Klasse van de eiken- en beukenbossen op voedselarme grond

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Klasse van de eiken- en beukenbossen op voedselarme grond
Klasse van de eiken- en beukenbossen op voedselarme grond met o.a. wintereik
Klasse van de eiken- en beukenbossen op voedselarme grond met o.a. wintereik
Syntaxonomische indeling
Klasse
Quercetea robori-petraeae
Br.-Bl. & Tx., 1943

De klasse van de eiken- en beukenbossen op voedselarme grond (Quercetea robori-petraeae) is een klasse van bosplantengemeenschappen die voorkomt op zure, voedselarme zandgronden, en gedomineerd wordt door loofbomen en bladmossen.

De klasse telt één onderliggende orde.

Naamgeving, etymologie en codering[bewerken]

  • Duits: Bodensaure Eichen-Mischwälder und bodensaure Buchen-Wälder
  • Engels: Acidophilous oak forests, Acidophilous mixed deciduous forests
  • Syntaxoncode (Nederland): 42

De naam Quercetea robori-petraeae is afgeleid van de wetenschappelijke namen van enkele belangrijke soorten binnen deze klasse, de zomereik (Quercus robur) en de kensoort wintereik (Quercus petraea).

Kenmerken[bewerken]

Algemeen[bewerken]

De klasse van de eiken- en beukenbossen op voedselarme grond omvat gemengde loofbossen van overwegend zure, voedselarme, droge tot vochtige zandgronden. Op zeer voedselarme grond en in jonge bossen is de ruwe berk dominant, de aanwezigheid van beuk wijst op oudere vegetaties op iets rijkere, lemige grond.

Deze bossen zijn zeer algemeen en komen voor op alle dekzanden, in de duinen, op verdroogde veenbodems, aan de rand van lössplateaus en op vuursteenalluvium.

Eiken- beukenbossen ontstaan spontaan, maar op lange termijn, uit bossen van de klasse van de naaldbossen. Op zandgronden is deze klasse een climaxvegetatie, en vormen ze dus een eindpunt in de natuurlijke successie.

Structuur[bewerken]

Deze bossen hebben in de Lage Landen meestal een eenvoudige structuur met een dichte, soortenarme boomlaag met dominantie van loofbomen, een weinig ontwikkelde struik- en kruidlaag, en een goed ontwikkelde moslaag met overwegend bladmossen en soms ook korstmossen.

Onderverdeling[bewerken]

De klasse van de eiken- en beukenbossen op voedselarme grond heeft als vertegenwoordigers in België en Nederland:

Soortensamenstelling[bewerken]

Ruwe berk
Wintereik
Witte veldbies
Gewoon pluisjesmos

De klasse is betrekkelijk soortenarm. De belangrijkste kensoort bij de hogere planten in België en Nederland is de ruwe berk, bij de mossen het gewoon pluisjesmos:

Boomlaag
Kensoort Presentie Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Opmerking
kK 20<70% Ruwe berk Betula pendula
kK 0<40% Wintereik Quercus petraea
Struiklaag

Geen kensoorten.

Kruidlaag

Geen kensoorten.

Moslaag
Kensoort Presentie Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Opmerking
kK 20>50% Gewoon pluisjesmos Dicranella heteromalla

Zie ook[bewerken]