Koepel van Fagel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Koepel van Fagel
Koepel van Fagel met links het hoofdgebouw en rechts het voorhuis, een overblijfsel van de galerij (1912)
Koepel van Fagel met links het hoofdgebouw en rechts het voorhuis, een overblijfsel van de galerij (1912)
Locatie
Locatie Den Haag
Coördinaten 52° 5′ NB, 4° 18′ OL
Status en tijdlijn
Oorspr. functie Tuinkoepel
Huidig gebruik Ontvangsten
Bouw gereed 1701
Restauratie 1968, 2006-2007
Bouwinfo
Architect Daniël Marot
Eigenaar Staat der Nederlanden
Erkenning
Monumentstatus Rijksmonument
Monumentnummer 17854
Ligging van de Koepel van Fagel op het terrein van Paleis Noordeinde
Ligging van de Koepel van Fagel op het terrein van Paleis Noordeinde
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

De Koepel van Fagel, ook wel Fagelkoepel genoemd, is een tuinkoepel op het terrein van Paleis Noordeinde in Den Haag die in 1701 werd gebouwd naar ontwerp van Daniël Marot voor François Fagel. Het rijksmonument staat bekend om zijn rijk gedecoreerde interieur met uitbundig stucwerk en schilderingen van Mattheus Terwesten. Oorspronkelijk stond de tuinkoepel in een tuin die behoorde bij het woonhuis van Fagel aan het Noordeinde, maar begin twintigste eeuw werd het deel van de tuin waarop de koepel staat afgescheiden en bij het terrein van Paleis Noordeinde gevoegd. Het is sinds 1966 eigendom van de Staat der Nederlanden.

Geschiedenis[bewerken]

De Koepel van Fagel is een bouwwerk dat in 1701 werd gerealiseerd in de achtertuin van het woonhuis van François Fagel (1659-1746), telg uit het invloedrijke geslacht Fagel. Het ontwerp was gemaakt door Daniël Marot, die al behoorlijke bekendheid genoot door onder meer zijn interieurs van Slot Zeist (1686) en de Trêveszaal (1697) op het Binnenhof, een zaal die de hoge ambtenaar Fagel zeker zal hebben gezien. De Koepel van Fagel bestaat uit twee ruimten. De tuinkoepel was oorspronkelijk via een galerij verbonden met het woonhuis. In deze galerij bevond zich de bibliotheek van verschillende generaties Fagel, die uiteindelijk 20.000 boeken telde. In 1802 werden de boeken verkocht aan het Trinity College Dublin. De galerij werd bijna geheel afgebroken. Een klein deel bleef staan, dat nu de vestibule vormt van de Koepel van Fagel, een salon van circa zeven bij acht meter.

De lange muur van het hoofdgebouw aan de tuinzijde bevat drie schuiframen met roede-verdeling. Waar het middelste raam is, was vroeger een buitendeur. De tegenoverliggende muur bevat geen ramen of deuren. Hier is in het midden een schouw en er hangen drie schilderijen op doek in trompe-l'oeil-stijl van de Haagse kunstenaar Mattheus Terwesten. De noord-oostelijke muur bevat twee dubbele, geruite spiegeldeuren, waarvan de meest zuidelijke een schijndeur is. De muur daartegenover telt twee ramen. Het voorhuis bevat aan de zuidkant een buitendeur en een schuifraam met roede-verdeling. Op de plek van de buitendeur bevond zich vroeger een raam.

De wanden met houten betimmeringen hebben boven de lijst de vorm van uitgerekte bogen en zijn afgewerkt met marmerimitatie. De uitgerekte bogen zorgen voor een driedimensionaal effect. De wandvlakken zijn opgedeeld door gecanneleerde Ionische pilasters met vergulde basementen en kapitelen. Boven een kroonlijst voorzien van vergulde consoles en palmetten bevindt zich een gewelfd plafond met rijk gedecoreerd stucwerk. Het plafond bestaat uit een ovaal spiegelgewelf. De vloeren werden voor het overgrote deel beschilderd met marmerimitatie, omrand met een meanderpatroon.[1]

In opdracht van Fagel werden door Terwesten figuratieve plafondschilderingen, waaronder trompe-l'oeils, aangebracht. Hij verbeeldde daarbij onder meer de vier seizoenen. Op het ovale middendeel van het plafond staat een verbeelding van Apollo met de zonnewagen en in de concave hoeken zijn putti, vrouwen- en mannenfiguren afgebeeld die medaillons dragen.[2] Terwesten signeerde de schildering met de toevoeging van het jaartal 1708.[3] De eveneens uit Den Haag afkomstige Gaspar Peeter Verbruggen (1664-1730)[4] schilderde er festoenen bij.

In 1855 werd de Koepel van Fagel eigendom van koning Willem III.[5] Koningin-moeder Emma deed het in 1902 cadeau aan haar dochter koningin Wilhelmina.[6] Die droeg het over aan haar enig kind Juliana. In 1966 werd het door Juliana 'om niet' overgedragen aan de Staat der Nederlanden.[6] Nadat het stuk tuin waarop de tuinkoepel staat is afgescheiden van de achtertuin aan het Noordeinde, is het toegevoegd aan het terrein van Paleis Noordeinde. Sindsdien is het bereikbaar vanuit het koninklijk paleis en een ingang aan de Hogewal. Het gebouw van het Koninklijk Huisarchief ligt er vlakbij. De door een hoog hek afgesloten tuin grenst ook aan de Paleistuin.

Gebruik[bewerken]

Oorspronkelijk werd de tuinkoepel gebruikt als ontspanningsruimte. In de loop van de twintigste eeuw werd de koepel nog slechts incidenteel gebruikt, mede omdat het kostbare interieur te gevoelig is voor klimaatsveranderingen. In juni 1985 werden er de eerste exemplaren uitgereikt van het boek het húijs int bosch. Het Koninklijk Paleis Huis ten Bosch historisch gezien, geschreven door Marten Loonstra, de conservator kunstverzameling van het Koninklijk Huisarchief en in november 1986 gebeurde dat met het boek het húijs int noordeynde. Het Koninklijk Paleis Noordeinde historisch gezien van de hand van Paul den Boer, een binnenhuisarchitect die actief was bij de grote restauratie van het paleis in de jaren 1978-1986.

In 2010 werd het lichaam van prins Carel Hugo van Bourbon-Parma in een gesloten kist opgebaard in de Koepel van Fagel.[7] Na het overlijden van prinses Christina der Nederlanden in 2019 werd ook zij op dezelfde wijze opgebaard in de koepel.[8]

Restauraties[bewerken]

De Koepel van Fagel heeft tweemaal een grote restauratie ondergaan. De eerste was in 1968 en vond plaats onder leiding van architect Elias Canneman.[9][10] Het stucwerk werd echter onjuist gerestaureerd, omdat scheuren werden gedicht met gipsmortel. Oorspronkelijk was er kalk gebruikt en doordat de gipsmortel in de gevulde scheuren ging uitzetten, ontstond er nieuwe schade. Ook het aanbrengen van een laag vernis op de plafondschilderingen was een verkeerde keus. Om die reden was het noodzakelijk dat er een nieuwe grote restauratie plaatsvond, die van april 2006 tot maart 2007 werd uitgevoerd.

Galerij[bewerken]

Woonhuis Fagel[bewerken]

François Fagel was als griffier van de Staten-Generaal van de Nederlanden een van de machtigste personen in de Noordelijke Nederlanden tijdens het Tweede Stadhouderloze Tijdperk. De bouw van de tuinkoepel moet zijn bevallen, want in 1707 liet Fagel door de eerdergenoemde Marot ook zijn woning aan het Haagse Noordeinde 138-140 verbouwen in Lodewijk XIV-stijl. De woning bestond uit een aantal eerder samengevoegde huizen, samen bijna dertig meter breed; acht traveeën tellend. Het interieur liet hij decoreren met onder meer rijk stucwerk. Voor zijn verzameling van duizenden pamfletten, handschriften en boeken liet Fagel een galerij bouwen die het huis met de tuinkoepel verbond. In 1855 kwam ook het woonhuis in handen van de koninklijke familie, die het huis exclusief de tuinkoepel en een deel van de galerij in april 1901 doorverkocht aan de gemeente Den Haag. Toen koningin Emma ten tijde van de verkoop ter ore kwam dat er plannen bestonden tot sloop van het huis, liet zij delen van het interieur overbrengen naar Paleis Noordeinde.[11] De sloop van het woonhuis vond echter nooit plaats. Hoewel het huis daarna (weer) werd opgesplitst in vier woningen, met sinds de negentiende eeuw op de begane grond onder meer enkele cafés en restaurants, hebben de rijkversierde stucplafonds van Marot de tijd overleefd en zijn zichtbaar in de horeca-gelegenheden. De plafonds worden beschermd door de status van rijksmonument.

Externe link[bewerken]