Le tombeau de Couperin

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Le Tombeau de Couperin ("De gedenksteen voor Couperin") is een compositie van de Franse componist Maurice Ravel. Elk deel van dit werk is opgedragen aan een van de vrienden van de componist die tijdens de Eerste Wereldoorlog waren gesneuveld.

Ravel wilde met dit werk meer in het algemeen eer bewijzen aan de Franse klavecimbelsuite uit de Barokperiode en niet zozeer specifiek aan Couperin zelf. Dit deed hij door de structuur van de Baroksuite als uitgangspunt te nemen.

Het werk werd gecomponeerd in de jaren 1914 - 1917, oorspronkelijk als een zesdelig pianowerk. Het werd voor het eerst op 4 april 1919 uitgevoerd door Marguerite Long.

De zes delen van de pianoversie[bewerken]

Orkestversie[bewerken]

In 1919 orkestreerde Ravel vier delen van deze compositie voor uitvoeringen als balletmuziek en publiceerde die onder de titel "Le Tombeau de Couperin, Suite d'orchestre". De vier delen zijn achtereenvolgens Prelude, Forlane, Menuet en Rigaudon. Deze versie is geschreven voor 2 fluiten, hobo, Engelse hoorn, 2 fagotten, 2 klarinetten, 2 hoorns, trompet, harp en strijkorkest. In februari 1920 vond in Parijs de eerste uitvoering plaats van deze versie.

Externe link[bewerken]