Klein-Vierstraat British Cemetery

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Klein-Vierstraat British Cemetery
Overzicht van de begraafplaats
Overzicht van de begraafplaats
Bouwjaar 1917
Locatie Kemmel, Vlag van België België
Totaal aantal slachtoffers 805
Ongeïdentificeerde slachtoffers 109
Type Militaire begraafplaats
Verantwoordelijke Commonwealth War Graves Commission
Ontwerper Edwin Lutyens

Klein-Vierstraat British Cemetery is een Britse militaire begraafplaats met gesneuvelden uit de Eerste Wereldoorlog, gelegen in het Belgische dorp Kemmel (Heuvelland). De begraafplaats ligt op een lichte helling ongeveer 2,5 kilometer ten noordoosten van het dorpscentrum en is ontworpen door Edwin Lutyens. Het terrein is 3.040 m² groot en wordt onderhouden door de Commonwealth War Graves Commission. Centraal achteraan staat het Cross of Sacrifice en vooraan links in de zuidelijk hoek staat de Stone of Remembrance. De begraafplaats wordt omgeven door een haag en heesters, aan de straatkant staat een natuurstenen muur en schuilgebouw.

Er worden 805 doden herdacht waarvan 109 niet geïdentificeerd konden worden.

In de onmiddellijke nabijheid bevindt zich de Kemmel No.1 French Cemetery.

Geschiedenis[bewerken]

In de maand april 1918 werd wegens het Duitse lenteoffensief in de omgeving van Kemmel en de Kemmelberg hevig gevochten door Britse en Franse troepen. Deze begraafplaats werd aangelegd aan het kruispunt waar vroeger de herberg Kleine Vierstraat stond. In januari 1917 startte men met de aanleg ervan en tot in januari 1918 werd het voornamelijk gebruikt door artillerie-eenheden en medische posten (Field ambulances). Vanaf april 1918 werden opnieuw slachtoffers bijgezet. Na de wapenstilstand werden nog 364 graven toegevoegd afkomstig van kleinere begraafplaatsen en geïsoleerde graven uit de omgeving van Dikkebus, Loker en Kemmel. Onder andere van een begraafplaats gelegen bij de Ferme Henri Pattyn-Vanlaeres (Poperinge) met 59 slachtoffers die gestorven waren tussen mei en juli 1915 en april 1918 en uit de Mont-Vidaigne Military Cemetery (Westouter) met 17 slachtoffers die sneuvelden in juli en augustus 1918.

Eén Amerikaan werd overgebracht naar Lijssenthoek Military Cemetery (Poperinge). Er lagen ook 17 Franse militairen die later naar elders overgebracht werden.

Er liggen nu 805 militairen waaronder 780 Britten (waarvan er 108 niet geïdentificeerd konden worden), 8 Australiërs, 8 Canadezen (waarvan 1 niet geïdentificeerd kon worden), 7 Nieuw-Zeelanders, 1 Zuid-Afrikaan en 1 Chinees (van het Chinese Labour Corps). Voor 2 Britten werden Special Memorials[1] opgericht omdat hun graven niet meer gelokaliseerd konden worden en men aanneemt dat ze onder een naamloos graf liggen.

Onderscheidingen[bewerken]

  • Ernest Cowper Slade, luitenant-kolonel bij het Gloucestershire Regiment werd onderscheiden met de Distinguished Service Order (DSO) en het Military Cross (MC).
  • George Herbert Redden, kapitein bij het East Lancashire Regiment en B.G. Hill, onderluitenant bij de Royal Field Artillery werden eveneens onderscheiden met het Military Cross.
  • onderluitenant Hubert James Dawes, de sergeants Stanley John Choat, Thomas Albert Dagg, T.R. Doggett, E. Winter en Thomas Campbell ontvingen de Military Medal (MM), de laatste verwierf ook nog de Distinguished Conduct Medal (DCM).
  • de korporaals H. Brindle, John Oliver, J.A.R. Tinham, kanonnier Walter Rogers en soldaat W. Naylor ontvingen ook de Military Medal (MM).

De begraafplaats werd in 2009 als monument beschermd.[2]

Externe links[bewerken]