Kopertijd

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kaart van de verspreiding van het gebruik van plaatselijk koper gedurende de kopertijd.

De kopertijd, ook kopersteentijd of chalcolithicum of eneolithicum genoemd, is een archeologische cultuurperiode die ook wel als het laatste deel van de jonge steentijd wordt beschouwd, waarin de mens leerde het metaal koper te bewerken en er gereedschappen van te maken.

Datering[bewerken]

Drieperiodensysteem
Holo-
ceen
Historische Tijd
La Tène-periode   Proto-
historie
Hallstatt-periode
IJzertijd
  Laat  
Midden
Vroeg
Bronstijd
Neolithicum Kopertijd  
Laat Pre-
historie
Midden
Vroeg
Mesoli- thicum of
Epipaleo-
lithicum
Laat
Midden
Vroeg
Pleisto-
ceen
Paleo- lithicum Laat
Midden
Vroeg
Steentijd

Doorgaans wordt de kopertijd gedateerd tussen 5500 - 3300 v.Chr. Ze zou zijn ontstaan in Anatolië. Aanvankelijk werd alleen gedegen koper gebruikt (zoals het in de natuur voorkomt). Pas in het 5e millennium v.Chr. werd ontdekt dat bepaalde ertsen, wanneer ze verhit worden, ook koper opleveren. Hiervoor had men wel speciale ovens nodig: een gewoon houtskoolvuur wordt nooit warmer dan 700 °C, en het smeltpunt van koper ligt bij 1085 °C.

Metallurgie[bewerken]

Koper is een zacht metaal en niet erg geschikt voor gereedschappen. Door toevoeging van kleine hoeveelheden van een ander metaal wordt het veel harder. Het beste hiervoor is tin. Door de toevoeging van tin aan koper ontstaat brons, dit is een z.g. legering. Na verloop van tijd verving het gebruik van brons dat van koper, waarmee de kopertijd (of, als dit niet als een afzonderlijke periode wordt geteld, de steentijd) eindigt, en de bronstijd begint.

In Nederland zijn wel wat koperen voorwerpen gevonden maar is niet echt sprake van een aparte kopertijd voor het begin van de bronstijd. Men moet echter altijd bedenken dat metalen kostbaar waren en dat voorwerpen daarom in de regel werden omgesmolten. Dit verklaart waarom we bijvoorbeeld weinig of geen gereedschappen terugvinden waarmee de oude Egyptenaren beeldhouwden.

Samenleving[bewerken]

De kleine nederzettingen van het vroege- en midden-Neolithicum waren tot soms flinke steden uitgegroeid (Uruk en Ur). Er was landbouw en veeteelt en er was enige industrie van gebruiks- en siervoorwerpen. De werktuigen waren sterk verbeterd door de toepassing van koper. Er werd handel gedreven: soms met zeer veraf gelegen gebieden. Er was nu veel specialisatie en de samenleving was hiërarchisch georganiseerd. Door de handel en metaalbewerking werden sommigen welvarend: er kwamen elites in de gemeenschappen. Daardoor ontstonden spanningen in en tussen de nederzettingen. De nederzettingen werden beter beveiligd. Oorlog werd een manier om belangen te behartigen.

Door het aanleggen van voorraden en het verzamelen van kapitaal was het verschijnsel "privé-eigendom" maar ook diefstal opgetreden. Er waren vormen van rechtspraak.

Het wiel werd uitgevonden (ca. 4000 v. Chr.): daarmee werd het transport verbeterd. Ook werd het later toegepast als pottenbakkerswiel. Verder werd het wiel toegepast in de nieuwe strijdwagens.

Op het einde van de kopertijd (ca. 3300 v. Chr.) werd het schrift uitgevonden, mogelijk ten gevolge van de toenemende vraag naar boekhouding in de handel en de hiërarchische samenleving. Vormen van belastingafdracht aan de gemeenschap ontstonden.

Religie[bewerken]

In het Neolithicum bestond er mogelijk een voorouderverering en er zijn Venusbeeldjes uit die tijd gevonden. In de Kopertijd werden er ook mannelijke goden vereerd en was er een ontwikkeling naar het vormen van een compleet pantheon van goden met mythologische figuren.

Ötzi[bewerken]

De ca. 5300 jaar oude ijsmummie Ötzi had tot verrassing van de archeologen een koperen bijl bij zich, wat de kopertijd in de landen rond de Alpen een stuk naar voren verplaatste. In het koper van deze bijl is een aanzienlijk gehalte arseen aangetroffen. Mogelijk is dit element gebruikt om het metaal koper een grotere hardheid te verschaffen voordat men ontdekte dat de toevoeging van tin zich hier beter toe leende, maar het kan ook zijn dat het arseen zich al van nature in het kopererts bevond.

Overzichtstabel Neolithicum[bewerken]

Vindplaatsen[bewerken]

Zie ook[bewerken]