Koningentaart

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Driekoningentaart

Een (drie)koningentaart is een taart die gebakken wordt naar aanleiding van het driekoningenfeest. In de frangipane-taart wordt een voorwerp (een boon, muntstuk, een porseleinen beeldje...) verstopt en de persoon die het terugvindt in zijn stuk taart is die dag "koning(in)" en mag een kroon dragen. Er zijn veel variaties, afhankelijk van het land.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Het bakken van een bonenkoek of koningsbrood op Driekongingen of aan de vooravond ("Dertienavond") is een middeleeuwse traditie. Wie de gedroogde boon of erwt in zijn deel vond, was de koning voor die dag en mocht een hofhouding aanduiden. De eerste schriftelijke vermelding van het verkiezen van een feestkoning op Driekoningen vinden we bij Gilles Li Muisis in het jaar 1282 te Doornik.[1] Hij noemde het een oud gebruik. De stadsrekeningen van Gent voor 1362-1363 bevatten de oudst bekende specifieke verwijzing naar de bonenkoek als kiesmethode. Het verkiezen van de bonenheer is voor het eerst afgebeeld in een 15-eeuwse miniatuur in het Getijdenboek van Adelaïde van Savoy. Voor het aanduiden van le Roy de la Febve kon ook een koningsbrief of trekbrief worden gebruikt. De koning verdeelde de rollen. Wanneer hij het glas hief, riepen zijn hovelingen "De koning drinkt!"

Voetnoten[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie King cake van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.