Leopold I van Habsburg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Leopold I van Habsburg
1290-1326
Portret van Leopold I van Habsburg, in de 16e eeuw gemaakt door Antoni Boys.
Portret van Leopold I van Habsburg, in de 16e eeuw gemaakt door Antoni Boys.
Hertog van Oostenrijk
Samen met Frederik I (1308-1326)
Periode 1308-1326
Voorganger Albrecht I
Opvolger Frederik I
Vader Albrecht I van Habsburg
Moeder Elisabeth van Gorizia-Tirol

Leopold I van Habsburg (Wenen, 4 augustus 1290 - Straatsburg, 28 februari 1326) was van 1308 tot aan zijn dood samen met zijn broer Frederik de Schone hertog van Oostenrijk en Stiermarken. Hij behoorde tot het huis Habsburg.

Levensloop[bewerken]

Leopold I werd geboren als de derde zoon van hertog Albrecht I van Oostenrijk, bovendien Rooms-Duits koning, en diens echtgenote Elisabeth van Gorizia-Tirol, dochter van graaf Meinhard II van Gorizia-Tirol.

Na de dood van zijn oudste broer Rudolf III in 1307 en de moord op zijn vader in 1308, werd Leopold I samen met zijn oudere broer Frederik de Schone hertog van Oostenrijk en Stiermarken en het hoofd van het huis Habsburg. Als administrator van de oorspronkelijke landerijen van het huis Habsburg in het hertogdom Zwaben startte hij een wraakcampagne op de moordenaars van zijn vader. De energieke Leopold sloot eveneens een alliantie met het huis Luxemburg, de dynastie die zijn vader was opgevolgd als Rooms-Duits koning, en begeleidde koning Hendrik VII bij diens militaire campagne in Italië. In 1311 hielp hij de Welfenrevolutie in Milaan onder leiding van Guido della Torre onderdrukken en belegerde hij de stad Brescia.

Nadat Hendrik VII in 1313 was overleden, steunde Leopold I zijn broer Frederik de Schone toen die in 1314 kandidaat was om verkozen te worden tot Rooms-Duits koning. Ondanks alle inspanningen behaalde het huis Habsburg bij de verkiezing slechts vier stemmen, terwijl de tegenkandidaat die gesteund werd door het huis Luxemburg, hertog Lodewijk IV van Beieren, verkozen werd met vijf stemmen. In het daaropvolgende gewapende conflict tussen Frederik en Lodewijk IV steunde Leopold zijn broer door hulptroepen te sturen. Bij de Slag bij Morgarten in 1315 werden Lodewijks troepen echter beslissend verslagen door het Oude Eedgenootschap.

Nadat Frederik en zijn jongste broer Hendrik in 1322 werden gevangengenomen na hun nederlaag in de Slag bij Mühldorf, deed Leopold er alles aan om zijn twee broers te bevrijden. Hij begon onderhandelingen met Lodewijk IV en stond zelfs de keizerlijke regalia af die hij in het kasteel van Kyburg bewaarde. De onderhandelingen mislukten en Leopold bleef daarna de Beierse troepen van Lodewijk IV aanvallen, wat in 1324 leidde tot de onsuccesvolle belegering van de Zwabische stad Burgau. Nadat Lodewijk IV er in 1325 niet in slaagde om de goedkeuring van paus Johannes XXII te krijgen voor zijn verkiezing en zelfs onder excommunicatie werd geplaatst, liet hij Frederik uiteindelijk vrij. Frederik en Leopold moesten in ruil echter Lodewijk IV als suzerein van Oostenrijk erkennen, wat Leopold echter weigerde. Als man van eer ging Frederik daarna terug naar het Beierse hof, waar hij en Lodewijk IV uiteindelijk overeen kwamen om samen te regeren over het Heilige Roomse Rijk.

In februari 1326 stierf Leopold op 35-jarige leeftijd in Straatsburg. Hij werd bijgezet in de Abdij van Königsfelden.

Huwelijk en nakomelingen[bewerken]

In 1315 huwde Leopold met Catharina (1284-1336), dochter van graaf Amadeus V van Savoye. Ze kregen twee dochters: