Kleinbrabants

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Kleinbrabants is een dialect dat wordt gesproken in Klein-Brabant, ten westen van de Vlaamse stad Mechelen. Het dialect is een variant van het Zuid-Brabants.

Gebruik[bewerken]

Het Kleinbrabants wordt nog gesproken door zowel ouderen als jeugd, zij het bij de laatste groep slechts in beperkte mate.

Voorbeelden[bewerken]

Hieronder enkele voorbeelden uit het dagelijks woordgebruik.

Kleinbrabants Algemeen Nederlands
Ik gön Ik ga
Ik zyn Ik ben
Ik weur Ik word
Ik gön deur Ik ga door
Ik roa ik rij
Tot fleus tot straks

Het Kleinbrabants - in enge zin - kan ingedeeld worden in drie groepen: het Sint-Amands, het Puurs en het Bornems. een typisch kenmerk: ook in dit Belgisch-Nederlands dialect gebruikt men ook een aantal woorden afgeleid uit het Frans, hieronder een voorbeeld.

Frans woord Kleinbrabants woord Nederlands woord
Un facteur Ne facteur Een postbode
Un café Ne kaffee Een koffie

Er zijn ook gewoon woorden die niet vertaald kunnen worden, hieronder een voorbeeld.

Kleinbrabants Nederlands
Een jat Een kopje (om te drinken)
Een pjyd een paard
jyrbezen Aardbeien

Eveneens van het Frans: jatte.

In het Kleinbrabants zijn de plaatsnamen verschillend van het AN. Hieronder een voorbeeld van alle gemeenten en deelgemeenten van het kerngebied.

Nederlands Kleinbrabants
Puurs Puus
Ruisbroek Roasbroek
Kalfort Kallefyt
Breendonk Briëndoenk
Liezele Liezel
Lippelo Lippeloë
Oppuurs Oppuus
Sint-Amands Sintamans
Mariekerke Maurekerk
Branst Brans
Weert De Wyt
Bornem Beurm
Hingene Ingene
Eikevliet Aakevliet