Kritiek op de islam

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Kritiek op de islam is er al sinds de tijd dat de islamitische profeet Mohammed met zijn prediking van de islam begon.

Definitie

De islam is onlosmakelijk verbonden met Mohammed, die via de Koran en de overleveringen de basis vormt van wat moslims geloven. Vanuit het oogpunt van de orthodoxe moslim wordt kritiek op de islam gezien als een afwijzing van Mohammed als (laatste) profeet en/of afwijzing van de Koran als onfeilbaar en van de hemel neergezonden boodschap van God. Dit vrome respect, samen met meedogenloos strenge wetten tegen geloofsafval en voor de eventuele afvallige (als hij of zij al niet vermoord wordt door islamieten in zijn of haar directe omgeving) sociale verbanning door de islamitische gemeenschap, ontmoedigt uiteraard interne kritiek vanuit de islamitische gemeenschap zelf.[bron?] Kritiek op de islam is daarom, net als bij elke religie die hartstochtelijk, dogmatisch en compromisloos wordt aangehangen, vaker afkomstig van niet-gelovigen of personen die een andere religie aanhangen. In islamitische kring was in de eerste begin eeuw nog wel enige discussie mogelijk maar al snel, na de definitieve vastlegging van de, aanvankelijk voornamelijk mondelinge, Koran en 'overleveringen' betreffende Mohammeds leven en leer, was dit absoluut verboden en levensgevaarlijk voor de eventuele criticus. Net als bij de meeste andere religies heeft deze kritiek filosofische, ethische, politieke en theologische gronden. De islam wordt bijvoorbeeld bekritiseerd vanwege de religieuze grondslagen an sich en vanwege de daarmee geassocieerde culturele tradities en sociale normen. Deze kritiek, wegens de hiervoor genoemde redenen bijna altijd van buiten de moslimgemeenschap, staat tot in de moderne tijd op gespannen voet met de binnen de islamitische gemeenschap nog altijd breed gedragen heersende strenge islamitische opvattingen over en sancties tegen geloofsafval.

Er kan onderscheid worden gemaakt tussen kritiek op de leer van de islam en kritiek op de praktijken en gebruiken van moslims. Veelal wordt dit onderscheid juist niet gemaakt, en bekritiseert men de islam op punten die niet rechtstreeks met de islamitische leer te maken hebben zoals vrouwenbesnijdenis (wat een voor-islamitische praktijk is). Bij dergelijke kritiek kan sprake zijn van discriminatie (zie ook islamofobie), maar meestal is ze gebaseerd op misverstanden.

Geschiedenis

Inleiding

Vraagteken Er wordt getwijfeld aan de feitelijke juistheid van het volgende gedeelte

Raadpleeg de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie, en pas na controle desgewenst het artikel aan.
Opgegeven reden: betoog, te wenig precies. Geen aandacht voor kolonialisme, voor moorse tijd, bloeitijd islamische kultuur etc. Geen bronnen voor beweringen

Een fragment van een pagina uit de Sana'a-manuscripten, de oudste overgeleverde versie van de Koran

Kritiek op de islam was aanvankelijk een voornamelijk religieuze kwestie. Contact met andere culturen voegde daar in tijden van religieuze expansie een politieke factor bij. In de moderne tijd, ten gevolge van toegenomen migratie, vluchtelingenstromen, globalisering, het werven van 'gastarbeiders' enz. is veel kritiek het bijproduct van een tijd waarin de moderne westerse samenleving zich genoodzaakt ziet haar positie te bepalen ten aanzien van niet-westerse culturen. Voor godsdiensten zoals de islam, waarmee de westerse cultuur nooit op dezelfde manier verweven was als met het christendom, wordt daarom maatschappelijk weinig betrokkenheid gevoeld, wat aan de kritiek uiteindelijk ook een sociale factor heeft toegevoegd. Het religieuze conflict is gedeeltelijk toe te schrijven aan tegenstrijdige opvattingen over de juistheid van de onderliggende religieuze geschriften. De Koran is fragmentarisch opgebouwd, met verwijzingen naar de Thora en de Bijbel, waarbij nieuwe openbaringen aan Mohammed in de plaats kwamen van (eerdere) openbaringen, waaraan joden en christenen groot belang bleven hechten.

Begintijd

Volgens de overleveringen ontmoette Mohammed al tijdens de beginperiode van zijn optreden veel tegenstand. Vanouds verwerpen joden en christenen de aanspraken van Mohammed de 'Laatste Profeet van God' te zijn. Ook zijn bewering dat hij in de vorm van de Koran de onvervalste en betrouwbare definitieve versie van Gods woord bracht, werd algemeen met scepsis begroet. Mohammed werd door christenen een 'valse profeet' en een door 'demonen bezetene' genoemd. Ook joden verwierpen de boodschap van Mohammed, net zoals zij overigens de boodschap van Jezus van Nazareth verwierpen. In Yahtrib, het latere Medina, probeerde Mohammed de daar wonende drie joodse stammen voor de islam te winnen. Op enkele individuele uitzonderingen na had hij geen succes en gaf hij hen na een tijdje de keus tussen bekering of verbanning: achterblijvers werden gedood. Deze episode wordt door islamcritici, die Mohammed van antisemitisme en onverdraagzaamheid beschuldigen, nog geregeld aangehaald.

De oudste berichten over kritiek op de islam worden teruggevonden in de vroeg-islamitische verslagen over de kritiek die geleverd werd door heidense Arabieren en van joodse bewoners van het oude Arabië. De oudste geschreven kritieken die bewaard zijn gebleven, zijn afkomstig van de eerste christenen die onder islamitische overheersing kwamen te staan.

  • Johannes van Damascus (geboren circa 676) was een van hen.[1] Hij was bekend met de islam en de Arabische taal. In het tweede hoofdstuk van zijn boek, Fontein van kennis, getiteld 'Over ketterij' bespreekt hij een aantal discussies tussen christenen en moslims. Johannes beweert dat een Nestoriaanse monnik Mohammed zijn leer heeft beïnvloed.[2][3]

Middeleeuwen

Over de jaren heen zijn er verschillende vermaarde moslimcritici en sceptici binnen de islamitische wereld zelf geweest.

  • In de tiende en elfde eeuw was er in Syrië een blinde dichter met de naam Abdel Al-Ma'arri, van wie Ibn Warraq beweerde dat hij opgang maakte met poëzie die beïnvloed werd door een "allesdoordringend pessimisme". Hij bestempelde religies in het algemeen als "giftig onkruid" en beweerde dat de islam geen monopolie op de waarheid had. Volgens Ibn Warraq had deze dichter in het bijzonder minachting voor de oelama.[4]

Mohammed werd door sommige middeleeuwse schrijvers afgeschilderd als bezeten door Satan, een "voorbode van de Antichrist" of de Antichrist zelf.[5]

  • Maimonides, een zeer grote religieuze en filosofische autoriteit in de joodse geschiedenis, ziet de relatie tussen islam en jodendom als in de eerste plaats van theoretische aard. Maimonides had geen moeite met het strikte monotheïsme van de islam, maar vond gebreken in de praktische politiek van islamitische regimes. Hij beschouwde islamitische ethiek en politiek als inferieur aan de joodse tegenhangers daarvan. Maimonides bekritiseerde de manier waarop moslims hun maatschappij besturen en met elkaar omgaan, en omschreef het als ondeugdelijk.

Moderne kritiek

Vraagteken Er wordt getwijfeld aan de feitelijke juistheid van het volgende gedeelte

Raadpleeg de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie, en pas na controle desgewenst het artikel aan.
Opgegeven reden: onduidelijk waarop het beeld dat dit betoog schetst, gebaseerd is

Moderne kritiek haakt aan waar binnen de islam afstand wordt genomen van een aantal tot nog toe internationaal geaccepteerde verdragen, zoals mensenrechten en van in westerse landen geldende moderne normen en waarden.

Moderne kritiek wordt niet meer in de eerste plaats geïnspireerd door religieuze motieven, maar door denkbeelden zoals die in het Westen zijn ontstaan tijdens de zogenaamde Verlichting in de 17e en 18e eeuw. Tijdens die Verlichting kwam een seculier geloof in de vooruitgang op dat tot op heden grote invloed heeft op het westerse denken. Ook kwamen veel aanhangers van de Verlichting tot de opvatting dat er een strenge scheiding van kerk en staat moest zijn om de gelijkheid van behandeling voor iedereen te garanderen. De Engelse Enlightenment en de Franse Lumières maakten godsdienstvrijheid en maatschappelijke tolerantie weliswaar positieve waarden, maar die golden alleen voor de vrijheid een godsdienst naar keuze aan te hangen. Daarnaast kwam echter ook een seculier humanisme op dat zich verzette tegen elke vorm van levensbeschouwelijk paternalisme. Ook de hedendaagse westerse godsdienstsociologie wordt daar sterk door beïnvloed, wat tot uitdrukking komt in de secularisatiethesis, waarin gesteld wordt dat onder bepaalde maatschappelijk-economische en maatschappelijk-culturele omstandigheden, het belang van religie noodzakelijk achteruitgaat. Industrialisatie, markteconomie respectievelijk modernisering, verstedelijking en rationalisering zijn ervoor verantwoordelijk dat de religie wordt teruggedrongen, zowel maatschappelijk, waar de religieuze instituten door de scheiding met andere sectoren in de samenleving aan macht inboeten, als op het individuele vlak met de verwereldlijking of humanisering van de persoonlijke zingeving en levensbeschouwing.

Dergelijke kritiek is vaak niet meer gericht op de islam als concurrerende religie, maar weerspiegelt het conflict van seculiere denkbeelden met de strikte interpretatie van het geloof door orthodoxe groeperingen. Echter, het wereldlijk belang dat door conservatieve religies wordt opgeëist, zowel in de publieke ruimte als voor de normen en waarden die aan de gelovigen worden opgelegd, is niet uniek voor de islam. Kritiek op hun conservatieve religies is bijvoorbeeld geen onbekend verschijnsel voor orthodoxe joden en christenen, maar richt zich nu ook op de orthodoxe islam. Hierbij wordt weinig onderscheid gemaakt tussen de (onbegrepen) religieuze grondslagen, de verschillende islamitische stromingen die deze grondslagen elk op een andere wijze interpreteren, en de regionaal daarmee samenhangende culturele tradities c.q. sociale normen. Zo is vrouwenbesnijdenis iets wat voorkomt in een aantal Afrikaanse regio's waar de islam wordt beleden. Maar er kan met betrekking tot deze praktijk niet worden beweerd dat de islam daarom per definitie deze vorm van vrouwenverminking toestaat dan wel aanmoedigt. Ook gezichtsbedekkende kleding is een punt van discussie; nergens in de Koran is te lezen dat vrouwen volledig bedekt moeten zijn zoals met een boerka.

Afvallige moslims lopen het gevaar een fatwa te krijgen wegens het plegen van ridda, waar volgens de islamitische wetten de doodstraf op staat. Voor een vertaling van deze fatwa uit 1978 zie [6]

De aanslagen die in naam van de islam door fundamentalistische groeperingen in de moderne wereld worden opgeëist bevorderen dat kritiek zich bijvoorbeeld nu ook richt op schendingen van mensenrechten in Iran[7] en de discriminatie van andere religies in Saoedi-Arabië[8] overal waar deze zaken worden geconstateerd. Kritiek wordt ook geuit tegen het gewelddadige karakter van bepaalde Koranteksten, de vrouwonvriendelijkheid, het paternalisme, het vervolgen en verstoten van 'afvalligen', homo's en critici van Mohammed en de islam in het algemeen.

Deze vormen van kritiek baseren zich op de letterlijke interpretatie van de Koran of andere teksten van orthodoxen. Inhoudelijke kritiek betreft de verouderde exegese van islamitische geschriften (de vertaling van oude wetten en opvattingen naar deze tijd), de hedendaagse tendens naar marginalisering van vreedzame stromingen binnen de islam (bv. soefisme, toch ooit heel belangrijk voor de vreedzame islamisering van Afrika en het Verre Oosten), de afschaffingsleer (de keuze tussen tegenstrijdige openbaringen) en de takiyya. Deze kritiek wordt geleverd door o.a. een aantal westerse denktanks, filosofen (c.q. de Nouveaux philosophes), theologen, historici, naar het Westen gevluchte ex-moslims, mensenrechtenactivisten, feministes en gematigde islamitische theologen.

De islam wordt door het Deense echtpaar Karen Jespersen en Ralf Pittelkow beschreven als een nieuwe bron van dictatuur.[9]

Antisemitisme

Moslims worden er vaak[bron?] van beschuldigd dat ze geen onderscheid maken tussen enerzijds Joden als volk en het jodendom als religie en anderzijds hun afkeer van het zionisme als ideologie en de staat Israël wat zou resulteren in antisemitisme tegen alle joden wereldwijd. Tegenwoordig lijkt het antisemitisme in de islamitische wereld wijdverbreid.[10][11]

Moderne kritiek en vrijheid van meningsuiting

Bij het uiten van kritiek kan in veel landen een beroep worden gedaan op wettelijke vrijheid van meningsuiting. Openlijke kritiek op de islam kan felle reacties oproepen en rechtszaken of discussies over de grenzen van de vrijheid van meningsuiting tot gevolg hebben.

  • Door het publiceren in 1990 van het boek De ondergang van Nederland, werd de schrijver met het pseudoniem 'Mohammed Rasoel', op 16 december 1992, door de kantonrechter te Amsterdam, veroordeeld tot een boete van 2000 gulden wegens "aanzetten tot haat op grond van ras of geloofsovertuiging", na een klacht van de Anne Frankstichting. Naast de allochtonenproblematiek was in het boek ook de islam op ongekuiste wijze ter sprake gekomen.
  • Ayaan Hirsi Ali stuurde met haar kritiek niet alleen aan op een botsing met de islam, maar bekritiseerde ook de grenzen die aan vrijheid van meningsuiting gesteld zijn. In een toespraak in Berlijn[12] verdedigde zij het "recht op beledigen" wanneer een oprechte mening daartoe gebiedt. Met deze insteek voelde zij zich vrij om Mohammed direct verantwoordelijk te stellen voor het conflict tussen het traditionele gedachtegoed van de islam en het moderne denken. Bovendien veroordeelde zij de profeet onder meer omdat deze zijn ideeën boven kritisch gedachtegoed plaatste. Verder werd volgens haar de vrouw onderworpen aan de man en werden homo's beschouwd als afvalligen (die gedood moeten worden).
  • In maart 2006 ondertekende een groep van twaalf vooraanstaande auteurs, onder wie Salman Rushdie en Ayaan Hirsi Ali, een verklaring in het Franse satirische weekblad Charlie Hebdo als reactie op de gewelddadige protesten in de islamitische wereld op de Cartoons over Mohammed in Jyllands-Posten. De auteurs waarschuwen tegen wat zij "het islamitische totalitarisme" noemen. In de verklaring wordt gesteld dat de islam een reactionaire ideologie is die gelijkheid, vrijheid en secularisme doet verdwijnen overal waar ze aanwezig is. De schrijvers geven indirect aan dat er maatschappelijke weerstand tegen dit soort kritiek bestaat: "We weigeren onze kritische geest te verloochenen uit angst te worden beschuldigd van islamofobie".[13]
  • Op 8 augustus 2007 hield PVV-voorman Geert Wilders een pleidooi voor het verbieden van de Koran, en trok daarbij parallellen met het (eveneens) verboden boek Mein Kampf. Dit leidde tot een reeks aangiften bij de politie, onder meer op grond van de beschuldiging van aanzetten tot haat tussen bevolkingsgroepen. Minister Ella Vogelaar (Wonen, Wijken en Integratie) vond de uitspraken beledigend voor de moslims in Nederland en stelde dat een verbod op de Koran in strijd is met de godsdienstvrijheid in Nederland.
  • Op 27 maart 2008 verscheen de film Fitna van Wilders, waarin gebeurtenissen uit het verleden worden vergeleken met verzen uit de soera.

Recente kritiek in de westerse wereld

De kritiek heeft nogal eens een sterk polemisch karakter en scheert wereldwijd moslims over een kam.

  • Een voorbeeld hiervan is de Amerikaanse evangelist Pat Robertson, die niet alleen beweerde dat de islam de wereld wil overnemen en geen vredelievende religie is, maar ook dat radicale moslims satan toebehoren en Osama bin Laden een "toegewijde volgeling van Mohammed" is.[14][15]
  • Jerry Falwell, een andere populaire Amerikaanse conservatieve christelijke leider, karakteriseerde de profeet Mohammed als een 'terrorist'.[16]
  • Franklin Graham beschreef de islam als een kwaadaardige en slechte religie en suggereerde dat iedereen die de islam zo geweldig vindt maar eens onder de Taliban moest gaan wonen.[17]

Veel criticasters zijn geleerden die zelf geen moslim zijn, of auteurs met een uitgesproken mening. Deze groep omvat leden als Oriana Fallaci, Daniel Pipes, Robert Spencer en Bat Ye'or.

  • Onder hen heeft Robert Spencer zich ontpopt tot een zeer productieve schrijver met veel titels over dit onderwerp, waaronder het spraakmakende boek De mythe van de islamitische tolerantie: over hoe de islamitische wet andersdenkende behandelt.[18]
  • Bat Ye'or heeft het fenomeen van de dhimmi in detail bestudeerd en benadrukt "de onverzoenlijkheid tussen het tolerantieconcept zoals uitgedrukt door de jihad-dhimmitude-ideologie, en het mensenrechten-concept dat gebaseerd is op de gelijkwaardigheid van alle mensen en hun onvervreemdbare rechten."[19]
  • Sam Harris, auteur van de bestseller The End of Faith, is sceptisch over de bestaanbaarheid van een gematigde islam, met het argument dat islamitisch extremisme het eenvoudige gevolg is van een letterlijke interpretatie van de Koran.[20]
  • Nobelprijswinnaar V.S. Naipaul, een Engelstalige schrijver uit Trinidad met een hindoe-achtergrond, heeft controversiële kritiek op de islam geuit. Hij beweert dat het geloof een rampzalige uitwerking op bekeerlingen heeft en de voorouderlijke cultuur en geschiedenis vernietigt.[21]
  • De Italiaanse journaliste en schrijfster Oriana Fallaci heeft drie korte boeken geschreven sinds de gebeurtenissen van 11 september 2001, met de boodschap dat de westerse wereld het gevaar loopt te worden overspoeld door de radicale islam. De bekendste titels zijn The Rage and the Pride en The Force of Reason.[22]

Sommige geleerden rekenen zich niet onder de islamcritici, maar zijn niet bang om sommige aspecten toch te bekritiseren.

  • Het was bijvoorbeeld Bernard Lewis die de stelling poneerde dat ongelovigen, slaven en vrouwen, onder de islamitische wet als fundamenteel minderwaardig worden beschouwd aan andere groepen, hoewel hij ook stelt dat de gelijkheid van vrije en volwassen mannelijke moslims een aanmerkelijke verbetering is op de praktijken van zowel de Grieks-Romeinse wereld als die van de oude Perzen.[23][24]

Ex-moslims

1rightarrow blue.svg Zie Ridda voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Reacties op kritiek op de islam

In moslimlanden is weinig ruimte voor kritische geluiden betreffende de profeet en de islam. Kritiek wordt binnen een deel van de islamitische gemeenschap nog altijd gezien als geloofsafval. In een aantal landen[bron?] staat daar de doodstraf op.

  • Yusuf al-Qaradawi (1926), Egyptisch moslimgeleerde, leider van de Moslimbroederschap en een van de prominentste soenna-geestelijken van dit moment, heeft hier invloedrijke boeken over geschreven die op islamfundamentalistische scholen verplichte lectuur zijn. Zijn invloed is ook in Europa onder orthodoxe moslims groot. In zijn boek ’Islam en secularisme’ legt hij uit waarom geen kritiek op de islam mogelijk is:

„De moslimgeestelijken zijn het er unaniem over eens dat iedereen die de gangbare bekende beginselen van de godsdienst ontkent als een afvallige wordt beschouwd die het geloof heeft verlaten. In zo’n geval dient de imam hem te vragen afstand te nemen van zijn dwalingen van het juiste pad. Anders dienen de wetten op afvalligheid op hem toegepast te worden.”[25]

In westerse landen waar vrijheid van meningsuiting geldt, vallen reacties van daar wonende moslims op kritiek op hun geloof veelal onder de noemers verbale en/of fysieke intimidatie van de criticus:

  • Een artikel in de Franse krant Le Figaro in september 2006, waarin de Franse filosoof Robert Redeker van leer trok tegen deze "intimidatie door islamisten" in Europa, leidde door bedreigingen vanuit de islamistische hoek tot het moeten onderduiken van de schrijver. In de affaire van de cartoons over Mohammed in Jyllands-Posten leidden kritische spotprenten over Mohammed en de islam tot wereldwijde rellen en de boycot van Deense artikelen.
  • De Regensburglezing van paus Benedictus XVI, waarin hij de eeuwenoude twijfels van de Byzantijnse keizer Manuel II Palaiologos aanhaalde over de positieve bijdrage van de islam, verhoogde in een aantal islamitische landen de spanningen met christenen.
  • Filmmaker Theo van Gogh moest zijn kritiek met de dood bekopen. Deze extremistische moord werd in de moslimwereld (officieel) afgekeurd.[26]

Inhoudelijke reacties van moslims en niet-moslims

Reacties van moderne niet-islamitische geleerden

Onder de niet-islamitische geleerden bevinden zich William Montgomery Watt, John Esposito, Karen Armstrong en de inmiddels overleden Edward Said, die de westerse expertise over het Oosten scherp bekritiseerden.

  • Watt hekelt bijvoorbeeld in zijn boek Muhammad: Profeet en Staatsman de aan Mohammed toegeschreven morele gebreken. Hij beweert dat, van alle grote persoonlijkheden ter wereld, niemand zo verketterd is als Mohammed. Watt vindt dat Mohammed beoordeeld moet worden met de standaarden die in zijn tijd en land geldig waren en niet met de standaarden van "degenen die in het Westen tegenwoordig opiniëren met meestal verlichte denkbeelden."[27]
  • Karen Armstrong bespeurt een lange westerse traditie van vijandigheid tegenover de islam en vindt in Mohammeds prediking een theologie van vrede en verdraagzaamheid. Armstrong stelt dat de "jihad" dat vaak vertaald wordt als 'heilige oorlog' waartoe de Koran oproept, verwijst naar de moslimplicht om voor een rechtvaardige en propere samenleving te strijden.[28]
  • John Esposito heeft veel inleidende teksten over de islam en de islamitische wereld geschreven. Hij snijdt onderwerpen aan zoals die van de opkomst van de militante islam, de sluier en democratie.[29][30] Esposito pleit nadrukkelijk tegen wat hij de "pan-islamitische mythe" noemt. Hij denkt dat bij beschouwingen over de islam en de islamitische wereld veel te vaak een monolithische islam wordt verondersteld waar alle moslims hetzelfde zijn. Volgens hem is zo'n visie naïef en wordt hierdoor ten onrechte het zicht op belangrijke scheidslijnen en verschillen in de moslimwereld vertroebeld.[31]
  • Politicoloog Marcel Maussen, verbonden aan het Instituut voor Migratie en Etnische Studies aan de Universiteit van Amsterdam, deed onderzoek naar islam en integratiebeleid. Het valt hem op hoe selectief de berichtgeving is over zoals het artikel stelt "de populistische voorstellen van politici als Wilders, Verdonk en Pastors". Problemen worden benoemd, maar daarop volgt een symboolpolitiek en harde maatregelen die vaak strijdig zijn met sommige grondrechten.[32]

Reacties van moderne moslimgeleerden

Reacties zijn afkomstig van vele islamitische schrijvers, geleerden en vergelijkende theologen zoals Ahmed Deedat, Dr. Zakir Naik, Osama Abdallah, Yusuf al-Qaradawi en Gary Miller. Op academisch gebied kwamen er reacties van geleerden als Michael Sells en Muqtedar Khan.

Bezwaren tegen de methoden die door critici gebruikt worden

  • Edward Said stelt in zijn essay Islam Through Western Eyes, dat de algemene basis van waaruit een oriëntalist denkt, een studiemodel oplevert waarin de islam als studieobject op een inferieure positie wordt geplaatst. Hij beweert dat de culturele pet van oriëntaalse geleerden zorgt voor veel misvattingen en dat de islam daarbij met vijandige ogen wordt gezien, niet alleen als een geweldige concurrent, maar ook als een laat aangekomen uitdaging voor het christendom.[33]
  • Montgomery Watt is het eens met de historische minachting voor de islam in het Westen. Hij stelt echter ook dat de situatie de laatste twee eeuwen veel beter is geworden, hoewel oude vooroordelen nog steeds rondwaren.[34]

Bekende islamcritici


Zie ook