Witte dovenetel
| Witte dovenetel | ||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||||||
| Lamium album L. (1753) | ||||||||||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||||||||||
| Witte dovenetel op | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
Witte dovenetel (Lamium album) is een plantensoort uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae).
Etymologie
[bewerken | brontekst bewerken]De Nederlandse triviale naam 'witte dovenetel' (en ook het Engelse white deadnettle) verwijst naar de witte bloemen van deze dovenetelsoort; dit geslacht wordt vooral vertegenwoordigd door roze- of paarsbloemige soorten. De naam van het geslacht 'dovenetel' verwijst naar haar getande bladeren, net zoals bij brandnetel. Bij dovenetel branden ze bij aanraking echter niet. Bovendien is het sap uit de bladeren van een dovenetel te gebruiken om de pijn van een steek van een brandnetel te verminderen.[1] Hij 'dooft' als het ware de pijn.
Determinatie
[bewerken | brontekst bewerken]Witte dovenetel is een vaste, kruidachtige plant die een hoogte bereikt van 30–40(–60) cm. Ondergronds vormt ze ver vertakte uitlopers. De vierkante, holle stengel is afstaand behaard. De bladeren zijn paarsgewijs tegenoverstaand. Aan de voet van de steel zijn de bladeren hartvormig, aan de top meer langwerpig. De bladeren zijn evenals die van brandnetels getand.
De bloeitijd van de soort strekt zich uit van april tot oktober. Het meest opvallende kenmerk van de plant zijn de witte (soms geel aanlopende) bloemen. Deze ontspringen in het bovenste deel van de plant kransvormig rondom de plaats waar de bladeren uit de stengel komen. Zo'n krans bestaat uit acht of meer lipvormige, 2–4 cm grote bloemen. Elk van de bloemen heeft een lange, gebogen kroonbuis en een vijftandige kelk. De voorste twee van de vier meeldraden zijn langer dan de andere twee. Het zaad heeft een mierenbroodje, waardoor het door mieren verspreid wordt.
Ecologie
[bewerken | brontekst bewerken]Witte dovenetel groeit op eutrofe, vochthoudende, vaak ietwat verstoorde grond. Meestal gaat het om standplaatsen in de halfschaduw. Typische standplaatsen zijn zoomvegetatie, geëutrofieerde plekken in graslanden, wegbermen, (stads)parken, taluds van sloten, stortplaatsen en afvalterreinen.
Syntaxonomie
[bewerken | brontekst bewerken]In de syntaxonomie staat witte dovenetel te boek als kensoort voor de klasse van nitrofiele zomen.
Faunistisch belang
[bewerken | brontekst bewerken]De bloem is rijk aan nectar en dus aantrekkelijk voor bijen en hommels. De plant is de waardplant voor de rupsen van zwartgevlekte herfstuil (Agrochola litura), grote beer (Arctia caja), koperuil (Diachrysia chrysitis), sigma-uil (Eugraphe sigma), agaatvlinder (Phlogophora meticulosa) en glidkruidmot (Prochoreutis myllerana).
Verspreiding
[bewerken | brontekst bewerken]Het verspreidingsgebied van witte dovenetel strekt zich uit over Europa en gematigd Azië. In Nederland (en in de meeste delen van Europa) is ze zeer algemeen. In Noord-Amerika is de soort geïntroduceerd.
Gebruik
[bewerken | brontekst bewerken]De jonge scheuten kunnen in soepen en salades worden verwerkt. Verder kan men deze samen met andere groenten als spinazie eten. De thee wordt aanbevolen bij nierklachten (iets dat niet geldt voor gele dovenetel).
Fotogalerij
[bewerken | brontekst bewerken]- Bloem
- Bloemen en bloemknoppen
- Blad
- Plant
- Bezoek door hommels
Voetnoten
[brontekst bewerken]Externe links
[brontekst bewerken]- Witte dovenetel op Flora van Nederland
- Witte dovenetel in het Nederlands Soortenregister
- Verspreiding in Nederland volgens NDFF Verspreidingsatlas
- Kaarten met waarnemingen:
- Witte dovenetel (Lamium album) in: van Uildriks, F. & V. Bruinsma (1898) - Plantenschat; op de
(Nederlandstalige) Wikisource. - Witte dovenetel (Lamium album), verspreiding in Nederland, volgens de atlas van Floron.