Naar inhoud springen

Bevrijdingsleger van Kosovo

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Kosovaarse Bevrijdingsleger)
Bevrijdingsleger van Kosovo
Ushtria Çlirimtare e Kosovës
UÇK
Logo van het UÇK
Logo van het UÇK
Oprichting 1993
Ontbinding 1999
Type paramilitair
Specialisatie guerrillastrijd
Aantal 20.000 tot 30.000[1][2]
Kleur rood, zwart en goudgeel (wapen van Albanië)
Veldslagen o.a
Deelname Kosovo-oorlog
Commandanten Adem Jashari
Hashim Thaçi
Agim Çeku
Ramush Haradinaj
Sali Çekaj
Agim Ramadani
Sylejman Selimi
Tegenstander Servië
Joegoslavië
Alliantie Albanië
NAVO

Het Bevrijdingsleger van Kosovo (Albanees: Ushtria Çlirimtare e Kosovës, kortweg UÇK) was een etnisch Albanese guerrillaorganisatie die aan het eind van de jaren negentig van de 20e eeuw vocht tegen de Federale Republiek Joegoslavië om de afsplitsing van de regio Kosovo van Servië.

Guerrillaoorlog

[bewerken | brontekst bewerken]
Zie Kosovo-oorlog voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het UÇK werd begin jaren negentig opgericht als guerrillaorganisatie nadat protesten over onderdrukking van etnische Albanezen in de toenmalige Servische provincie Kosovo binnen Joegoslavië (waar Albanezen ruim 90% van de bevolking vormden) tot geen verbeteringen leidden, waarna de Albanezen streefden naar Kosovaarse onafhankelijkheid van Servië en er een gewapende opstand tegen de Servische autoriteiten volgde. Een ander doel was tevens om na de eventuele onafhankelijkheid van Kosovo de regio te annexeren aan natiestaat Albanië. Het UÇK werd gefinancierd door politici binnen het zelfverklaarde Republiek Kosovo en door de Albanese diaspora.

Het UÇK viel aanvankelijk Servische politie- en andere veiligheidstroepen aan en veroverde enkele kazernes en nederzettingen in Kosovo, deze gingen gepaard met aanvallen op Servische burgers en boeren, de Roma-bevolking en politieke Albanese tegenstanders. Toen vanaf 1998 de Joegoslavische president Slobodan Milosević het Joegoslavisch leger inzette om het UÇK te bestrijden vonden er veldslagen plaats in Kosovo tussen het Joegoslavisch leger en het UÇK. Het UÇK vocht, als guerrillaorganisatie, in de hit-and-run-tactieken, waarbij het het aan man- en vuurkracht superieure Joegoslavisch leger probeerde te ontregelen. Volgens de Servische regering sneuvelden tijdens de veldslagen met het UÇK 381 Joegoslavische soldaten en 243 Servische politieagenten.[3]

In enkele veldslagen dichtbij de grens met Albanië kreeg het UÇK steun van de Albanese strijdkrachten. Vanaf 1999 kreeg het UÇK steun van de NAVO omdat het Joegoslavisch leger, gesteund door Servische paramilitairen, zich naast het uitschakelen van het UÇK ook op de Albanese burgerbevolking richtte. Het Joegoslavisch leger verdreef sinds de interventie in Kosovo meer dan 700.000 etnische Albanezen. In de oorlog werden 8.676 Albanese burgers vermoord.

De Joegoslavische president Slobodan Milošević trok zijn troepen terug uit Kosovo na de Operatie Allied Force; een vredesmissie van de NAVO waarbij gevechtsvliegtuigen Servië bombardeerden. Na het Akkoord van Kumanovo in juni 1999 werd Kosovo onder de Resolutie 1244 Veiligheidsraad Verenigde Naties geplaatst en werd het UÇK ontwapend en ontbonden. De NAVO-geleide troepen van de Kosovo Force bewaakten sindsdien de veiligheid in Kosovo.

Structuur en commando

[bewerken | brontekst bewerken]

Het UÇK telde op haar hoogtepunt 20.000 tot 30.000 guerrillastrijders waarvan er 2131 sneuvelden.[4][5]Het vocht aanvankelijk onder commando van de oprichter Adem Jashari. Jashari sneuvelde in 1998 na een grote militaire operatie van het Joegoslavisch leger. De krijgsmacht van de zelfverklaarde Republiek Kosovo, "FARK", fuseerde in datzelfde jaar met het UÇK waarna een generale staf ontstond bestaande uit Hashim Thaçi, Agim Çeku, Sylejman Selimi, Jakup Krasniqi, Rexhep Selimi, Kadri Veseli en Ramush Haradinaj.

Enkele eenheden binnen de organisatie waren:

Oorlogsmisdaden

[bewerken | brontekst bewerken]

Het UÇK was verantwoordelijk voor oorlogsmisdaden op de Servische en Roma bevolking. Gedurende de Kosovo-oorlog werden 1196 Serviërs en 445 Roma vermoord en 200.000 Serviërs en 90.000 Roma verdreven.[6][7][8] Het UÇK richtte zich ook op Albanezen die van collaboratie verdacht werden. Het UÇK beschikte over gevangeniskampen in Llapushnik in Drenas, in Jablanica in Gjakovë, Likovac in Skënderaj, in Zllash, dichtbij Pristina en in Kukës, Burrel en Cahan in buurland Albanië.[9][10]In deze interneringskampen werden ook enkele Bosniakken en Montenegrijnen gevangen gehouden. Door de Joegoslavische autoriteiten en sommige andere landen werd het UÇK eens beschouwd als een terroristische organisatie.[11]

Enkele jaren na de oorlog werden tien voormalige soldaten van het Kosovaarse Bevrijdingsleger voor het Joegoslaviëtribunaal aangeklaagd voor ontvoering, deportatie, marteling, verkrachting, moord en andere oorlogsmisdaden. Ook kwam naar voren dat sommige leden zich schuldig hadden gemaakt aan orgaanhandel.[12] In 2014 versnelde het proces om de oorlogsmisdaden van het UÇK te berechten na een jarenlang onderzoek van de Europese Unie.[13] In 2015 werd het Kosovotribunaal opgericht

Joegoslavië- en Kosovo-tribunaal

[bewerken | brontekst bewerken]

De volgende tien personen werden aangeklaagd voor het Joegoslaviëtribunaal:

  • Haradin Bala, gevangenbewaarder in een interneringskamp in Lapušnik, bevelgever van het doden van Servische burgers op 25 juli 1998; veroordeeld tot 13 jaar gevangenisstraf[14]
  • Sylejman Selimi, gevangenbewaarder in een interneringskamp in Likovac; veroordeeld tot 8 jaar gevangenisstraf, schuldig bevonden aan marteling van een gevangene[15]
  • Lahi Brahimaj ("De zigeuner"), gevangenbewaarder in het interneringskamp Jablanica, gaf bevel voor het doden van Servische en Roma burgers in de periode 1 maart tot 30 september 1998; veroordeeld tot 6 jaar gevangenisstraf[16]Brahimaj werd eveneens schuldig bevonden aan onder andere verkrachting en marteling.[17]
  • Shefqet Kabashi, UÇK-soldaat die verantwoordelijk was voor het verdrijven van Serviërs en Roma; veroordeeld tot 2 maanden gevangenisstraf[18]
  • Ramush Haradinaj, vrijgesproken
  • Agim Çeku, vrijgesproken
  • Fatmir Limaj, vrijgesproken
  • Idriz Balaj, vrijgesproken
  • Isak Musliu, vrijgesproken
  • Agim Murtezi, vrijgesproken

De volgende acht personen zijn aangeklaagd voor het Kosovotribunaal:[19]

  • Salih Mustafa ("Commandant Cali"), bevelhebber van een etnisch-Albanese beweging, leidinggevende in een gevangenis: veroordeeld tot in eerste aanleg 26 jaar celstraf voor moord en foltering[20], in hoger beroep teruggebracht tot 22 jaar[21] en later tot vijftien jaar.[22]
  • Pjetër Shala ("Commandant Wolf"), veroordeeld tot 18 jaar gevangenisstraf, in hoger beroep op 13 juli 2025 teruggebracht tot 13 jaar.[23] Shala was betrokken bij oorlogsmisdaden tegen gevangenen in een metaalfabriek. Hij is schuldig bevonden aan moord, mishandeling en willekeurige gevangenneming.[24]

Lopend onderzoek in 2022 bezig naar:[25]

De eerste commandant van het UÇK die verdacht werd van oorlogsmisdaden was Haradin Bala die door het Joegoslaviëtribunaal in 2005 werd veroordeeld voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid op Servische burgers en Albanezen die van collaboratie verdacht werden.[26] Commandant Fatmir Limaj werd eveneens beschuldigd van onder andere oorlogsmisdaden door de veiligheids- en defensiebeleid van de Europese Unie. Hij werd zeven maanden vastgehouden in huisarrest, maar werd bij gebrek aan bewijs en getuigen vrijgesproken.[27] De verdachten Isak Musliu en Agim Murtezi werden eveneens vrijgesproken.

Enkele andere belangrijke leiders van het UÇK waren oud-president van Kosovo Hashim Thaçi en oud-premier Agim Çeku; Çeku werd vrijgesproken, het proces tegen Thaçi loopt nog altijd. Een andere oud-premier, Ramush Haradinaj, moest zich in 2008 verantwoorden voor het Joegoslaviëtribunaal, maar werd op 4 april van dat jaar vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs.[28][29] Zijn handlangers bij de Zwarte Adelaars, Idriz Balaj en Lahi Brahimaj, moesten zich destijds eveneens verantwoorden. Waar Balaj vrijuit ging werd Brahimaj veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf.

In 2011 werd de Albanese commandant Shefqet Kabashi veroordeeld voor de misdaden waarvan hij enkele jaren ervoor verdacht werd in het Joegoslaviëtribunaal. Hij werd door Nederlandse autoriteiten opgepakt en kreeg een celstraf van twee maanden.[30]

In 2017 werden tien voormalige UÇK-soldaten, waaronder commandant Sylejman Selimi, veroordeeld voor oorlogsmisdaden tegen de burgerbevolking. Selimi kreeg acht jaar gevangenisstraf. Drie van zijn handlangers van een UÇK-eenheid in Drenica werden veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf. De zes anderen kregen gevangenisstraffen van drie jaar.[31]

Sinds 2015 is er ook een Kosovotribunaal opgericht waar voormalige commandanten van het UÇK zijn aangeklaagd voor oorlogsmisdaden. Salih Mustafa werd in 2022 veroordeeld tot 26 jaar celstraf, later werd dit teruggebracht naar vijftien jaar. Pjetër Shala werd aanvankelijk veroordeeld tot 18 jaar celstraf, dit werd in 2025 teruggebracht naar dertien jaar. Beide werden zij schuldig bevonden aan moord, mishandeling en willekeurige gevangenneming.

In juli 2025 werd Agim Çeku, die eerder voor zijn aandeel in de Kosovo-oorlog werd vrijgesproken, veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf omdat hij met negen anderen de lijst van veteranen uit de oorlog had vervalst.

Zie de categorie Kosovo Liberation Army van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.