Kluger Hans

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De opmaak van dit artikel is nog niet in overeenstemming met de conventies van Wikipedia. Mogelijk is ook de spelling of het taalgebruik niet in orde. Men wordt uitgenodigd deze pagina aan te passen.
Opgegeven reden: Zie hier. Tevens bronloos.

Kluger Hans

Inleiding

Kluger Hans was een paard waarvan in het begin van de 20e eeuw beweerd werd dat het kon rekenen en diverse andere vaardigheden had aangeleerd. Het werd door Wilhelm von Osten in Rusland gekocht. Hans leefde van ca 1885 tot 1916.

De twee Hansen

Wilhelm von Osten, een academisch opgeleide wiskundeleraar van zeer goede komaf (zijn vader was baron), kocht in 1888 een paard dat hij voor zijn koets spande. Wat hem opviel was dat het paard, dat hij Hans noemde, duidelijk de breedte van een doorgang en de breedte van de koets kon inschatten. Het paard kon beide variabelen met elkaar in verband brengen en er zijn handeling op afstemmen. Von Osten was zoals menig onderzoeker tijdens de eeuwwisseling, ervan overtuigd dat dieren een hoge, bijna menselijke intelligentie konden hebben. Hans stierf echter vroegtijdig aan kolieken op 12-jarige leeftijd. Het was de era dat vele psychologen dweepten met frenologie of schedelkunde, en von Osten hield de schedel van Hans omdat hij vond dat de hersendoos opvallend groot was.

In 1890 kocht von Osten in Rusland een vijfjarige hengst van het Orlov Draver ras, die hij eveneens Hans noemde, eigenlijk Hans II. Dit paard zou hij niet als koetspaard inzetten zoals Hans I, maar louter als een onderzoeksdier voor zijn autodidactische dierenpsychologieproeven op de binnenhof van zijn woonplaats. Hans was niet het enige dier dat hij voor zijn intelligentieproeven zou aanwenden, hij had ook een kat en een beer, maar dat lukte niet. Hans viel uitermate op want hij kon inderdaad rekenen, lezen, kunstwerken herkennen en in 1902 publiceert, of eerder annonceert, von Osten in een toonaangevend militair tijdschrift (Militärwochenblatt) het kunnen van Hans, waarop generaal majoor en notoir paardenkenner Eugen Zobel Hans persoonlijk komt onderzoeken op de binnenkoer van von Osten’s woonblok.

Rondreizende voorstellingen

Hans en von Osten toonden de capaciteiten ondertussen ook aan de geïnteresserde bevolking. Hij vroeg daar geen toegangsprijs voor, hij toonde het kunnen van zijn paard gratis. In 1905 werd de zogenaamde “September commissie” opgericht om het paard te onderzoeken en of er aldanniet sprake was van bedrog. Hans reageerde op de vragen met knikken, nee schudden en het tikken van getallen met het voorbeen. De leden van de onderzoekscommissie waren erg onder de de indruk. Ook “Cultus” minister dr. Studt sprak openlijk zijn bewondering uit voor Hans. Carl Georg Schillings, Afrikakenner, zooloog en algemeen beschouwd als de grondlegger van de natuurfotografie, bleef bij von Osten om Hans te observeren, te fotograferen en als bewonderaar van Hans nam hij ook deel aan de experimenten van de September commissie.

Het onderzoek van Oskar Pfungst

Omdat er geen bewijzen van bedrog waren, besloot een groep wetenschappers onder leiding van psycholoog Carl Stumpf dat Hans aan verdere experimenten zou onderworpen worden. Hiermee werd Stumpf’s student en medewerker Oskar Pfungst belast. Het is echter een Duitse schilder, Emilio Rendich, die Pfungst de richting aanwees. Rendich had von Osten en Hans samen geschilderd en had hen hiervoor gedurende weken nauwlettend geobserveerd. Rendich was er zich als eerste van bewust dat Hans scheen te reageren op discrete en mogelijks onbewuste lichaamsbewegingen van von Osten. Het leek er volgens Rendich op of Hans de minimale gebaren bij von Osten interpreteerde als een hint dat hij moest stoppen met het kloppen met zijn hoef op het ogenblik dat von Osten van houding veranderde. Rendich herhaalde vervolgens het herkennen van schilderijen door zijn hond Nora, die hij op dezelfde kunstwerken liet reageren als Hans. Pfungst zette de bevindingen van Rendich om in een experiment en publiceerde de resultaten met meer wetenschappelijke ampleur in zijn boek in 1907.

Pfungst stelde vast dat Kluger Hans kon rekenen ook als Wilhelm von Osten niet aanwezig was. Er was dus geen bedrog in het spel. Ook als Pfungst alleen was met Kluger Hans, werden de meeste opgaven foutloos gedaan. Het was zelfs zo dat Hans beter scoorde bij Pfungst, vervolgens bij Schilling en tot slot het minst en het traagst bij von Osten. Er bleek dus iets anders te spelen dan rekenvaardigheid. Pfungst liet bijvoorbeeld het paard getallen zien en vroeg hem om het nummer te tikken. Als Pfungst de getallen zelf kon zien, dan was Kluger Hans vrijwel altijd correct (98%), maar als Pfungst de getallen niet kon zien of hij stond ver weg van Hans, dan was het paard meestal verkeerd (8% juist), wat Pfungst enkele pijnlijke bijtwonden opleverde.

Kluger Hans treedt op

Uit deze en soortgelijke experimenten concludeerde Pfungst dat Hans gebruik maakte van onbewuste hints van zijn eigenaar en mensen uit het publiek, in hun gelaatsuitdrukking en houding. In het bijzonder was het zo, dat een kleine knik met het hoofd (om naar de voeten van het paard te kijken) werd uitgevoerd als het paard moest beginnen te tikken, en het hoofd weer omhoog ging als het benodigde aantal bereikt werd. Als extra bewijs voor zijn hypothese leerde Pfungst zichzelf ook de methoden die Hans gebruikte, en bereikte scores tot 90% correct als hij op de tafel een aantal tikken gaf gelijk aan het geheime getal dat iemand in gedachten had.

Gevolgen van Pfungst’s onderzoek

De vondst van Pfungst had belangrijke implicaties voor het onderzoek op terrein van de dierpsychologie, effecten van psychofarmaca en sociaalpsychologische interventies. Hierbij bestaat altijd het gevaar dat onderzoeker of interviewer onbewust door zijn/haar gedrag of lichaamstaal het gedrag van proefpersoon of ondervraagde in een bepaalde richting stuurt. Dit effect wordt het ideomotor effect of beïnvloeding genoemd en werd voor het eerst door Carpenter beschreven. Sedert de publicatie van Pfungst’s boek over zijn experimenten met Hans noemt men dit verschijnsel Kluger Hans effect. Het is de reden waarom interviews met de dubbelblind methode worden uitgevoerd, omdat de vraagsteller wanneer hij het antwoord kent, de ondervraagde onbewust in een bepaalde richting kan sturen. Bij een dubbelblind studie zijn zowel de onderzoeker/ondervrager als degene die de resultaten verwerkt zelf niet op de hoogte van de juiste oplossing van het probleem, of aard van de behandelingsmethode. Pfungst realiseerde zich ook dat deze non-verbale communicatie zo sterk en zo onbewust is, dat zelfs hijzelf hints gaf aan het paard terwijl hij zijn uiterste best deed om dat niet te doen.

Diskrediet

Von Osten heeft zich nooit neergelegd bij de bevindingen van Pfungst. Ook Pfungst had later een nabeschouwing op zijn eigen bevindingen, wat ook niet anders kon door het verdere onderzoek van autodidact Karl Krall. Pfungst nuanceerde later zijn stellingen over Hans, door te schrijven dat Hans wel degelijk een intelligent dier moet zijn geweest. En dat hFeral Children and Clever Animals: Reflections on Human Nature et waarschijnlijk wel kon rekenen in een bepaalde mate, maar dat het door het aangewende beloningssysteem en dier zijnde, zich vooral verfijnde in het herkennen van de lichaamstaal van de vraagsteller of de omgeving. Von Osten en vooral Krall reageerden met aangepaste experimenten en bekwamen al na enkele weken, waarbij Hans een zak over het hoofd kreeg (en dus niets kon zien van de omgeving), dezelfde resultaten als van voor de September commissie. Krall haalde de hypothese van Pfungst zelfs onderuit, niet enkel met zijn eigen hoogbegaafde paarden Muhamed en Sharif, maar vooral doordat zijn blinde onderzoekspaard Berto Hans en Krall’s paarden evenaarde qua begaafdheid. Het kwam er bijna op neer dat Pfungst in 1907 zou hebben gesteld dat blinden niet kunnen leren rekenen omdat ze de reactie van de omgeving niet kunnen zien. Waardoor Pfungst later dan ook zijn vroegere beweringen begon te nuanceren, want voor Berto of de geblindeerde paarden had hij geen plausibele uitleg...

De dood van von Osten

Van 1907 tot aan zijn dood in 1909, trok von Osten zich terug omwille van zijn tanende gezondheidstoestand. Die schreef hij toe aan Hans. Het paard had hem bedrogen en daardoor voelde hij zich lichamelijk ziek. Hij was ook lichamelijk ziek, er werd bij hem leverkanker vastgesteld wat uiteraard niks met Hans te zien had. Hij stierf op 29 juni 1909 en was sedert einde 1908 bedlegerig. Sedert de publicatie van Pfungst’s boek in 1907, koesterde von Osten een grote wrok tegenover zijn paard. Op zijn sterfbed wenste hij dan ook dat Hans gedoemd zou worden tot het trekken van cementwagens (Mörtelwagen) tot het einde van zijn dagen. Maar omdat von Osten steeds nauwer had samengewerkt met de juwelier en tevens autodidactische paardenpsycholoog Karl Krall, liet hij Hans over aan diens zorgen. Zonder financiële regeling, eigenlijk kon het hem niet meer schelen. Hans bleef bij Krall een onderzoeksdier dat verscheidene uren per dag moest meewerken aan de experimenten, maar Hans stond voor het eerst in een weide in Elberfeld (Wuppertal) en kreeg een goede verzorging. Krall zag in Hans in de eerste plaats een “onderwijzend” paard voor zijn eigen paarden, terwijl hij nu ook zijn eigen onderzoeksmethodiek kon doorvoeren, waar von Osten nooit open had voor gestaan. Von Osten was dan ook geducht als zijnde een ondiplomatisch en misantropisch man die liefst zijn eigen zin deed, met een grote wrok tegenover zijn eigen paard. Hans bleek slecht verzorgd geweest te zijn door von Osten, met hoefaantastingen door het jarenlange staan op een betonnen binnenkoer en met klitten in de manen. Voor het paard dat von Osten zo goed “kon lezen”, moet deze verandering in attitude van zijn meester erg geweest zijn: van bewondering tot 1905 tot groeiende wrok erna.

De Elberfeld paarden en Maurice Maeterlinck

Verschillende psychologen (waaronder Carapède) kwamen de Elberfeld stallen van Krall opzoeken en waren onder de indruk van de hoge begaafdheid van Muhamed en Sharif, van Hans en Berto en Hänschen, een pony en nog enkele andere paarden en ezels. Ook de Belgische Nobelprijswinnaar Literatuur Maurice Maeterlinck stond erop om de Elberfeld stallen nog in extremis te bezoeken en heeft er zijn bevindingen (zijn verwondering eerder) over nreergepend in zijn boek “De onbekende gast”, waaraan hij hoofdstuk IV integraal heeft gewijd aan de Elberfeld paarden van Krall (met zijn observaties van Hans). Maurice Maeterlinck was erg onder de indruk van Krall’s eerbied voor de paarden, die hij omschreef als “hij heeft het geduld en de liefde van een vader en hij legt de zaken 10 maal uit met de liefde van een moeder”... toch gaf Krall toen al aan dat hij met de stallen en de paarden zou stoppen in 1916.

De ontgoocheling van Krall

Krall was ervan overtuigd dat zijn experimenten op paarden en inzichten in de dierenpsychologie zouden inslaan als een bom. Het tegenovergestelde was echter waar. Er was de Groote Oorlog en mensen onthoudden vooral “het bedrog” door von Osten na de ontluisterende publicatie van de wetenschappers Pfungst en Stumpf. Krall’s onderzoeksbevindigen in “Denkende Tiere” van 1912 en enkel in het Duits verkrijgbaar, werd een fiasco. In 1916, zoals hij had aangegeven aan Maeterlinck, stopte de gedesillusioneerde Krall met zijn Elberfeld stallen “wegens gezondheidsredenen” en werden alle paarden ingelijfd of opgeëist door het Duitse leger, ook de hoogst intelligente Muhamed en Sharif en uiteraard Hans.

Sedert 1916 is er niets meer bekend over de Elberfeld paarden, maar geen enkel paard is teruggekeerd na het beëindigen van de Groote Oorlog, wat laat vermoeden dat ze zijn gesneuveld samen met de miljoenen andere dieren-oorlogsslachtoffers...

Bronnen

*[http://http://learnlibrary.com/unknown-guest/unknown-guest_4.htm]

*[karl krall. Denkende Tiere: Beiträge zur Tierseelenkunde auf Grund eigener Versuche ; der kluge Haus und meine Pferde Muhamed und Zarif. ISBN-13:978-1294566540

  • Douglas K Candland. Feral Children and Clever Animals: Reflections on Human Nature. ISBN-13:978-0195102840
  • Chimaira. Tiere Bilder Ökonomien: Aktuelle Forschungsfragen der Human-Animal Studies. ISBN-13:978-3837625578