Kosten van het Nederlandse Koninklijk Huis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Kosten van het Koninklijk Huis)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Nederlandse politiek
Wapen van Nederland
Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden
Nederlandse Grondwet
Nederlandse regering
Hoge Colleges van Staat
Hoge Raad der Nederlanden
Decentrale overheden

Portaal   Politiek
Portaal   Nederland

De kosten van het Nederlands Koninklijk Huis komen in Nederland ten laste van de rijksbegroting; deze kunnen tevens worden gezien als kosten van de Nederlandse monarchie. Onduidelijkheid over en de hoogte van deze kosten zijn herhaaldelijk onderwerp van debat geweest in de Tweede Kamer en de media.

Discussie over transparantie[bewerken | brontekst bewerken]

Een kwestie die midden jaren 2000 speelde, en anno 2020 nog steeds speelt, is de ondoorzichtigheid van de koninklijke financiën, die op onoverzichtelijke wijze waren verdeeld over verschillende ministeries. Minister-president Jan Peter Balkenende zegde de Tweede Kamer op 10 juni 2008 toe om de financiën transparanter te maken en vormde de "Stuurgroep herziening stelsel kosten Koninklijk Huis" onder voorzitterschap van oud-minister van Financiën Gerrit Zalm. De Stuurgroep adviseerde in haar rapport van 26 februari 2009 om de koningshuiskosten onder de titel "De Koning" in de Nederlandse Rijksbegroting op te nemen, verdeeld in drie artikelen: uitkeringen krachtens de aangepaste Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis (WFSKH), functionele uitgaven van de Koning en doorbelaste uitgaven van andere begrotingen.[1][2] In 2010 werden de kosten van het Koninklijk Huis voor het eerst in dezelfde begroting gestopt.[3]

Uit onderzoek van RTL Nieuws in het Nationaal Archief in 2016 bleek dat ambtenaren sinds de jaren 1970 de koningshuiskosten bewust hebben verdeeld over verschillende departementen om de totale kostprijs te verbergen en daarmee kritiek op de monarchie te vermijden.[3]

Eind 2016 kondigde het Nieuw Republikeins Genootschap, in samenwerking met tijdschrift De Republikein, een onderzoek aan naar de kosten van de Nederlandse monarchie.[4] Geïnspireerd door een soortgelijk onderzoek van de Britse republikeinse organisatie Republic, waaruit bleek dat de Britse monarchie acht keer zoveel zou kosten als de officiële cijfers aangaven,[5] wilde men alle kosten die voor het koningshuis gemaakt worden en de belastingvrijstellingen die zij genieten in kaart brengen. Om het onderzoek te financieren werd een crowdfundactie opgezet.[6] Daarnaast werd er onder de naam "WillyLeaks" een meldpunt geopend waar mensen tips en adviezen kon achterlaten. Klokkenluiders werden eveneens opgeroepen zich te melden, desnoods anoniem.[7] In het juni-nummer van De Republikein werden de eerste bevindingen gepresenteerd.[8] Op 24 april 2018 publiceerden de republikeinen hun rapport.[9] Volgens de onderzoekers kost de monarchie niet € 59,4 miljoen, zoals begroot, maar € 345,5 miljoen per jaar,[10] hoewel men er direct bij vermeldde dat er gebruik is gemaakt van "creatief rekenwerk", aangezien er geen cijfers bekend zijn over het vermogen van de Oranjes.[11] Zowel de Rijksvoorlichtingsdienst als de Belgische hoogleraar Herman Matthijs, die onderzoek gedaan heeft naar de kosten van diverse West-Europese staatshoofden, deden het rapport af als "giswerk".[11][12]

Rijksbegroting[bewerken | brontekst bewerken]

Begroting[bewerken | brontekst bewerken]

2021[13] 2020 2019 2018 2017 2016 2015 2014 2013
Uitkering leden Koninklijk Huis: 8.874 8.505 8.354 8.152 8.009 7.804 7.659 7.614 7.277
Functionele kosten: 30.470 29.635 28.914 28.287 27.684 27.076 26.826 26.779 26.960
Overige kosten in andere begrotingen: 6.340 6.224 5.984 5.845 5.728 5.704 5.600 5.594 5.987
Totaal: 45.684 44.364 43.252 42.284 41.421 40.584 40.085 39.987 40.224
Bron: minaz.nl[14]
Bedragen in euro x1000

Uitkering leden Koninklijk Huis[bewerken | brontekst bewerken]

In artikel 40 van de Nederlandse Grondwet is vastgelegd dat de koning en andere bij wet bepaalde leden van het Koninklijk Huis een uitkering krijgen van het rijk. Over de uitgekeerde bedragen hoeft geen inkomstenbelasting betaald te worden.

In de Wet Financieel Statuut van het Koninklijk Huis is vastgelegd welke leden van het Koninklijk Huis een jaarlijkse uitkering ontvangen. Dit zijn op dit moment koning Willem-Alexander, koningin Máxima en prinses Beatrix. De Prinses van Oranje (prinses Amalia) krijgt een uitkering vanaf haar 18-jarige leeftijd: € 1.281.313 per jaar (prijspeil 2016). De andere leden van het Koninklijk Huis krijgen geen jaarlijkse uitkering. Wel maken ze beperkt gratis gebruik van het regeringsvliegtuig.

De bedragen worden ieder jaar onder de kop huis des konings opgenomen in de rijksbegroting. En zijn opgedeeld in een component kosten voor personeel, overige niet-personele kosten, en een inkomensbestanddeel. Jaarlijkse bijstelling heeft plaats op basis van respectievelijk: salarissen in de sector Rijk, de consumentenprijsindex, en het inkomen van de vicepresident van de Raad van State.

Kosten boven op de begroting werden in het verleden zonder tussenkomst van het parlement aangevuld door de ministeries. Over 2007 ging dit om een extra bedrag van 650.000 euro. Na discussie hierover in de Tweede Kamer beloofde premier Balkenende dat dit niet langer stilletjes zal gebeuren.[15]

Vóór de troonswisseling van 2013 kreeg koningin Beatrix jaarlijks een bedrag van 5,233 miljoen euro, waarvan €825.000 het inkomensdeel was, de rest het deel voor personele en materiële uitgaven. Onder meer bleef zij de vrije beschikking behouden over het regeringsvliegtuig. Kroonprins Willem-Alexander en zijn echtgenote prinses Máxima ontvingen elk jaarlijks 245.000 euro aan inkomen. Daarnaast ontving de kroonprins een extra bedrag van 1.165.000 euro voor personele en materiële uitgaven. Zijn vrouw ontving hiervoor 389.000 euro extra.[16]

Tabel uitkering leden Koninklijk Huis
2022 2021 2020 2019 2018 2017 2016 2015 2014 2013
Prinses Beatrix 1.660 1.651 1.597 1.567 1.529 1.503 1.464 1.430 1.422 5.233
Koning Willem-Alexander 6.132 6.057 5.886 5.787 5.647 5.548 5.406 5.318 5.286 1.410
Koningin Máxima Zorreguieta 1.670 1.055 1.022 1.000 976 958 934 911 906 634
Prinses Amalia 1.653 111
Totaal 10.512 8.874 8.505 8.354 8.152 8.009 7.804 7.659 7.614 7.277
Bron: minaz.nl[14]
Bedragen in euro x1000


De grondwettelijke uitkeringen zijn opgebouwd uit twee componenten: een A-component, die het inkomensbestanddeel vormt, en een B-component, die betrekking heeft op personele en materiële uitgaven. De personele uitgaven hebben betrekking op de personeelsleden die hun instructie rechtstreeks van de Koning, de echtgenote van de Koning of de Koning die afstand heeft gedaan van het koningschap ontvangen en/of in de onmiddellijke omgeving van hen verkeren en voor wie het dienstverband zich grotendeels in de familiesfeer voltrekt.

In 2021 ontvangt de Koning 998.000 euro als feitelijk inkomen (de A-component). De B-component voor personele en materiële uitgaven bedraagt 5.059.000 euro.[17]

Na haar succesvolle afsluiting van haar middelbare school heeft Prinses Amalia bekend gemaakt af te zien van haar toelage, waar zij wettelijk recht op heeft vanaf haar achttiende verjaardag, totdat zij haar studie afgerond heeft. De toelage die haar toekomt zal zij terugstorten aan de Nederlandse Staat, behalve als zij eventuele hoge onkosten heeft in haar functie als Prinses van Oranje.[18]

Functionele uitgaven van de Koning[bewerken | brontekst bewerken]

De personele en materiële uitgaven worden door de Dienst van het Koninklijk Huis verricht en vervolgens in rekening gebracht bij deze begroting. De Dienst van het Koninklijk Huis bestaat uit het Civiele Huis en het Militaire Huis. De diverse hofdepartementen van het Civiele Huis kennen ieder hun eigen discipline. Dit betreft onder meer administratie en financiën, huishoudelijke diensten, onderhoud en beheer van ter beschikking gestelde paleizen, vervoer en tevens beleidsinhoudelijke en praktische ondersteuning.

Privéjacht De Groene Draeck[bewerken | brontekst bewerken]

In augustus 2007 ontstond er ophef in de Tweede Kamer over de onderhoudskosten van De Groene Draeck. Deze zouden betaald worden door defensie, terwijl het een privé jacht betreft.[19] Bovendien bleken de kosten plotseling sterk gestegen, terwijl er normaal gesproken tussen de honderdduizend en tweehonderdduizend euro belastinggeld in werd gestoken, was het bedrag in 2005 gestegen tot 304 duizend euro.[20] Minister van defensie Eimert van Middelkoop bevestigde dat de kosten door defensie betaald worden, maar gaf daarbij aan dat het jacht met die afspraak aan Beatrix geschonken zou zijn door de samenleving. Een overzicht van gemaakte onderhoudskosten sinds 1961 waar de Tweede Kamer om vroeg moest de minister schuldig blijven, dit zou niet mogelijk zijn.[21] Defensie heeft aangegeven de kosten te blijven betalen.[22] Op verzoek van de Rekenkamer zal defensie voortaan expliciet bekendmaken wat het onderhoud aan De Groene Draeck kost.[23]

Op 29 mei 2008 eiste RTL Nieuws van minister Eimert van Middelkoop te weten hoeveel het Defensie per jaar kost om de Groene Draek te onderhouden. Van Middelkoop weigerde die gegevens af te staan, en daarop heeft RTL een kort geding[24] tegen van Middelkoop aangespannen.

Vliegreizen[bewerken | brontekst bewerken]

Medio april 2008 maakte RTL Nieuws bekend dat uit onderzoek bleek dat de totale vliegkosten van het Koninklijk Huis veel hoger liggen dan wat werd opgegeven door het ministerie van Verkeer en Waterstaat, dat de kosten betaalt. Terwijl in de jaarverslagen over 2005 en 2006 bedragen van 205.000 en 275.000 euro vermeld stonden, lagen deze in werkelijkheid boven de 1 miljoen euro, volgens RTL. Een jaar eerder zou minister Camiel Eurlings hebben aangegeven dat er "abusievelijk verkeerde informatie was gegeven." Alleen de kosten voor gebruik van gehuurde vliegtuigen zou zijn gemeld, terwijl de leden van het Koninklijk Huis ook het regeringsvliegtuig gebruiken.

Volgens RTL dreigden ook de kosten over 2007 niet te kloppen, een bedrag van 585.000 euro in het conceptverslag zou te laag zijn. Camiel Eurlings bevestigde dit in een reactie en meldde als nieuw bedrag 872.000 euro. In totaal vloog het Koninklijk Huis voor ruim 8 miljoen euro in vijf jaar tijd, waarvan 1,5 miljoen euro aan privévluchten. De Tweede Kamer gaf aan schoon genoeg te hebben van het gegoochel met cijfers en heeft premier Jan Peter Balkenende in een brief gevraagd een einde te maken aan alle onduidelijkheid.[25][26]

De avondkrant NRC Handelsblad publiceerde in 2010, na daarvoor een beroep te hebben gedaan op de Wet Openbaarheid van Bestuur, dat Beatrix een jaar eerder in de Koninklijke Stallen in Den Haag een proefopstelling had laten plaatsen van het geplande nieuwe interieur van het regeringsvliegtuig. Zij kon daarmee onder meer de hardheid van de stoelen testen. De kosten van de proefopstelling bedroegen iets meer dan 100.000 euro. De totale herinrichtingskosten bedroegen 4,3 miljoen euro, acht ton meer dan begroot. De Rijksvoorlichtingsdienst liet weten dat de herinrichting niet geschiedde op verzoek van de koningin, maar de krant ontdekte in de documenten dat desondanks terdege rekening gehouden was met haar wensen.[27]

Controverse jachtdepartement[bewerken | brontekst bewerken]

Uit Kamervragen van de SP en Partij voor de Dieren over de koninklijke jacht op Kroondomein Het Loo bleek eind november 2007 dat het rijk over 2006 een bedrag van 640.000 euro kwijt was aan het koninklijk jachtdepartement. Een deel van 480.000 euro aan onder meer personeelskosten van de jachtopzieners werd bij het ministerie van Binnenlandse Zaken in rekening gebracht, de overige 160.000 euro voor onderhoud van wildrasters en wegen bij het ministerie van VROM. Volgens staatssecretaris Jan Kees de Jager van financiën zorgt het jachtdepartement ook voor beheer van fauna en onderhoud van het terrein.[28][29]

Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren stelde: "zeer verbaasd te zijn dat de hobbyjacht van de koninklijke familie op deze versluierde manier betaald wordt uit gemeenschapsgeld, terwijl er maatschappelijk gezien geen draagvlak bestaat voor het voor het plezier doden van dieren". Ook gaf de partij aan te vinden dat er: "meer helderheid zal moeten komen over de gemeenschapsgelden die buiten de begroting van het Koninklijk Huis toevloeien naar het Koninklijk Huis".[30]

Doorbelaste uitgaven van andere begrotingen[bewerken | brontekst bewerken]

Deze uitgaven lopen niet via de Thesaurier van de Koning, maar maken wel deel uit van de functionele uitgaven. Ze omvatten de kosten van de voorlichting (Algemene Zaken/Rijksvoorlichtingsdienst), het Militaire Huis als onderdeel van de Dienst Koninklijk Huis, de uitgaven van het Kabinet van de Koning en de uitgaven voor de reis- en verblijfkosten (inclusief de vliegkosten) die samenhangen met bezoeken aan Caribisch Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten.[1]

Uitgaven die in verband met het koningschap kunnen worden beschouwd[bewerken | brontekst bewerken]

Justitie en Veiligheid, Defensie[bewerken | brontekst bewerken]

Voor de beveiliging , van de leden van het Koninklijk Huis is een bedrag gemoeid die echter niet openbaar gemaakt kan worden.

Vanuit het Ministerie Defensie zijn voor de uitgaven, voor het onderhoud van de Groene Draeck, jaarlijks gemiddeld € 87.000 gereserveerd.

Landbouw, Natuur[bewerken | brontekst bewerken]

Het Rijk verstrekt jaarlijks een subsidie van € 0,8 miljoen aan de Kroondrager, als privaatrechtelijk vruchtgebruiker van het eigenlijke Kroondomein, voor beheers- en inrichtingsmaatregelen van het Kroondomein het Loo.

Buitenlandse Zaken[bewerken | brontekst bewerken]

Voor uitgaven ten behoeve van staatsbezoeken, officiële bezoeken en werkbezoeken van het Koninklijk Huis wordt in het jaar 2020, € 2 miljoen geraamd.

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties[bewerken | brontekst bewerken]

Krachtens de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis (artikel 4) worden drie paleizen ter beschikking gesteld aan de Koning. Dit zijn Paleis Huis ten Bosch, Paleis Noordeinde en het Koninklijk Paleis Amsterdam. De uitvoering hiervan vindt plaats via de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Als bijdrage aan het Rijksvastgoedbedrijf voor huisvesting van het Koninklijk Huis, de Hoge Colleges van Staat en het Ministerie van Algemene Zaken is in de begroting van 2020, € 55,2 miljoen opgenomen, waarvan bijna € 15,9 miljoen voor de paleizen.

Vergelijking met andere Europese monarchieën[bewerken | brontekst bewerken]

Dikwijls rijst de vraag of het Nederlandse koningshuis wel zo duur is in vergelijking met andere monarchieën. Die vergelijking is moeilijk te maken, omdat de administratie per land enorm kan verschillen en niet alle inkomsten en uitgaven openbaar bekend zijn. Op 27 oktober 2016 publiceerde de Volkskrant een overzicht van jaarlijkse kosten (exclusief beveiligingskosten) van Europese monarchieën (Luxemburg en dwergstaten niet meegerekend) op basis van de websites van de koninklijke huizen van België, Denemarken, Nederland, Noorwegen, Spanje, het Verenigd Koninkrijk en Zweden, Belgisch hoogleraar Herman Matthijs' onderzoek De kosten van een staatshoofd in West-Europa (2013),[31] de Nederlandse Rijksbegroting van 2017 en ABCTOPConsult.[32] Hieruit bleek dat de Nederlandse monarch na de Spaanse het laagste salaris van Europa heeft (in tegenstelling tot de meeste anderen betaalt hij echter geen belasting), maar de totale kosten van het Nederlandse koningshuis en de kosten per Nederlander zijn de op twee na duurste.

Land Jaarkosten koningshuis Jaarsalaris koning(in) Betaalt koning(in) belasting? Jaarkosten koningshuis per inwoner
Vlag van België België €36 miljoen €11,5 miljoen Ja Ja €3,15
Vlag van Denemarken Denemarken €13 miljoen €10 miljoen Alleen erfbelasting €2,30
Vlag van Nederland Nederland €41 miljoen €0,9 miljoen Nee Nee €2,40
Vlag van Noorwegen Noorwegen €51 miljoen €1,2 miljoen Nee Nee €9,70
Vlag van Spanje Spanje €8 miljoen €0,2 miljoen Ja Ja €0,16
Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk €45 miljoen €15,6 miljoen Ja Ja €0,70
Vlag van Zweden Zweden €13 miljoen €5,6 miljoen Ja Ja €1,30

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]