Kritiek op het libertarisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

In dit artikel wordt een overzicht gegeven van kritiek op het libertarisme.[1] Merk op dat er binnen het libertarisme verschillende stromingen bestaan, en dat niet alle hier genoemde kritiekpunten van toepassing zijn op elke libertarische stroming.

Zelfeigendom[bewerken]

Sommige linkse critici menen dat er in een libertarische samenleving slavernij kan bestaan; wanneer men een slaaf wil vrijlaten zou dat een aanval zijn op het bezit van de eigenaar. Linkse critici zijn dan ook van mening dat er door het ontbreken van positieve rechten het libertarisme geen volledige vrijheid kent. De meeste libertariërs erkennen echter het onaantastbare zelfeigendom, dat garandeert dat eenieder van zichzelf is en dat dit het meest onaantastbare recht van de mens is. Binnen het libertarisme zou slavernij, volgens linkse critici, dus weliswaar blijven voortbestaan maar nooit kunnen ontstaan. Het non-agressieprincipe, de grondslag van het libertarisme, wijst echter het aantasten van een persoon af.

Nivellering[bewerken]

Socialisten en andere critici wijzen erop dat als er geen overheidsingrijpen is, er geen nivellering is en geen uitkeringen zijn; hierdoor zijn werklozen en arbeidsongeschikten op giften en liefdadigheid aangewezen. Libertariërs stellen daar tegenover dat door afschaffing van het minimumloon[2] er minder werkloosheid zal bestaan en dat door afschaffing van belastingen mensen meer geld zullen overhouden om aan liefdadigheid te schenken.[3]

Het milieu[bewerken]

Libertariërs menen dat in een volledig private wereld het milieu beter beschermd kan worden doordat mensen hun eigendomsrechten over grond en ander bezit kunnen laten gelden. Vervuilers kunnen op basis daarvan aangepakt worden, wat volgens libertariërs zeer effectief kan zijn. In een kapitalistische wereld hebben ondernemingen alle belang bij het vermijden van negatieve publiciteit. Volgens libertariërs maakt juist het collectieve bezit van land en water en de ontbrekende persoonlijke verantwoordelijkheid in de huidige situatie, dat maar weinigen zich bekommeren om het milieu. Bovendien zullen in een libertarische wereld wegen en woonwijken alleen aangelegd worden als dat economisch verantwoord en daarmee ook moreel beter gerechtvaardigd is en grondeigenaren behoorlijk uitgekocht worden.

Critici vinden dat het praktisch onmogelijk is alles tot privaat eigendom te reduceren. Lucht en water lijken in hun visie niet geschikt als eigendom. Hoewel libertariërs wijzen op het principe de vervuiler betaalt, vinden critici dat het niet praktisch is om binnen een libertarische samenleving milieuproblemen te verhalen op de dader. Het libertarische standpunt is in wezen een vertaling naar een politiek principe van het Nobelprijswinnende artikel over "Het Vraagstuk van Maatschappelijke Kosten" van Ronald Coase, maar in dat artikel stond een cruciale voorwaarde voor een efficiënte uitkomst, de afwezigheid van overeenkomstkosten. Dat wil zeggen er kan vrij en langdurig onderhandeld worden of geprocedeerd worden zonder substantiële kosten voor dispuutspartijen.

Ook zouden natuur en milieu volgens critici van libertariërs in het algemeen belangrijker zijn dan wat een private eigenaar zou mogen beslissen.

Dieren[bewerken]

Een verwante kritiek vinden we op het gebied van dierenrechten. Als dieren net als mensen het recht op onaantastbare zelfeigendom hebben, zou het onmogelijk worden om nog dieren als productiedieren te houden, als dieren daarentegen dat recht niet hebben, vallen ze onder het eigendomsrecht van de bezitter en kan niemand anders hem verbieden zijn dieren bijvoorbeeld te mishandelen.[4]

Kritiek uit liberale hoek[bewerken]

Liberalen hebben voornamelijk problemen met het ontbreken van een rechtsstaat in het libertarisme. Libertariërs brengen daar tegen in dat er nu ook een situatie is waarin het recht van de sterkste heerst. De staat is hierbij de sterkste en alle burgers zijn er aan ondergeschikt. Een bepaalde groep libertariërs, de anarcho-kapitalisten, meent dat ook het recht een marktproduct is als ieder ander. Het verschaffen van rechtszekerheid is volgens hen een dienst waar veel vraag naar zal zijn en die dus zonder meer door de vrije markt kan en zal worden geleverd. Net zoals voor andere producten en diensten in principe geen overheid nodig is, is dit volgens anarcho-kapitalisten ook voor het recht niet nodig.[5] [6] [7] [8]

Liberalen leveren ook kritiek op de economische kant van het libertarisme. Hoewel libertariërs en liberalen allebei een kapitalistische economie voorstaan, zijn liberalen van mening dat deze niet kan functioneren zonder overheid. Volgens liberalen kan een economie niet functioneren zonder een overheid die een bepaalde infrastructuur in stand houdt. Libertariërs zijn echter van mening dat infrastructuur als vanzelf zal ontstaan en zal worden onderhouden, als dat, commercieel gezien, toegevoegde waarde heeft. Bijvoorbeeld door het bouwen van tolwegen. Of door zich vrijwillig aan te sluiten bij een organisatie als de ANWB, welke dan de contributies zou kunnen gebruiken voor het onderhoud aan wegen.

Bronnen[bewerken]

  1. "Critiques of Libertarianism" Mike Huben 1994-2008
  2. "Waarom is het libertarisme tegen een wettelijk minimumloon?" Libertarisme.nl
  3. "Heeft het libertarisme geen grote armoede tot gevolg?" Libertarisme.nl
  4. OPMERKINGEN BIJ HET LIBERTARISCH GEWELD-CONCEPT Studies in geweldloze politiek - 2006
  5. "The Machinery of Freedom – Guide to a Radical Capitalism" David Friedman, Open Court Publishing 1989
  6. "Police, Courts and Law – On the Market" David Friedman, Machinery of Freedom Chapter 29
  7. "Law’s Order – What Economics Has To Do With Law And Why It Matters" David Friedman, Princeton University Press 1999-2001
  8. "Privately Produced Law (73kB PDF)" Tom W. Bell, Extropy Vol.3 No.1 Spring 1991