Lambik

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Icoontje doorverwijspagina Zie Lambik (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Lambik.
Lambik
Lambiek
Personage uit 'Suske en Wiske, Amoras, De Kronieken van Amoras en De grappen van Lambik (oude en nieuwe reeks
Op een muur in Brussel worden van boven naar beneden Schanulleke,Wiske, Suske, tante Sidonia, Lambik, Jerom en  Manneken Pis afgebeeld.
Op een muur in Brussel worden van boven naar beneden Schanulleke,Wiske, Suske, tante Sidonia, Lambik, Jerom en Manneken Pis afgebeeld.
Debuut 1946, in De sprietatoom
Bedacht door Willy Vandersteen
Persoonsinformatie
Geslacht man
Beroep loodgieter/detective
Familie
Ouders vader: Papal-Ambik
Familie Arthur (broer), Lambiorix (voorouder), Evarist (voorouder), Johan Matheus Lambik (voorouder), Hippoliet Lambik (grootoom)
Portaal  Portaalicoon   Strip
Lambik, standbeeld gemaakt door Monique Mol (Stripstandbeelden Middelkerke)
Lambik, hier uitgebeeld in attractiepark Bellewaerde

Lambik is een van de hoofdpersonages uit de Vlaamse stripreeks Suske en Wiske. Hij maakte zijn debuut in het verhaal De sprietatoom (1946). Hij is een man van middelbare leeftijd.

Lambik heeft naast zijn vaste rol in de Sukse en Wiske-hoofdreeks ook een eigen stripreeks, De grappen van Lambik. Hij duikt verder ook op in de spin-offreeksen Amoras en De Kronieken van Amoras.

Naam[bewerken]

Willy Vandersteen tekende Lambik voor het eerst in de winter van 1944-1945 op een reeks losse tekenbladen. De figuur heette in eerste instantie Pukkel. Later kreeg hij zijn huidige naam, die is gebaseerd op de biersoort Gueuze Lambic, waar Vandersteen zelf dol op was.[1]

In oudere Nederlandse uitgaven heet hij "Lambiek".

Introductie in de serie[bewerken]

In zijn debuutverhaal De sprietatoom, het derde verhaal in de serie, is Lambik een loodgieter. Hij is daarnaast door professor Barabas ingehuurd als privédetective.[2] In de rest van dit verhaal helpt Lambik Suske, Wiske en de professor in hun strijd tegen de kwaadaardige geleerde Savantas.

Uiterlijk[bewerken]

Lambiks figuur is licht gezet; hij wordt vaak geplaagd om zijn buik.

Op zes hoofdharen na is hij helemaal kaal. Lambik is niet altijd even tevreden over het feit dat hij nagenoeg geen haar heeft.[3] Onduidelijk is wat zijn oorspronkelijke haarkleur is geweest. In Het zingende nijlpaard is een jeugdportret van Lambik met zwart stekelhaar te zien, maar in De sterrenplukkers blijkt de jonge Lambik hoogblond haar te hebben.

Lezers twijfelen vaak of de zwarte streep onder zijn neus gewoon zijn bovenlip, dan wel een snor is. Volgens Studio Vandersteen is de zwarte streep onder de neus van Lambik een snor. Ook in de stripreeks zelf zijn hiervoor diverse aanwijzingen. Op bladzijde 40 van De apekermis wordt duidelijk gezegd dat hij een snor heeft. In Het drijvende dorp verkleedt Lambik zich als boerin en wordt door een dorpsbewoner omschreven als: "die dikke madam met haar snor". In De blote Belg geeft een Nederlandse toeriste een signalement van Lambik en vermeldt daarbij dat hij een snor heeft. In Jeanne Panne beschrijft ook Jerom Lambik als een snordrager. In De tijdbobijn is Lambik op zoek naar de vader van tante Sidonia.

In de allereerste verhalen heeft Lambik nog niet zijn typische ronde hoofd.

Kleding[bewerken]

Lambik draagt meestal een zwarte broek en een wit overhemd met een zwart strikje. Tot en met het begin van De tuf-tuf-club (1951) droeg hij in de oorspronkelijke ongekleurde albums regelmatig een stropdas. Als hij dan zijn kleding voor een negentiende-eeuws kostuum verruilt, verschijnt voor het eerst de vlinderdas. Vanaf dat moment is het strikje door alle albums heen een kenmerkend deel van zijn verschijning. Bij het hertekenen van de eerste delen is de stropdas dan soms vervangen door het strikje.

In sommige verhalen draagt Lambik een bolhoed[4] en een bruine jas.

Karakter[bewerken]

Lambik zorgt in het algemeen van alle vaste personages in de verhalen voor de meeste humor. Vandersteen heeft naar eigen zeggen heel wat van zijn eigen karaktertrekjes in Lambik gestopt. Lambik is onder meer zeer populair bij lezers van de strip omdat hij zoveel herkenbare, menselijke gebreken vertoont. Ondanks allerlei negatieve eigenschappen is Lambik in essentie een zeer goed mens. Hij zet zich in voor slachtoffers en onderdrukten en toont zich uiteindelijk altijd bezorgd over zijn vrienden.

Karakterevolutie[bewerken]

Als alle albums van Suske en Wiske chronologisch worden geordend, is duidelijk te zien hoe Lambiks karakter geleidelijk aan evolueert.

In de allereerste albums is Lambik oerdom, onhandig, verstrooid en vaak onbetrouwbaar. Hij loopt de andere hoofdpersonages meer in de weg dan dat hij een nuttige hulp is. Later wordt hij iets slimmer, maar ook veel ijdeler en dominanter. Lambik overschat zichzelf vaak en brengt zichzelf door zijn grote mond in de problemen. Hij laat zich makkelijk voor de gek houden en heeft dit meestal als laatste of enige niet door.

Lambik kan soms erg laf zijn en de schuld van alles wat er misgaat aan anderen geven. Hij kan ook ineens erg vijandig zijn en zelfs agressief. Af en toe is hij dronken. Hij toont zich soms teleurgesteld in de overheid of in de maatschappij als geheel, waarin de normale man onbelangrijk lijkt te zijn.

Lambik is niet zelden hebzuchtig. In veel verhalen is hij uit op rijkdom, macht, een knappe vrouw of status. Ook is hij nogal vatbaar voor verleidingen. Met name in de oudere verhalen worden Lambiks goede en slechte geweten soms verbeeld door respectievelijk een engel en een duivel.[5]. In sommige latere verhalen vervult Wiske de rol van Lambiks goede geweten. Ook de andere vrienden spannen zich in om Lambik indien nodig te behoeden voor vergissingen en domheden.

Lambik heeft in de verhalen zijn vrienden meermaals verraden, al komt hij uiteindelijk altijd weer tot inkeer.

Relatie tot tante Sidonia[bewerken]

Onduidelijk is hoe de verhouding is tussen Lambik en tante Sidonia. Met name in de oudste verhalen (zoals De sterrenplukkers) wordt de indruk gewekt dat tante Sidonia verliefd op Lambik is en zelfs met hem wil trouwen. In latere verhalen is hier weinig meer van te merken; Sidonia lijkt Lambik hier vaak eerder een lastpost te vinden wanneer hij bij haar over de vloer is.

Relatie tot Jerom[bewerken]

Vanaf de introductie van Jerom[6] wordt Lambik, naarmate Jerom zelf steeds beschaafder wordt en een belangrijkere rol in de verhalen krijgt, geleidelijk aan veel minder dominant. Jerom wordt dankzij zijn immense lichaamskracht vooral een grote rivaal van Lambik waar het gaat om indruk maken.

Vanaf de verhalen die midden jaren 60 verschijnen weet Lambik zich veelal geen raad meer met zijn emoties. Wanneer Paul Geerts in 1972 de reeks overneemt, zet deze trend zich voort en ontwikkelt Lambik zich meer en meer tot de nar in het verhaal, die verder weinig aan de belangrijke ontwikkelingen toevoegt. In de nog latere verhalen vanaf eind jaren 80 krijgt Lambik weer iets serieuzere rollen toebedeeld, mogelijk onder invloed van de tekenaar/scenarist Marc Verhaegen.

Hoofdrollen[bewerken]

In tientallen verhalen, zoals De krachtige krans, De blote Belg en Robotkop, heeft Lambik zelf feitelijk de hoofdrol. Ook in De kale kapper hebben Lambik en Jerom samen eerder de belangrijkste rol dan Suske en Wiske.

In Sterrenrood (2015) komt Lambik niet voor, maar het karakter inspecteur Lambique doet hier onderzoek naar de diefstal van een diamant.

Blauwe reeks[bewerken]

In de blauwe reeks-verhalen die in de jaren 50 in het weekblad Kuifje verschenen, werd Lambik op verzoek van Hergé door Vandersteen anatomisch correcter en atletischer getekend, om bij de stijl van het weekblad Kuifje te passen. Behalve dat Lambik in deze verhalen een stuk heldhaftiger is getekend, gedraagt hij zich hier ook in het algemeen veel verstandiger. Als een soort vaderfiguur van Suske en Wiske domineert in feite vooral Lambik deze verhalen. Hij heeft hier ook veel meer aanzien. Ook blijkt Lambik in de blauwe reeks over bepaalde capaciteiten te beschikken waar in andere verhalen nooit iets van te merken is; zo blijkt hij bijvoorbeeld een erg begaafd schermer te zijn.

Familie[bewerken]

Lambiks familiegeschiedenis is vrij ver in het verleden terug te voeren.

  • In het Gallische tijdperk was zijn voorvader Lambiorix (1950) (woordspeling op Ambiorix) hoofdman van de Eburonen.
  • Tijdens de 16de eeuw leefde er in Binche een andere voorouder van hem, Evarist. (De joviale Gille (2007)).
  • In de 18de eeuw was een andere van zijn voorouders, Johan Matheus Lambik (1730 – 1792), een Bokkenrijder. (De bokkerijders (1948))
  • In De formidabele fantast (2005) duikt Hippoliet Lambik op, een grootoom van Lambik die uiterlijk wat op hem lijkt. Hippoliet Lambik drinkt graag jenever. Door zijn schulden is hij de voetmat geworden van Moeder Kee, de uitbaatster van een herberg op de heide.
  • In De vliegende aap (1946) verschijnt Arthur, de broer van Lambik, voor het eerst in beeld. Arthur is in staat te vliegen na het eten van een plantenextract ("Selderum Aeroplanis") en woont in de Belgische kolonie Dongo.[7]
  • Lambiks vader, Papal-Ambik, duikt op in De tamtamkloppers (1953). Volgens Lambik is zijn vader een miskend dichter die ten onrechte in een gesticht werd opgesloten. Lambik en Arthur hebben hem bevrijd en brachten hem naar Rotswana, waar zowel Arthur als Papal-Ambik nog steeds wonen. In dit verhaal blijkt ook dat Lambik en Arthur hun moeder nooit gekend hebben.
  • In De Bananenzangers (2011) blijkt Papal Ambik een zangtalent gehad te hebben in een ooit populaire groep; dit zangtalent kwam door het eten van bijzondere blauwe bananen.
  • In tante Biotica (2014) komt een tante van Lambik in beeld. Zij zorgde voor hem toen zijn vader naar Afrika vertrok.

Persoonlijk verleden[bewerken]

Over Lambiks eigen verleden is vrij weinig bekend. In De laatste vloek blijkt dat hij jarig is op de 14e (van welke maand blijft onduidelijk). Volgens het album De bloedbroeder is hij Maagd; dat zou dus betekenen dat zijn verjaardag valt op 14 september. Lambik denkt in dat verhaal dat Odfella speciaal voor zijn verjaardag naar België is gekomen, maar heeft niet door dat dit puur toeval is. In Twee toffe totems beweert Lambik dat "in zijn tijd de jeugd nog in de mijnen werkte". Dat zou betekenen dat hij in de 19e eeuw is geboren.

In enkele verhalen – Het zingende nijlpaard, De sterrenplukkers en De 7 schaken – wordt een beeld geschetst van hoe Lambik er als kind moet hebben uitgezien. In een aantal verhalen beweert hij oud-strijder uit de Eerste Wereldoorlog te zijn. Bij gevaar in huis haalt hij soms zijn uitrusting van 1914-1918 boven, zoals in De schat van Beersel (1952). In De windmakers (1959) blijkt het oude spul niet erg bruikbaar meer. In latere albums wordt zijn uitrusting meer omschreven als "souvenirs" uit die tijd.

Spin-offseries[bewerken]

De Vrolijke Bengels[bewerken]

Van 1950 tot 1953 vervingen Lambik, Suske en Wiske tijdelijk de personages Pontius, Pilatus, Vlooike en Poliet in Vandersteens stripreeks "De Vrolijke Bengels".

De grappen van Lambik[bewerken]

Lambik heeft ook zijn eigen stripreeks: De grappen van Lambik. De oorspronkelijke reeks albums en grappen verscheen van 1955 tot 1962. In 2004 werd begonnen met een nieuwe serie albumuitgaven met grappen van Lambik. De eerste drie albums van deze reeks bevatten een bloemlezing van gags die eerder verschenen in de jaren 50. De strips werden voor deze gelegenheid ingekleurd en het taalgebruik werd aangepast. Vanaf het vierde album, dat verscheen in maart 2005, werd de serie voortgezet met nieuwe grappen. De nieuwe strips werden gemaakt door Studio Vandersteen. Elk album bevat pagina's van diverse schrijvers en tekenaars. In verband met tijdgebrek van de Studio werd de serie na deel 7 alweer gestaakt.

In populaire cultuur[bewerken]

  • De Nederlandse stripwinkel Galerie Lambiek baseerde haar naam op Lambik. Lambik werd tijdens de jaren 50 in de vroege vertalingen van Suske en Wiske voor de Nederlandse markt nog "Lambiek" genoemd. Het embleem op het uithangbord van de winkel is trouwens een prentje uit het album Prinses Zagemeel en stelt Lambik voor tijdens zijn metamorfose tot centaur.
  • Lambik had een cameo in de Nederlandse stripreeks Agent 327, in het album De ogen van Wu Manchu, waar hij samen met Nero opduikt.
  • Hij dook ook op op blz. 28 van het eerste deel van Van Nul tot Nu als Vlaamse soldaat in de Guldensporenslag
  • In het Urbanusalbum De laatste dagen van Urbanus is Lambiks gezicht aan de muur van een ziekenhuis te zien als reclameaffiche voor faceliften. Zijn oude gezicht uit de oorspronkelijke albums staat op onder de hoofding "Voor", zijn gezicht in de latere, hertekende versies onder de hoofding "Na".
  • In het Urbanus en Kiekeboealbum Kiekebanus is hij in een pot formol te zien.
  • In de Suske en Wiske-musical De Stralende Sterren (1994) speelde Roland Van Rillaer de rol van Lambik. Hij speelde de rol vervolgens in elke musical die volgde en is hierdoor dan ook Dé Lambik-vertolker van Vlaanderen. In 2015 speelde hij Lambik voor de laatste keer in een herneming van De Circusbaron. In de verfilming van De duistere diamant (2004) was het Dirk Roofthooft. In de Suske en Wiske-poppenserie (1975) werd de stem van Lambik vertolkt door Henk Molenberg. Voor de film De Texasrakkers werd Lambiks stem gedaan door Lucas Van den Eynde.
  • De Belgische gemeente Puurs bestond in 2017 725 jaar. Luc Morjaeu, die sinds 2005 mee Suske en Wiske tekende, maakte ter gelegenheid daarvan het stripverhaal Het spook van Pukema. Dit verhaal is een one-shot en hoort dus niet bij de Suske en Wiske-hoofdreeks. Morjaeu kreeg wel van Studio Vandersteen toelating om Lambik en de teletijdmachine te gebruiken, die een rol spelen in dat album.[8][9]

Trivia[bewerken]

  • Een van zijn bekendste uitspraken is "Miljaar!", een uitroep als er weer iets fout gaat.
  • In De bloedbroeder wordt duidelijk dat Lambiks sterrenbeeld maagd is.
  • De gekalibreerde kwibus bestaat uit drie los samenhangende verhaaltjes, met Lambik als centraal figuur. Deze verhalenbundel is nooit verschenen in de reguliere hoofdreeks, maar wel in Strip Klassiek.
  • In het eerste deel van De Kronieken van Amoras wordt duidelijk dat Lambik al had kennisgemaakt met Krimson voordat hij Suske, Wiske, Sidonia en Barabas ontmoette. Ze logeerden ooit beiden in hotel De La Tour in Piscine-les-Bains[10].

Vertalingen[bewerken]

  • Orville, vertaling in het Engels in het album The Poisoned Rain (vertaling van De ruige regen).
  • Ambrose, vertaling in het Engels.
  • Lambiko, vertaling in het Esperanto.
  • Koikkalainen, vertaling in het Fins.
  • Lambique, vertaling in het Frans.
  • Lamholt, vertaling in het Zweeds.
  • Lambi, vertaling in het IJslands.

Lambik heeft zijn oorspronkelijke Nederlandse naam behouden in het Duits, Fries, Limburgs en Drents.