Koninklijke Nederlandse Papierfabriek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Koninklijke Nederlandse Papierfabriek
(Sappi Maastricht)
Koninklijke Nederlandse Papierfabriek
SappiFeb2011-08.jpg
Oprichting 1850
Hoofdkantoor Biesenweg, Maastricht
Werknemers 380 (in 2014; in 1965: 2200)[1]
Producten papier
Website http://www.sappi.com
Portaal  Portaalicoon   Economie

De Koninklijke Nederlandse Papierfabriek (KNP) is een niet meer onder deze naam opererend bedrijf in Maastricht, dat zich bezighoudt met de fabricage van papier. Het bedrijf werd in 1850 te Maastricht opgericht onder de naam Lhoëst – Weustenraad & Cie (vanaf 1857: Lhoëst – Lammens & Cie.) en maakt sinds 1997 deel uit van het Sappi-concern.

Geschiedenis[bewerken]

Overzicht fabriekscomplex
Beeldbepalende gebouwen langs de Maas

Stichting en snelle ontwikkeling[bewerken]

De in 1850 opgerichte papierfabriek werd met Luiks kapitaal gefinancierd. Vanaf 1851 verrezen de eerste gebouwen op de terreinen van de voormalige Commanderij Nieuwen Biesen van de Duitse Orde aan het Bassin in het noordelijk deel van de Maastrichtse binnenstad. De productie begon met twee machines, geleverd door de machinefabriek van John Cockerill uit Seraing (B). In 1859 en 1861 werd de fabriek uitgereid met twee nog bestaande gebouwen aan het Bassin. Eén van de belangrijkste grondstoffen voor papier vormde lompen, vandaar dat de fabriek in de volksmond al snel de bijnaam kreeg 't lommelefebrik ("voddenfabriek").

De eerste tientallen jaren ontwikkelde het bedrijf zich voorspoedig. In 1872 werkten er 750 mensen, een aantal dat daarna niet meer geëvenaard zou worden.[2] In 1875 werd de firma een naamloze vennootschap en kreeg de naam Koninklijke Nederlandse Papierfabriek (KNP). Langzaam raakte het terrein tussen de Maas en de Zuid-Willemsvaart bebouwd en breidde de fabriek uit in noordelijke richting tot aan de Spoorbrug en later nog verder naar het noorden. De fabriek exporteerde onder andere naar het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Australië en Latijns-Amerika.

De economische crisis eind jaren 1920 deed de fabriek echter bijna de das om. De papierproductie daalde van 6 miljoen kg in 1928 tot 2 miljoen kg in 1932. Er werd sinds 1931 geen winst meer gemaakt.

Periode Léon Lhoëst[bewerken]

In 1933 nam ir. L.P.M.H. Lhoëst het roer over als directeur. Hij was een achterkleinzoon van één van de oprichters. Door radicale sanering - hij reduceerde het machinepark van acht tor vier papiermachines en schreef daarvan 70% af op het aandelenkapitaal - kreeg hij de fabriek weer boven water. In 1936 sloot KNP een van de eerste CAO’s in Nederland af. In 1937 werd er weer winst gemaakt. De productie was in 1939 gestegen tot 10 miljoen kg papier, waaronder drukpapier (met als specialiteit: bijbelpapier; géén krantenpapier), schrijfpapier, tekenpapier, plakpapier voor strokarton, en sigarettenpapier.[3] Door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog stagneerde de groei wederom.

Opening nieuwe productiehal door prins Bernhard in 1963

Na de oorlog sloeg de fabriek een nieuwe weg in. In het kader van het Marshallplan werd directeur Lhoëst uitgenodigd voor een bezoek aan de Verenigde Staten van Amerika. Daar maakte hij onverwacht kennis met het zogenaamde gestreken papier (papier voorzien van een of meerdere lagen coating). KNP werd een van de eerste fabrieken in Europa die gestreken papier ging produceren, hetgeen een succes bleek. KNP bouwde daartoe in 1951 een nieuwe papermachine, de PM 5, gevolgd door de PM 6 in 1962 en de PM 7 (die in het Belgische Lanaken gebouwd werd) in 1967.

In 1966 was de productie gestegen tot 120 miljoen kg. Eind jaren 1960 werd samen met de Canadese celluloseproducent MacMillan Bloedel (destijds grootaandeelhouder van het bedrijf) deelgenomen in de Celupal papierfabriek in Algeciras (Spanje). Ir. Lhoëst ging in 1968 met persioen.

Het fabriekscomplex vanaf het Bassin in 1975

Overnames, fusies en splitsingen[bewerken]

In 1972 werden de paperfabrieken van Gelderland-Tielens N.V. overgenomen, waardoor KNP ook vestigingen in Meerssen en Nijmegen kreeg. Eind jaren 1970 diversifieerde het concern (dat ondertussen Koninklijke Nederlandse Papierfabrieken (meervoud) was gaan heten) in producten met een lagere toegevoegde waarde zoals karton en toiletpapier. In 1978 kocht het kartonbedrijf KAPPA (kartonfarbrieken Britannia, De Kroon uit Oude Pekela, Scholten Carton in Hoogezand, Van Opstal Atlanta uit Tilburg en golfkartonfabriek Van Dam te Helmond) Begin jaren 1980 stond het bedrijf er wederom slecht voor.

Voormalig hoofdkantoor van KNP in Randwyck (1983-'93)

In 1993, in een periode van hernieuwde economische groei, werd de Oostenrijkse fabriek Leykam–Mürztaler gedeeltelijk overgenomen en veranderde de naam in KNP-Leykam. KNP-Leykam was in 1996 de grootste producent van houtvrij gestreken papier in Europa, met een marktaandeel van 15% en bouwde onder andere in Oostenrijk de grootste papiermachine ter wereld met een capaciteit van 560 miljoen kg. In 1993 fuseerde KNP-Leykam met Bührmann-Tetterode en papierhandelshuis VRG (Van Reekum-Gepacy Papier), waardoor KNP-BT ontstond, een bedrijf dat slechts enkele jaren standhield. In deze periode werd het directiekantoor van de onderneming, waarvoor tien jaar eerder in de Maastrichtse kantorenwijk Randwyck nieuwbouw was gepleegd, overgeplaatst naar Naarden en enige jaren daarna naar Hilversum, waar een luxe kantoorvilla ontworpen door de Amerikaanse architect Richard Meier werd betrokken.

In 1997 werden de papieractiviteiten van KNP-BT overgenomen door South African Pulp & Paper Industry, ’s werelds grootste producent van houtvrij gestreken papier. De papierfabrieken in Maastricht, Lanaken en Nijmegen maakten vanaf dat moment deel uit van SAPPI Europe. De rest van KNP-BT ging een andere weg. In 1998 ontstond als resultaat van een management buy-out Kappa Packaging. De rest van het bedrijf veranderde van naam in Buhrmann. In 2003 werd de divisie Paper Merchanting verkocht (voormalig VRG). Buhrmann veranderde in 2007 van naam in Corporate Express en werd in 2008 verkocht aan Staples.

Erfgoed, kunst[bewerken]

Pre-industrieel erfgoed[bewerken]

Uit het pre-industriële verleden zijn maar weinig resten bewaard gebleven. Een muur in één van de oudere fabriekspanden lijkt 18e-eeuws en is om die reden aangemerkt als een mogelijk restant van het ridderklooster Commanderij Nieuwen Biesen dat hier tot 1794 stond. Door anderen wordt deze visie bestreden.[4] Het fabrieksterrein ligt vlak bij en deels op de afgebroken stadsmuur en de vestingwerken van Maastricht. Aan de zuidzijde van het complex is nog een vroeg-19e-eeuwse affuitenloods bewaard gebleven. Deze werd door KNP gebruikt als huisvesting voor arbeiders en later als schaftlokaal en ontspanningsruimte. Vlakbij zijn in een muur van het Blekerijgebouw nog sporen te zien van de hellingbaan waarover de kanonnen naar de wallen werden getrokken. Aan de noordkant van het fabriekscomplex bevinden zich nog restanten van de buitenwerken van Maastricht, met name de kazemat van ravelijn c uit 1821.

Industrieel erfgoed[bewerken]

De fabrieksgebouwen van de Koninklijke Nederlandse Papierfabriek aan Maas, Bassin en Zuid-Willemsvaart vormen tezamen met enkele nog aanwezige historische bruggen en sluizen een uniek ensemble van industriële architectuur in de stedelijke omgeving van het Boschstraatkwartier. Het oudste gebouw dateert uit 1859; het nieuwste uit de late 20e eeuw en daartussen is uit vrijwel elke periode wel een voorbeeld te vinden. Het L-vormige Blekerijgebouw is beschermd als rijksmonument. De vlakbij gelegen werfkelders aan het Bassin en de ophaalbrug van Sluis 20 zijn eveneens beschermd.

Kunstwerken[bewerken]

Reliëf bij de fabrieksingang

Boven de voormalige fabriekspoort bevindt zich een zandstenen reliëf dat bij het 100-jarig jubileum in 1950 werd aangebracht. Het stelt een liggende vrouw voor, die een banderol vasthoudt. Op de achtergrond rokende fabrieksschoorstenen en de Sint Servaasbrug. Het reliëf werd gemaakt door Wim van Hoorn en draagt de tekst: "1850 Door arbeid tot welvaart 1950".[5][6] In een trappenhuis van de afdeling Ontwikkeling en Techniek hangen twee glascollages die de fabricage van papier op traditionele en moderne wijze verbeelden (Frans Slijpen, 1959).[7] In het personeelsrestaurant bevindt zich een bronzen reliëf dat hetzelfde onderwerp heeft (Hank Beelenkamp, 1986).[8] Een groot reliëf van cortenstaal bij de fabrieksingang beeldt hetzelfde thema uit.

Bronnen, noten en referenties[bewerken]