Koninklijke Van Kempen & Begeer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het voormalige pand van Van Kempen en Begeer te Voorschoten
Monument voor het voormalige pand van Van Kempen en Begeer te Voorschoten
Achterzijde

De Koninklijke Van Kempen & Begeer[1] is een voortzetting van een oorspronkelijk in Utrecht door de zilversmid Johannes Mattheüs van Kempen (1764–1833) gestichte zilverfabriek en de Koninklijke Utrechtse Fabriek van Zilverwerken. Sinds 2008 is het onderdeel van de Royal Delft Groep.

Ontstaan van het bedrijf in Utrecht[bewerken]

De grondlegger van het bedrijf is de in 1764 te Utrecht geboren Johannes Mattheüs van Kempen. In 1789 wordt hij als meester toegelaten tot het gilde van zilversmeden. Zijn zonen Pieter Johannes (1790-1831) en Johannes Mattheüs (1792-1831) treden in het voetspoor van hun vader als zilversmeden te Utrecht.

Verhuizing naar Voorschoten[bewerken]

Sinds 1841 mag het bedrijf het Koninklijk Wapen voeren. Kleinzoon Johannes Mattheüs van Kempen (1814-1877) heeft inmiddels de leiding overgenomen. Hij is (met drie van zijn zonen) de oprichter en eerste directeur van de 'Koninklijke Nederlandse Fabriek van gouden en zilveren werken J.M. van Kempen & Zonen' te Voorschoten. Bij de opening van de nieuwe fabriek in 1858 te Voorschoten is het predicaat Koninklijk aan het bedrijf verleend.

Fusie in 1919 en het vertrek van Van Kempen in 1925[bewerken]

In 1919 ontstaat door fusie met de bedrijven van C.J.A. Begeer en De Fabriek van Gouden en Zilveren Werken voorheen Jac. D. Vos (gevestigd te 's-Gravenhage, opgericht 1876) de combinatie Koninklijke Nederlandsche Edelmetaal Bedrijven Van Kempen, Begeer en Vos (K.N.E.B.). Het bedrijf is vooral gebaseerd op de winkels, het productiebedrijf te Voorschoten krijgt de status van een soort intern toeleveringsbedrijf. De verschillende onderdelen opereren redelijk zelfstanding, de holding heeft nu elf directeuren, met Carel J.A. Begeer als voorzitter. In 1924 werden de zaken opnieuw ingedeeld in vijf afzonderlijke vennootschappen, met onder meer aparte nv's voor de exploitatie van de juweliersmagazijnen. In 1925 verlaat Antonius Everdinus van Kempen, kleinzoon van de oprichter, na een reorganisatie het bedrijf weer en wordt hij directeur bij concurrent Gerritsen uit Zeist, sindsdien onder de naam Gerritsen en Van Kempen.

Ontwikkeling 1925-1960[bewerken]

Het bedrijf in Voorschoten wordt voortgezet als NV Ateliers voor Edelsmeed en Penningkunst Van Kempen en Begeer, terwijl gelijktijdig de afdeling medailles van de NV Koninklijke Nederlandsche Edelmetaalbedrijven wordt overgenomen. In 1927 volgt nog de oprichting van de Hollandsche Kettingfabriek, te Voorschoten. Het productiebedrijf te Voorschoten staat de eerste jaren onder leiding van dr M Brinkgreve en ir.jhr. Arnold Carl von Weiler, aan het hoofd van het moederbedrijf staat sinds 1925 Carel Joseph Anton Begeer als directeur-generaal, bijgestaan door Dirk Vos als directeur. Het optreden van Carel J.A. Begeer tijdens de bezetting is op zijn zachtst gezegd onhandig te noemen, het bedrijf komt deze periode mede door door de vervaardiging van surrogaatproducten als huishoudelijke artikelen van verkoperd ijzer en verzilverd zink. Tijdens de wederopbouw vindt een oriëntatie op het productiebedrijf plaats. Het bedrijfsonderdeel De Juweelenfabriek voorheen Jac. Vos en Co. te 's-Gravenhage wordt per 1946 overgedragen aan Jac. Vos. Om een groter assortiment te kunnen bieden volgt in 1949 de oprichting van de NV Begeer, Van Kempen en Vos (BKV) Fabricage-, Import- en Groothandelsbedrijf, te 's-Gravenhage. In 1948 geeft Carel Begeer de dagelijkse leiding over aan zijn zoon Bas, hij blijft tot aan zijn dood in 1956 betrokken als directeur-generaal.

Fusie in 1960 en verhuizing naar Zoetermeer in 1985[bewerken]

In 1960 fuseren de beide concurrenten uit Voorschoten en Zeist weer tot de 'Koninklijke Van Kempen en Begeer'. Adjunct-directeur en artistiek leider van de gefuseerde onderneming wordt de in Oostenrijk geboren ontwerper Gustav Beran. In december 1965 woedt er een forse brand, niet de enige tegenslag. De winkels worden in de jaren 70 overgenomen door Schaap & Citroen, het moederbedrijf blijft met verliesgevende dochtermaatschappijen zitten. In 1984 wordt uitstel van betaling voor twee daarvan aangevraagd, de Zilfa, Zilverfabriek Begeer en DCW, de Hollandse Kettingfabriek, samen goed voor ruim de helft van de werkgelegenheid, 130 van de 215 arbeidsplaatsen. De onvrede over de gang van zaken leidt tot een bedrijfsbezetting. In 1985 verlaat de firma het monumentale gebouw te Voorschoten, dat tot 2008 in gebruik is bij Mexx. Van Kempen & Begeer verhuist in afgeslankte vorm naar Zoetermeer. In 1986 wordt de bestekfabriek van Gero uit Zeist overgenomen, die in 1912 door M. Gerritsen en J. ter Beek was gestart.

Fusie in september-2008 met Royal Delft[bewerken]

In september 2008 heeft Royal Delft de BV Koninklijke Van Kempen & Begeer overgenomen.

Overname in februari 2018 door Cookware-Co[bewerken]

In februari 2018 werd BV Koninklijke Van Kempen & Begeer overgenomen door The Cookware-Co, een bedrijf met haar hoofdkantoor in het Belgische Drongen en vestigingen in New York, Hong Kong, Londen en Delft.

Ontwerpers[bewerken]

Ontwerpers voor 'Van Kempen en Begeer' zijn o.a. geweest

Externe link[bewerken]