Le Bateau-Lavoir

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Le Bateau-Lavoir

Le Bateau-Lavoir was een ateliercomplex aan de Rue Ravignan 13 in Montmartre (Parijs). In de 19e eeuw betrokken kunstenaars, aangetrokken door de lage huren in deze omgeving, dit atelier. In het begin van de 20e eeuw, tot WO I, werd het gebouw bewoond door o.a. Picasso, Modigliani en Kees van Dongen en was het een brandpunt van avantgardistische schrijvers en schilders.

Helaas is het gebouw in 1970 door brand verwoest; in 1978 heeft men het herbouwd.

naamgeving[bewerken]

De naam van het gebouw (Bateau Lavoir, wat te vertalen is met wasschuit), dat eigenlijk een krot was, had een vreemde indeling, die leek op de gangboorden van een schip en het gebouw had maar één kraan. Roland Dongelès beschreef het als een obscure bouwval vol vreemde geluiden, hoeken en gaten met een wirwar van trappen.[1]

kunstatelier[bewerken]

In 1904 betrok Pablo Picasso het atelier, evenals schilder Otto van Rees; Picasso woonde er tot 1909. Hier leerde hij zijn eerste liefde kennen: bohemienne en kunstenares Fernande Olivier. Ook Kees van Dongen kwam er met vrouw en dochtertje wonen in 1906. Picasso schilderde hier in 1907 o.a. Les Demoiselles d'Avignon, manifest van het kubisme. In 1908 richtten Picasso en zijn vrienden een banket aan ter ere van de naïeve schilder Henri Rousseau, waar ze hem spottend belaadden met medailles en hem achter zijn rug uitlachten. Later gebruikte ook Modigliani het als onderdak en atelier.

Bezoekers van Le Bateau-Lavoir waren onder anderen schrijver Guillaume Apollinaire, schilders Georges Braque, Jean Cocteau en Henri Matisse en verzamelaarster Gertrude Stein.