Landsadvocaat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Plaatsvervangend landsadvocaat Eric Daalder bij de rechtbank te Utrecht

De landsadvocaat staat de Staat der Nederlanden bij in juridische procedures. Hij is geen ambtenaar maar een zelfstandig advocaat die de titel krijgt door middel van een Klein Koninklijk Besluit. Bert-Jan Houtzagers is sinds 1 april 1999 de huidige landsadvocaat.[1] Vanaf 1 september 2018 is dat Reimer Veldhuis.

Feitelijk onderscheidt het kantoor van de landsadvocaat zich in zoverre van andere kantoren doordat geen zaken worden behandeld tegen de Staat of aan andere cliënten adviezen worden gegeven waardoor de belangen van de Staat direct of indirect zouden kunnen worden geschaad. Dit verschil slaat echter niet speciaal op de landsadvocaat, want in het algemeen gesproken is elke advocaat voor wat betreft zijn vaste cliënten aan dit uitgangspunt gebonden.

Historie[bewerken]

De landsadvocaat vindt zijn oorsprong in het begin van de veertiende eeuw. Een aantal steden in de Nederlanden ging ertoe over om voor het opstellen van plakkaten en brieven de hulp in te roepen van een vaste advocaat. Ook bij het onderhouden van contacten en onderhandelen met vreemde mogendheden was het noodzakelijk om deze advocaat in te schakelen aangezien advocaten het Latijn beheersten, vaak de onderlinge voertaal bij buitenlandse betrekkingen.

Later werd de titel raadpensionaris ingevoerd voor de uitoefening van de werkzaamheden. Deze titel is afgeleid van het woord pensio (honorarium) dat zij voor hun diensten ontvingen. Later voorzagen ook de provincies zich van de bijstand van een vaste advocaat. In de Staten van Holland werd deze 'advocaat van den lande' genoemd.

De eerste bekende 'advocaat van den lande' was Barthout van Assendelft (1480–1489). Johan van Oldenbarnevelt (1547-1619) is waarschijnlijk de bekendste landsadvocaat die de belangen van de Staten van Holland behartigde in de tijd van stadhouder Maurits van Nassau, hij was de laatste 'advocaat van den lande'. Hierna zijn de functies van raadpensionaris en landsadvocaat gescheiden.

Landsadvocaten bleven functioneren tot de napoleontische tijd. In 1805 installeerde Napoleon Bonaparte Rutger Jan Schimmelpenninck als raadpensionaris om hem vervolgens te dwingen af te treden in 1806 toen Napoleon het vertrouwen in de Bataafse Republiek verloor.

Na het herstel van de onafhankelijkheid werden in 1814 opnieuw twee landsadvocaten benoemd. In 1837 is de taak van de landsadvocaten uitgebreid. Zij dienden voor alle departementen werkzaam te zijn. Met ingang van 1879 werd het aantal landsadvocaten teruggebracht tot één en werd voorzien in plaatsvervangende landsadvocaten door middel van het Koninklijk Besluit van 1 augustus 1879 nr. 26.

De landsadvocaat functioneerde onder het ministerie van Financiën tot 1965, sindsdien functioneert hij onder het ministerie van Justitie.

Huidige situatie[bewerken]

Het Besluit vaststelling nieuwe regeling landsadvocatuur[2] bepaalt:

Aanhalingsteken openen

Aan de advocaat, die geregeld voor de Staat als zodanig optreedt kunnen Wij de titel van landsadvocaat verlenen. Wij kunnen te allen tijde de verlening van deze titel intrekken.

Aanhalingsteken sluiten

De minister van Justitie kan, na overleg met de landsadvocaat, aan andere advocaten de titel van plaatsvervangend landsadvocaat verlenen. Zo is bijvoorbeeld Cécile Bitter plaatsvervangend landsadvocaat.

Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen de landsadvocaat en andere advocaten op het gebied van bevoegdheden. Landsadvocaten zijn advocaten, geen bestuurders, ambtenaren of politiek adviseurs. Het maken van beleidskeuzen, de uitvoering van bestuurstaken behoort niet tot hun werkzaamheden. De keuzes worden gemaakt door de verantwoordelijken bij de overheid, de landsadvocaat voorziet alleen in juridisch advies in de ontwerpprocedure of bij rechtszaken achteraf.

Doordat de landsadvocaat geen ambtenaar is of deel uitmaakt van de overheid, is een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur niet mogelijk om overheidsstukken die in het bezit zijn van de landsadvocaat openbaar te krijgen. Dit kan alleen als de Staat specifiek opdracht geeft om dit te doen en aangeeft om welke stukken het gaat.

De landsadvocaat moet niet verward worden met de rijksadvocaat die voor de Belastingdienst optreedt in civiele rechtszaken.