Klein Bellevue

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Klein Bellevue was een koffieplantage aan de Commewijnerivier in het district Commewijne in Suriname. Zij lag links bij het opvaren, stroomafwaarts naast plantage Purmerend en stroomopwaarts naast plantage Saphir.

In 1747 werd het Fort Nieuw-Amsterdam opengesteld. Hierdoor werd het moerasgebied aan de beneden-Commewijne beschermd tegen vijandelijke invallen, en werd het uitgegeven voor de aanleg van plantages. Hiervan werd 400 akkers uitgegeven aan Ludolf Simon de Witt en Everhardus Dudok. De plantage deed haar naam eer aan en werd als de enige plantage aan deze zijde van de rivier niet uitgebreid. Ludolf Simon en Everhardus waren respectievelijk zoon en schoonzoon van Johan Hendrik de Witt, de eigenaar van plantage Bellevue. Deze kreeg, na het aanleggen van Klein Bellevue, de naam Oud-Bellevue. Ludolf Simon was al in 1733 naar Nederland vertrokken en fungeerde waarschijnlijk als geldschieter. Met de helft van de plantages Mopentibo, Oud-Bellevue was er waarschijnlijk geld genoeg. In 1793 was Dudok overleden en Ludolf Simon de enige eigenaar van Klein Bellevue.

Daarna ging het bezit over naar François Jansz. Tayspil, koopman in Amsterdam. Hij was al in 1793 beheerder van een fonds dat eigenaar was van de plantage Hofwijk aan de Tapoeripakreek. Later kwam daar ook de katoenplantage Goosen aan de Warappakreek bij.

De laatst vermelde eigenaar was M. Tyndall-Herbert. De familie Tyndall was tijdens het Engelse tussenbewind (1802-1816) uit Brits-Guiana naar Suriname gekomen. In Nickerie waren zij enige tijd eigenaar van de buurplantages Waterloo, Nursery en Hazard evenals de aan zee gelegen plantage met de toepasselijke naam Sealand. Een Herbert werkte samen met Tyndall als administrateur en samen bezaten zij enige tijd de plantage Ellen. Waarschijnlijk kocht Tyndall de plantage om de slaven over te brengen naar Nickerie. Zij werd namelijk niet meer genoemd in het emancipatieregister uit 1863 en de plantage was waarschijnlijk toen al verlaten.