Leonard Lodewijk De Bo

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Leonard Lodewijk De Bo
Portret van De Bo, 1913
Portret van De Bo, 1913
Algemene informatie
Geboren Beveren-Leie, 27 september 1826
Overleden Poperinge, 25 augustus 1885
Land Vlag van België België
Werk
Bekende werken Westvlaamsch Idioticon (1870–1873)
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Leonard Lodewijk De Bo (Beveren-Leie, 27 september 1826 - Poperinge, 25 augustus 1885) was een West-Vlaamse priester-leraar en later deken te Poperinge. Hij wordt vooral herinnerd door zijn taal- en dialectonderzoek, met als bekende werk zijn Westvlaamsch Idioticon. Samen met Guido Gezelle was hij een van de voorvechters van het West-Vlaams taalparticularisme. Daarnaast verschenen van hem ook talrijke gedichten en kruidenkundige werken.

Biografie[bewerken]

Leonard Lodewijk De Bo werd in Beveren-Leie geboren op 27 september 1826. Hij groeide daar op als oudste van vijf, met vier zussen, in de wijk De Rode Poort. Tijdens zijn studies was hij een primus van de klas, en hij ontwikkelde diverse buitenschoolse interesses. Toen hij studeerde aan het college van Tielt, interesseerde hij zich in de sterrenwereld; toen hij in het seminarie van Brugge studeerde begon hij traditionele volkse West-Vlaamse woorden en uitdrukkingen te verzamelen.

Op 15 maart 1851 werd De Bo door Mgr. Malou, de bisschop van Brugge, tot priester gewijd. Hij werd enkele maanden hulppriester in Assebroek, in september van dat jaar werd hij aangesteld van het Brugse Sint-Lodewijkscollege. Hij zou 22 jaar werken als opvoeder in de poësis en retorica en werd later pastoor in Elverdinge. Van 1882 tot 1884 was hij pastoor in Ruiselede, waar hij samenwerkte met de priester-schrijver Gustaaf-Hendrik Flamen. Daarna was hij tot zijn overlijden een jaar later (1885) deken in Poperinge.

De Bo zou zich verder verdiepen in het eigen dialect, en hij stelde uiteindelijk een Westvlaamsch Idioticon samen. De eerste aflevering verscheen in 1870 bij Beyaert-Defoort in Brugge, en was gedrukt door E. Gaillard, een van z'n oud-leerlingen. De laatste aflevering verscheen in 1873, wat resulteerde in een totaal van meer dan 28.000 West-Vlaamse woorden over 1500 bladzijden. Het werk kostte toen 35 frank. Het Westvlaamsch Idioticon werd van 1890 tot 1892 heruitgegeven door Joseph Samyn uit Menen. In 1970 en 1976 werden fotografische herdrukken uitgebracht door de uitgeverij Familia et Patria in Handzame.

De Bo overleed in Poperinge op 25 augustus 1885. Reeds enkele maanden daarna had in Tielt onder impuls van het Davidsfonds en Guido Gezelle een grootse herdenking plaats. Na zijn dood verschenen in 1887 nog Schatten uit de Volkstaal over Vlaamse spreekwoorden, en zijn Kruidwoordenboek in 1888.

In Poperinge werd een monumentaal grafmonument gebouwd, op 24 augustus 1913 werd een herdenking gehouden op een algemene Landdag van het Davidsfonds. Op 8 september 1935, 50 jaar na zijn overlijden, werd hij in z'n geboortedorp Beveren-Leie herdacht, en werd onder impuls van Leon Defraeye een gedenkplaat aangebracht aan de gevel van zijn geboortehuis. In 1976, 150 jaar na zijn geboorte, werd door de Beverse heemkundige kring De Clocke en het Davidsfonds in de kerk van het dorp een gedenkteken onthuld. In Poperinge siert een gedenkplaat de gevel van het decanaat in de Priesterstraat 18 en de stad heeft een Deken De Bolaan.

Werken[bewerken]

De Bo schreef naast een paar Franse werken :

  • Pie IX in 1862, Gent, 1862
  • De Moedertaal, Gent, 1864
  • Kleine nederduitsche spraakkunst voor Vlamingen, Brugge, 1869 en 1874
  • Westvlaamsch Idioticon, Brugge, 1870-73
  • Gedichten, Brugge, 1874
  • Beschrijving van een uitmuntend mirakel, geschied te Poperinghe den 14 maart 1479, aangaande een misdragen kind, dat na drie dagen begraven geweest te zijn, den vierden dag het leven en het H. doopsel ontving, enz., Poperinge, 1879; herdruk van een oud boek door de Bo overzien en verbeterd.

De Bo leverde verder ook nog bijdragen in De Katholijke Zondag, in Rond den Heerd, in De Toekomst en in de Handelingen der gilde van Sinte-Luitgartorde, waarin twee redevoeringen van hem voorkomen, namelijk "1) Over de dialectische woorden en wendingen die burgerrecht in de schrijvende taal verdienen" en "2) Waarom er geene eloquentie in het letterkundig Nederlandsch is" (Brugge, 1874 en 1875).

Na zijn dood verschenen:

  • Deken de Bo's Kruidwoordenboek, bewerkt en uitgegeven door Joseph Samyn, Gent, 1888.

Referenties[bewerken]

  • Claerhout Flor, Deken L. De Bo (1826-1885) en het “Westvlaamsch idioticon” gesitueerd in het kader van het West-Vlaams taalparticularisme, Roeselare, Familia et Patria, 1993, 290 blz.
  • Debrouwere Michel - Ducatteeuw Etienne, Leonard De Bo, in: De Gaverstreke, jrg. 13 - 1985 (79 blz.)
  • Braet Marnik Leonard-Lodewijk De Bo pastoor te Ruiselede (1882-1884) en onderpastoor Flamen, in: Oud Ruysselede, jrg. 23, 2006, blz. 125-128.
  • Cosey S. Leven en werk van Deken De Bo (1826-1885), in: Aan de schreve, jrg. 15 (1985), nr. 3, blz. 31 e.v.
  • Forceville G. Bo, Leonard Lodewijk De, in: Nationaal Biografisch Woordenboek, deel I, kol. 209-212.

Externe links[bewerken]