Klasse van de naaldbossen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Klasse van de naaldbossen
Klasse van de naaldbossen met o.a. grove den
Klasse van de naaldbossen met o.a. grove den
Syntaxonomische indeling
Klasse
Vaccinio-Piceetea
Br.-Bl. in Br.-Bl., G.Sissingh & Vlieger, 1939

De klasse van de naaldbossen (Vaccinio-Piceetea) is een klasse van bosplantengemeenschappen die voorkomt op zure, voedselarme zandgronden, en gedomineerd wordt door naaldbomen en bladmossen.

De klasse telt één onderliggende orde.

Naamgeving, etymologie en codering[bewerken]

  • Synoniemen: Vaccinio myrtilli-Piceetea abietis Br.-Bl. in Br-Bl., G.Sissingh & Vlieger 1939, Vaccinietea uliginosi W.Lohmeyer & Tüxen in Tüxen 1955 nom. nud., Pyrolo-Pinetea Korneck 1974, Roso pendulinae-Pinetea mugo Theurillat in Theurillat, Aeschimann, P.Küpfer & Spichiger 1995
  • Frans: Forêts acidophiles à Picea des étages montagnard à alpin
  • Duits: Boreal-kontinentale zwergstrauchreiche Nadelwälder, Montane bis subalpine natürliche bis naturnahe Fichtenwälder
  • Engels: Azidophilous Picea forests of the montane to alpine levels
  • Syntaxoncode (Nederland): 41

De naam Vaccinio-Piceetea is afgeleid van de wetenschappelijke namen van enkele belangrijke soorten binnen deze klasse, de blauwe bosbes (Vaccinium myrtillus) en de fijnspar (Picea abies).

Kenmerken[bewerken]

Algemeen[bewerken]

De klasse van de naaldbossen omvat zeer verscheiden bosplantengemeenschappen van overwegend zure, voedselarme zandgronden. De meeste vegetaties van deze klasse in België en Nederland zijn door de mens aangeplant, zoals de meeste dennenbossen op voormalige heide of in de duinen. Slechts enkele types komen spontaan voor, zoals de pioniersvegetaties van dennen in heidegebieden, en de jeneverbesstruwelen.

Zonder beheer zullen naaldbossen op de meeste plaatsen in de Lage Landen verder evolueren naar loofbossen van de klasse van de eiken- en beukenbossen op voedselarme grond.

Structuur[bewerken]

Deze klasse heeft in de Lage Landen een zeer verscheiden structuur, van open, lage struikvegetaties tot hoog opgaande, donkere sparrenbossen. Aangeplante bossen worden gekenmerkt door een soortenarme boomlaag met dominantie van naaldbomen, een door het gebrek aan licht nauwelijks aanwezige struik- en kruidlaag, en een goed ontwikkelde moslaag met overwegend bladmossen.

Onderverdeling[bewerken]

De klasse van de naaldbossen heeft als vertegenwoordigers in België en Nederland:

Soortensamenstelling[bewerken]

Dennenorchis
Dennenwolfsklauw
Gerimpeld platmos
Riempjesmos

Deze belangrijkste kensoorten van deze klasse bij de hogere planten zijn in België en Nederland zeldzaam tot zeer zeldzaam en in de praktijk dus weinig bruikbaar. Bij de mossen zijn er wel algemenere kensoorten:

Boomlaag

Geen kensoorten.

Struiklaag

Geen kensoorten.

Kruidlaag
Kensoort Presentie Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Opmerking
kK <10% Dennenorchis Goodyera repens
kK <10% Dennenwolfsklauw Huperzia selago
kK <10% Stekende wolfsklauw Lycopodium annotinum
kK <10% Linnaeusklokje Linnaea borealis
kK <10% Kleine keverorchis Neottia cordata
kK <10% Koraalwortel Corallorhiza trifida
kK Lonicera caerulea Niet in België en Nederland
kK Eenbloemig wintergroen Moneses uniflora Niet in België en Nederland
kK Eenzijdig wintergroen Orthilia secunda Niet in België en Nederland
kK Groenbloemig wintergroen Pyrola chlorantha Niet in België en Nederland
kK Rosa pendulina Niet in België en Nederland
Moslaag
Kensoort Presentie Nederlandse naam Wetenschappelijke naam
kK >10% Gestekeld tandmos Barbilophozia hatcheri
kK <10% Gerimpeld platmos Plagiothecium undulatum
kK <10% Struisveermos Ptilium crista-castrensis
kK <10% Riempjesmos Rhytidiadelphus loreus

Zie ook[bewerken]