Klasse van de hoogveenbulten en natte heiden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Klasse van de hoogveenbulten en natte heiden
Associatie van gewone dophei
Associatie van gewone dophei
Syntaxonomische indeling
Klasse
Oxycocco-Sphagnetea
Braun-Blanq. & Tüxen ex. Westhoff, Dijk & Passchier, 1946

De klasse van de hoogveenbulten en natte heiden (Oxycocco-Sphagnetea) is een klasse van plantengemeenschappen die enkel voorkomen in hoogveengebieden en in natte heiden. De voornaamste vertegenwoordiger in Nederland en België is de associatie van gewone dophei.

Naamgeving en etymologie[bewerken]

Synoniemen:
Nederlands: Klasse der hoogveenbulten en natte heiden, Klasse van de natte heide
Duits: Hochmoorbultengesellschaften

De naam Oxycocco-Sphagnetea is afgeleid van de wetenschappelijke namen van twee algemene kensoorten binnen deze klasse, de kleine veenbes (Vaccinium oxycoccos, syn. Oxycoccus palustris) en het veenmos (Sphagnum spp.).

Kenmerken[bewerken]

Algemeen[bewerken]

De klasse van de hoogveenbulten en natte heiden omvat plantengemeenschappen met heideachtige dwergstruiken, grassen en grasachtige planten, mossen en levermossen op natte, zure zand-, zandleem- of leemgrond.

Ze komen voor op plaatsen waar het in verhouding zure neerslagwater zich verzamelt en de invloed van basisch grondwater minimaal is. De pH van de bodem is laag. In deze omstandigheden wordt dood plantenmateriaal niet verteerd, met als gevolg een voedselarme bodem.

Structuur[bewerken]

Deze klasse wordt gekenmerkt door de volledige afwezigheid van een boomlaag. De struiklaag is vertegenwoordigd door dwergstruiken als de gewone dophei en de lavendelhei.

De kruidlaag is soortenarm maar zeer specifiek, met onder andere eenarig wollegras (Eriophorum vaginatum) en ronde zonnedauw (Drosera rotundifolia).

Er is een sterk ontwikkelde moslaag met talrijke soorten voornamelijk veenmossen, maar ook andere bladmossen en levermossen.

Onderverdeling[bewerken]

De klasse van de hoogveenbulten en natte heiden heeft als vertegenwoordigers in België en Nederland:

Romp- en derivaatgemeenschappen[bewerken]

De klasse telt verscheidene rompgemeenschappen, vegetatietypes die enkel kensoorten en differentiërende soorten bezit van een hoger syntaxonomisch niveau dan de associatie, samen met nog begeleidende soorten.

Rompgemeenschap van wilde gagel[bewerken]

De rompgemeenschap van wilde gagel (Myrica gale-[Oxycocco-Sphagnetea]) komt voor aan de rand van voedselarme veenmoerassen, zure vennen en depressies in natte heide, maar ook in duinvalleien in het Waddengebied. Het zijn standplaatsen waar zowel regen- of beekwater als grondwater een rol spelen.

De struiklaag van deze rompgemeenschap wordt gedomineerd door wilde gagel (Myrica gale).

Deze rompgemeenschap kan ook beschouwd worden als een rompgemeenschap van het verbond van de wilgenbroekstruwelen (Myricetum gale [Salicion cinereae]).

De syntaxoncode voor Nederland is 40RG01, BWK-karteringseenheden voor Vlaanderen is het gagelstruweel (sm).

Soortensamenstelling[bewerken]

Deze klasse heeft voor België en Nederland als belangrijkste (ken)soorten:

Boomlaag[bewerken]

Geen soorten

Gewone dophei

Struiklaag[bewerken]

Kensoort Diff.soort Abundantie Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Opmerking
kK D Gewone dophei Erica tetralix
A/F Struikhei Calluna vulgaris
Ronde zonnedauw
Veenpluis

Kruidlaag[bewerken]

Kensoort Diff.soort Abundantie Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Opmerking
kK A/F Ronde zonnedauw Drosera rotundifolia ook in de Klasse van de kleine zeggen
D/A Pijpenstrootje Molinia caerula
A/F Veenpluis Eriophorum angustifolium
Rood viltmos
Glanzend maanmos

Moslaag[bewerken]

Kensoort Diff.soort Abundantie Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Opmerking
kK O Roodviltmos Aulacomnium palustre
kK O Glanzend maanmos Cephalozia connivens
kK Z Gewoon spinragmos Kurzia pauciflora
kK Z Aarmaanmos Cephalozia macrostachya
kK Z Fijn draadmos Cephaloziella elachista

Verspreiding en voorkomen[bewerken]

De verspreiding van de klasse van de hoogveenbulten en natte heiden is beperkt tot de Atlantische provincie: de kuststook van West-Europa, Groot-Brittannië en Ierland. Het is een typische vegetatie die zich thuis voelt in streken met een maritiem klimaat, met hoge luchtvochtigheid, niet te warme zomers en geen strenge winters.

Bedreiging en bescherming[bewerken]

Vegetaties van de klasse van de hoogveenbulten en natte heiden kunnen enkel gedijen op natte, voedselarme bodems, in langdurig ongestoorde omstandigheden. De bedreigingen zijn talloos: verdroging, overbemesting, versnippering, ... Het is dus niet verwonderlijk dat deze vegetaties tot de meest bedreigde in België en Nederland behoren, temeer omdat het ontwikkelen van nieuwe hoogveenvegetaties zeer veel tijd neemt en dus eigenlijk enkel aan herstel kan gedacht worden.

De belangrijkste bedreigingen zijn:

  • brand heeft als gevolg dat de levende veenmoslaag verdwijnt en er zich een nieuwe veenmosgemeenschap moet vormen, wat meerdere jaren in beslag kan nemen. Ook neemt de voedselrijkdom toe.
  • ontwatering (onder andere voor turfsteken) leidt vrij snel tot het afsterven van de veenmossen, een toename van de voeselrijkdom en een dominantie van de soorten van de associatie van gewone dophei.
  • een toename van de voedselrijkdom, door directe bemesting via het grondwater, door atmosferische stikstofdepositie of door ontwatering en branden, kan een algenbloei tot gevolg hebben met nadelige gevolgen voor de moslaag.

Om dit soort vegetaties te kunnen behouden, zijn dus verschillende soorten beleidsmaatregelen noodzakelijk:

  • de beheersing van de grondwaterstand door waterbouwkundige maatregelen;
  • beperken van menselijke activiteit, zoals turfstekerij en landbouw, en ronde hoogveengebieden;
  • preventie tegen bosbranden;

Zie ook[bewerken]