Koemanen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Beeld uit de tijd van de Koemanen, 12e eeuw

De Koemanen of Westelijke Kyptsjaken waren een Turkse nomadenstam die samen met de verwante Kyptsjaken (In het Russisch: Polovtsen) een confederatie deelden, genaamd Koemanië. Hun naam is afkomstig van de rivier de Koema.

Nazaten van de Koemanen bevinden zich tegenwoordig in Tatarije, de Krim, Turkije, Bulgarije, Roemenië, Moldavië, Macedonië en Hongarije. De Koemanen waren een van de nomadenstammen in de huidige Oekraïne en het zuidwesten van Siberië, die gedurende hun tochten van samenstelling sterk veranderden. Zij namen delen van andere stammen in zich op, afhankelijk van de macht die zij wisten te ontplooien, en splitsten zich als zij het onderspit hadden moeten delven. Daarom hebben zij vaak wel de kern van de taal van de oorspronkelijke stam bewaard, maar sterk aangevuld met elementen uit andere talen. Dat de Koemanen (min of meer) een Turkse taal spraken wil dus niet zeggen dat zij genetisch Turken waren. Koeman betekent in het Kyptsjaks 'bleek' en als Russische bronnen spreken van een Turkse stam met opvallend uiterlijk: (donker)blond haar en blauwe ogen is dat tegen deze achtergrond te begrijpen. Kennelijk hadden de Koemanen een aanzienlijk aantal mensen uit Slavische volken in zich opgenomen.

In 1055 wordt van hen voor de eerste maal gesproken in de Russische geschiedenis. In 1068 behalen ze een grote overwinningen op de drie zonen van Jaroslav de Wijze bij de rivier de Alta (Oekraïne).

In 1091 hielpen zij de Byzantijnen aan een overwinning tegen de Petsjenegen: de Slag bij Levounion. Na de Mongolenstorm van 1242-1244 die in Hongarije grote landsdelen ontvolkte, vestigden zich Koemanen in het oosten van het huidige Hongarije en het westen van Transsylvanië, waar zij later in de Hongaarse bevolking zouden opgaan.

Zie ook[bewerken]

Bronnen[bewerken]