Kruisweg (religie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Kruisweg (Via crucis of Via dolorosa in het Latijn) is een onderdeel van de totale traditie van het christelijke Paasfeest. Het is een nabootsing van de lijdensweg van Christus vanaf het gerechtsgebouw (het paleis van de Romeinse procurator Pontius Pilatus) tot op de heuvel Golgotha, plaats van zijn terechtstelling.

Het woord statie is afgeleid van het Latijnse woord statio, dat het staan of stilstaan betekent.

In de rooms-katholieke traditie is het sinds de 15e eeuw ook een godsdienstoefening, die onder andere op Goede Vrijdag plaatsvindt. Tijdens de Kruisweg gaan de gelovigen biddend en herdenkend langs veertien zogenaamde kruiswegstaties voorbij. Een kruiswegstatie is een schilderij of reliëf dat een scène uit de lijdensweg van Jezus en zijn stervensproces uitbeeldt. De godsdienstoefening wordt door auteurs aan verschillende bronnen toegeschreven. Zo zou de kruiswegoefening teruggaan op de H. Maagd Maria die in Jeruzalem de plaatsen van de Via Dolorosa bezocht. Algemeen wordt echter vooral de werkzaamheid van de H. Franciscus van Assisi verantwoordelijk geacht voor de verspreiding van de gebeden kruisweg.

Vooral de Franciscanen, waaronder de franciscaan Leonard van Porto Maurizio, zijn verdienstelijk geweest in het oprichten van kruiswegen. Omdat het aantal staties hier en daar verschilde, bepaalde Paus Clemens XII (paus van 1730-1740) het aantal op veertien. In 1741 werd de kruisweg verplicht in alle rooms-katholieke kerken.Bij Franciscanen en Clarissen werd de kruisweg elke vrijdag gebeden.[1]

Op een aantal plaatsen is er later nog een statie aan toegevoegd, de zogenaamde paasstatie die uitbeeldt hoe Jezus Christus verrijst uit de doden, nadat Hij door het kruisoffer de mensen verlost heeft.

Aan het verrichten van de kruisweg is door de pausen gedurende meerdere eeuwen een volle aflaat verbonden, onder de normale voorwaarden.

I Jezus wordt ter dood veroordeeld. Mattheus 27:1, Markus 15:15, Lukas 23:25, Johannes 19:16
I
II
II Jezus neemt het kruis op Zijn schouders. Johannes 19:17
III Jezus valt voor de eerste maal onder het kruis. Staat niet in de Bijbel.
III
IV
IV Jezus ontmoet Zijn Heilige Moeder. Staat niet in de Bijbel, maar Maria was bij de kruisiging wel aanwezig. Markus 15:40, Johannes 19:25
V Simon van Cyrene helpt Jezus het kruis te dragen. In de Bijbel staat dat Simon van Cyrene het kruis van Jezus droeg: Mattheus 27:32, Markus 15:21, Lukas 23:26
V
VI
VI Veronica droogt het aangezicht van Jezus af. Staat niet in de Bijbel
VII Jezus valt voor de tweede maal. Staat niet in de Bijbel
VII
VIII
VIII Jezus troost de wenende vrouwen. Lukas 23:28-31
IX Jezus valt voor de derde maal. Staat niet in de Bijbel
IX
X
X Jezus wordt van Zijn klederen beroofd. Staat niet in de Bijbel, maar er staat dat de soldaten zijn kleren tijdens de kruisiging verdeelden. Mattheus 27:35, Markus 15:24, Lukas 23:34, Johannes 19:23-24, Psalm 22:18-29
XI Jezus wordt aan het kruis genageld. Markus 15:24, Lukas 23:33, Johannes 19:18
XI
XII
XII Jezus sterft aan het kruis. Mattheus 27:50, Markus 15:37, Lukas 23:46, Johannes 19:30
XIII Jezus wordt van het kruis afgenomen. Lukas 23:53, Johannes 19:38
XIII
XIV
XIV Jezus wordt in het graf gelegd. Mattheus 27:59-60, Markus 15:46, Lukas 23:53, Johannes 19:42
Bronnen, noten en/of referenties