waarop dit juridisch toestemming kan geven. Deze ligt hoger dan de biologische volwassenheid en is gebaseerd op de leeftijd waarop men geestelijke rijpheid heeft bereikt en geacht wordt de consequenties van acties te kunnen inzien. De slachtoffers van veel gelegenheidsdaders zijn biologisch volwassen maar geestelijk niet; hierdoor is er een machtsverschil waar de dader vaak gebruik van maakt. Overigens wordt wel de leeftijd van het slachtoffer in de strafmaat meegenomen, de vuistregel is dat deze zwaarder wordt naarmate het slachtoffer jonger is. Dit heeft te maken met de lichamelijke en geestelijke impact die bij jongere kinderen nog zwaarder is. Ook zullen de zwaarte van de seksuele handelingen en het al dan niet hebben toegepast van dwang een rol spelen.

Aan iemand die er "een gewoonte van heeft gemaakt" kan dan vervolgens een zwaardere maximumstraf worden opgelegd.[6]

Het maken, in bezit hebben en verspreiden van pornografisch materiaal met personen onder de 18 jaar (kinderpornografie) is zowel in België als Nederland strafbaar. Ook hier spelen, naast de omvang van de hoeveelheid kinderpornografie, leeftijd en zwaarte van de handelingen een rol.

België[bewerken | brontekst bewerken]

Volgens de Belgische wetgeving is alle seksueel verkeer verboden met een partner die jonger is dan 16 jaar, zelfs indien die persoon daar toestemming voor gaf. In de praktijk worden enkel volwassenen vervolgd voor seksueel verkeer met een persoon jonger dan zestien jaar. Volgens de wet kan een minderjarig persoon die nog geen zestien jaar is, juridisch geen toestemming geven voor seksuele betrekkingen. Pedoseksuele handelingen vallen onder Hoofdstuk V (Aanranding van de eerbaarheid en verkrachting) van Titel VII (Misdaden en wanbedrijven tegen de orde der familie en tegen de openbare zedelijkheid) van Boek II van het Belgische Strafwetboek.

  • Aanranding (aanranding is er zodra er een begin van uitvoering is) van de eerbaarheid (zonder geweld of bedreiging) van een persoon jonger dan zestien jaar wordt gestraft met vijf tot tien jaar opsluiting. Indien dit gebeurt door een bloedverwant in de opgaande lijn (en er dus incest is), wordt dit tien tot vijftien jaar opsluiting.
  • Aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging van een minderjarige ouder dan 16 jaar wordt gestraft met vijf tot tien jaar opsluiting.
  • Aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging van een persoon jonger dan zestien wordt gestraft met tien tot vijftien jaar opsluiting.
  • Verkrachting (verkrachting is elke daad van seksuele penetratie van welke aard en met welk middel ook) van een minderjarige ouder dan zestien jaar wordt gestraft met tien tot vijftien jaar opsluiting.
  • Verkrachting van een persoon jonger dan zestien, maar ouder dan veertien jaar, wordt gestraft met vijftien tot twintig jaar opsluiting.
  • Verkrachting van een persoon jonger dan veertien jaar wordt altijd gelijkgesteld als verkrachting met behulp van geweld. Dit wordt gestraft met vijftien tot twintig jaar opsluiting. Indien het kind de leeftijd van tien jaar nog niet bereikt heeft, is de straf twintig tot dertig jaar opsluiting.

Deze straffen worden verzwaard indien gepleegd door een persoon die gezag had over het slachtoffer of indien het kind aan hem ter verzorging is toevertrouwd.

Nederland[bewerken | brontekst bewerken]

Volgens artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht[6][7] zijn ontuchtige handelingen met iemand die jonger is dan zestien jaar strafbaar. Of handelingen ontuchtig worden geacht hangt onder meer af van het leeftijdsverschil.[8][9] Volgens artikel 248b is seks met een prostitué(e) van zestien of zeventien ook verboden. Artikel 244 en 245 behandelen zwaardere gevallen. Zo is volgens artikel 244 het verrichten van seksuele handelingen met minderjarigen tot twaalf jaar oud waarbij het lichaam wordt binnengedrongen strafbaar met maximaal twaalf jaar gevangenisstraf.

In de zedenalmanak van het ministerie van justitie worden pedoseksuele handelingen geschaard onder het item seksueel geweld. De leeftijd is geobjectiveerd: "Ik wist niet dat het meisje maar vijftien was, ze zag eruit als achttien" wordt in principe niet als verweer gehonoreerd. Ook indien wederzijdse toestemming bestaat is dit in principe geen strafuitsluitingsgrond. Bescherming van minderjarigen wordt van groter belang geacht.

Tot justitiële vervolging kan worden overgegaan, ongeacht of het minderjarige slachtoffer weerstand biedt aan, of zelfs uitnodigt tot de handelingen. Dit was tot 2003 anders - als het kind minimaal twaalf jaar oud was, kon alleen vervolging plaatsvinden na een klacht door het kind, zijn of haar ouders of de Raad voor de Kinderbescherming. In het onderwijs hebben, krachtens de wet, docenten een meldingsplicht en besturen een plicht tot aangifte bij seksueel misbruik van minderjarigen.

Strafmaat[bewerken | brontekst bewerken]

De richtlijn voor strafvordering seksueel misbruik minderjarigen onderscheidt de volgende categorieën in toenemende strafmaat:[7]

  • Categorie 1: Ontuchtige handelingen waarbij de minderjarige door de verdachte wordt geconfronteerd met seksuele handelingen en situaties waarbij de minderjarige ertoe wordt gebracht zichzelf uit te kleden.
  • Categorie 2: Ontuchtige handelingen waarbij er sprake is van aanraking (kleding of naakte huid) tussen verdachte en slachtoffer of door het slachtoffer bij zichzelf of bij of door een ander.
  • Categorie 3: Ontuchtig aanraken van naakte geslachtsdelen en het oraal, vaginaal of anaal binnendringen anders dan met een geslachtsdeel.
  • Categorie 4: Ontuchtige handelingen waarbij er sprake is van oraal, vaginaal of anaal binnendringen met een geslachtsdeel.

In 2012 bleek uit een rapport van de commissie-Samson over seksueel misbruik in jeugd- en pleegzorg sinds 1945, dat de overheid, instellingen en pleegzorg tekort zijn geschoten in het beschermen van kinderen tegen seksueel misbruik. Daarop volgend werd in april 2013 de wet aangepast, zodat misdrijven waar minstens twaalf jaar gevangenisstraf op staat, zoals verkrachting en ernstig seksueel kindermisbruik, niet meer kunnen verjaren.

Verenigde Staten[bewerken | brontekst bewerken]

Ook in de Verenigde Staten van Amerika is pedoseksualiteit een zeer ernstig misdrijf. Er is in Florida in 2004 een wet aangenomen die bij het eerste pedoseksualiteitsmisdrijf een minimum van 25 jaar gevangenisstraf mogelijk maakt, en bij het tweede pedoseksualiteitsmisdrijf levenslang. Na de gevangenisstraf dient de veroordeelde levenslang onder (elektronisch) toezicht te staan en bij voorwaardelijke straffen bedraagt de proeftijd eveneens levenslang. Deze wet, Jessica's Law, is vernoemd naar Jessica Lunsford, een meisje dat op de leeftijd van 9 jaar werd ontvoerd, verkracht en gedood door John Couey, die destijds al eerder veroordeeld was voor zedenmisdrijven. Deze wet heeft in vele staten in de VS al navolging gevonden. Zo zijn er momenteel 10 staten (2005) die soortgelijke wetten kennen. De rechterhand van de kardinaal van Philadelphia is op grond van deze wet veroordeeld.[10] Naast de eerdergenoemde minimumstraffen en levenslang toezicht, worden personen die voor zedendelicten zijn veroordeeld ook onderworpen aan gebiedsverboden. Ze mogen zich bijvoorbeeld niet binnen een bepaalde afstand van een school of kinderspeelplaats bevinden en er ook niet wonen of werken. Hierdoor kunnen ze moeilijk een huis of baan vinden. Miracle Village, eveneens in Florida, is een gemeenschap van voormalige zedendelinquenten die nergens anders kunnen wonen.[11] Het dorp ontvangt meer aanvragen van aspirant-bewoners dan het kan verwerken. Het argument achter deze zware straffen is beveiliging van de maatschappij en met name de kinderen, en in mindere mate vergelding en preventie.

Organisaties als de American Civil Liberties Union vinden deze straffen te zwaar. Bezwaren tegen de zware straffen zijn vaak gegroepeerd rondom de volgende argumenten:

  • Ook kleine vergrijpen en grensgevallen die naar de letter van de wet strafbaar zijn (bijvoorbeeld een minderjarig meisje met een meerderjarig vriendje) worden buitensporig hard afgestraft.
  • Zwaardere straffen hebben geen afschikwekkend effect.
  • Een gestrafte zal door de straf en bijkomende consequenties in een situatie komen waarin hij niets meer te verliezen heeft, en mensen die niets meer te verliezen hebben kunnen gevaarlijk en onvoorspelbaar zijn. De kans is groot dat zo iemand zich uit de maatschappij terugtrekt en opnieuw delicten gaat plegen.
  • De harde aanpak van zedendelinquenten slokt relatief veel capaciteit en financiële middelen op.[12] Bovendien zijn er ook indirecte economische kosten doordat een delinquent niet productief voor de samenleving is en ook nadien door zijn veroordeling hierin belemmerd wordt.
  • Normale intimiteit met en seksualiteit van kinderen wordt taboe, hetgeen een gezonde ontwikkeling van kinderen belemmert.
  • Mensen durven uit angst voor (valse) beschuldigingen niet meer met kinderen te werken.

Voorstel van de Europese Commissie voor de preventie en bestrijding van online seksueel misbruik van kinderen[bewerken | brontekst bewerken]

De Europese Commissie werkt aan nieuwe wetgeving tegen online kindermisbruik. Er zijn zorgen over de privacy.[13][14]