Koningscollege

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Koningscollege in de Naamsestraat (Leuven)
Eind 18e eeuw werd het Koningscollege (rechts) herbouwd tot tegen de afgeschafte en lege Jezuïetenkerk (later Sint-Michielskerk genoemd).

Het Koningscollege in het Belgische Leuven was oorspronkelijk een priesterseminarie (1579-1797) aan de oude Universiteit, op vraag van de Spaanse koning Filips II[1]. Aan de Rijksuniversiteit Leuven werd het departement Biologie er uitgebouwd (1818-1835) onder stimulans van koning Willem I. Sinds 1835 huisvest de Katholieke Universiteit Leuven er haar afdeling Dierkunde.

Priesterseminarie (1579-1797)[bewerken]

Koning Filips II van Spanje achtte het nodig om priesterstudies grondig te organiseren om priesters naar de Noordelijke Nederlanden te sturen. Hij volgde het pleidooi van bisschop Lindanus uit Roermond, die hem dit persoonlijk in Madrid had verzocht. Ook Jean de Vendeville, de latere bisschop van Doornik, steunde openlijk dit plan. De naam was Seminarium Regium en nadien Collegium Regium. De eerste directeur was Johannes Molanus. Het College moest niet alleen de priesterstudenten opleiden; de studenten moesten leren debatteren en argumenteren met (fictieve) protestanten. De koning van Spanje steunde het College financieel en benoemde directeur en professoren.

Eerst waren de priesterstudenten gevestigd in het Heilige Geestcollege in de Naamsestraat in Leuven (1579-1586). In 1586 kocht het College een herenhuis van een zekere Antoine vanden Berge, op de hoek Prooststraat[2] en Kattenstraat[3]. Na het beleg van Middelburg had ex-bisschop Johan van Strijen zijn intrek genomen in het Koningscollege; hij bleef directeur van het college tot zijn dood in 1594. Een 20-tal priesterstudenten verbleven er in dit omgebouwd herenhuis met tuin; over het uitzicht van dit huis blijft er tot vandaag grote onzekerheid.

Midden de 18e eeuw was het huis verkrot. In de jaren 1776-1779 laat professor François-Jean Thysbaert het oude gebouw afsmijten en een groots college bouwen in Lodewijk XVI-stijl. Thysbaert was professor fysica en deken van het kapittel van Sint-Jacob in Leuven. Hij had fondsen verworven en, bovendien, het leegstaand jezuïetencollege bij de buren ingekocht[4]. In 1773 waren immers de Jezuïeten als orde opgeheven in de Oostenrijkse Nederlanden. Een groot L-vormig gebouw kon thans 70 priesterstudenten huizen. De gevel kreeg talrijke ornamenten zoals bijvoorbeeld het wapenschild van de Spaanse koningen boven de ingangspoort.

Onder Frans bestuur werd allereerst het Spaanse wapenschild van de muur gehakt (1795). In 1797 werd de universiteit van Leuven afgeschaft en sloot het Koningscollege de deuren. De Fransen gebruikten het gebouw als kazerne en gaven het nadien aan het stadsbestuur van Leuven (1805). Het Pruisisch leger bracht er haar militaire bakkerij onder (1815).

Biologie (1818-1835)[bewerken]

Met de oprichting van de Rijksuniversiteit Leuven (1817) in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden zocht de universiteit naar leslokalen. Het stadsbestuur schonk hen het Koningscollege voor de lessen van het Kabinet Plant- en Dierkunde (1818). Koning Willem I schonk fondsen om een grote collectie dierlijke specimens aan te kopen in het buitenland. Hiertoe werd het Koningscollege omgebouwd met leslokalen en museumruimte voor de uitstalling van de kabinetten.

Dierkunde (1835-vandaag)[bewerken]

Professor Van Beneden, de bezieler achter het Dierkundig Instituut

In 1835 volgde Katholieke Universiteit de Rijksuniversiteit op. De naam van het Kabinet veranderde naar Instituut en Laboratorium voor Dierkunde, Paleontologie en Vergelijkende Anatomie. De nadruk kwam duidelijk te liggen op dierkunde. Professor Pierre-Joseph van Beneden maakte er een erezaak van om de collectie insecten, amfibieën, schaaldieren en andere dierlijke specimens uit te breiden. Vanaf 1851 woonde Van Beneden in het Koningscollege. Aanvankelijk ging het om opgezette dieren en schelpen; later kwam de zoölogische collectie op sterk water erbij. De collectie van professor Van Beneden kon de vergelijking met buitenlandse musea aan[5]. Tijdens de 2e wereldoorlog werd tijdens een luchtbombardement een deel van de historische zoölogische collectie vernield. Sinds 2009 is het gebouw beschermd erfgoed[6].

Vandaag is de naam van de universitaire afdeling in het Koningscollege, de afdeling Dierenfysiologie en Neurobiologie[7].