Lambik
| Lambik Lambiek | ||||
|---|---|---|---|---|
| Strippersonage | ||||
Op een muur in Brussel worden van boven naar beneden Schanulleke, Wiske, Suske, tante Sidonia, Lambik, Jerom en Manneken Pis afgebeeld.
| ||||
| Bedacht door | Willy Vandersteen | |||
| Stripreeks | Suske en Wiske, Amoras, De Kronieken van Amoras en De grappen van Lambik (oude en nieuwe reeks) | |||
| Introductie | 1946, in De sprietatoom | |||
| Beroep | loodgieter/detective | |||
| Familie | Arthur (broer), Lambiorix (voorouder), Evarist (voorouder), Johan Matheus Lambik (voorouder), Hippoliet Lambik (grootoom) | |||
| Lijst van personages uit Suske en Wiske | ||||
| ||||
Lambik is een van de hoofdpersonages uit onder meer de Vlaamse stripreeks Suske en Wiske. Hij maakte zijn debuut in het verhaal De sprietatoom (1946), het derde verhaal in deze serie. Hij is een blanke man van middelbare leeftijd.
Lambik heeft naast zijn vaste rol in de Suske en Wiske-hoofdreeks ook een eigen stripreeks, De grappen van Lambik. Hij heeft daarnaast een belangrijke rol in twee spin-offreeksen, Amoras (2013-2015) en De Kronieken van Amoras (sinds 2017).
Oorsprong
[bewerken | brontekst bewerken]Willy Vandersteen tekende Lambik voor het eerst in de winter van 1944-1945 op een reeks losse tekenbladen. De figuur heette in eerste instantie Pukkel. Later kreeg hij zijn huidige naam, die is gebaseerd op de biersoort Gueuze Lambic, waar Vandersteen zelf dol op was.[1] In oudere Nederlandse uitgaven heet hij Lambiek.
Er is wel geopperd dat Vandersteen Lambik heeft gebaseerd op de Franse acteur Fernand Charpin.[2] Een andere genoemde mogelijkheid is dat Vandersteen zich voor Lambik liet inspireren door de film Hellzapoppin', met daarin de malle detective Quimby (gespeeld door Hugh Herbert).[3]
Rollen in de serie
[bewerken | brontekst bewerken]In zijn debuutverhaal De sprietatoom is Lambik een loodgieter. Hij is daarnaast door professor Barabas ingehuurd als privédetective, naar eigen zeggen omdat hij heel goed verloren dingen kan terugvinden.[4][5] In de rest van dit verhaal helpt Lambik – ondanks zijn alcoholisme en zijn ook hier al erg grote onhandigheid – Suske, Wiske en de professor in hun strijd tegen de kwaadaardige geleerde Savantas.
In tientallen verhalen heeft Lambik zelf min of meer de hoofdrol in plaats van de naamgevers van de strip, Suske en Wiske. Sterrenrood (2015) is een van de zeer weinige verhalen na De sprietatoom waarin Lambik zelf niet te zien is. Inspecteur Lambique doet hier in Lambiks plaats onderzoek naar een diamantdiefstal.
Lambik zorgt in het algemeen van alle vaste personages in de serie voor de meeste humor, met name door zijn onnozelheid en onhandigheid.
Kenmerken in de hoofdreeks (rode reeks)
[bewerken | brontekst bewerken]
Volledige naam
[bewerken | brontekst bewerken]In Bolhoed Bik (2024) wordt duidelijk dat zijn volledige naam Lambik Geuze is.[bron?]
Uiterlijk
[bewerken | brontekst bewerken]Vandersteen besloot na een paar verhalen het uiterlijk van Lambik vrij drastisch aan te passen. Zo had Lambik in het allereerste begin nog niet zijn typische ronde hoofd. Ook lijkt het met name in De sprietatoom alsof hij hier op zijn achterhoofd nog wat meer haar heeft. Verder is duidelijk dat Lambik hier nog een echte snor heeft, die in latere verhalen niet goed meer herkenbaar is. Lezers van de latere verhalen twijfelen vaak of de zwarte streep onder Lambiks neus gewoon zijn bovenlip, dan wel een snor is. Volgens Studio Vandersteen is de zwarte streep onder de neus van Lambik een snor. Ook in de stripreeks zelf zijn hiervoor diverse aanwijzingen. Op bladzijde 40 van De apekermis wordt duidelijk gezegd dat Lambik een snor heeft. In Het drijvende dorp verkleedt Lambik zich als boerin en wordt dan door een dorpsbewoner omschreven als: "die dikke madam met haar snor". In De blote Belg geeft een Nederlandse toeriste een signalement van Lambik en vermeldt daarbij dat hij een snor heeft. In Jeanne Panne beschrijft ook Jerom Lambik als een snordrager.
Op zes hoofdharen na is hij helemaal kaal.[6] Lambik is hier niet altijd even tevreden over.[7] Onduidelijk is wat zijn oorspronkelijke haarkleur is geweest. In Het zingende nijlpaard is een jeugdportret van Lambik met zwart stekelhaar te zien, maar in De sterrenplukkers blijkt de jonge Lambik hoogblond haar te hebben en in De 7 schaken is hij als jongetje met rood haar te zien. In de eerste albumuitgave van De zwarte madam heeft Lambik per hoofdzijde afwisselend drie of vier haren, wat erop lijkt te duiden dat oorspronkelijk geen sprake was van een specifiek aantal haren.
Lambiks figuur is licht gezet. Vanwege zijn buik, die vooral opvalt als zijn bovenlichaam is ontbloot, is hij soms het mikpunt van spot.
Kleding
[bewerken | brontekst bewerken]Lambik draagt meestal een zwarte broek en een wit overhemd met een zwart strikje. Tot en met het begin van De tuf-tuf-club (1951) droeg hij in de oorspronkelijke ongekleurde albums regelmatig een stropdas. Als hij dan zijn kleding voor een negentiende-eeuws kostuum verruilt, verschijnt voor het eerst de vlinderdas. Vanaf dat moment is Lambiks strikje door alle verhalen heen een vast onderdeel van zijn verschijning. Bij het hertekenen van de oudste verhalen waarin Lambik meedeed is de oorspronkelijke stropdas soms vervangen door het strikje. In sommige verhalen is Lambik te zien met een zwarte bolhoed en een bruine of grijze jas.[8]
Karakter
[bewerken | brontekst bewerken]Lambik is onder meer zeer populair bij lezers van de strip omdat hij zoveel herkenbare, menselijke gebreken vertoont. Hij is vaak zwak, onnozel, en traag van begrip, maar in sommige verhalen ook zeer sterk, dapper en heldhaftig. Hij is in essentie een zeer goed en nobel iemand. Hij zet zich vaak in voor slachtoffers van onrecht en voor onderdrukten, en toont zich uiteindelijk altijd bezorgd over hoe het met zijn vrienden gaat.
Lambiks persoonlijke karakter kent echter allerlei aspecten en varieert nogal per individueel verhaal, het vertoont anderzijds een aantal uitgesproken negatieve kanten. Deze steken zo nu en dan de kop op, al dan niet doordat Lambik van buitenaf wordt beïnvloed (bijvoorbeeld door magie). Hij kan dan bijvoorbeeld ineens erg laf en egoïstisch zijn en de schuld van alles wat er door zijn eigen toedoen misgaat aan anderen geven. Hij reageert in bepaalde situaties soms onverwacht erg vijandig en agressief. Heel af en toe is hij dronken. Hij toont zich in sommige verhalen duidelijk erg teleurgesteld in de overheid of in de maatschappij als geheel, waarin de normale man onbelangrijk lijkt te zijn.[9] Op onverwachte momenten reageert hij soms naar iedereen heel lomp en onbehouwen.
Lambik is niet zelden hebzuchtig. In sommige verhalen lijkt hij voornamelijk uit te zijn op rijkdom[10], macht, vleierij of een hogere status, desnoods zelfs ten koste van zijn vrienden. Ook is hij nogal vatbaar voor verleidingen, bijvoorbeeld van een aantrekkelijke vrouw, die hij dan meestal ook weer keihard dumpt als later blijkt dat ze een bedriegster is.
Met name in de oudere verhalen worden Lambiks goede en slechte geweten soms verbeeld door respectievelijk een engel en een duivel.[11] In sommige latere verhalen vervult Wiske de rol van Lambiks goede geweten. Ook de andere vrienden spannen zich in om hem indien nodig te behoeden voor grote vergissingen en domheden. Lambik heeft zijn vrienden meermaals verraden, al komt hij uiteindelijk wel altijd weer tot inkeer.
Willy Vandersteen verwerkte naar eigen zeggen flink wat eigenschappen van hemzelf in Lambiks karakter, vermoedelijk zowel de goede als de minder aangename. Willy Vandersteens dochter Helena Vandersteen (die als kind tevens model had gestaan voor Wiske) verklaarde hierover eens: "Pluis Lambik uit en je komt mijn vaders goede en minder goede karaktertrekken tegen".[12]
Evolutie in de strip
[bewerken | brontekst bewerken]Als alle verhalen chronologisch worden geordend, is duidelijk te zien hoe Lambiks karakter geleidelijk aan evolueert.
In de allereerste verhalen is Lambik vooral oerdom, onhandig, verstrooid en mede daardoor geregeld onbetrouwbaar. Hij loopt de andere hoofdpersonages vaak meer in de weg dan dat hij een nuttige hulp is, al helpt hij ze soms ook in moeilijke situaties. In de eerste verhalen daarna wordt Lambik duidelijk wat slimmer, maar ook een stuk ijdeler en soms dominanter. Hij overschat zichzelf heel geregeld en brengt zichzelf door zijn grote mond soms flink in de problemen. Hij laat zich daarnaast vrij makkelijk voor de gek houden en heeft dit meestal pas als laatste of enige niet door. Met name in verhalen die zich in vroegere eeuwen afspelen en waar Jerom nog ontbreekt, is Lambik behalve onnozel ook vaak juist uiteindelijk de sterke held van het verhaal.
Vanaf midden jaren 60 weet Lambik zich in de verhalen veelal geen raad meer met zijn emoties. Vanaf dan is het vooral Jerom die dankzij zijn enorme spierkracht de meeste moeilijke situaties oplost, waar de vrienden eerder op elkaar en dan vaak vooral ook op Lambik waren aangewezen. Wanneer Paul Geerts in 1972 de reeks definitief van Vandersteen overneemt, zet deze trend zich voort. Lambik ontwikkelt zich meer en meer tot de nar in het verhaal, die nog maar weinig aan de belangrijke ontwikkelingen toevoegt. Het verhaal Het statige standbeeld (1979) draait in de basis om Lambik, maar dan vanwege zijn enorme ijdelheid en blindheid waardoor hij niet doorheeft dat hij misbruikt wordt voor een misdadig plan.
Vanaf eind jaren 80 krijgt Lambik soms weer iets serieuzere rollen toebedeeld; dit gebeurde misschien onder invloed van de tekenaar/scenarist Marc Verhaegen.
Running gags
[bewerken | brontekst bewerken]Een in de strip heel vaak terugkerende grap is dat Lambik met grote vertraging op iets abnormaals reageert. Als hij bijvoorbeeld van een vijand een harde klap op zijn hoofd krijgt, komt hij vaak pas een aantal plaatjes later tot het besef dat hij bewusteloos moet neervallen. Een andere eigenaardigheid is het soms achterlaten van vreemde teksten op zijn deur, zoals "niet thuis uit hoofde van afwezigheid".[13]
Persoonlijke achtergrond
[bewerken | brontekst bewerken]
Over Lambiks eigen verleden en jeugd wordt in de verhalen vrij vrij weinig bekend. In De laatste vloek (2003) blijkt dat hij jarig is op de 14e. Volgens het − niet in de reguliere hoofdreeks gepubliceerde − verhaal De bloedbroeder (2013) is zijn sterrenbeeld Maagd; hieruit zou dus volgen dat zijn geboortedatum 14 september is.
In enkele verhalen – Het zingende nijlpaard, De sterrenplukkers, De 7 schaken en Bolhoed Bik – wordt een beeld geschetst van hoe Lambik er als kind moet hebben uitgezien. In Het hondenhart wordt Lambik als jongeman getoond.
Vooral in de eerste paar jaar van de strip wordt duidelijk dat Lambik een katholieke opvoeding gehad moet hebben; zo verwijst hij in Het zingende nijlpaard en De tuf-tuf-club bijvoorbeeld naar zijn eerste communie.[14]
Diverse beroepen
[bewerken | brontekst bewerken]Ook in sommige verhalen na zijn debuutverhaal De sprietatoom werkt Lambik weer even als loodgieter, bijvoorbeeld in De ringelingschat (1951) en veel later in De koeiencommissie (2000). In Beminde Barabas (1975) ruilen Sidonia en Lambik van baan; Lambik gaat het huishouden doen en Sidonia gaat als loodgieter aan de slag. In andere verhalen blijkt Lambik nog tal van andere beroepen uit te oefenen, zoals journalist (De zwarte zwaan), schermer (De Tartaarse helm; zie verder ook #Blauwe reeks), chirurgijn-barbier (Het gouden paard), of kapper (De kale kapper). In sommige verhalen (zoals Het bevroren vuur) is hij zeeman. In Twee toffe totems beweert Lambik dat hij in zijn jeugd nog in de mijnen heeft gewerkt.
In De schat van Beersel (1952) blijkt voor het eerst dat hij in de Eerste Wereldoorlog als soldaat heeft meegevochten; hier haalt hij zijn oude uitrusting weer tevoorschijn. In De windmakers (1959) blijkt dit oude spul niet erg bruikbaar meer. In latere verhalen wordt Lambiks soldatenuitrusting meer omschreven als "souvenirs" uit die tijd.
Lambiks baan als loodgieter staat opnieuw centraal in De kronieken van Amoras (zie #De kronieken van Amoras).
Bekende familieleden
[bewerken | brontekst bewerken]- In De vliegende aap (1946) − het tweede Suske en Wiske-verhaal waarin Lambik meedoet − verschijnt Lambiks broer Arthur voor het eerst in beeld. Arthur is in staat om te vliegen na het eten van een speciaal plantenextract ("Selderum Aeroplanis") en woont in de Belgische kolonie Dongo.[15]
- Lambiks vader, Papal-Ambik, duikt op in De tamtamkloppers (1953). Volgens Lambik is zijn vader een miskend dichter die ten onrechte in een gesticht werd opgesloten. Lambik en Arthur hebben hem bevrijd en brachten hem naar Rotswana, waar zowel Arthur als Papal-Ambik nog steeds wonen. In dit verhaal blijkt ook dat Lambik en Arthur hun moeder nooit gekend hebben.
- In het Gallische tijdperk leefde een van Lambiks vroege voorvaderen, Lambiorix[16] hoofdman van de Eburonen.
- Tijdens de 16de eeuw leefde er in Binche een andere voorouder van Lambik, Evarist. (De joviale Gille (2007)).
- In de 18de eeuw leefde een van Lambiks andere voorouders, Johan Matheus Lambik (1730 – 1792), een van de bokkenrijders. (De bokkerijders (1948))
- In De formidabele fantast (2005) duikt Hippoliet Lambik op, een grootoom van Lambik die uiterlijk wat op hem lijkt. Hippoliet Lambik drinkt graag jenever. Door zijn schulden is hij de voetmat geworden van Moeder Kee, de uitbaatster van een herberg op de heide.
- In tante Biotica (2014) komt een tante van Lambik in beeld. Zij zorgde voor hem toen zijn vader naar Afrika vertrok.
- In De ongelooflijke Thomas (2001) besloot Marc Verhaegen om Lambik en Sidonia een zoon te geven genaamd Thomas, die echter geen vaste rol in de verhalen heeft gekregen.
- in Krimsonia (2011) is kort een foto van Lambiks grootvader te zien. Hij lijkt veel op Lambik, maar heeft een grotere snor en een sikje. Zijn naam wordt niet genoemd, maar het blijkt dat hij dol was op radijzen.
- In Bolhoed Bik (2024) blijkt dat Lambik zijn moeder Cerise Kriek wel degelijk gekend heeft, hoewel hij dat in eerdere verhalen heeft ontkend. Samen met zijn broer Arthur groeit hij op in armoede. Als zijn depressieve moeder besluit te trouwen met een piloot in het Britse leger, is Lambik van slag. Ze komt daarna om tijdens een vliegtuigongeluk.
Relaties tot andere vaste personages
[bewerken | brontekst bewerken]Tante Sidonia
[bewerken | brontekst bewerken]Het is onduidelijk hoe de onderlinge verstandhouding tussen Lambik en Sidonia precies is, deze lijkt in de verschillende verhalen soms totaal anders. Soms (zoals in De sterrenplukkers en De amoureuze amazone) wordt sterk de indruk gewekt dat tante Sidonia verliefd is op Lambik en zelfs het liefst met hem zou willen trouwen. In veel andere verhalen is hier evenwel niets van te merken; Sidonia lijkt Lambik hier vooral een zeurderige lastpost te vinden wanneer hij bij haar over de vloer is. Soms wordt ze ook erg kwaad op hem, bijvoorbeeld als hij iets stukmaakt of zich ineens onbeschoft gedraagt.
Lambik op zijn beurt lijkt hoe dan ook totaal geen affectie voor Sidonia te voelen. Vaak jaagt hij haar doelbewust op stang met kwetsende opmerkingen over haar uiterlijk.[17]
Jerom
[bewerken | brontekst bewerken]Vanaf de introductie van Jerom[18] wordt Lambik, naarmate Jerom zelf steeds beschaafder wordt en een belangrijkere rol in de verhalen krijgt, geleidelijk aan veel minder dominant. Een van de redenen om Jerom uit de 17e eeuw mee te nemen, was om te voorkomen dat Lambik zo verwaand zou worden dat hij de rest niet meer zou zien staan. Jerom trekt nadat hij zijn vaste plek in de serie heeft gekregen bij Lambik in huis. Samen komen ze vaak bij tante Sidonia over de vloer.
Jerom wordt dankzij zijn immense lichaamskracht vooral een grote rivaal van Lambik, daar waar het gaat om indruk maken en moeilijke situaties oplossen. Indien nodig, kunnen de twee zich behoorlijk hardvochtig tegen elkaar opstellen. Lambik heeft niet zelden leedvermaak als Jerom ergens verdriet over heeft of als enige in de problemen zit.[7] Anderzijds werken ze ook geregeld goed samen en hebben ze als het erop aankomt veel voor elkaar over.
Tobias
[bewerken | brontekst bewerken]Lambik heeft een hekel aan honden. Dit geldt ook voor Tobias, die voor het eerst voorkomt in Het hondenparadijs. In Het hondenhart wordt duidelijk waarom Lambik lange tijd een hekel aan honden heeft gehad.
In spin-offseries
[bewerken | brontekst bewerken]Blauwe reeks
[bewerken | brontekst bewerken]In de blauwe reeks-verhalen die in de jaren 50 in het weekblad Kuifje verschenen,[19] werd Lambik op verzoek van Hergé door Vandersteen anatomisch een stuk correcter en atletischer getekend, om bij de stijl van de verhalen die in dat weekblad werden gepubliceerd te passen. Behalve dat Lambik in deze verhalen een stuk heldhaftiger is getekend, gedraagt hij zich hier ook in het algemeen veel verstandiger en doortastender. In het geheim van de gladiatoren (1953-1954) heeft hij van de hoofdpersonages veruit de belangrijkste rol, als hij vrijwel in zijn eentje de slechte plannen van keizer Nero weet te verijdelen.
Lambik heeft hier in het algemeen een stuk meer aanzien. Ook blijkt hij over bepaalde capaciteiten te beschikken waar in de "rode reek-verhalen eigenlijk nooit iets van te merken is; zo blijkt hij bijvoorbeeld een erg begaafd schermer en zelfs een keer gladiator[20] te zijn, en over veel medische kennis te beschikken. Van Lambiks ijdele, arrogante, egoïstische en soms lompe karaktertrekken zoals dat in de rode reeks regelmatig de kop opsteekt, komt in de verhalen uit de blauwe reeks nagenoeg nooit iets terug. Wel gedraagt Lambik zich ook hier zo af en toe heel bespottelijk, maar dit zorgt in het algemeen veel minder voor grote problemen dan soms in de rode reeks.
Hij fungeert in deze verhalen tevens als een soort vaderfiguur voor Suske en Wiske, een aspect dat in de verhalen uit de gewone hoofdreeks vrijwel afwezig is (daar is tante Sidonia de vaste opvoedster van Suske en Wiske).
De Vrolijke Bengels
[bewerken | brontekst bewerken]Van 1950 tot 1953 vervingen Lambik, Suske en Wiske tijdelijk de personages Pontius, Pilatus, Vlooike en Poliet in Vandersteens stripreeks De Vrolijke Bengels.
De grappen van Lambik
[bewerken | brontekst bewerken]Lambik heeft ook zijn eigen stripreeks: De grappen van Lambik. De oorspronkelijke reeks albums en grappen verscheen van 1955 tot 1962. In 2004 werd begonnen met een nieuwe serie albumuitgaven met grappen van Lambik. De eerste drie albums van deze reeks bevatten een bloemlezing van gags die eerder verschenen in de jaren 50. De strips werden voor deze gelegenheid ingekleurd en het taalgebruik werd aangepast. Vanaf het vierde album, dat verscheen in maart 2005, werd de serie voortgezet met nieuwe grappen. De nieuwe strips werden gemaakt door Studio Vandersteen. Elk album bevat pagina's van diverse schrijvers en tekenaars. In verband met tijdgebrek van de Studio werd de serie na deel 7 alweer gestaakt.
Strip Klassiek
[bewerken | brontekst bewerken]De gekalibreerde kwibus bestaat uit drie los samenhangende verhaaltjes, met Lambik als centraal figuur. Deze verhalenbundel is nooit verschenen in de reguliere Suske en Wiske-hoofdreeks, maar wel in onder andere Strip Klassiek.
De kronieken van Amoras
[bewerken | brontekst bewerken]In het eerste verhaal van de serie De kronieken van Amoras, De zaak Krimson (2017), wordt duidelijk dat Lambik al had kennis gemaakt met de schurk Krimson voordat hij in De sprietatoom Suske, Wiske en Sidonia ontmoette. In De droom van Arthur ontmoet Lambik zijn broer weer na vele jaren.
In populaire cultuur
[bewerken | brontekst bewerken]- De Nederlandse stripwinkel Galerie Lambiek baseerde haar naam op Lambik. Lambik werd tijdens de jaren 50 in de vroege vertalingen van Suske en Wiske voor de Nederlandse markt nog "Lambiek" genoemd. Het embleem op het uithangbord van de winkel is trouwens een prentje uit het album Prinses Zagemeel en stelt Lambik voor tijdens zijn metamorfose tot centaur.
- Lambik had een cameo in de Nederlandse stripreeks Agent 327, in het album De ogen van Wu Manchu, waar hij samen met Nero opduikt.
- Hij dook ook op op blz. 28 van het eerste deel van Van Nul tot Nu als Vlaamse soldaat in de Guldensporenslag
- In het Urbanusalbum De laatste dagen van Urbanus is Lambiks gezicht aan de muur van een ziekenhuis te zien als reclameaffiche voor faceliften. Zijn oude gezicht uit de oorspronkelijke albums staat op onder de hoofding "Voor", zijn gezicht in de latere, hertekende versies onder de hoofding "Na".
- In het Urbanus en Kiekeboealbum Kiekebanus is hij in een pot formol te zien.
- In de Suske en Wiske-musical De Stralende Sterren (1994) speelde Roland Van Rillaer de rol van Lambik. Van Rillaer speelde de rol vervolgens in elke musical die volgde. In 2015 speelde hij Lambik voor het laatst, in een herneming van De circusbaron. In de verfilming uit 2004 van De duistere diamant werd Lambik gespeeld door Dirk Roofthooft. In de Suske en Wiske-poppenserie (1975) werd de stem van Lambik vertolkt door Henk Molenberg. Voor de 3D-animatiefilm De Texasrakkers (2009) werd Lambiks stem ingesproken door Lucas Van den Eynde.
- De Belgische gemeente Puurs bestond in 2017 725 jaar. Luc Morjaeu, die sinds 2005 mee Suske en Wiske tekende, maakte ter gelegenheid daarvan het stripverhaal Het spook van Pukema. Dit verhaal is een one-shot en hoort dus niet bij de Suske en Wiske-hoofdreeks. Morjaeu kreeg wel van Studio Vandersteen toelating om Lambik en de teletijdmachine te gebruiken.[21][22]
- Ook in het Kiekeboes-album Niet van gisteren duikt Lambik even kort op, in de verschijning die hij heeft in De bokkerijders.
Bekende uitspraken
[bewerken | brontekst bewerken]- "Miljaar!", als hij kwaad is of als er iets fout gaat. Dit is wellicht een verbastering van milliards de dieux.[23]
- "Het is mijnheer Lambik", als iemand hem alleen met "Lambik" aanspreekt[24]
- Tegenover jonge kinderen heeft hij het bij gelegenheid over zichzelf als "De dikke meneer".[25]
Varia
[bewerken | brontekst bewerken]In sommige verhalen wordt de zogeheten "vierde wand" doorbroken. Lambik ontmoet dan in het verhaal zelf "echte" lezers van de Suske en Wiske-verhalen, die hem uitlachen of vragen waarom hij toch altijd zo onnozel doet.[24]
Vertalingen
[bewerken | brontekst bewerken]- Orville, vertaling in het Engels in het album The Poisoned Rain (vertaling van De ruige regen).
- Ambrose, vertaling in het Engels.
- Lambiko, vertaling in het Esperanto.
- Koikkalainen, vertaling in het Fins.
- Lambique, vertaling in het Frans.
- Lamholt, vertaling in het Zweeds.
- Lambi, vertaling in het IJslands.
Lambik heeft zijn oorspronkelijke Nederlandse naam behouden in het Duits, Fries, Limburgs en Drents.
- ↑ Florqui, J. Ten huize van... 13, 1977, p. 99. Gearchiveerd op 24 juni 2023.
- ↑ Monsieur Lambique, s'il vous plaît!. De Standaard (10 april 2004). Geraadpleegd op 23 juni 2018.
- ↑ Versus, nummer 131, 2020
- ↑ stripspeciaalzaak.be. Gearchiveerd op 29 november 2020. Geraadpleegd op 7 september 2023.
- ↑ De Sprietatoom : ontmoeting Lambik 2, Comic Art Fans
- ↑ In de blinkende boemerang zeggen pygmeeën echter tegen Lambik dat hij zulk fijn haar heeft dat men het niet ziet.
- ↑ a b Zie bijv. De kale kapper
- ↑ Zie bijv. Lambiks debuutverhaal De sprietatoom, De sterrenplukkers en Het Bretoense broertje
- ↑ Zie bijv. De ruige regen
- ↑ Dit wordt vooral erg duidelijk in De poenschepper
- ↑ Zie bijv. Het zingende nijlpaard
- ↑ België door de ogen van Suske en Wiske. Houtekiet (2023), p. 56-527. ISBN 9789052408934.
- ↑ Zie De bokkerijders
- ↑ België door de ogen van Suske en Wiske. Houtekiet (2023), p. 13-14. ISBN 9789052408934.
- ↑ Een verwijzing naar Belgisch-Kongo
- ↑ Toespeling op Ambiorix
- ↑ In Fata Morgana lijkt de liefde tussen Lambik en Sidonia wel wederzijds.
- ↑ Zie De dolle musketiers
- ↑ Al deze verhalen zijn later alsnog opgenomen in de Vierkleurenreeks.
- ↑ Zie Het geheim van de gladiatoren
- ↑ Luc Morjaeu tekent strip over 725e verjaardag Puurs, Stripgids.org
- ↑ Lancering Puurse strip, 725puurs.be
- ↑ https://www.ikhebeenvraag.be/vraag/1115/Wat-is-de-etymologische-betekenis-van-de-Vlaamse-vloek-miljaar-de. Gearchiveerd op 31 oktober 2022.
- ↑ a b Zie bijv. De circusbaron.
- ↑ Zie bijv. De sterrenplukkers