Kletskopje

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kletskoppen met amandelen

Een kletskop is een heel hard, uiterst dun en bijzonder knapperig koekje, dat voornamelijk met suiker en boter wordt bereid. De Belgische steden Brugge (Brugse kletskoppen) en Veurne zijn gekend voor deze koekjes.

De vreemde naam van het koekje komt van de bereidingswijze. Kletskopjes kunnen bij de thee gegeten worden, maar ook in een nagerecht gebruikt worden. Zo kan bijvoorbeeld in combinatie met bolletjes een aantrekkelijk torentje gemaakt worden (kletskopje / bolletje ijs / kletskopje / bolletje ijs / kletskopje / torentje slagroom).

Er bestaan ook hartige kletskopjes, die gemaakt worden van voornamelijk kaas en in de oven of magnetron hard worden gebakken. Daarvoor moet een oude, zeer harde kaassoort gebruikt worden, die weinig smelt, bijvoorbeeld Parmezaanse kaas, of overjarige Goudse kaas. Deze hartige kletskopjes kunnen gebruikt worden om een hoofdmaaltijd of voorgerecht aantrekkelijk te decoreren.

Bereiding[bewerken]

Smelt de boter op een zacht vuur. Roer de suiker door de gesmolten boter, daarna de bloem. Als dit goed door elkaar gemengd is voeg de overige ingrediënten toe. Verwarm de oven tot ca. 180 tot 200 °C. Bedek een bakblik met aluminiumfolie. Leg hoopjes van het deeg met ruim voldoende tussenruimte op het folie en maak ze in één klap plat met een natte lepel. Van dit kletsen komt de naam kletskopjes. Bak de koekjes 7 tot 10 minuten tot ze goed bruin, maar niet zwart gebrand zijn. Laat ze afkoelen en haal ze voorzichtig van het folie af. Hetzij snel opeten, of in een goed afgesloten koekblik bewaren, zodat ze niet taai worden.

Externe link[bewerken]