Koszalin

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Koszalin
Köslin
Stad in Polen Vlag van Polen
Vlag van Koszalin Wapen van Koszalin
Koszalin (West-Pommeren)
Koszalin
Situering
Woiwodschap West-Pommeren
District stadsdistrict
Coördinaten 54° 12′ NB, 16° 11′ OL
Algemeen
Oppervlakte 83,2 km²
Inwoners (31-12-2010) 107.948[1]
(1290 inw./km²)
Overig
Identificatiecode 32610
Website www.koszalin.pl
Foto's
De kathedraal
De kathedraal
Portaal  Portaalicoon   Polen

Koszalin (Duits: Köslin) is een stad in West-Pommeren (Polen). De stad heeft 107.948 inwoners (31-12-2010) en ligt aan het riviertje de Dzierżecinka, dat de verbinding vormt met de 10 km noordelijker gelegen Oostzee, en ten westen van de heuvelrug Góra Chełmska. De stad heeft een technische universiteit en is de zetel van een rooms-katholieke bisschop.

Geschiedenis[bewerken]

Koszalin werd in 1266 als stad gesticht en trad toe tot de Hanze. De handelsstad, die bevolkt werd door Duitse kolonisten, had destijds nog een goed bevaarbare verbinding met de Oostzee. Na een Zweeds intermezzo kwam Cöslin in 1648 aan Brandenburg, de voorloper van Pruisen en in 1870 aan het Duitse Keizerrijk. De stad zou in 1910 Köslin gaan heten. In 1945 Koszalin.

In 1214 komt het dorp Cossalitz voor als kloosterschenking. Kort daarna 1248 kam wordt het bezit van het Pommerse Kamminbisdom. Onder de naam Cussalin sticht de bisschop van Kammin - Hermann von Gleichen - in 1266 ter plaatse een stad genaamd Cöslin met Duits, specifieker Lübecks, stadsrecht en daarna worden ook dorpen in de omgeving opgericht in het kader van de Oostkolonisatie. Ondanks dat de stad toetrad tot het Hanzeverbond, bleef het in de schaduw staan van het naburige Kolberg (na 1945 Kołobrzeg). In de 15de eeuw werd dit deel van Pommeren ingelijfd door de Mark Brandenburg. In 1534 voerde de stadsraad het lutherse protestantisme dat inmiddels ook de godsdienst van [[Pommeren] en van Brandenburg was geworden. De Dertigjarige Oorlog die het gevolg was van de strijd tussen de protestantse en de katholieke vorsten in het [Duitse Rijk]], verwoestte en ontvolkte Pommeren en in de oorlog werd in 1630 een groot deel van het kustgebied en de monding van de Oder door Zweden ingelijfd, de kampioen van het lutherse protestantisme, om bij de Westfaalse Vrede in 1648 weer aan de vorsten van Brandenburg toegewezen te worden. In 1701 werd dit vorstendom het koninkrijk Pruisen maar de ontwikkeling van het Pommerse platteland stagneerde sindsdien twee eeuwen lang, totdat moderne ontwikkelingen mogelijk werden gemaakt door de aansluiting van 'landstadjes' waaronder Cöslin op de nieuwe spoorbaan tussen de havensteden Stettin en Danzig in 1878. In 1870 telde de stad 15.000 inwoners en dat was een snelle vooruitgang sinds het begin van de eeuw toen er nog maar 3.500 mensen woonden. Instellingen voor hoger onderwijs, waaronder een officierenopleiding, en een gerechtshof kwamen nu tot stand. Na de Eerste Wereldoorlog kreeg de stadsnaam een nieuwe schrijfwijze: Köslin. De stad werd hoofdstad van een ‘Regierungsbezirk’. De inmiddels bijna 28.000 inwoners groeiden tot juist voor de Tweede Wereldoorlog door naar 32.000.

De bewoners sloegen deels op de vlucht toen Sovjet-troepen in februari 1945 voor de stad stonden. In maart werd bijna de helft van de binnenstad door hen platgebrand. Achtergebleven bewoners werden geïnterneerd en in de komende twee jaren naar het overgebleven deel van Duitsland gedeporteerd. Zie Verdrijving van Duitsers na de Tweede Wereldoorlog. Köslin en Achter-Pommeren werden in de voorzomer van 1945 door Polen geannexeerd en de stad ging Koszalin heten. Door de uitbouw van d stad tot regionaal bestuurscentrum en de vestiging van industrieën groeide de nieuwe Poolse bevolking sterk aan van 19.000 in 1950 tot 112.000 in 2000, waarna het aantal weer terugliep.

Bezienswaardigheden[bewerken]

De in het begin van de 14de eeuw gebouwde lutherse ‘Stadtpfarrkirche’ is na 1945 de kathedraal van het rooms-katholieke bisdom Koszalin geworden. Twee kapellen uit dezelfde bouwtijd zijn ook bewaard gebleven. Drie stadstorens een een deel van de omwallingen zijn eveneens gerestaureerd. De binnenstad is verder grotendeels na 1945 nieuw opgetrokken behalve enkele sterk gebouwde middeleeuwse burgerhuizen. In neo-gothische ‘Pruisische staatsstijl’ opgetrokken openbare gebouwen zoals het postkantoor, het ziekenhuis, het staatsarchief, en ook de brouwerij en een kerk werden ook bewaard en bepalen het stadsgezicht.

In 1945 werd Köslin grotendeels verwoest. De verdwenen bevolking werd vervangen door Polen en Oekraïeners, zie Duitse bevolking. De stad kreeg haar huidige Poolse naam.

In Koszalin bevindt zich het Museum Vladimir Vysotski, een van de twee museums dat aan het leven en werk van de Russische zanger, acteur en dichter Vladimir Vysotski is gewijd. Het andere staat in Moskou.

Verkeer[bewerken]

Koszalin ligt aan de E28 van Szczecin naar Gdańsk en aan de spoorlijn tussen beide steden.

Zustersteden[bewerken]

Geboren[bewerken]

  • Peter Becker (1491–1563) (Peter Artopoeus), luthers reformator
  • Ludwig August von Stutterheim (1751–1826), Pruisisch generaal
  • Karl Sigismund Wilhelm Gabriel von Liebenroth (1772–1857), Pruisisch generaal
  • Heinrich Samuel Gottlieb von Schaper (1782–1846), Pruisisch generaal
  • Wilhelm von der Horst (1786–1874), Pruisisch generaal
  • Friedrich Dagobert Deetz (1812–1871), burgemeester van Frankfurt/Oder en lid van de Pruisische Senaat
  • Rudolf Clausius (1822-1888), natuurkundige, grondlegger thermodynamica aan de universiteiten van Zürich en Bonn
  • Hermann Haken (1828–1916), burgemeester en hervormer van de openbare werken van de stad Stettin (Szczecin)
  • Bogislav von Selchow (1877–1943), nationaal-socialistisch publicist en officier
  • Fritz von Brodowski (1886–1944), Wehrmacht-generaal
  • Peter von Heydebreck (1889–1934), leidinggevend functionaris in NSDAP en SA
  • Karl Minning (1889–1972), parlementariër voor de SPD in Berlijn
  • Georg Wendt (1889–1948), SPD-politicus, in 1945 lid voor de SED in het DDR-parlement
  • Heinz Pollay (1908–1979), olympisch kampioen dressuur 1936
  • Botho Lucas (1923–2012), koorleider, accordeonist en componist
  • Leslie Baruch Brent (* 1925), na zijn vlucht voor het nazi-regime, immunoloog en zoöloog in Birmingham
  • Ingo Wolff (* 1938), hoogleraar elektrotechniek aan de Universiteit Duisburg-Essen
  • Peter Hühn (* 1939), hoogleraar anglistiek aan de Universiteit Hamburg
  • Angelika Zahrnt (* 1944), tot 2007 voorzitster van de Bund für Umwelt und Naturschutz in Deutschland (1998–2007)
  • Mirosław Okoński (1958), voetballer
  • Andrzej Sypytkowski (1963), wielrenner
  • Mirosław Trzeciak (1968), voetballer
  • Sebastian Mila (1982), voetballer
  • Sławomir Kuczko (1985), zwemmer
  • Jarosław Marycz (1987), wielrenner

trivia[bewerken]

Dietrich Bonhoeffer, luthers predikant en theoloog werd vanwege zijn verzet tegen het nazi-regime naar Köslin verbannen, voordat hij in 1944 wegens deelname aan het 'complot tegen Hitler' werd gevangen genomen en geëxecuteerd.

Noten[bewerken]