Langhuis (Friesland)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Oud-Fries langhuis te Wartena, 1967
Fries langhuis getekend door Joost Hiddes Halbertsma (ca. 1850)
Oud-Fries langhuis te Wartena na restauratie.
Stalgedeelte van de boerderij te Wartena, 1967

Het Friese langhuis is een historisch boerderijtype dat voorkwam in Noord-Holland, Friesland, Groningen en het Duitse kustgebied. Het wordt doorgaans gerekend tot de Noord-Nederlandse huisgroep.

Beschrijving[bewerken]

De boerderij bestond gewoonlijk uit een woonhuis, een lager middendeel met een keuken en een melkruimte; daarachter een langgerekte stal met plek voor tien tot vijftig koeien. De Friese grupstal met met dubbele rij koeien, steeds paarsgewijs (tussen twee stijlen) aangebonden met de koppen naar buiten geldt als het klassieke voorbeeld voor alle boerderijen van dit type. Beide rijen worden van elkaar gescheiden door een middengang met aan weerszijden een mestgoot. Op het dak was vanouds een rookkist aangebracht, waardoor de rook van het haardvuur kon ontsnappen. Naast of achter het gebouw stond een hooiberg, waar het veevoer en eventueel ook graan werden opgeslagen.

Het langhuis had doorgaans een dekbalkgebint, maar bouwhistorisch onderzoek uit verschillende provincies heeft laten zien dat het woongedeelte van het langhuis rond 1600 vaak een ankerbalkgebint had. Het gebint van het langhuis vertoont door de geringe afstand tussen de stijlen (2 tot 2,5 meter) veel overeenkomsten met het prehistorische woonstalhuis.

De Friese letterkundige Joost Hiddes Halbertsma besteedde in zijn Lexicon Frisicum (A en B) (omstreeks 1850) als eerste aandacht aan het Friese langhuis. Hij maakte een schets die de 'oude boutrant der boerenhuizen' aangeeft. Zijn tekening van toonde 'het oud-Friesche huis (...) in zijn drie afdeelingen, elk onder een afzonderlijk en lager dak', namelijk (1) woonhuis (binhús), (2) middenhuis (milhús) en (3) veestalling (bûthús).

Geschiedenis[bewerken]

Over de voorlopers van het langhuis is weinig bekend. Het boerderijtype heeft zich vermoedelijk in de twaalfde of dertiende eeuw ontwikkeld uit het prehistorsche woonstalhuis, doordat men de ingegraven stijlen ging vervangen door een duurzame gebintconstructie, die op stenen poeren werd geplaatst. Of er echter sprake is van continuïteit met de boerderijen uit de IJzertijd is niet zeker. Opgravingen hebben aangetoond dat in de vroege middeleeuwen vaker eenbeukige huizen (zonder zijbeuken) voorkwamen. Oudfriese wetsteksten gaan uitvoerig in op de indeling van het huis, dat onderscheiden werd in een stalgedeelte, een tussenruimte met toegangsdeur, een woongedeelte en een afzonderlijke kamer die ook wel pisel of pesel werd genoemd. Dit laatste woord is nog steeds in gebruik voor de pronkkamer van boerderijen in Noord-Friesland (Sleeswijk-Holstein).

Langhuizen werden tot ver in de zeventiende eeuw nieuw gebouwd, zoals ook blijkt uit een Amsterdams bouwbestek uit 1647. Houten huizen van dit type verschijnen vaak op tekeningen van Rembrandt en andere kunstenaars uit deze periode. De overgang naar naburige boerderijtypen als de voergangboerderij in Zuid-Holland was min of meer vloeiend; de boerderijen van naburige streken onderscheidden zich vaak alleen door de afwijkende stal- of gebintvorm.

Wartena[bewerken]

Het laatste complete langhuis met de bijbehorende hooiberg is te vinden in het dorp Wartena in Friesland. Het gebouw is uitvoerig gedocumenteerd en daarna in een gereconstrueerde oorspronkelijke staat teruggebracht. In een aantal oudere boerderijen in de noordelijke provincies en in het Waterland zijn soms nog nog restanten van langhuizen te vinden.

Externe links[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • R.C. Hekker, 'De ontwikkeling van de boerderijvormen in Nederland', in: S.J. Fockema Andreae, R.C. Hekker en E.H. ter Kuile, Duizend jaar bouwen in Nederland], dl. 2, Amsterdam 1958, p. 195-376.
  • S.J. van der Molen, Het Friesche boerenhuis in twintig eeuwen, Assen 1942.
  • J.A. Mulder en E. van Olst, Het oud-Friese langhuis. Een bijna verdwenen boerderijvorm, Arnhem 1996.
  • E.L. van Olst, Uilkema, een historisch boerderij-onderzoek. Boerderij-onderzoek in Nederland 1914-1934, Arnhem 1991, deel 1.
  • H.T. Waterbolk, Wonen op de Wadden: 1500 jaar boerderijbouw op onbedijkte kwelders : met een terugblik op een halve eeuw bemoeienis met het terpenonderzoek, Leeuwarden 2010.
  • P. Wiersma, Een Amsterdams boerderijbestek uit 1647. Een bouwhistorisch onderzoek, Arnhem 1976.