Koen Geens

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Koen Geens
Vice-eersteminister en minister van Justitie, belast met de Regie der Gebouwen, en minister van Europese Zaken
Geboortedatum 22 januari 1958
Geboorteplaats Merksem
Kieskring Flag of Flemish-Brabant.svg Vlaams-Brabant
Regio Vlag Vlaams Gewest Vlaanderen
Land Vlag van België België
Partij CD&V
Federaal minister van Financiën, belast met Ambtenarenzaken
Aangetreden 5 maart 2013
Einde termijn 11 oktober 2014
Regering Di Rupo
Voorganger Steven Vanackere
Opvolger Johan Van Overtveldt (Financiën)
Steven Vandeput (Ambtenarenzaken)
Federaal minister van Justitie
Aangetreden 11 oktober 2014
Einde termijn 10 december 2018
Regering Michel I
Michel II
Wilmès I
Wilmès II
Voorganger Maggie De Block
Opvolger Hijzelf
Federaal minister van Justitie, belast met de Regie der Gebouwen
Aangetreden 10 december 2018
Regering Michel II
Wilmès I
Wilmès II
Voorganger Hijzelf (Justitie)
Jan Jambon (Regie der Gebouwen)
Opvolger Vincent Van Quickenborne (Justitie)
Mathieu Michel (Regie der Gebouwen)
Federaal vicepremier
Aangetreden 2 juli 2019
Einde termijn 1 oktober 2020
Regering Michel II
Wilmès I
Wilmès II
Voorganger Kris Peeters
Opvolger Vincent Van Peteghem
Federaal minister van Europese Zaken
Aangetreden 1 december 2019
Einde termijn 1 oktober 2020
Regering Wilmès I
Wilmès II
Voorganger Didier Reynders
Opvolger Sophie Wilmès
Portaal  Portaalicoon   België
Politiek

Koenraad Frans Julia (Koen) Geens (Merksem, 22 januari 1958) is een Belgisch politicus voor CD&V, advocaat en buitengewoon hoogleraar.

Biografie[bewerken | brontekst bewerken]

Geens studeerde eerst twee jaar rechten aan de UFSIA en vatte zijn studies vervolgens aan aan de Katholieke Universiteit Leuven, waar hij in 1980 met grootste onderscheiding zijn licentiaatsdiploma behaalde. Aan de Harvard University haalde hij nadien nog een bijkomende Master of Laws (1981). Daaropvolgend ging Koen Geens aan de slag als NFWO-aspirant (1981-1985) en vervolgens als assistent (1985-1986) aan de KU Leuven. Zijn doctoraal proefschrift uit 1986 over "Het vrij beroep" werd bekroond met de tweejaarlijkse staatsprijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Recht en Economie (1987) en met de vijfjaarlijkse prijs Baron Emile Van Dievoet (1989).

In 1986 werd Geens docent aan de rechts- en economiefaculteit van de Katholieke Universiteit Leuven. In 1992 werd hij hoogleraar, in 1993 gewoon hoogleraar. Hij nam samen met zijn mentor, Jan Ronse, de leiding van de Leuvense school voor Vennootschapsrecht. In 1989, na het overlijden van Jan Ronse, werd de school omgedoopt tot het 'Jan Ronse Instituut voor Vennootschapsrecht'.

Geens is medeoprichter van het advocatenkantoor Dieux Geens, later Dieux Geens Cornelis, dat nog later de naam Eubelius kreeg. Eubelius, een van de eerste advocatenkantoren met een fantasiebenaming, groeide uit tot een van de grootste onafhankelijke advocatenkantoren van België. Om de combinatie met de advocatenpraktijk mogelijk te maken, vroeg en verkreeg Koen Geens in 1994 het statuut van buitengewoon hoogleraar. Hij bleef niettemin zijn volledige leeropdracht behouden en nam het beleid van de faculteit mee op zich als voorzitter van de onderwijscommissie, een functie die hij uitoefende van 1995 tot 1998 en opnieuw van 2001 tot 2012. Ook zette hij zijn wetenschappelijke activiteit en de begeleiding van jonge wetenschappers voort en werd hij nog promotor van de succesvolle VAO, later MaNaMa Vennootschapsrecht aan de KU Brussel.

In 2001–2002 schreef Geens de statuten van de Associatie KU Leuven. Samen met Anne Benoît-Moury van de universiteit van Luik verzorgde Koen Geens in 1999 de wetenschappelijke begeleiding voor het nieuwe Wetboek van Vennootschappen, dat het Belgische vennootschapsrecht ordent voor de 21ste eeuw. Zijn wetenschappelijk kunnen vindt in 2004-2005 erkenning in de uitnodiging om aan de ULB de Binnenlandse Francqui-Leerstoel te bekleden. Dezelfde eer viel hem te beurt aan de UCL in het academiejaar 2016-2017.

Naast die rijkgevulde wetenschappelijke carrière, verleende Koen Geens in die periode ook reeds tal van maatschappelijke diensten. Naast zijn engagementen aan de KU Leuven engageerde Koen Geens zich in die jaren onder meer als voorzitter van de Hoge Raad voor de Economische Beroepen (1992-2000) en als voorzitter van de Federatie voor Vrije en Intellectuele Beroepen (1999-2005). Daarnaast is hij sinds 2012 lid van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschap en Kunst, klasse humane wetenschappen, alsook van de Academia Europaea sinds 2013. Hij is tevens voorzitter van de Algemene Vergadering van de Hogeschool Thomas More.

Als auteur en redactielid werkte Koen Geens mee aan verschillende, voornamelijk wetenschappelijke werken. Zo is hij auteur van het handboek Vennootschapsrecht (met M. Wyckaert), editor van het deel 'Corporations and Partnerships' in de International Encyclopaedia of Laws (met C. Clottens) en hoofdredacteur van het Commentaar Vennootschapsrecht (met E. Wymeersch en H. Braeckmans).

Ook schreef hij mee aan de 'Overzichten van rechtspraak vennootschapsrecht', in het Tijdschrift voor Privaatrecht (met M. Wyckaert, 1993, 2000, 2012). Als stichtend redactielid zette hij mee zijn schouders onder het Tijdschrift voor Rechtspersoon en Vennootschap/ Revue Pratique des Sociétés (met M. Wyckaert, S. Van Crombrugge en D. Van Gerven). Daarnaast is Koen Geens sinds mei 2013 ook mede-hoofdredacteur van de Beginselen van Belgisch privaat recht (met R. Dillemans en R. Barbaix).

In 2009 was hij kandidaat om rector van de Leuvense universiteit te worden, in opvolging van Marc Vervenne. Geens verloor het pleit toen van tegenkandidaat Mark Waer.

Politiek[bewerken | brontekst bewerken]

Koen Geens was kabinetschef van Vlaams minister-president Kris Peeters tussen 2007 en 2009. Hij is in die functie bezieler van het programma Vlaanderen in Actie (VIA), het project van de Vlaamse overheid om Vlaanderen tegen 2020 naar de top vijf van Europese regio's te leiden. Bij de samenstelling van de nieuwe Vlaamse regering in 2009 nam hij afscheid van het politieke kabinet van de minister-president, maar hij bleef wel het project 'Vlaanderen in Actie' opvolgen als voorzitter van de 'Raad der Wijzen'. Na zijn korte optreden veelal achter de schermen van het politieke schouwspel werd Koen Geens opnieuw gewoon hoogleraar.

In 2013 betrad Koen Geens een tweede maal het politieke speelveld en werd hij in de regering-Di Rupo minister van Financiën. Dat gebeurde nadat Steven Vanackere zijn ontslag indiende omdat een fel bekritiseerde deal over winstbewijzen tussen ACW en Belfius hem in een moeilijke situatie plaatste.[1]

Bij zijn aantreden als minister van Financiën kwam er al onmiddellijk kritiek op zijn vennootschap bij Eubelius, omdat dat kantoor het ACW had bijgestaan bij de winstbewijzen van Belfius, net de situatie waarvoor Steven Vanackere ontslag had genomen. Het kantoor was ook betrokken bij de vereffening van Arco, die eveneens politieke spanningen opleverde. Na zijn aantreden gaf Geens te kennen dat Eubelius voortaan niet meer voor ACW en Arco zal optreden.

Onder Koen Geens als minister van Financiën werd het Belgische, federale begrotingstekort van 2013 teruggebracht tot 2,6% en werd aldus een Europese boete ontlopen. Ook liet hij een nieuwe bankwetgeving van 25 april 2014 stemmen die wilde remediëren aan de kwalen die de financiële crisis van 2008 hadden veroorzaakt. Daarnaast stelde hij de tax shelter voor films op punt, voerde hij een verlaagde roerende voorheffing in op de interesten van zogenaamde volksleningen, en breidde hij vanaf 2014 de toepassing van de btw uit tot de diensten van advocaten, nadat die in de vorige legislatuur al was uitgebreid tot de notarissen en gerechtsdeurwaarders.

De regering-Di Rupo werkte tezelfdertijd aan de zesde staatshervorming, die een grondige omvorming van de bijzondere financieringswet inhield.

Met zijn vernieuwde polititieke carrière nam Koen Geens afscheid als bestuurder bij de bank BNP Paribas Fortis. Koen Geens werd voordien, in 2011, door de overheid aangesteld als bestuurder bij de bank, maar die functie is niet cumuleerbaar met het ministerschap. Ook stapte hij uit de vennootschap in het advocatenkantoor Eubelius. Als buitengewoon hoogleraar bleef hij tijdens zijn ministerschap wel cursussen doceren aan de KU Leuven. Ook gedurende zijn latere politieke mandaten blijft Geens tot op heden beide passies combineren.

Bij de federale verkiezingen van 2014 werd hij als lijsttrekker van de Vlaams-Brabantse CD&V-lijst verkozen in de Kamer van volksvertegenwoordigers. Op 11 oktober 2014 legde Koen Geens de eed af als minister van Justitie in de regering-Michel I. Na de aanslagen in Brussel op 22 maart 2016 bood hij samen met minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon zijn ontslag aan, maar dat werd door premier Charles Michel geweigerd. Na de val van de regering-Michel I op 9 december 2018 en het vertrek van N-VA uit de regering, nam hij in de Regering-Michel II de bevoegdheid Regie der Gebouwen over van Jan Jambon.

Bij de lokale verkiezingen van oktober 2018 geraakte Geens zowel verkozen in de Vlaams-Brabantse provincieraad als in de gemeenteraad van Huldenberg, maar hij nam beide mandaten niet op.[2] Bij de federale verkiezingen van 2019 was hij opnieuw CD&V-lijsttrekker in Vlaams-Brabant. Hij behaalde 45.962 voorkeurstemmen en werd herkozen in de Kamer.[3] Nadat Kris Peeters eind juni 2019 de regering verliet om Europees Parlementslid te worden, volgde Geens hem op als vicepremier in de regering van lopende zaken.[4] Op 30 november 2019 volgde hij tevens Didier Reynders, die ontslag nam uit de regering om Europees Commissaris te worden, op als minister van Europese Zaken.[5] Met ook het vertrek van premier Charles Michel naar het Europese niveau, volgde Sophie Wilmès die laatste in de binnenlandse politiek op als premier van de regering-Wilmès I.

Op 31 januari 2020 stelde koning Filip Koen Geens aan als koninklijk opdrachthouder om te helpen bij de aanslepende formatiegesprekken. In tegenstelling tot zijn voorgangers kreeg hij daarbij geen titel van "informateur" of "preformateur" mee.[6] Op 14 februari gaf hij zijn opdracht terug, nadat de PS een regering met N-VA definitief had uitgesloten. Zijn passage daarover in het VRT-programma De zevende dag ging niet onopgemerkt voorbij. Nadat de regering van Wilmès in maart 2020 vanwege de coronacrisis werd gepromoveerd tot een volwaardige regering, de regering-Wilmès II, nam Geens ontslag uit de Kamer na de installatie van die regering, waarin hij minister met dezelfde bevoegdheden bleef.

Geens werd geen minister meer in de Regering-De Croo, die op 1 oktober 2020 de eed aflegde. Naar eigen zeggen wilde hij op die manier zorgen voor vernieuwing en verjonging binnen zijn partij. Wel nam hij opnieuw zijn zetel in de Kamer op.[7]

Beleid[bewerken | brontekst bewerken]

Als justitieminister werkte Geens aan de vernieuwing van de basiswetgeving die nog grotendeels dateerde uit de 19e eeuw en aan een grotere efficiëntie van de justitiële werking en haar infrastructuur.

Bij het begin van de legislatuur op 18 maart 2015 werd een Justitieplan[8] voorgesteld dat erop was gericht om de burgerrechtelijke en de strafrechtelijke procedure sneller te doen verlopen, en toch de werklast te verminderen. Zo kwamen een tiental omvangrijke verzamelwetten tot stand (de ‘potpourriwetten’, zoals Geens die steevast noemde) en die telkens op andere thema’s betrekking hadden: burgerlijke procedure, strafprocedure, notariaat, invordering van facturen en RSZ-bijdragen. Ten gevolge van deze werklastvermindering kon justitie de toenemende procedures bij een gelijkblijvend budget meester. De regering Michel zat immers in een strak budgettair corset.

Geens stelde wel al dat het op lange termijn niet mogelijk zou zijn justitie met een budget van nauwelijks 2 miljard euro te blijven beheren, en hij bekwam aldus dat zijn opvolger in 2020 met een budget van een bijkomende 300 miljoen euro van start mocht gaan. De voorbije legislatuur kon het kader van de magistratuur niet volledig worden bezet, enerzijds bij gebrek aan budgettaire middelen, anderzijds bij gebrek aan voldoende geslaagde kandidaten voor de toelatingsexamens en -stage. Mede daarom werd gepoogd de middelen in verhouding te brengen tot de werklast, naar Nederlands model, en een overeenkomst van zelfbeheer te sluiten met de magistratuur. De overeenkomst die bereikt werd met het College van Hoven en Rechtbanken op het einde van de legislatuur werd door het College opgezegd na de val van de Regering Michel in december 2018. Geens slaagde er daarentegen wel in om in de loop van de legislatuur het aantal vredegerechten met 10% te reduceren – onder andere door het gebruik van de 'sous l’arbre’-techniek, zonder dat dit al te grote weerstand uitlokte.

De informatisering van justitie was een constante prioriteit voor Geens tijdens zijn ministerschap, en resulteerde onder andere in een volledige digitalisering van de burgerlijke stand, van het strafregister en van het verkeersrechtelijk boeteverkeer (in het zogenaamde ‘cross border’-systeem). Geleidelijk kreeg de digitalisering van de gerechtelijke correspondentie (via e-box en e-deposit) en van het elektronisch gerechtelijk dossier vaste vorm, onder andere door het zogenaamde MACH-programma. Ook werden een aantal centrale registers geïnformatiseerd: testamenten, erfrecht, onbetwiste schuldvorderingen, huwelijksovereenkomsten en solvabiliteit/faillissementen.

Ook de toegang tot het gerecht werd verhoogd door een verbeterde wetgeving op de juridische bijstand van minvermogenden (W. 6 juli 2016 verbeterd door W. 31 juli 2020), een betere rechtshulp aan aangehouden personen, de zogenaamde Salduz bis (W. 21 november 2016), en een fiscaal aftrekbare rechtsbijstandsverzekering (W. 22 april 2019).

Het plan dat Geens op 6 december 2016 meedeelde over een hercodificatie van de basiswetgeving die nog grotendeels dateerde uit de 19e eeuw, werd dankzij universitaire experten die gratis hun bijstand verleenden met bekwame spoed doorgevoerd.

Zo kwamen onder impuls van Geens in het burgerlijk recht tot stand: de nieuwe erfrechtwetgeving (W. 31 juli 2017), het moderne huwelijksvermogensrecht (W. 27 juli 2018), het geheel herziene goederen- of zakenrecht (W. 4 februari 2020), nadat eerder al de mede-eigendom was hervormd en het moderne bewijsrecht (W. 13 april 2019). Deze nieuwe burgerrechtelijke wetten krijgen hun plaats in het Nieuw Burgerlijk Wetboek (W. 19 mei 2019).

In het ondernemingsrecht werd het Wetboek van Koophandel (1807) opgeheven, samen met het begrip ‘handelaar’, en vervangen door het Wetboek Economisch Recht (WER) en het modernere concept ondernemer (W. 15 april 2018). Een eigentijds insolventierecht (ingevoerd bij W. 11 augustus 2017) en een eigentijds groeperingsrecht in het volledig nieuwe Wetboek Vennootschappen en Verenigingen (W.23 maart 2019) vervolledigden de hervorming van het ondernemingsrecht.

De voorstellen van een nieuw Wetboek van Strafrecht (Buitengewone Zitting 2019, 24 september 2019, stuk nr. 417), van een nieuw Wetboek Strafvordering (11 mei 2020, stuk nr. 1239) en van een nieuw Boek Verbintenissen in het burgerlijk recht (3 april 2019, stuk nr. 3709) werden aanhangig gemaakt in het parlement in de periode 2019-2020, en wachten op behandeling.

Ook het interneringsrecht werd grondig hervormd (W. 4 mei 2016). Zo werd internering een maatregel die in de tijd kon beperkt worden, en die alsnog kon toegepast worden op personen die aanvankelijk toerekeningsvatbaar werden geacht, en als zodanig waren veroordeeld. Daarnaast werden de basisrechten van gedetineerden, waaronder het klachtrecht en het individueel detentieplan concreet verzekerd.

De bijzondere opsporingsmethodes van de gerechtelijke politie (W. 25 december 2016) en de bijzondere inlichtingenmethodes van de Veiligheid van de Staat (W. 30 maart 2017) werden volledig aangepast aan de moderne technologie, met de nodige bescherming van de privacy van het individu. Het tijdsgewricht was daartoe geschikt, omdat de terreurcrisis de verhouding op scherp stelde tussen vrijheid en veiligheid, tussen mensenrechten en de begrenzing daarvan in het belang van de openbare orde en de vredeshandhaving. Dit kwam onder andere steeds opnieuw aan bod in het kader van de anonimiteit van de telefoonkaarten, de dataretentie van telefoongesprekken en de toegang voor het gerecht tot sociale media (e-evidence). In de EU-Raad van Ministers van Justitie was Geens de promotor van nieuwe regelgeving in 2018-2019 over dit thema van e-evidence. Hij ondernam daartoe een weeklange missie naar de Verenigde Staten in februari 2018 om er met de hoogste US-instanties en de providers van gedachten te wisselen over die problematiek die op 23 maart 2018 in de US tot de Cloud Act leidde.

Geens kon ondanks vele sociale spanningen en een maandenlange staking in de Waalse gevangenissen in de lente van 2016, de minimale dienstverlening in de gevangenissen doordrukken (W. 23 maart 2019), waardoor de overheid bij stakingen van meer dan 48 uur een beroep kan doen op niet-werkwillige penitentiaire agenten. Zo werd eindelijk gevolg gegeven aan de talloze veroordelingen die België bij het EHRM had opgelopen, en werd beantwoord aan de vele aanmaningen van het Europees Comité tot Preventie van Foltering. In dezelfde lijn kon Geens eindelijk een wet doen aannemen met het oog op de oprichting van een Belgisch Mensenrechteninstituut (W. 12 mei 2019).

De infrastructuur van gevangenissen en gerechtsgebouwen kreeg een impuls door de aanname door de Regering Michel van het Masterplan III met onder andere een gevangeniscapaciteit van 10.500 personen. Door een kordaat penitentiair beleid kon Geens de overbevolking van de gevangenissen met 1.000 eenheden terugbrengen, wat mede noodzakelijk werd door de sluiting van de gevangenis van Tilburg, en de vermindering van de capaciteit van Vorst en van Merksplas met de helft.

Onder Geens werden de Forensische Psychiatrische Centra voor geïnterneerden in Gent en Antwerpen geopend. Het iconische geval van Frank van den Bleeken die onder zijn voorgangster het recht op euthanasie had gekregen, gaf Geens begin 2015 de gelegenheid om geleidelijk een aantal 'long stay’s' (langdurige forensische opvang) te openen voor onbehandelbare – en dus levenslang – geïnterneerden in Bierbeek, Beernem en Doornik.

Hij startte de bouw van de gevangenissen van Haren/Brussel (1100 personen) en van Dendermonde (444 personen), de vernieuwing van het gerechtsgebouw van het Hof van Beroep in Antwerpen, van het Poelaertpaleis in Brussel en de bouw van het Justitiepaleis in Namen. De voorbereiding voor de aanbouw van nieuwe gevangenissen in Antwerpen, Leopoldsburg en Vresse-sur-Semois is in een vergevorderd stadium. Ook hier bepleitte en bekwam Geens – die in de overgangsperiode tussen de regeringen Michel en De Croo ook met de Regie der Gebouwen was belast – een bijkomend budget voor zijn opvolger van 200 miljoen.

Tot slot zorgde Geens door een reeks Koninklijke Besluiten in de loop van 2018-2019 voor een betere beteugeling van de publiciteit voor kansspelen. Met de erediensten sloot hij een akkoord nopens hun transparante financiering en hij verbeterde het statuut van de gevangenisaalmoezeniers en -consulenten. Hoewel de erediensten en de niet-religieuze overtuigingen zijn partner waren in de bestrijding van de terreur, slaagde hij er niet in, om ondanks een herijking van de Moslimexecutieve, de Gewesten te bewegen tot een bredere erkenning van de gebedshuizen van deze godsdienst.

Ereteken[bewerken | brontekst bewerken]

Uitslagen verkiezingen[bewerken | brontekst bewerken]

Verkiezing Kieskring Datum Lijst Plaats op lijst Voorkeursstemmen Uitslag Partijuitslag binnen kieskring
Federale parlementsverkiezingen Vlaams-Brabant 25 mei 2014 CD&V 1e plaats 45.686 1e titularis 16,53 %
Gemeenteraadsverkiezingen Huldenberg 14 oktober 2018 CD&V Lijstduwer-21e plaats 308 3e titularis 18,6 %
Provincieraadsverkiezingen Leuven 14 oktober 2018 CD&V Lijstduwer-16e plaats 13.504 2e titularis 18,5 %
Federale parlementsverkiezingen Vlaams-Brabant 26 mei 2019 CD&V 1e plaats 45.962 1e titularis 13,73 %

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Koen Geens van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.
Voorganger:
Steven Vanackere
Federaal minister van Financiën
2013–2014
Opvolger:
Johan Van Overtveldt
Voorganger:
Maggie De Block
Federaal minister van Justitie
2014-2020
Opvolger:
Vincent Van Quickenborne
Voorganger:
Didier Reynders
Federaal minister van Europese Zaken
2019-2020
Opvolger:
Sophie Wilmès