Kreeftachtigen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kreeftachtigen
Pissebed (voorzijde)
Pissebed (voorzijde)
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Onderrijk: Eumetazoa (Orgaandieren)
Superstam: Ecdysozoa (Oermondigen)
Stam: Arthropoda (Geleedpotigen)
Onderstam
Crustacea
Brünnich, 1772[1]
Afbeeldingen Kreeftachtigen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Kreeftachtigen op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De kreeftachtigen (Crustacea) vormen een substam van geleedpotige dieren. De kreeftachtigen worden ook wel schaaldieren genoemd, niet te verwarren met de schelpdieren, die tot de weekdieren behoren.

Taxonomie[bewerken]

De kreeftachtigen vormen een zeer diverse groep dieren, die in grootte sterk kunnen variëren. Sommige soorten hebben slechts een totale lichaamslengte van enkele millimeters, terwijl bij andere de spanwijdte van de scharen drie meter kan bereiken.[2] Kreeften en krabben behoren tot de grootste dieren van deze substam; de meeste soorten zijn veel kleiner. Lang niet alle kreeftachtigen hebben scharen, en de meeste kreeftachtigen worden ten onrechte 'kreeft' genoemd, zoals de langoest. Ook worden kleinere soorten echte kreeften juist als 'garnaal' aangemerkt, terwijl alleen soorten uit de infraorde Caridea garnalen zijn.

Anatomie[bewerken]

Het harde uitwendige pantser van de kreefachtigen bestaat uit chitine met een hoog kalkgehalte. Door deze samenstelling is het pantser niet rekbaar en moet de kreeftachtige dus "vervellen" om te kunnen groeien. De met twee paar voelsprieten getooide kop van de kreeftachtige is vaak met het borstpantser vergroeid. Wat betreft de poten, monddelen, kieuwstructuren en algemene anatomie is er een breed scala aan allerlei mogelijke vormen bij de kreeftachtigen. Sommige groepen, zoals de eendenmosselen en de zeepokken, lijken eerder op een tweekleppige dan op een kreeftachtige.

Nagelkrabje (Thia scutellata)

Een bijzonderheid bij de kreeftachtigen is dat het aantal poten kan verschillen, in tegenstelling tot alle insecten (6 poten) en spinachtigen (8 poten). Kreeftachtigen hebben tussen de 10 (5 paar) en de 14 (7 paar) poten, de soorten die tien poten hebben behoren tot de decapoda of tien (deca) potigen (poda). Bij veel soorten kreeftachtigen, met name de kleinere soorten, is het aantal poten moeilijk te zien omdat ze zijn aangepast tot zwem-, grijp- of looppoten. Ook kunnen andere uitsteeksels op poten lijken, zoals de monddelen of soms de kieuwen. Wanneer het pantser de voorpoten uitbouwt tot schaar-achtig 'knippende' wapens, spreek men van scharen.

Ontwikkeling[bewerken]

Ook de larvale stadia van kreeftachtigen wijken af van die van bijvoorbeeld insecten of spinnen. De eerste larve (nauplius-larve) van kreeftachtigen is vaak vrijzwemmend en zeer klein, en behoort bij veel soorten de eerste tijd tot het zoöplankton. Het larvestadium kent meestal meerdere fases, soms wel vier, waarbij de larve steeds een andere gedaante krijgt. De meeste soorten hebben larven met bizarre uitsteeksels of sterk vergrote ogen en lijken in niets op dieren die het larvale stadium hebben verlaten. Dit zijn echter nog geen geslachtsrijpe exemplaren. Deze zogenaamde post-larvale diertjes lijken al wel sterk op de ouders, maar moeten nog enkele keren verschalen (vervellen) voordat ze volwassen zijn en zich kunnen voortplanten. Bij Peracarida heet een postlarve manca.

Kreeftachtigen leven vrijwel alle in zee, maar soorten uit diverse groepen zijn ook in zoetwater of op land te vinden. Op het land wordt de 'plaats' van kreeftachtigen ingenomen door de insecten. Heremietkreeften en pissebedden omvatten landbewonende soorten. Veel krabben en kreeften houden het wel enige tijd uit op het land, maar overleven de droge lucht niet lang omdat kreeftachtigen ademen met kieuwen, wat hen anders dan bijvoorbeeld insecten, met hun stelsel van tracheeën, vatbaar maakt voor uitdroging.

Voedsel[bewerken]

Watervlo Daphnia pulex (Cladocera)

De meeste grotere kreeftachtigen zijn veelal aaseters; ze struinen de bodem van de zee af op zoek naar dood of rottend organisch materiaal. Ook zachtere dieren als wormen worden vaak gegeten, evenals schelpdieren die met de scharen gekraakt worden. De zware bepantsering met vaak grote scharen maakt sommige soorten tot geduchte vijanden.
Kleinere kreeftachtigen, zoals garnalen, zeekomma's, vlokreeftjes en aasgarnalen leven over het algemeen van plankton, algen en rottend materiaal, maar er zijn ook soorten die deels of geheel op kleine prooien jagen.

Kreeftachtigen zijn een onmisbare bron van voedsel voor veel andere dieren. Een aantal soorten vissen, schildpadden, vogels, salamanders en in zee levende zoogdieren als walvissen zouden niet bestaan zonder de Crustacea. Een voorbeeld is de vuursalamander, die als larve afhankelijk is van kreeftachtigen. De wulp, de kanoet en de flamingo zijn voorbeelden van vogels die grote hoeveelheden kreeftachtigen wegwerken.

Ook de mens vist commercieel op grote schaal op verschillende soorten kreeftachtigen; zie hiervoor kreeft als voeding. Sommige soorten worden gekweekt, als voeding of als voer voor andere aquacultuur

Indeling[bewerken]

Nebalia bipes, een vertegenwoordiger van de Leptostraca (Malacostraca)

Er worden zes klassen van Crustacea erkend:[3]

Zie ook[bewerken]

  • Kreeft (voeding)
  • Holthuis, L.B. (1967) Schaaldieren (Crustacea) afgebeeld op postzegels Zoologische Bijdragen Vol. 8 p. 1-21 PDF

Bronnen

  • The Natural History, Kingfisher Books, 1982

Referenties

  1. Brünnich, M.T., 1772, Zoologiae fundamenta praelectionibus academicis accomodata. Grunde i Dyrelaeren: Hafniae et Lipsiae, 254 p.
  2. Naturalis - Japanse reuzenkrab - Website
  3. Joel W. Martin & George E. Davis, (2001). An Updated Classification of the Recent Crustacea. Natural History Museum of Los Angeles County. pp. 132.