Kunstzinnige therapie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Kunstzinnige therapie is een therapievorm, die tot doel heeft door diverse kunstvormen (tekenen, schilderen, boetseren, muziek) een veranderingsproces bij een patiënt in gang te zetten. Kunstzinnige therapie is onderdeel van de antroposofische geneeskunde, die als complementaire geneeswijze gezien wordt, wat inhoudt dat het geen alternatief is voor de reguliere geneeswijze, maar een aanvulling hierop. Aan de Hogeschool Leiden bestaat een opleiding voor kunstzinnig therapeut.

Als onderdeel van de antroposofische gezondheidszorg sluit kunstzinnige therapie aan op de vraagstellingen uit de diverse gebieden van de gezondheidszorg. Doelgroepen zijn bijvoorbeeld zowel de klinische als de huisartsengeneeskunde, de gehandicaptenzorg, psychiatrie, verslavingszorg en recentelijk projecten voor vluchtelingen en het werken met gedetineerden. De vraagstelling kan voortkomen uit de verwijzing van een arts, specialist of psycholoog, maar ook uit de persoonlijke wens van de cliënt naar een therapie die een actieve betrokkenheid bij het genezingsproces bewerkt.

Kunstzinnig therapeuten werken behalve met somatisch zieke cliënten ook met de groeiende groep cliënten die met psychosomatische klachten komt, zoals moeheid, depressie, angst, burn-out en slaapproblemen. Achter een klacht gaat vaak een andere problematiek schuil, want een klacht of ziekte kan een uiting zijn van een soms jarenlang proces. Uitgangspunt is het zoeken en behandelen van de bron van de klacht; stoornissen zullen zich, afhankelijk van de cliënt, in diverse klachtenpatronen uiten. De therapeut bepaalt het middel dat wordt ingezet. Een zo groot mogelijke autonomie van de cliënt is belangrijk. Kunstzinnige therapie wordt zowel bij kinderen als bij volwassenen ingezet.

Zie ook[bewerken]