Lambik
| Lambik Lambiek | ||||
|---|---|---|---|---|
| Strippersonage | ||||
Op een muur in Brussel worden van boven naar beneden Schanulleke, Wiske, Suske, tante Sidonia, Lambik, Jerom en Manneken Pis afgebeeld. | ||||
| Bedacht door | Willy Vandersteen | |||
| Stripreeks | Suske en Wiske, Amoras, De Kronieken van Amoras en De grappen van Lambik (oude en nieuwe reeks) | |||
| Introductie | 1946, in De sprietatoom | |||
| Beroep | loodgieter/detective | |||
| Familie | Arthur (broer), Lambiorix (voorouder), Evarist (voorouder), Johan Matheus Lambik (voorouder), Hippoliet Lambik (grootoom) | |||
| Lijst van personages uit Suske en Wiske | ||||
| ||||
Lambik is een van de hoofdpersonages uit onder meer de Vlaamse stripreeks Suske en Wiske. Hij maakte zijn debuut in het derde verhaal, De sprietatoom (1946). Hij is een blanke man van middelbare leeftijd.
Lambik heeft naast zijn vaste rol in de Suske en Wiske-hoofdreeks ook een eigen stripreeks, De grappen van Lambik. Hij heeft daarnaast een belangrijke rol in twee spin-offreeksen, Amoras (2013-2015) en De Kronieken van Amoras (sinds 2017).
Oorsprong
[bewerken | brontekst bewerken]Willy Vandersteen tekende Lambik voor het eerst in de winter van 1944-1945 op een reeks losse tekenbladen. De figuur heette in eerste instantie Pukkel. Later kreeg hij zijn huidige naam, die is gebaseerd op de biersoort Gueuze Lambic, waar Vandersteen zelf dol op was.[1] In oudere Nederlandse uitgaven heet hij Lambiek.
Er is wel geopperd dat Vandersteen Lambik heeft gebaseerd op de Franse acteur Fernand Charpin.[2] Een andere genoemde mogelijkheid is dat Vandersteen zich voor Lambik liet inspireren door de film Hellzapoppin', met daarin de malle detective Quimby (gespeeld door Hugh Herbert). Vandersteen heeft hier zelf nooit publiekelijk iets over losgelaten.[3][4]
Rollen in de serie
[bewerken | brontekst bewerken]In zijn debuutverhaal De sprietatoom is Lambik een loodgieter. Hij is daarnaast door professor Barabas ingehuurd als privédetective, naar eigen zeggen omdat hij heel goed verloren dingen kan terugvinden.[5][6] In de rest van dit verhaal helpt Lambik – ondanks zijn alcoholisme en zijn ook hier al erg grote onhandigheid – Suske, Wiske en de professor in hun strijd tegen de kwaadaardige geleerde Savantas.
Het eerstvolgende verhaal dat in de Vlaamse ongekleurde reeks uitkwam na De sprietatoom, De koning drinkt, is het enige in de serie waarin Lambik weer geheel uit beeld is verdwenen en ook anderszins geen rol speelt (vermoedelijk was Vandersteen in deze tijd aan het experimenteren welke personages zich het best leenden als extra hoofdpersonages in de serie).
In tientallen verhalen heeft Lambik zelf min of meer de hoofdrol in plaats van de naamgevers van de strip, Suske en Wiske. Sterrenrood (2015) is een van de zeer weinige verhalen na De sprietatoom waarin Lambik zelf niet te zien is. Inspecteur Lambique doet hier in Lambiks plaats onderzoek naar een diamantdiefstal.
Kenmerken in de hoofdreeks (rode reeks)
[bewerken | brontekst bewerken]
Volledige naam
[bewerken | brontekst bewerken]In Bolhoed Bik (2024) wordt duidelijk dat zijn volledige naam Lambik Geuze is.[bron?]
Uiterlijk
[bewerken | brontekst bewerken]Vandersteen besloot na een paar verhalen het uiterlijk van Lambik vrij drastisch aan te passen. Zo had Lambik in het allereerste begin nog niet zijn typische ronde hoofd. Ook lijkt het met name in De sprietatoom alsof hij hier op zijn achterhoofd nog wat meer haar heeft. Verder is duidelijk dat Lambik hier nog een echte snor heeft, die in latere verhalen niet goed meer herkenbaar is. Lezers van de latere verhalen twijfelen vaak of de zwarte streep onder Lambiks neus gewoon zijn bovenlip, dan wel een snor is. Volgens Studio Vandersteen is de zwarte streep onder de neus van Lambik inderdaad een snor. In enkelverhalen wordt dit expliciet bevestigd, bijvoorbeeld in De apekermis, Het drijvende dorp (waar Lambik door iemand wordt omschreven als "die dikke madam met haar snor"), De blote Belg en Jeanne Panne .
Vanaf De zwarte madam, het vijfde verhaal in de serie, is Lambik op zes hoofdharen na helemaal kaal.[4][noten 1] Lambik is hier niet altijd even tevreden over.[7] Onduidelijk is wat zijn oorspronkelijke haarkleur is geweest. In Het zingende nijlpaard is een jeugdportret van Lambik met zwart stekelhaar te zien, maar in De sterrenplukkers blijkt de jonge Lambik hoogblond haar te hebben en in De 7 schaken is hij als jongetje met rood haar te zien. In de eerste albumuitgave van De zwarte madam heeft Lambik per hoofdzijde afwisselend drie of vier haren, wat erop lijkt te duiden dat oorspronkelijk geen sprake was van een specifiek aantal haren.
Lambiks postuur is tamelijk gezet, hoewel dit door zijn kleding meestal niet opvalt. Ook hierom is hij soms het mikpunt van spot, vooral als zijn bovenlichaam ontbloot is.
Kleding
[bewerken | brontekst bewerken]Lambik draagt meestal een zwarte broek en een wit overhemd met een zwart strikje. Tot en met het begin van De tuf-tuf-club (1951) droeg hij in de oorspronkelijke ongekleurde albums regelmatig een stropdas. Als hij dan zijn kleding voor een negentiende-eeuws kostuum verruilt, verschijnt voor het eerst de vlinderdas. Vanaf dat moment is Lambiks strikje door alle verhalen heen een vast onderdeel van zijn verschijning. Bij het hertekenen van de oudste verhalen waarin Lambik meedeed is de oorspronkelijke stropdas soms vervangen door het strikje. In sommige verhalen is Lambik te zien met een zwarte bolhoed (waarvan hij een hele verzameling heeft) en een bruine of grijze jas.[8]
Vanaf Het bevroren vuur is Lambik vaak te zien in zijn kenmerkende zwarte broek in combinatie met het witte overhemd.[4]
Karakter
[bewerken | brontekst bewerken]Lambik is van de vaste hoofdpersonen degene die veruit het vaakst zorgt voor absurde en veelal lachwekkende situaties. Hij is vaak erg onnozel, en bijzonder traag van begrip. Een heel vaak terugkomende running gag[noten 2] in de strip is dat Lambik met grote vertraging op iets abnormaals reageert. Als hij bijvoorbeeld van een vijand een harde klap op zijn hoofd krijgt, komt hij vaak pas een aantal plaatjes later tot het besef dat hij bewusteloos moet neervallen. Een andere eigenaardigheid is het soms achterlaten van vreemde teksten op zijn deur, zoals "niet thuis uit hoofde van afwezigheid".[9] In sommige verhalen blijkt hij daarentegen ineens juist zeer sterk, dapper en heldhaftig te zijn, en soms ook even heel slim.
Tegelijkertijd vertoont hij allerlei voor menigeen zeer herkenbare, typisch menselijke eigenschappen en gebreken. Hij is in essentie een zeer goed en nobel iemand. Hij zet zich vaak in voor slachtoffers van onrecht en voor onderdrukten, en toont zich uiteindelijk altijd bezorgd over hoe het met zijn vrienden gaat. Lambiks persoonlijke karakter kent anderzijds allerlei aspecten en varieert soms nogal per individueel verhaal, waarbij ook bepaalde uitgesproken negatieve kanten nu en dan de kop opsteken. Hij kan dan bijvoorbeeld ineens erg laf en egoïstisch zijn en de schuld van alles wat er veelal door zijn eigen toedoen misgaat aan anderen geven. Hij reageert in bepaalde situaties soms onverwacht erg vijandig en agressief, ook naar zijn beste vrienden.
In met name de oudste verhalen lijkt hij enigszins een alcoholverslaving te hebben. Hij lijdt soms aan behoorlijk zware depressies en toont zich dan geregeld erg teleurgesteld in de overheid of zelfs de maatschappij als geheel, waarin de normale, hardwerkende man (met wie hij zichzelf identificeert) altijd maar onbelangrijk lijkt te zijn.[10] Op onverwachte momenten reageert hij soms naar iedereen heel lomp en onbehouwen. Soms wordt hij van buitenaf beïnvloed, bijvoorbeeld door magie.[noten 3] Als Lambiks hebzuchtige kant de kop opsteekt is hij uit op rijkdom[noten 4], macht, vleierij of een hogere status, desnoods zelfs ten koste van zijn vrienden.
Als alle verhalen chronologisch worden geordend, is vrij duidelijk te zien hoe Lambiks karakter geleidelijk aan evolueert. In zijn allereerste verhalen is Lambik, hoewel hij vanaf het begin uitsluitend goede bedoelingen heeft gehad, vooral oerdom, onhandig, verstrooid en mede daardoor vaak erg onbetrouwbaar. Hij loopt de andere hoofdpersonages over het algemeen meer in de weg dan dat hij een nuttige hulp is. In de eerste verhalen daarna wordt Lambik duidelijk slimmer, maar ook veel ijdeler en soms dominanter. Hij lijdt vaak aan een enorme zelfoverschatting en brengt daardoor zowel zichzelf als de personen in zijn omgeving geregeld flink in de problemen. Hij laat zich daarnaast vrij makkelijk voor de gek houden en heeft dit meestal pas als laatste of enige niet door. Hij blijkt ook nogal vatbaar voor verleidingen, bijvoorbeeld van een aantrekkelijke vrouw, die hij dan meestal gelijk ook weer keihard dumpt zodra blijkt dat ze een bedriegster is.
Hoewel Lambik lichamelijk niet zwak lijkt, moet hij het qua lichaamskracht steevast volkomen afleggen tegen Jerom, die mede daarom een grote concurrent van hem is. Met name in de verhalen waar Jerom niet meedoet, is Lambik ondanks zijn onnozelheid vaak juist uiteindelijk de sterke held van het verhaal (dit geldt met name voor de blauwe reeks). Vanaf midden jaren 60 weet Lambik zich veelal geen raad meer met zijn emoties, en is het vooral Jerom die dankzij zijn enorme spierkracht de meeste moeilijke situaties oplost, waar de vrienden eerder op elkaar en dan vaak vooral ook op Lambik waren aangewezen. Wanneer Paul Geerts in 1972 de reeks definitief van Vandersteen overneemt, zet deze trend zich voort. Lambik ontwikkelt zich meer en meer tot de nar in het verhaal, die nog maar weinig aan de belangrijke ontwikkelingen toevoegt.[noten 5] Vanaf eind jaren 80 (de tijd dat Marc Verhaegen steeds meer bijdragen aan de strip ging leveren) krijgt hij soms weer iets serieuzere rollen toebedeeld.
Lambiks goede en slechte geweten worden soms verbeeld door respectievelijk een engel en een duivel.[11] In sommige latere verhalen vervult Wiske de rol van Lambiks goede geweten. Ook de andere vrienden spannen zich in om hem indien nodig te behoeden voor grote vergissingen en domheden. Lambik heeft zijn vrienden meermaals verraden, al komt hij uiteindelijk wel altijd weer tot inkeer.
Willy Vandersteen verwerkte naar eigen zeggen flink wat eigenschappen van hemzelf in Lambiks karakter, vermoedelijk zowel de goede als de minder aangename. Tijdens een interview met het tijdschrift Elsevier in 1973 typeerde hij Lambik als volgt;
Dat is de figuur waar alle goede en slechte menselijke eigenschappen ingestopt zijn. Hij is hebzuchtig en loyaal, laf en dapper, soms sterk dan weer slap als een vaatdoek, driftig en de kalmte zelf, verwaand en soms nederig, slim en soms oerstom.[4]
Vandersteens oudste dochter Helena Vandersteen (die als kind model had gestaan voor Wiske) verklaarde hierover: "Pluis Lambik uit en je komt mijn vaders goede en minder goede karaktertrekken tegen".[12]
Persoonlijke achtergrond
[bewerken | brontekst bewerken]
Over Lambiks eigen verleden en jeugd wordt in de verhalen vrij vrij weinig bekend. In De laatste vloek (2003) blijkt dat hij jarig is op de 14e. Volgens het − niet in de reguliere hoofdreeks gepubliceerde − verhaal De bloedbroeder (2013) is zijn sterrenbeeld Maagd; hieruit zou dus volgen dat zijn geboortedatum 14 september is.
In enkele verhalen – Het zingende nijlpaard, De sterrenplukkers, De 7 schaken en Bolhoed Bik – wordt een beeld geschetst van hoe Lambik er als kind moet hebben uitgezien. In Het hondenhart wordt Lambik als jongeman getoond.
Vooral in de eerste paar jaar van de strip wordt duidelijk dat Lambik een katholieke opvoeding gehad moet hebben; zo verwijst hij bijvoorbeeld in het al genoemde verhaal Het zingende nijlpaard en in De tuf-tuf-club naar zijn eerste communie.[13]
Diverse beroepen
[bewerken | brontekst bewerken]In sommige verhalen na De sprietatoom werkt Lambik opnieuw als loodgieter, bijvoorbeeld in De ringelingschat (1951) en in De koeiencommissie (een verhaal van Marc Verhaegen uit 2000). In Beminde Barabas (1975) ruilen Sidonia en Lambik van baan; Lambik gaat het huishouden doen en Sidonia gaat als loodgieter aan de slag. In andere verhalen blijkt Lambik nog tal van andere beroepen uit te oefenen, zoals journalist (De zwarte zwaan), schermer (De Tartaarse helm; zie verder ook #Blauwe reeks), chirurgijn-barbier (Het gouden paard), of kapper (De kale kapper). In sommige verhalen (zoals Het bevroren vuur) is hij zeeman. In Twee toffe totems beweert Lambik dat hij in zijn jeugd nog in de mijnen heeft gewerkt.
In De schat van Beersel (1952) blijkt voor het eerst dat hij in de Eerste Wereldoorlog als soldaat heeft meegevochten; hier haalt hij zijn oude uitrusting weer tevoorschijn. In De windmakers (1959) blijkt dit oude spul niet erg bruikbaar meer. In latere verhalen wordt Lambiks soldatenuitrusting meer omschreven als "souvenirs" uit die tijd.
Bekende familieleden
[bewerken | brontekst bewerken]- In De vliegende aap (1946) − het tweede Suske en Wiske-verhaal waarin Lambik meedoet − verschijnt Lambiks broer Arthur voor het eerst in beeld. Arthur is in staat om te vliegen na het eten van een speciaal plantenextract ("Selderum Aeroplanis") en woont in de Belgische kolonie Dongo.[14]
- Lambiks vader, Papal-Ambik, duikt op in De tamtamkloppers (1953). Volgens Lambik is zijn vader een miskend dichter die ten onrechte in een gesticht werd opgesloten. Lambik en Arthur hebben hem bevrijd en brachten hem naar Rotswana, waar zowel Arthur als Papal-Ambik nog steeds wonen. In dit verhaal blijkt ook dat Lambik en Arthur hun moeder nooit gekend hebben.
- In het Gallische tijdperk leefde een van Lambiks vroege voorvaderen, Lambiorix[15] hoofdman van de Eburonen.
- Tijdens de 16de eeuw leefde er in Binche een andere voorouder van Lambik, Evarist. (De joviale Gille (2007)).
- In de 18de eeuw leefde een van Lambiks andere voorouders, Johan Matheus Lambik (1730 – 1792), een van de bokkenrijders. (De bokkerijders (1948))
- In De formidabele fantast (2005) duikt Hippoliet Lambik op, een grootoom van Lambik die uiterlijk wat op hem lijkt. Hippoliet Lambik drinkt graag jenever. Door zijn schulden is hij de voetmat geworden van Moeder Kee, de uitbaatster van een herberg op de heide.
- In tante Biotica (2014) komt een tante van Lambik in beeld. Zij zorgde voor hem toen zijn vader naar Afrika vertrok.
- In De ongelooflijke Thomas (2001) besloot Marc Verhaegen om Lambik en Sidonia een zoon te geven genaamd Thomas, die echter geen vaste rol in de verhalen heeft gekregen.
- in Krimsonia (2011) is kort een foto van Lambiks grootvader te zien. Hij lijkt veel op Lambik, maar heeft een grotere snor en een sikje. Zijn naam wordt niet genoemd, maar het blijkt dat hij dol was op radijzen.
- In Bolhoed Bik (2024) blijkt dat Lambik zijn moeder Cerise Kriek wel degelijk gekend heeft, hoewel hij dat in eerdere verhalen heeft ontkend. Samen met zijn broer Arthur groeit hij op in armoede. Als zijn depressieve moeder besluit te trouwen met een piloot in het Britse leger, is Lambik van slag. Ze komt daarna om tijdens een vliegtuigongeluk.
Relaties tot andere vaste personages
[bewerken | brontekst bewerken]Tante Sidonia
[bewerken | brontekst bewerken]De onderlinge verstandhouding tussen Lambik en Sidonia lijkt in de verhalen soms totaal anders. Soms wekt Sidonia de indruk hevig verliefd te zijn op Lambik en zegt ze dat ze het liefst met hem zou willen trouwen[noten 6]. In veel andere verhalen is hier evenwel niets van te merken; Sidonia lijkt Lambik hier vooral een zeurderige lastpost te vinden. Soms wordt ze ook erg kwaad op hem vanwege zijn onhandige of onbeschofte gedrag. Een vaker terugkerend verschijnsel is dat Sidonia van achteren een van haar grote schoenen naar Lambiks hoofd gooit.
Lambik op zijn beurt lijkt in de meeste verhalen totaal geen affectie voor Sidonia te voelen. Vaak jaagt hij haar doelbewust op stang met kwetsende opmerkingen over haar uiterlijk.[noten 7]
Jerom
[bewerken | brontekst bewerken]Vanaf de introductie van Jerom[16] wordt Lambik, naarmate Jerom zelf steeds beschaafder wordt en een belangrijkere rol in de verhalen krijgt, geleidelijk aan veel minder dominant. Een van de redenen om Jerom uit de 17e eeuw mee te nemen, was om te voorkomen dat Lambik zo verwaand zou worden dat hij de rest niet meer zou zien staan. Jerom trekt nadat hij zijn vaste plek in de serie heeft gekregen bij Lambik in huis. Samen komen ze vaak bij tante Sidonia over de vloer.
Jerom wordt dankzij zijn immense lichaamskracht vooral een grote rivaal van Lambik, daar waar het gaat om indruk maken en moeilijke situaties oplossen. Indien nodig, kunnen de twee zich behoorlijk hardvochtig tegen elkaar opstellen. Lambik heeft niet zelden leedvermaak als Jerom ergens verdriet over heeft of als enige in de problemen zit.[7] Anderzijds werken ze ook geregeld goed samen en hebben ze als het erop aankomt veel voor elkaar over.
Tobias
[bewerken | brontekst bewerken]Lambik heeft een hekel aan honden. Dit geldt ook voor Tobias, die voor het eerst voorkomt in Het hondenparadijs. In Het hondenhart wordt duidelijk waarom Lambik lange tijd een hekel aan honden heeft gehad.
In spin-offseries
[bewerken | brontekst bewerken]Blauwe reeks
[bewerken | brontekst bewerken]In de in totaal acht spin-offverhalen die Vandersteen in de jaren 50 voor het weekblad Kuifje maakte, werd Lambik op verzoek van Hergé anatomisch een stuk correcter en atletischer getekend, om bij de stijl van de verhalen die in dat weekblad werden gepubliceerd te passen. Behalve dat Lambik in deze verhalen een stuk heldhaftiger is getekend, gedraagt hij zich hier ook in het algemeen veel verstandiger en doortastender. In het geheim van de gladiatoren (1953-1954) heeft hij veruit de belangrijkste rol, als hij vrijwel in zijn eentje de slechte plannen van keizer Nero weet te verijdelen. Lambik heeft hier in het algemeen ook een stuk meer aanzien. Ook blijkt hij over bepaalde capaciteiten te beschikken waar in de "rode reek-verhalen nooit iets van te merken is; zo blijkt hij bijvoorbeeld een erg begaafd schermer en zelfs een keer gladiator[17] te zijn, en over veel medische kennis te beschikken. Van Lambiks uit de rode reeks overbekende ijdele, arrogante en soms egoïstische karakter en zijn geregeld lompe gedrag komt in de verhalen uit de blauwe reeks nagenoeg nooit iets terug; wel gedraagt Lambik zich ook hier af en toe bespottelijk.
Hij fungeert in deze verhalen tevens als een soort vaderfiguur voor Suske en Wiske, die ook bij hem inwonen (in plaats van bij tante Sidonia).
De Vrolijke Bengels
[bewerken | brontekst bewerken]Van 1950 tot 1953 vervingen Lambik, Suske en Wiske tijdelijk de personages Pontius, Pilatus, Vlooike en Poliet in Vandersteens stripreeks De Vrolijke Bengels.
De grappen van Lambik
[bewerken | brontekst bewerken]Lambik heeft ook zijn eigen stripreeks: De grappen van Lambik. De oorspronkelijke reeks albums en grappen verscheen van 1955 tot 1962. In 2004 werd begonnen met een nieuwe serie albumuitgaven met grappen van Lambik. De eerste drie albums van deze reeks bevatten een bloemlezing van gags die eerder verschenen in de jaren 50. De strips werden voor deze gelegenheid ingekleurd en het taalgebruik werd aangepast. Vanaf het vierde album, dat verscheen in maart 2005, werd de serie voortgezet met nieuwe grappen. De nieuwe strips werden gemaakt door Studio Vandersteen. Elk album bevat pagina's van diverse schrijvers en tekenaars. In verband met tijdgebrek van de Studio werd de serie na deel 7 alweer gestaakt.
Strip Klassiek
[bewerken | brontekst bewerken]De gekalibreerde kwibus bestaat uit drie los samenhangende verhaaltjes, met Lambik als centraal figuur. Deze verhalenbundel is nooit verschenen in de reguliere Suske en Wiske-hoofdreeks, maar wel in onder andere Strip Klassiek.
Amoras / De kronieken van Amoras
[bewerken | brontekst bewerken]In de spin-off-series Amoras (2013-2017) en de voortzetting hiervan, De Kronieken van Amoras (2017-nu), beide gemaakt door Charel Cambré en Marc Legendre, is het uiterlijk van alle personages vrij verregaand aangepast om ze veel realistischer te laten ogen. Lambik heeft hier niet meer zijn kenmerkende ronde hoofd, maar wel een vrij uitgesproken kin. Ook heeft hij weer iets meer haren op zijn achterhoofd dan de gebruikelijke zes, al is hij nog steeds grotendeels kaal. Zijn snor is hier ook veel duidelijker te zien.
In De zaak Krimson (2017) wordt duidelijk dat Lambik en de vaak terugkerende schurk Krimson elkaar als jonge mannen al hebben leren kennen in het Franse Piscine-les-Bains, waar beiden verwikkeld raakten in een moordzaak. In De droom van Arthur ontmoet Lambik zijn broer weer na vele jaren.
In populaire cultuur
[bewerken | brontekst bewerken]- De naam van de Nederlandse stripwinkel Galerie Lambiek is een rechtstreekse verwijzing naar Lambik. Het personage werd tijdens de jaren 50 in de vroege vertalingen van Suske en Wiske voor de Nederlandse markt nog "Lambiek" genoemd. Het embleem op het uithangbord van de winkel is een prentje uit het verhaal Prinses Zagemeel, waarin Lambiks metamorfose tot centaur wordt uitgebeeld.
- Lambik had een cameo in de Nederlandse stripreeks Agent 327, in het album De ogen van Wu Manchu, waar hij samen met Nero opduikt.
- Hij dook ook op op blz. 28 van het eerste deel van Van Nul tot Nu als Vlaamse soldaat in de Guldensporenslag
- In het Urbanusalbum De laatste dagen van Urbanus is Lambiks gezicht aan de muur van een ziekenhuis te zien als reclameaffiche voor faceliften. Zijn oude gezicht uit de oorspronkelijke albums staat op onder de hoofding "Voor", zijn gezicht in de latere, hertekende versies onder de hoofding "Na".
- In het Urbanus en Kiekeboealbum Kiekebanus is hij in een pot formol te zien.
- In de Suske en Wiske-musical De Stralende Sterren (1994) speelde Roland Van Rillaer de rol van Lambik. Van Rillaer speelde de rol vervolgens in elke musical die volgde. In 2015 speelde hij Lambik voor het laatst, in een herneming van De circusbaron. In de verfilming uit 2004 van De duistere diamant werd Lambik gespeeld door Dirk Roofthooft. In de Suske en Wiske-poppenserie (1975) werd de stem van Lambik vertolkt door Henk Molenberg. Voor de 3D-animatiefilm De Texasrakkers (2009) werd Lambiks stem ingesproken door Lucas Van den Eynde.
- De Belgische gemeente Puurs bestond in 2017 725 jaar. Luc Morjaeu, die sinds 2005 mee Suske en Wiske tekende, maakte ter gelegenheid daarvan het stripverhaal Het spook van Pukema. Dit verhaal is een one-shot en hoort dus niet bij de Suske en Wiske-hoofdreeks. Morjaeu kreeg wel van Studio Vandersteen toelating om Lambik en de teletijdmachine te gebruiken.[18][19]
- Ook in het Kiekeboes-album Niet van gisteren duikt Lambik even kort op, in de verschijning die hij heeft in De bokkerijders.
Bekende uitspraken
[bewerken | brontekst bewerken]- "Miljaar!", als hij kwaad is of als er iets fout gaat. Dit is wellicht een verbastering van milliards de dieux.[20]
- "Het is mijnheer Lambik", als iemand hem alleen met "Lambik" aanspreekt[21]
- Wanneer hij praat met jonge kinderen en ze gerust wil stellen, verwijst hij soms naar zichzelf als "De dikke meneer".[22]
Varia
[bewerken | brontekst bewerken]In sommige verhalen wordt de zogeheten "vierde wand" doorbroken. Lambik ontmoet dan in het verhaal zelf "echte" lezers van de Suske en Wiske-verhalen, die hem uitlachen of vragen waarom hij toch altijd zo onnozel doet.[21]
Vertalingen
[bewerken | brontekst bewerken]- Orville, vertaling in het Engels in het album The Poisoned Rain (vertaling van De ruige regen).
- Ambrose, vertaling in het Engels.
- Lambiko, vertaling in het Esperanto.
- Koikkalainen, vertaling in het Fins.
- Lambique, vertaling in het Frans.
- Lamholt, vertaling in het Zweeds.
- Lambi, vertaling in het IJslands.
Lambik heeft zijn oorspronkelijke Nederlandse naam behouden in het Duits, Fries, Limburgs en Drents.
- ↑ Florqui, J. Ten huize van... 13, 1977, p. 99. Gearchiveerd op 24 juni 2023.
- ↑ Monsieur Lambique, s'il vous plaît!. De Standaard (10 april 2004). Geraadpleegd op 23 juni 2018.
- ↑ Versus, nummer 131, 2020
- 1 2 3 4 De prachtige personages: Lambik. Suske en Wiske Shop
- ↑ stripspeciaalzaak.be. Gearchiveerd op 29 november 2020. Geraadpleegd op 7 september 2023.
- ↑ De Sprietatoom : ontmoeting Lambik 2, Comic Art Fans
- 1 2 Zie bijv. De kale kapper
- ↑ Zie bijv. Lambiks debuutverhaal De sprietatoom, De sterrenplukkers en Het Bretoense broertje
- ↑ Zie De bokkerijders
- ↑ Zie bijv. De ruige regen
- ↑ Zie bijv. Het zingende nijlpaard
- ↑ België door de ogen van Suske en Wiske. Houtekiet (2023), p. 56-527. ISBN 9789052408934.
- ↑ België door de ogen van Suske en Wiske. Houtekiet (2023), p. 13-14. ISBN 9789052408934.
- ↑ Een verwijzing naar Belgisch-Kongo
- ↑ Toespeling op Ambiorix
- ↑ Zie De dolle musketiers
- ↑ Zie Het geheim van de gladiatoren
- ↑ Luc Morjaeu tekent strip over 725e verjaardag Puurs, Stripgids.org
- ↑ Lancering Puurse strip, 725puurs.be
- ↑ https://www.ikhebeenvraag.be/vraag/1115/Wat-is-de-etymologische-betekenis-van-de-Vlaamse-vloek-miljaar-de. Gearchiveerd op 31 oktober 2022.
- 1 2 Zie bijv. De circusbaron.
- ↑ Zie bijv. De sterrenplukkers
Noten
- ↑ In de blinkende boemerang zeggen pygmeeën echter tegen Lambik dat hij zulk fijn haar heeft dat men het niet ziet.
- ↑ Deze grap is soms ook bij andere personages gebruikt.
- ↑ Zie bijvoorbeeld De poppenpakker
- ↑ Dit wordt bijvoorbeeld erg duidelijk in De poenschepper en De gekke gokker
- ↑ Het statige standbeeld (1979) draait bijvoorbeeld bijna helemaal om Lambiks enorme ijdelheid en blindheid.
- ↑ Voor het eerst in De sterrenplukkers
- ↑ In Fata Morgana lijkt de liefde tussen Lambik en Sidonia echter wel wederzijds.