Kweekvlees

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Lezing The Meat Revolution bij het World Economic Forum door Mark Post van de Universiteit Maastricht, over de kweekvleesburger

Kweekvlees (ook wel in-vitrovlees of laboratoriumvlees genoemd) is vlees, dat in een laboratorium gekweekt wordt uit stamcellen van dieren.[1]

Redenen[bewerken]

De belangrijkste reden om kweekvlees te ontwikkelen is dat de traditionele vleesproductie zeer inefficiënt is. Zij is daarom onnodig duur, onnodig belastend voor het milieu, veroorzaakt onnodig dierenleed en zal in huidige vorm moeilijk in staat zijn om aan de groeiende menselijke vraag naar vlees te blijven voldoen (de wereldwijde vleesproductie groeide van 71 miljoen ton in 1961 tot 284 miljoen ton in 2007[2]). Kweekvlees lijkt voor al deze zaken een gunstiger alternatief te zijn.

  • Hoge grondstofkosten: Het kost veel geld, grond en water om een dier van voedsel te voorzien en het dier moet lang groeien voordat het geslacht en geconsumeerd kan worden. Volgens Mark Post (Universiteit Maastricht) werd anno 2013/2015 70% van alle vruchtbare gronden (arable land) op Aarde gebruikt voor vleesproductie.[3][4]
  • Groeiende vraag: Vooral de groeiende vraag naar vlees, die naar schatting in 2050 1,7 keer hoger zal zijn dan in 2017,[1] zou opgevangen kunnen worden door industriële kweekvleesproductie. Er is een direct verband tussen de vraag naar vlees en de hoogte van het bruto binnenlands product van een land: als mensen meer geld te besteden hebben, zullen ze vaker vlees kopen. Vooral de vleesvraag van India, de Volksrepubliek China en Rusland zal naar verwachting de komende decennia sterk stijgen,[4] sneller dan dat de vleesconsumptie in westerse landen aan het dalen is.[5]
  • Milieuschade: Volgens een onderzoek van de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) van de Verenigde Naties is de vleesindustrie wereldwijd verantwoordelijk voor 8% van het waterverbruik, 30% het landgebruik en 18% van de uitstoot van broeikasgassen.[1]
  • Dierenwelzijn en schaalvoordelen: Momenteel worden er jaarlijks 65 miljard dieren geslacht, vooral in de bio-industrie; zij hebben vaak een ellendig leven en sterven, indien onverdoofd, een pijnlijke dood.[6] Met kweekvlees kan de veestapel drastisch worden gereduceerd: de stamcellen van slechts een enkele koe zijn naar schatting voldoende om 175 miljoen hamburgers te maken.[1] Mark Post schatte anno 2015 dat de mondiale koeienpopulatie kon worden ingeperkt van 0,5 miljard tot zo'n 30.000.[4] In januari 2018 stelde Post: "Wij kunnen met de stamcellen van één gram spierweefsel ongeveer tienduizend kilo vlees maken. In theorie betekent dit dat we met de stamcellen van honderdvijftig koeien de hele wereld kunnen voeden."[7] Hierdoor zal de voedselindustrie aanzienlijk minder dierenleed veroorzaken.[8]
  • Veel mensen willen vlees eten: Hoewel vlees niet noodzakelijk is voor menselijke voeding en vegetarisme en veganisme gezonde en werkbare alternatieven zijn[4] (naar schatting zijn 2 miljard mensen vegetariër,[4] oftewel 28,6% van de wereldbevolking), willen veel mensen – vooral vanwege de smaak of andere subjectieve redenen – vlees eten. Het is moeilijk om ze – om bovengenoemde problemen op te lossen – allemaal vrijwillig over te halen om van slachtvlees af te stappen. Daarom kan voor de rest van de wereldbevolking kweekvlees een alternatief worden op helemaal geen vlees eten.[4]

Vergelijkend onderzoek naar geschatte milieu-impact[bewerken]

Volgens onderzoek van phd-student Hanna Tuomisto van de universiteit van Oxford, gepubliceerd in 2011 in het wetenschappelijk tijdschrift Environmental Science & Technology, scoorde kweekvlees op alle fronten beter dan gewoon rund, schaap, varken en gevogelte: minder uitstoot van broeikasgassen en minder verbruik van energie (alleen gevogelte scoort beter), land en water. In haar vervolgstudie uit 2014 berekende Tuomisto bovendien dat veel van het vrijgekomen land kan worden teruggegeven aan de natuur door bossen aan te planten, waarmee veel CO2 weer kan worden omgezet in zuurstof, en dat er voor kweekrundvlees 50% minder water nodig is dan voor gewoon rundvlees.[1]

Een groep Amerikaanse professoren kwam in 2015 echter in een artikel voor Environmental Science & Technology tot de conclusie dat voor rundvlees ruim 75 megajoule energie per kilo nodig is, maar voor kweekvlees ruim 100 megajoule, dus kweekvlees qua energie duurder zou zijn. Bovendien zouden bijproducten uit de traditionele vleesindustrie zoals leer, cosmetica en geneesmiddelen wegvallen en op een synthetische manier moeten worden gemaakt, die mogelijk milieuonvriendelijker is. Zo lang er echter nog geen werkende kweekvleesindustrie is, kunnen de resultaten nog niet betrouwbaar worden voorspeld en vergeleken met de oude industrie.[1]

De Morgen meldde in februari 2016 dat volgens (niet nader genoemd) onderzoek "kweekvlees de broeikasgasuitstoot met 90% vermindert, omdat er veel minder graan, 98% minder land, 90% minder water en zo'n 50% minder energieconsumptie nodig is dan in de klassieke landbouw."[8]

Techniek[bewerken]

Kweekvlees wordt bijna overal volgens ongeveer dezelfde techniek geproduceerd: stamcellen worden uit een levend dier genomen en in een kweekvloeistof van suikers, aminozuren en vetten gelegd waarin ze zich vermeerderen en spiervezels vormen.[9] Een van de ingrediënten die in de vroege ontwikkelingsfase veel werd gebruikt is een koeienfoetusserum, een bijproduct van de veeteelt. Onderzoekers proberen hier een alternatief voor te vinden om onafhankelijk van de reguliere vee-industrie en echt dierenleedvrij te kunnen opereren.[1][10] Volgens Mark Post kan een (nog te ontwikkelen) 'bioreactor' van 25.000 liter jaarlijks 350.000 kilo vlees produceren, hetgeen genoeg zou zijn voor de jaarlijkse vleesconsumptie van tienduizend Europeanen.[9]

In september 2018 beweerde de Nederlandse startup Meatable een oplossing te hebben gevonden voor het serumprobleem: er worden stamcellen genomen uit de navelstreng van een pasgeboren dier en deze worden vervolgens doorgekweekt tot vlees. Hierdoor hoeven er geen dieren meer gedood te worden voor vleesproductie.[11]

Initiatieven[bewerken]

Frankrijk[bewerken]

In 1932 vroeg de Britse politicus Winston Churchill zich in zijn boek Thoughts and Adventures af waarom men een gehele kip liet groeien als men enkel de borst en vleugel at en of dat niet efficiënter kon. De met Churchill bevriende Franse Nobelprijswinnende fysioloog Alexis Carrel slaagde er in 1936 voor het eerst in om organen voor onbepaalde tijd buiten het lichaam 'in leven' te houden. Men had echter destijds nog niet de technologie om ze te kweken en laten groeien.[3]

Israël en Duitsland[bewerken]

Het bedrijf SuperMeat (slogan: "Echt vlees zonder dierenleed!"), ontstaan rond 2016, wilde kippenvlees gaan kweken dat rond 2020 op de markt komt.[1] In januari 2018 verklaarde de PHW-Gruppe, het grootste pluimveebedrijf in Duitsland, gevestigd in Visbek, een samenwerking met SuperMeat te zijn begonnen. Het is daarmee na Mosa Meat het tweede Europese bedrijf dat in kweekvlees investeert.[12]

Nederland[bewerken]

Voorgeschiedenis[bewerken]

Het VPRO-programma Noorderlicht heeft in 2006 een wedstrijd uitgeschreven om een beter woord te bedenken voor 'kweekvlees' of 'reageerbuisvlees' (destijds een gangbare term). Tweehonderd inzendingen kwamen binnen, waaronder 'vlaas', 'boeuf du professeur', 'bouwboutjes' en 'fopvlees'. De winnaars waren uiteindelijk 'La Brund', 'kreas' (Grieks voor vlees) en 'Happy meat'.[13][14]

Universitair onderzoek[bewerken]

Rützler proeft 's werelds eerste kweekhamburger op 5 augustus 2013.

Sinds midden 2000 heeft Nederland internationaal voorop gelopen in onderzoek naar kweekvlees, dat werd uitgevoerd aan de universiteiten van Utrecht, Amsterdam en Eindhoven. Het onderzoek werd aanvankelijk betaald door de Nederlandse overheid, maar deze vond dat het bedrijfsleven de fakkel over moest nemen. Hier was echter weinig animo voor en de betrokken wetenschappers dreigden naar het buitenland te vertrekken toen het geld in 2009 begon op te raken. De Universiteit Maastricht wist echter een anonieme buitenlandse investeerder (in 2013 onthuld als Sergey Brin[15]) aan te trekken en het onderzoek voort te zetten.[16]

In december 2011 kondigden de Maastrichtse hoogleraar vasculaire fysiologie Mark Post en zijn team aan praktisch onderzoek te doen naar de productie van kweekvlees. Zij hadden het plan om tegen september 2012 een gekweekte hamburger te produceren.[16] Hierbij zouden gekweekt vet- en spiervlees gemengd worden.[17] De kosten van 's werelds eerste kweekvleesburger waren 250.000 euro.[16] Uiteindelijk is deze op 5 augustus 2013 in Londen gepresenteerd aan het publiek. Hij smaakte volgens Oostenrijks voedingswetenschapper Hanni Rützler als gewoon vlees, maar was nog wat droog. Dezelfde dag werd bekendgemaakt dat de anonieme investeerder van het project Sergey Brin was, een medeoprichter van Google Inc..[15] In juni 2013 en oktober 2015 beweerde Post dat het in de toekomst mogelijk zou kunnen worden dat burgers zelf thuis vlees kweken, dat binnen 7 tot 9 weken klaar is.[3][4]

Mosa Meat[bewerken]

De eerste gekweekte hamburger ging op 5 augustus 2013 in de pan.

In oktober 2015 maakte Post samen met voedseltechnoloog Peter Verstrate de oprichting van het kweekvleesbedrijf Mosa Meat[noot 1] bekend,[18] dat in 2020 kweekvlees op de markt wil brengen. Het bedrijf is van plan om te beginnen met luxevoedsel van 60 euro per kilo, waarna de verwachting is dat de kosten zodanig kunnen worden gereduceerd en de smaak verbeterd dat het mogelijk zal zijn om met supermarktvlees te kunnen concurreren.[1] Om goedkeuring van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit te krijgen en verder onderzoek te financieren, had het bedrijf 6 miljoen euro nodig.[18] Mosa Meat werd gefinancierd door buitenlandse investeerders uit de vleesindustrie en de milieu- en dierenwelzijnsbeweging.[1]

Vanaf april 2017 experimenteerde men met tanks van 25 duizend liter om het vlees in te kweken. Er werd een alternatief gezocht voor het koeienfoetusserum (een bijproduct van de veeteelt) waarin de cellen groeien om onafhankelijk van de reguliere vleesindustrie te kunnen opereren.[1][10]

Veiligheidsonderzoek[bewerken]

In december 2017 schafte NEMO Science Museum in Amsterdam voor 11 euro een gekweekt worstje "Duck Chorizo" aan van het Amerikaanse bedrijf JUST Inc. om aan het publiek te kunnen tentoonstellen. Volgens NEMO-directeur Michiel Buchel was dit "het eerste commercieel geëxporteerde stukje kunstmatig geproduceerd vlees."[19] De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) liet echter weten dat het product eerst getest moest worden voordat het op de markt kwam, en verbood daarom tot nader order de consumptie van kweekvlees: "De producenten van kweekvlees moeten aantonen dat hun product absoluut veilig is. Het product zal eerst een uitgebreid veiligheidsonderzoek moeten ondergaan. De Europese Voedselautoriteit beoordeelt de resultaten. Hierna stemmen de lidstaten over toelating voor de EU-markt."[19] Een geplande kweekvleesproeverij bij NEMO werd derhalve op last van de NVWA afgelast. Er kwam kritiek op het verbod van de NVWA.[19]

Meatable[bewerken]

De Nederlandse startup Meatable, bestaande uit onder meer Krijn de Nood, Daan Luining, Ruud Out, Roger Pederson, Mark Kotter en Gordana Apic, meldde in 2018 erin te zijn geslaagd om vlees te kunnen kweken met navelstrengstamcellen in plaats van koeienfoetusserum. Het grote voordeel daarvan is dat er geen enkel dier meer gedood hoeft te worden om vlees te kweken. Wel zijn stamcellen uit navelstrengen moeilijker om mee te werken, maar volgens Meatable kunnen zij de stamcellen zich naar wens laten gedragen en bijvoorbeeld spiercellen of vetcellen laten worden.[11]

Verenigde Staten[bewerken]

Het eerste onderzoek[bron?] naar kweekvlees werd verricht door de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA. NASA zocht een manier om in de ruimte vlees te produceren tijdens lange ruimtereizen.[bron?]

New Harvest is een Amerikaanse non-profitorganisatie die onderzoek op vijf Amerikaanse en Britse universiteiten financiert[1] en zich o.a. ten doel stelt gekweekte worsten, hamburgers en kipnuggets te ontwikkelen.[bron?] Ook kalkoen, varken en kreeft zou worden gekweekt.[1]

Het bedrijf Memphis Meats in San Francisco publiceerde in februari 2016 een video van een gehaktbal van kweekvlees en in maart 2017 van kweekvleesgerechten met kip en eend.[20][21] Het bedrijf schatte dat tegen 2021 de kosten zodanig kunnen worden beperkt dat haar producten de markt op kunnen.[21]

Modern Meadow, een bedrijf in Brooklyn, ontwikkelt 'kweekleder' en wil ook aan kweekvlees beginnen.[8]

Finless Foods, een bedrijf in San Francisco gericht op kweekvis (waarbij alleen de eetbare organen worden gecultiveerd, in tegenstelling tot hele vissen zoals bij viskwekerijen), werd in juni 2016 opgericht. In maart 2017 begon men met het laboratoriumwerk en vorderde snel. Directeur Mike Selden sprak in juli 2017 de verwachting uit binnen twee jaar (uiterlijk 2019) al de eerste kweekvisproducten op de markt kunnen brengen.[22]

In maart 2018 meldde het eveneens in San Francisco gevestigde technologiebedrijf Just (in 2011 opgericht als Hampton Creek) al eind 2018 een consumentenproduct van kweekvlees te kunnen presenteren. Volgens CEO Josh Tetrick (een veganist) is de techniek er al en is het slechts een kwestie van toepassen. Just heeft 130 werknemers en een researchafdeling van 55 wetenschappers, waar kweekvlees van kip, varken en rund wordt ontwikkeld. Ze zouden inmiddels al volledig plantaardige grondstoffen gebruiken voor de voeding van de stamcellen. Just ontvangt sponsoring van onder meer de Chinese miljardair Li Ka-shing, Yahoo!-medeoprichter Jerry Yang en naar eigen zeggen Heineken.[9]

Uitdagingen[bewerken]

Smaak en structuur[bewerken]

De eerste gekweekte hamburger werd gebakken op 5 augustus 2013.

Halverwege de jaren 2010 was de kwaliteit van kweekvlees qua smaak en structuur nog onvoldoende om daadwerkelijk als alternatief voor vlees op de markt te worden gebracht.[23] Mogelijk kan de kwaliteit van gekweekt spiervlees verbeterd worden door de groei van het spierweefsel met lichte stroomstoten te stimuleren. Een ander probleem is dat vlees tot nu toe alleen in heel dunne plakjes gekweekt kan worden zodat de voedingsstoffen en de zuurstof tot vlak bij de cel kunnen komen. In natuurlijk vlees wordt dit door de bloedvaten gedistribueerd maar deze ontstaan niet in het gekweekte vlees.[bron?]

Productiekosten[bewerken]

De productiekosten van de eerste experimentele kweekvleesproducten in de vroege jaren 2010 waren torenhoog, maar zodra het proces verder is uitgewerkt, efficiënter gemaakt en de markt aantrekt, wordt een drastische kostenreductie verwacht.[1] De eerste kweekvleesburger van Mark Posts team, gereed in augustus 2013, kostte 250.000 euro;[16] uitgaande van 200 gram per hamburger was dat 1,25 miljoen euro per kilogram. Mark Post heeft verschillende schattingen gegeven over de toekomstige marktprijs van kweekvlees: in oktober 2015 sprak hij van 65 dollar (55 euro) per kilo kweekvlees,[4] in februari 2017 60 euro per kilo[1] en in februari 2016 sprak hij de hoop uit binnen 5 jaar kweekvlees op de markt te brengen 'voor 10 tot 20 euro per kilogram, of zo'n 8 euro per hamburger'.[8]

Het is een kwestie van tijd voordat dit gaat gebeuren, daar ben ik stellig van overtuigd. In ons geval schat ik de tijd op een jaar of 3 voordat wij klaar zijn om naar de markt te gaan – kleinschalig – een jaar of 5 voordat wij grootschaliger naar de markt kunnen, en als u mij vraagt: "Wanneer ligt [kweekvlees] bij de supermarkt om de hoek?" Dat zal dichter bij 10 dan bij 5 jaar zijn, schat ik.
Peter Verstrate, Mosa Meat (2018)[24](1:06:15)

Uma Valeti zei in februari 2016 dat zijn bedrijf Memphis Meats op dat moment nog kweekvlees maakte voor minder dan 40 dollar per gram (circa 36.000 euro per kilogram), maar verwachtte dit in de komende vijf jaar te kunnen terugbrengen tot slechts een paar cent per gram.[25] In maart 2017 presenteerde Memphis Meats de eerste gekweekte kippenborst voor minder dan 9000 dollar per pound (circa 19.000 euro per kilo), bijna een halvering ten opzichte van het jaar ervoor, maar nog steeds vele malen duurder dan een geslachte kippenborst à 3,22 dollar per pound (6,60 euro per kilo).[21] In juni 2017 beweerde het bedrijf de productiekosten inmiddels te hebben gereduceerd tot 2400 dollar per pound (€4714/kg).[26]

Volgens Mike Selden van Finless Foods kostte de eerste kweekvis die men maakte nog 19.000 dollar per pound (bijna €37.000/kg).[27] Men verwachtte de kosten al in 2019 zodanig te hebben gereduceerd dat de consument het kan betalen.[22]

Geschatte populariteit[bewerken]

Er is onderzoek gedaan naar welk percentage van de bevolking belangstelling zou hebben om kweekvlees te consumeren. Hoewel het nog wel tot midden jaren 2020 zal duren voordat kweekvleesproducten redelijk betaalbaar worden voor de gemiddelde consument, tonen verschillende onderzoeken aan dat een aanzienlijk deel van de bevolking in verschillende landen (tussen de 40 en 70%) bereid zou zijn om kweekvlees te proberen en/of er volledig op over te schakelen. Gezien de vuistregel dat 5% interesse onder consumenten genoeg is om iets nieuws te lanceren, zou kweekvlees een groot succes kunnen worden.[8]

  • België: In april 2013 werd er een verkennend onderzoek gedaan onder 180 consumenten in Vlaanderen. 13% had al eens van kweekvlees gehoord. Na een basale introductie over wat kweekvlees is, zei ongeveer een kwart het te willen proberen, tweederde te twijfelen en 9% het niet te willen proberen. Toen deelnemers meer informatie werd gegeven over de milieuvoordelen van kweekvlees ten opzichte van traditioneel vlees, verschoof de opinie sterk: 43% wilde kweekvlees wel proberen en 51% 'misschien'. Deze opinie hing sterk af van de verwachte prijs en smaak van kweekvlees. Vegetariërs waren waarschijnlijk geen geschikte doelgroep voor kweekvlees, omdat zij twijfels hadden bij de gezondheid ervan.[28]
  • Nederland: Het team van Mark Post enquêteerde onder Nederlanders of zij wel kweekvlees zouden willen eten, waarbij 52% positief antwoordde.[4] Volgens een onderzoek van Flycatcher onder 15.000 Nederlanders was zelfs 63% bereid om kweekvlees te proberen.[5]
  • Verenigd Koninkrijk: Het team van Mark Post enquêteerde onder Britten of zij wel kweekvlees zouden willen eten, waarbij 60% positief antwoordde.[4] In augustus 2013 bleek uit een online enquête van The Guardian dat 69% van de lezers wel vlees zou willen eten dat in een laboratorium was gemaakt.[29] In september 2014 stelde The Guardian de speciekere vraag of de lezers bereid zouden zijn om kweekvlees (mogelijk aangevuld met eetbare insecten) te eten 'om het milieu te redden' en gaf daarbij de volgende mogelijke antwoorden: 'Ja, aan dat idee zou ik wel kunnen wennen' (37%); 'Ja graag, met extra kaas en insecten ernaast' (9%); 'Nee bedankt, ik stop liever helemaal met vlees' (14%), 'Nooit, ik hou van m'n ouderwetse biefstuk en daarmee basta' (4%), 'Niet voor mij, ik ben al een vleesvrije zone, echt of nep' (36%).[30] De Britse Vegetarian Society vroeg haar leden (vrijwel allemaal vegetariër) in 2013 of zij (in plaats van traditioneel vlees) kweekvlees zouden eten: 80% zei 'nee', 7% 'ja' en 3% 'misschien'.[31]
  • Verenigde Staten: Volgens Uma Valeti van Memphis Meats heeft marktonderzoek aangetoond 'dat er nu al minstens 40% early adopters zijn.'[8] PLOS ONE publiceerde op 16 februari 2017 enquêteresultaten die lieten zien dat van 673 Amerikaanse respondenten 31,1% 'zeker' kweekvlees wilde proberen, 34,2% 'waarschijnlijk', 11,7% was 'onzeker', 12,6% 'waarschijnlijk niet' en 8,5% 'zeker niet'.[32]

Zie ook[bewerken]