Kommunistische Partei Deutschlands

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
COMMUNISME

Communist star.svg

Concepten

Marxistische economie
Historisch materialisme
Meerwaarde
Klassenstrijd
Proletarisch internationalisme
Wereldrevolutie

Aspecten

Communistische partij
Communistische symboliek

Varianten

Marxisme
Leninisme
Trotskisme
Maoïsme
Luxemburgisme
Titoïsme
Stalinisme
Castroïsme
Guevarisme
Hoxhaïsme
Juche
Linkscommunisme
Radencommunisme
Anarchocommunisme
Christelijk communisme
Eurocommunisme
Oercommunisme
Wetenschappelijk communisme

Internationalen

Bond der Communisten
Eerste Internationale
Tweede Internationale
Derde Internationale
Vierde Internationale

Personen

Gracchus Babeuf
Karl Marx
Friedrich Engels
Rosa Luxemburg
Karl Liebknecht
Antonio Gramsci
Vladimir Lenin
Leon Trotski
Jozef Stalin
Kim Il-sung
Mao Zedong
Hồ Chí Minh
Josip Broz Tito

Che Guevara
Verwante onderwerpen

Anticommunisme
Koude Oorlog
Dictatuur van het proletariaat
Links
Socialisme

Portaal  Portaalicoon  Communisme

De Kommunistische Partei Deutschlands (KPD) was een Duitse communistische partij.

Tot 1933[bewerken]

De KPD werd gevormd op 31 december 1918 vanuit de Spartacusbond, in het kader van de Eerste Wereldoorlog. Tot de oprichters behoorden Karl Liebknecht, Rosa Luxemburg, Leo Jogiches en Wilhelm Pieck. De KPD werd gevormd wegens een ontevredenheid over de lakse houding van de USPD tijdens de revolutionaire periode die Duitsland doormaakte tijdens november-december 1918. De KPD werd opgenomen in de Comintern. De KPD gaf als partijblad "die Rote Fahne" uit. Onder de Republiek van Weimar weigerde de KPD samenwerking met de sociaaldemocraten van de SPD teneinde het nationaalsocialisme van Adolf Hitler te bestrijden. De leus van de communisten bleef: Wer hat uns verraten? Sozialdemokraten! Omgekeerd beschouwden sociaaldemocraten als Kurt Schumacher de communisten als roodgelakte fascisten. De tegenstellingen tussen de KPD en de SPD vergemakkelijkten de machtsovername van de nationaalsocialisten.

Nazi-Duitsland[bewerken]

Na de Rijksdagbrand van 27 februari 1933 werd de KPD het politieke leven in Duitsland onmogelijk gemaakt.[1]. Leidende KPD-politici waaronder Ernst Torgler, Ernst Thälmann en Werner Scholem werden gearresteerd. Bij de laatste verkiezingen van de republiek van Weimar op 5 maart 1933 haalde de KPD nog 12,3% van de stemmen, goed voor 81 zetels. Nog voor de eerste (constituerende) zitting van de Reichstag werden de 81 zetels van de KPD geannuleerd. Duizenden communisten werden opgesloten in concentratiekampen en mishandeld[2]. Alleen al in 1933/1934 lieten van de 60.000 gevangengenomen communisten 2000 het leven. Tussen 1933 en 1945 werden 43 KPD-parlementsleden van de Rijksdag om het leven gebracht.

Emigranten en stalinistische zuiveringen[bewerken]

Via de Comintern onderhielden de Duitse communisten al voor 1933 intensieve betrekkingen met de Sovjet-Unie. Na 1933 vertrokken veel Duitse communisten naar Moskou, waaronder Wilhelm Pieck, Walter Ulbricht en Herbert Wehner. Tijdens de Grote Zuiveringen in de Sovjet-Unie werd ook een groot aantal Duitse communisten door de NKVD opgepakt en geëxecuteerd, waaronder Hugo Eberlein, Heinz Neumann, Hermann Remmele, Fritz Schulte en Hermann Schubert, of naar de Goelag gestuurd. Willi Münzenberg kwam in 1940 onder verdachte omstandigheden om het leven in Frankrijk, waarvoor ook de NKVD verantwoordelijk wordt gehouden. In totaal werden 1100 Duitse communisten door de NKVD omgebracht.[3]

In 1942 namen Duitse communisten het initiatief om een antifascistisch front op te richten. In samenwerking met krijgsgevangen Duitsers werd vervolgens in 1943 het Nationalkomitee Freies Deutschland opgericht. Dit comité verzorgde propaganda-uitzendingen gericht op de Duitse troepen.

Na de Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Direct na het einde van de Tweede Wereldoorlog zetten Moskougetrouwe communisten onder Walter Ulbricht de KPD weer op. Op 21 april 1946 fuseerden de KPD en de SPD in de Sovjetbezettingszone tot Sozialistische Einheitspartei Deutschlands. De SPD in de westelijke bezettingszones weigerde deel te nemen aan deze fusie.

In 1949 na de oprichting van de Bondsrepubliek Duitsland en de Duitse Democratische Republiek scheidde de KPD in West-Duitsland zich af van de SED en ging zelfstandig verder. In 1956 kwam er een verbod op de KPD. Dit was feitelijk overbodig aangezien het succes bij verkiezingen minimaal was.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. De KPD werd nooit formeel verboden. I.Kershaw, Hitler, deel 1, blz. 613
  2. Heinrich August Winkler: Der lange Weg nach Westen. Bd. 2, Bonn 2005, p. 8.
  3. In den Fängen des NKWD: Deutsche Opfer des stalinistischen Terrors in der UdSSR. Institut für Geschichte der Arbeiterbewegung, Berlin 1990