Laathof (feodaal recht)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Laathoeve)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een laathof was in het ancien regime een lagere rechtbank, gebonden aan een heerlijkheid.

Omschrijving[bewerken]

De eigenaar van een heerlijkheid had vaak het recht om recht te spreken over zijn inwoners of laten. De rechtbank die daarvoor instond werd het laathof genoemd. De organisatie en de leiding liet hij over aan een vertrouwenspersoon, de meier genoemd. De meier die het recht sprak in naam van zijn heer werd bijgestaan door voorname inwoners, welke de naam kregen schepenen. Het aantal schepenen kon naargelang de grootte van de heerlijkheid variëren van 4 naar 7. Wanneer de heerlijkheid samen viel met een dorp of parochie werd een laathof een schepenbank genoemd.

Maar een dorp kon ook meerdere heerlijkheden bevatten en zodoende over meerdere laathoven beschikken. Ook kon een heerlijkheid zich uitstrekken over verschillende dorpen. Zo strekte de heerlijkheid Latem en Lilaer zich uit over de dorpen Heldergem en Aaigem.

Bevoegdheid[bewerken]

De bevoegdheden van een laathof waren niet groot. Een rechtbank met dergelijke lage bevoegdheid werd een rechtbank met "lagere justitie" genoemd. Het hield in dat er geschillen werden opgelost in verband met verkopen en erven van gronden. Het stelde ook akten op in verband met aan- en verkoop, of verkaveling van grond. Bij overlijdens van laten waren werden er denombrementen opgesteld. De meier of een daarvoor beëdigde ambtenaar een griffier stelde deze op. Wanneer de grond, leengrond was, werden de akten genotuleerd door een andere rechtbank met name een leenhof. Het laathof vond plaats in open lucht of een vaste hoeve. Deze hoeve was vaak de centrale hoeve waarrond een heerlijkheid was ontstaan.

Wanneer het laathof enkel diende om de cijnzen te innen van de heerlijkheid en geen verdere rechten had werd het een cijnshof genoemd.

De meier[bewerken]

Daar de meier geld ontving voor het akteren, werd het een gewild ambt. De heer kon het ambt als leen geven (erfelijke meierij) zodat het ambt overgeërfd werd van vader op zoon. Erfelijke meierijen konden ook net als elk leen worden verkocht. De heer kon ook de meierij behouden en het verpachten aan de meest biedende.

Afschaffing[bewerken]

Bij de komst van de Franse revolutionairen en de aanhechting van de Zuid-Nederlandse gewesten in 1795 werden heerlijkheden en dan ook laathoven afgeschaft.