Korps Commandotroepen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Korps Commandotroepen
Baretembleem van het Korps Commandotroepen
Baretembleem van het Korps Commandotroepen
Oprichting 1942, officieel vanaf 1950
Land Vlag van Nederland Nederland
Krijgsmachtonderdeel Koninklijke Landmacht
Type Special Forces
Garnizoen/Hoofdkwartier Roosendaal
Motto Nunc aut nunquam ('Nu of nooit')
Kleur groene baret
Veldslagen zie lijst
Commandanten Kol. Jelte Groen

Het Nederlandse Korps Commandotroepen (KCT) is de Special Forces-eenheid van het Commando Landstrijdkrachten CLAS. Een kenmerk hiervan is het langdurig en zonder enige vorm van operationele en logistieke ondersteuning geheel onafhankelijk en zelfstandig kunnen opereren. Hun inzet kan per helikopter, voertuig, parachute maar ook te voet zijn, uiteraard 24 uur per dag en onder alle mogelijk denkbare weersomstandigheden. Als zodanig zijn zij bij uitstek geschikt voor uitvoering van ondersteunende speciale operaties bij crisisbeheersing en verdedigingstaken. De vaste standplaats van het KCT is de Engelbrecht van Nassaukazerne in Roosendaal. De groene baret met embleem stamt nog uit de tijd van oprichting door de oorspronkelijke Britse Commando's in 1940. De Latijnse embleemspreuk luidt: Nunc aut nunquam ('Nu of nooit'). Vergelijkbare eenheden van andere landen zijn o.a. de Britse SAS en de Duitse KSK. Op 15 maart 2016 werd door Koning Willem-Alexander aan het Korps de Militaire Willems-Orde uitgereikt, de hoogste en oudste Nederlandse militaire dapperheidsonderscheiding, als blijk van erkenning en waardering voor de verrichtingen in Afghanistan.[1]

Geschiedenis[bewerken]

Stamonderdelen van het Korps[bewerken]

Feest ter ere van het 25-jarig bestaan van het korps in 1967, met mannen van het eerste uur

Zowel No 2 Dutch Troop als Korps Insulinde traden in de periode 1942-1945 op en werden vlak na de Tweede Wereldoorlog opgeheven.

Het personeel werd in 1946 verdeeld over drie eenheden: de toenmalige Stormschool Bloemendaal, het Depot Speciale Troepen en de School Opleiding Parachutisten in voormalig Nederlands-Indië.

Vanaf 1948 werd het personeel van de laatste twee eenheden samengevoegd in het Regiment Speciale Troepen in voormalig Nederlands Indië.

In 1949 verhuisde de Stormschool Bloemendaal naar Roosendaal. In 1950 werd deze opgeheven en tegelijkertijd gingen het Regiment Speciale Troepen en de Stormschool samen als het nieuwe Korps Commando Troepen (KCT).

Commandanten[bewerken]

zie: Commandant Korps Commandotroepen

De groene baret[bewerken]

Oorspronkelijk was de groene commando baret uit noodzaak ontworpen door de Britten ten tijde van de oprichting van de nieuwe commando eenheden. Al deze soldaten droegen namelijk nog steeds de baret van de eenheid waar ze voor die tijd tot behoorden, met veelal uiteenlopende kleuren en emblemen. Een nieuwe baret met een passend embleem was in de ogen van de Britten hard nodig, en men besloot dat het een bosgroene kleur zou worden.

Hoewel deze kleur groen niet per definitie de internationale kleur is voor de commando baret, wordt het soms wel zo geformuleerd. De bosgroene baret wordt voornamelijk als eerbetoon gedragen door eenheden met een connectie aan de oorspronkelijke Britse commando's. Wat niet wil zeggen dat deze eenheden ook onderling vergelijkbaar zijn. Naast het KCT zijn dit de Britse Royal Marines, de Franse Commandos Marine, het Australische 2nd Commando Regiment, en het Belgische 2e Bataillon de Commandos. Van deze buitenlandse eenheden zijn de Australische commando's het meest vergelijkbaar met het KCT. De Belgische commando's zijn sinds de reformatie van hun krijgsmacht de enige in dit rijtje zonder sf status.

Andere buitenlandse commando eenheden dragen uiteenlopende kleuren. Bijvoorbeeld: Zwart (Chileense commando's en paratroepers), donkergroen (Amerikaanse special forces), hemelsblauw (Turkse commando's), wijnrood (Duitse KSK, en beige (Britse SAS). Ook zijn er eenheden die helemaal geen baret dragen, waaronder Delta Force.

Historische inzetten[bewerken]

  • Market Garden 1944 (Arnhem)
  • Sumatra 1944
  • Walcheren 1945
  • Politionele Acties 1947 en 1949 (Java en Sumatra)
  • Suriname 1952-1953
  • Korea 1950-1954
  • Nieuw-Guinea 1959-1960

Recente inzetten[bewerken]

Kapitein Marco Kroon, RMWO
Binnenhof, 29 mei 2009
  • Provide Comfort/PC 1991 (Irak)
  • United Nations Protection Force/UNPROFOR 1994-1995 (Bosnië-Herzegovina, Srebrenica)
  • Implementation Force/IFOR 1995-1996 (Bosnië-Herzegovina)
  • Stabilization Force/SFOR 1996-1998 (Bosnië-Herzegovina)
  • Joint Command Observers/JCO 1995-2000 (Bosnië-Herzegovina)
  • Task Force Harvest/TFH 2001 (Macedonië)
  • Task Force Fox/TFF 2002 (Macedonië)
  • Int Security Assistance Force/ISAF 2002-2003 (Afghanistan)
  • Stabilization Force Irak/SFIR 2003 (Irak)
  • Ivoorkust evacuatie-opdracht (2004)
  • Field Liasion Team/FLT/SFIR 2004-2005 (Irak)
  • NLD Special Forces Task Group Orange/OEF 2005-2006 (Afghanistan)
  • Midden-Oosten evacuatie-opdracht (2006)
  • NLD Special Forces Task Group Viper/TFU/ISAF 2006-2007 (Afghanistan)
  • NLD Special Operations Task Group/TF-55/ISAF 2009-2010 (Afghanistan)
  • NLD Special Operations Land Task Group "Scorpion"/MINUSMA/2014- (Mali)
  • NLD Special Operations Task Group Nederland/ISAF/2016

Organisatie[bewerken]

Het KCT bestaat uit:

  • Stafverzorgingscompagnie
  • Opleidings- en trainingscompagnie speciale operaties (OTCSO)
  • 103 Commandotroepen-compagnie
  • 104 Commandotroepen-compagnie
  • 105 Commandotroepen-compagnie
  • 108 Commandotroepen-compagnie

De Commandotroepen-compagnieën bestaan elk weer uit verschillende commandoploegen met een 'eigen' specialisatie. Een commandoploeg bestaat over het algemeen uit acht man; van elke individuele specialisatie zijn in de groep twee experts aanwezig (twee medisch, twee sluipschutters, twee demolitie-experts en twee communicatiespecialisten).

Specialisaties[bewerken]

KCT

Ploegspecialisaties[bewerken]

Iedere operator wordt opgeleid in Special Reconnaissance en Direct Action. Dit zijn de basisvaardigheden. De net opgeleide operator komt vervolgens in een basisploeg SR/DA. Daarnaast zijn er ook nog een aantal specialisatieploegen. De onderkende ploegspecialisaties zijn:

  • optreden waterrijk gebied (OWG) (verplaatsing in en onder water met boot, (vouw)kano etc.)
  • optreden bergachtig terrein (OBT) (onder de bomengrens; slechts één ploeg per compagnie leert boven de bomengrens opdrachten uit te voeren)
  • HALO - HAHO-inzet (parachutesprongen tot 32.000 voet, high altitude low opening - high altitude high opening)
  • counter-terrorismploeg (inzet tegen terrorisme in het buitenland).

Individuele specialisaties[bewerken]

De onderkende individuele specialisaties zijn:

  • communicatiespecialist (COMSPEC); heeft een opleiding genoten op het gebied van de vele verbindingsmiddelen, maar ook foto- en videoapparatuur.
  • demolitiespecialist (DEMSPEC); is gespecialiseerd in het herkennen en maken van valstrikken, opblazen van doelen, etc.
  • gewondenverzorger (MEDIC); hoewel iedere commando de Medic Assistent opleiding doorloopt gaat de opleiding van de medic nog veel verder.
  • waarnemer-Schutter (SNIPER); is gespecialiseerd in het observeren en het gericht uitschakelen van vooraf aangegeven doelen, en is tevens camouflagespecialist.

Opleiding[bewerken]

Aanmelden voor het KCT[bewerken]

Voor de KCT selectie kunnen in dienst zijnde militairen en burgers zich aanmelden; na goedkeuring volgt opleidingstraject. Vrouwen zijn niet uitgesloten van deelname aan gevechtsfuncties. Er is echter nog nooit een vrouwelijke commando geweest vanwege de zware KCT-eisen. Van de aan de opleiding deelnemende militairen slaagt slechts een kwart van de cursisten.

AMOL[bewerken]

Sinds 2013 is een verkorte versie van de AMOL (algemene militaire opleiding luchtmobiel) onderdeel van het opleidingstraject. Door dit gedeelte in te voeren probeert men een stevigere basis te leggen voor de cursist in het vervolg van zijn opleiding. Deze basis wordt gelegd door de cursist militaire basisvaardigheden aan te leren en fysiek en mentaal in een betere staat te brengen. Na de AMOL zal de cursist zijn rode baret ontvangen en is dan luchtmobiele militair. De opleiding wordt gegeven door instructeurs van de Luchtmobiele Brigade; dit gebeurt onder het toeziend oog van instructeurs van het Korps Commando Troepen.

Vooropleiding (VO)[bewerken]

Voor 2013 was de VO een opleiding waar burgers een militaire basis legden en militairen hun vaardigheden opfristen, en ook stond het opbouwen van een onderlinge band centraal. In de hedendaagse VO is het de bedoeling dat de vaardigheden worden opgefrist en een fysieke start wordt gemaakt; ook staat het creëren van een onderlinge band centraal.

De vooropleiding eindigt met een testweek. Tijdens de testweek wordt gekeken of de cursist het juiste niveau heeft bereikt om aan de ECO te beginnen. De testweek eindigt met een zogenaamde Relatie Informatie Dag Commando Opleiding (RIDCO). Op deze dag worden ouders of relaties uitgenodigd en wordt hun uitgelegd wat zij de komende acht weken kunnen verwachten wanneer de cursist de elementaire commando-opleiding ondergaat.

Elementaire commando-opleiding (ECO)[bewerken]

Na de VO volgt de ECO van 8 weken. Behalve dat vaststaat dat de ECO een van de zwaarste opleidingen binnen de Nederlandse krijgsmacht vormt, is er relatief weinig over bekend. Wel zijn er talloze verhalen en geruchten. Het niet bekendmaken van het opleidingsprogramma is bedoeld om te voorkomen dat de 'cursisten' zich mentaal en lichamelijk op deze zware training voorbereiden. De fysieke en mentale trainingen in de ECO worden gevolgd vanuit het tentenkamp Bakhuis-Roozeboom in de bossen bij Rucphen bij Roosendaal. Onderdelen van de opleiding zijn onder meer tactische oefeningen, schieten, kaartlezen, navigeren, overleven, marsen en speedmarsen. De fysieke en mentale trainingen worden telkens onderbroken door theoretische lessen en sportlessen op de kazerne. Ook wordt er geoefend in klimwerk in Marche-les-Dames en wordt er veel in de Biesbosch getraind. Gedurende de tactische eindoefening worden alle onderdelen van het commandowerk in de praktijk getest. Het gaat dan om onder meer commandovoering, verkenning, isolatie, ondervraging en ongezien acties uitvoeren en weer ongezien terugkeren.

De ECO eindigt met de 'afmatting', waarbij in vijf dagen ruim 200 km te voet dient te worden afgelegd. Onderweg worden allerlei opdrachten uitgevoerd. De afmatting eindigt met de 'commandantenmars', een laatste mars van 25 km met extra zware bepakking. Aan het einde hiervan worden de aspirant-commando's aan de poort van de Engelbrecht van Nassau-kazerne onder luid applaus opgewacht door hun instructeurs en ouders/relaties. Wie de ECO met goed gevolg afrondt, ontvangt de groene baret en is (tijdelijk) commando.

Draagrecht groene baret[bewerken]

In september 2010 is formeel een wijziging ingetreden ten aanzien van het draagrecht van de groene baret. Na afronding van de Elementaire Commando Opleiding (ECO) wordt door of namens C-KCT de groene baret uitgereikt en een certificaat. Dit certificaat geeft de militair in opleiding het tijdelijke draagrecht van de groene baret. Dit tijdelijke draagrecht van de groene baret is voorwaarde om de Voortgezette Commando Opleiding (VCO) te volgen. Na het met succes voltooien van de VCO wordt het tijdelijke draagrecht van de groene baret omgezet in een permanent draagrecht. Indien de VCO anders dan om medische redenen vervroegd wordt beëindigd, zal de militair in opleiding het draagrecht worden ontnomen, ongeacht de reden van vervroegde beëindiging. Indien C-KCT daartoe termen aanwezig acht, kan hij in individuele gevallen besluiten, bij wijze van rechtspositionele maatregel, het draagrecht van de groene baret te ontnemen. Deze bevoegdheid kan hij niet aan anderen overdragen.

Tijdelijke ontneming draagrecht[bewerken]

C-KCT kan besluiten het draagrecht van de groene baret tijdelijk te ontnemen indien het aan de schuld van de militair is te wijten dat hij niet heeft voldaan aan de jaarlijkse FIT-eisen en de voor commando’s geldende eisen van de basis militaire vaardigheden. De betrokken militair herkrijgt het draagrecht, zodra hij alsnog heeft voldaan aan voornoemde eisen.

Bijzonder draagrecht[bewerken]

C-KCT draagt, indien niet commando-gebrevetteerd, voor de duur van zijn functievervulling de commandobaret.

Deze regeling omtrent het draagrecht van de groene baret is per 13 september 2010 bekrachtigd door C-LAS in een nota.[2]

Voortgezette commando-opleiding (VCO)[bewerken]

Na de elementaire opleiding volgt de voortgezette commando-opleiding (VCO). Hierin wordt de commando verder specialistisch opgeleid tot 'sniper' (sluipschutter), 'demspec' (explosieven), 'comspec' (communicatie) of 'medic' (gewondenverzorger). In aparte cursussen wordt een groot aantal onderwerpen behandeld, waaronder special reconnaissance (SR) en Direct Action (DA) met technieken als hinderlagen en overvallen. Ook wordt de commando opgeleid om met volledige uitrusting per parachute ongezien in een gebied te infiltreren. De VCO wordt afgesloten met een twee weken durende module special operations in urban terrain (SOUT), oftewel speciale operaties in stedelijk gebied.

Na afloop is de commando individueel opgeleid tot 'commando speciale operaties' en kan hij instromen in een van de vier commandotroepencompagnieën. Daar zal men op den duur ook de contra-terreuropleiding (CT) volgen.

De totale opleidingsduur bedraagt 16 maanden.

Wedde[bewerken]

Omdat andere werkgevers met succes KCT-leden wierven met aantrekkelijker arbeidsvoorwaarden, moest het ministerie van Defensie maatregelen nemen om deze uitstroom van personeel tot staan te brengen. In 2008 was de onderbezetting in het korps zo groot geworden dat de wedde door middel van een 'bindingspremie' met 20 tot 30 procent moest worden verhoogd. Korporaals, sergeanten en luitenants krijgen 30 procent boven op de wedde. Sergeant-majoors, adjudanten, kapiteins en majoors 20 procent.

Militaire Willemsorde (MWO)[bewerken]

Op 15 maart 2016 ontving het KCT de hoogste en oudste militaire dapperheidsonderscheiding: de Militaire Willemsorde. Het Korps Mariniers bezat dit ereteken reeds sinds 1946. Het was tien jaar geleden dat een militaire eenheid het ereteken voor het laatst kreeg. Toen ontving de zelfstandige Poolse Parachutistenbrigade het voor de inzet tijdens de Slag om Arnhem in 1944. De Onderzeedienst was de laatste Nederlandse eenheid die deze eer ten deel viel. Het KCT werd door Koning Willem-Alexander op het Binnenhof gedecoreerd voor zijn optreden in Afghanistan, die plaatsvonden onder extreme omstandigheden, met name tussen maart 2005 en september 2010. Nederland was sinds 2002 actief in Afghanistan en leidde onder meer de internationale coalitiemacht (ISAF) in de zuidelijke provincie Uruzgan van augustus 2006 tot medio 2010. Voor hun acties in Afghanistan waren eerder al wel twee individuele commando’s onderscheiden. Marco Kroon kreeg in 2009 de Militaire Willems-Orde opgespeld en in 2014 Gijs Tuinman.

De operaties begonnen in maart 2005 onder de codenaam Windmill in de Woestijn van Registan en het naburige Shorabak in de zuidelijke Afghaanse provincies Kandahar en Helmand. Onder de naam Special Forces Task Group Viper (2006-2007) en Taskforce 55 (2009 -2010) voerden de commando's in Afghanistan verdere speciale opdrachten uit. Daarbij kwam het veelvuldig tot gevechten met de Taliban. In totaal ging het om 170 operaties, waarvan 110 gevechten. Eén groene baret verloor hierbij het leven: korporaal Kevin van de Rijdt sneuvelde in september 2009 als lid van Taskforce 55 langs de Helmand-rivier bij Deh Rawod in Uruzgan.

Vooral sinds de val van de Muur in 1989 zijn commando’s veelvuldig ingezet. Behalve in Afghanistan waren ze onder meer actief in het voormalige Joegoslavië, Irak en sinds 2014 in Mali, waar ze inlichtingen verzamelen voor de VN-missie Minusma.

Bekende leden van het korps[bewerken]

Commandostichting[bewerken]

Deze stichting is in 1952 opgericht. De Commandovereniging is hier in 1982 in opgenomen.

Literatuur[bewerken]

Alex Krijger en Martin Elands: Het Korps Commandotroepen 1942-1997 (SDU, Den Haag, 1997)

Externe links[bewerken]

Zie ook[bewerken]