Korrelcel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Tekening van purkinjecellen (A) en korrelcellen (B) van de kleine hersenen van een duif door Santiago Ramón y Cajal, 1899. Instituto Santiago Ramón y Cajal, Madrid, Spanje
Korrelcellen, parallelle vezels en zuilvormige dendrietbomen van de purkinjecellen
Korrelcellen van de kleine hersenenm

De naam korrelcel (neuron granulare) wordt gebruikt voor een aantal verschillende soorten neuronen waarvan het enige gemeenschappelijke kenmerk is dat ze allemaal zeer kleine cellichamen hebben.[1] Korrelcellen bevinden zich in de schors van de kleine hersenen (cortex cerebelli), de gyrus dentatus van de hippocampus, de nucleus cochlearis posterior, de bulbus olfactorius en de schors van de grote hersenen (cortex cerebri).

De meerderheid van alle neuronen in de menselijke hersenen zijn korrelcellen die zich bevinden in het cerebellum. Deze korrelcellen krijgen prikkels van de mosvezels afkomstig van de ponskernen. De uitlopers (axonen) van de korrelcellen van het cerebellum lopen via de purkinjelaag (stratum purkinjense) naar de moleculaire laag (stratum moleculare) waar ze vertakken in parallelle vezels, die zich verspreiden door de dendrietbomen van de purkinjecellen. Deze parallelle vezels vormen duizenden stimulerende korrelcel–purkinjecelsynapsen op de intermediaire en apicale dendrieten van de purkinjecellen met glutamaat als neurotransmitter.

In de reukkolf (bulbus olfactorius) komen tussen korrelcellen gap junctions voor waardoor meerdere zenuwcellen aan elkaar kunnen worden gekoppeld en meerdere cellen synchroon kunnen werken.[2]

Kleine hersenen[bewerken | brontekst bewerken]

De korrelcellen in de schors van de kleine hersenen vertegenwoordigen het grootste aantal van alle zenuwcellen in de hersenen van zoogdieren. Bij mensen zijn meer dan 50% van alle zenuwcellen korrelcellen in de kleine hersenen. Ze liggen in de zogenaamde granulaire laag (stratum granulosum) van de schors van de kleine hersenen. Ze zijn rond[3] en 5,9-9,5 µm groot.[1] Elk van deze cellen heeft vier korte onvertakte dendrieten en elk stuurt een axon naar de moleculaire laag van de schors van de kleine hersenen. Daar vertakken de axonen van de korrelcellen zich en vormen ze zogenaamde parallelle vezels. Deze hebben een stimulerend effect op purkinjecellen door het vrijgeven van glutamaat. In de transmissie-elektronenmicroscoop worden deze korrelcellen gekenmerkt door een donker gekleurde kern omgeven door een dunne rand van cytoplasma.

Grote hersenen[bewerken | brontekst bewerken]

De korrelcellen van de schors van de grote hersenen treden als remmende of stimulerende interneuronen op. Meestal zijn de korrelcellen multipolaire neuronen met een apolaire oriëntatie, die in tegenstelling tot piramidecellen niet naar het hersenoppervlak zijn gericht. Het cellichaam van de korrelcellen is ongeveer 10 µm groot en daarmee aanzienlijk kleiner dan het cellichaam van de piramidecellen. Ze hebben relatief korte axonen. De dendrieten van bepaalde korrelcellen kunnen dendritische spines hebben, vooral die van lokaal stimulerende korrelcellen. De meeste korrelcellen in de schors van de grote hersenen zijn echter cellen zonder dendritische spines en treden op als remmende interneuronen, die GABA als neurotransmitter hebben.