Naar inhoud springen

Kolonie Newfoundland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Newfoundland Colony
Engelse kolonie (1610-1707)
Britse kolonie (1707-1907)
1610  1907
(Details) (Details)
Algemene gegevens
Hoofdstad St. John's
Talen Engels, Newfoundlands-Iers, Newfoundlands-Frans
Religie(s) Anglicaanse Kerk
Munteenheid Newfoundlandse pond (tot 1865)
Newfoundlandse dollar (vanaf 1865)
Regering
Regeringsvorm Kolonie (1610-1824)
Kroonkolonie (1824-1907)
Staatshoofd Britse monarch
Regeringsleider Gouverneur

De Kolonie Newfoundland was een Engelse en later Britse kolonie. Ze werd gesticht in 1610 op het gelijknamige eiland voor de Atlantische kust van Canada, in wat nu de Canadese provincie Newfoundland en Labrador is. Dat volgde op decennia van sporadische seizoensgebonden Engelse nederzetting op het eiland, dat belangrijk was vanwege de rijke visserij. Ook de kusten van het op het vasteland gelegen Labrador behoorden tot de Kolonie Newfoundland.

Het ontstaan van de kolonie wordt geplaatst in het jaar 1610, toen een 40-tal Engelsen onder leiding van John Guy de eerste permanente nederzetting stichten, namelijk Cuper's Cove (het huidige Cupids).

David Kirke was vanaf 1638 de eerste gouverneur van heel Newfoundland, nadat hij ook de eerder bestaande Kolonie Avalon overnam. Doorheen de latere 17e eeuw en vooral 18e eeuw stichtten de Britten geleidelijk aan permanente nederzettingen.

In 1824 werd Newfoundland officieel een kroonkolonie. In 1832 werd de Algemene Vergadering van Newfoundland opgericht en in 1854 kreeg de kolonie volledig zelfbestuur (responsible government). In 1907 werd het gebied omgevormd tot het Dominion Newfoundland.

De hoofdstad van de kolonie, St. John's, brandde zowel in 1846 als in 1892 grotendeels af. St. John's telt nog enkele belangrijke overblijvende bouwwerken uit de koloniale tijd, waaronder de Sint-Johannes de Doperbasiliek en Cabot Tower.

De economie van de Kolonie Newfoundland was oorspronkelijk vrijwel uitsluitend gefocust op de visserij. Hoewel de visserij steeds belangrijk is gebleven, werd er wel ingezet op diversificatie. Zo opende in 1864 te Tilt Cove de eerste mijn van de kolonie (voor de ontginning van koper).[1] In 1897 werd te Black River de eerste houtpulpfabriek geopend.[2] Hoewel deze reeds sloot in 1903, was het wel het startschot voor een uiteindelijk belangrijk geworden sector (net als de mijnbouw).

Om de economie van St. John's en het omliggende schiereiland Avalon verder te ondersteunen, werd er in de einddagen van de koloniale tijd begonnen met investering in elektriciteitsinfrastructuur. Zo openden de eerste twee waterkrachtcentrales van Newfoundland nog in de koloniale tijd, namelijk te Petty Harbour (1900) en Victoria (1904).[3]