Lesbisch feminisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Lesbisch-feministische "Pride"-vlag in Rouen, met dubbele bijl (labrys)

Lesbisch feminisme is een stroming binnen het feminisme die vrouwen aanmoedigt zich in hun aandacht, activiteiten en relaties vooral of uitsluitend tot andere vrouwen te richten. Leden van de beweging propageren vaak het lesbianisme als logisch uitvloeisel van het feminisme.

Het lesbisch feminisme ontstond eind jaren 60 van de twintigste eeuw uit onvrede met het gebrek aan solidariteit dat lesbische vrouwen binnen het mainstream feminisme ondervonden, de vooral op mannelijke homoseksualiteit gerichte homobeweging van die tijd, en de seksuele revolutie. Het lesbisch feminisme was vooral van belang in de jaren 70 en 80. In Angelsaksische landen was het in die periode de overheersende ideologie onder politiek bewuste lesbiennes.[1] Daarna zorgden kwesties als aids en racisme ervoor dat juist weer meer met andere feministische en homo-organisaties werd samengewerkt, waardoor het lesbisch feminisme op de achtergrond raakte.[2] Ook de opkomst van queer theory in de jaren 90 en de controversiële kijk op transseksualiteit die een deel van de beweging kenmerkt, hebben het lesbisch feminisme geen goed gedaan.

Ideologie[bewerken | brontekst bewerken]

Cherríe Moraga in 2019
Audre Lorde in 1980
Monique Wittig
Barbara Smith in 2017
Zwarte lesbisch-feminist op een conventie van de Democratische Partij in de VS

De theorievorming van het lesbisch feminisme kenmerkt zich door kritiek op heteronormativiteit en de gedachte dat heteroseksualiteit niet alleen gaat over seksuele aantrekking, maar dat het een institutie is waarvan de gehele maatschappij is doordrenkt en die fundamenteel onderdrukkend is voor vrouwen.[3] Daarom ook vindt de beweging dat lesbische vrouwen in hun activiteiten en relaties naar de maatschappij toe gewenst subversief gedrag vertoonden (lesbianisme als daad van verzet). Bovendien zouden vrouwen, als ze eenmaal losgeweekt waren van het patriarchaat, als vanzelf de utopistische doelen antiracisme, antikapitalisme en anti-imperialisme realiseren.[1] In die zin heeft het lesbisch feminisme veel raakvlakken met het radicaal feminisme.

Verder vond men dat lesbische vrouwen door de afwezigheid van mannelijke partners persoonlijk, economisch en seksueel veel onafhankelijker waren dan andere feministen en dat ze de hoofdstroming van het feminisme daarom als voorbeeld en voorhoede konden dienen.[3] Vaker dan andere feministen beoefenden de lesbische vrouwen het feministisch separatisme, het trachten omgang en samenwerken met mannen te beperken of zelfs geheel te vermijden. Vanuit deze gezichtspunten leverden lesbisch feministen geregeld felle kritiek op het mainstream feminisme.[4]

De invloedrijke, radicale wetenschapper en activist Sheila Jeffreys meent dat het lesbisch feminisme zeven hoofdkenmerken heeft:

  • Nadruk op de liefde van vrouwen voor andere vrouwen
  • Separatistische organisaties
  • Gemeenschap en ideeën
  • Het idee dat lesbianisme politiek is en bovendien een keuze kan zijn
  • De gedachte dat "het persoonlijke politiek is"
  • Verwerpen van de sociale stratificatie
  • Kritiek op mannelijke superioriteit en het patriarchaat

Tot de meest invloedrijke denkers en activisten van de beweging behoren naast Jeffreys in elk geval Charlotte Bunch, Rita Mae Brown, Adrienne Rich, Marilyn Frye, Audre Lorde, Mary Daly, Barbara Smith, Pat Parker, Margaret Sloan-Hunter, Monique Wittig, Cheryl Clarke en Cherrie Moraga. De lesbisch-feministische theorievorming heeft veel bijgedragen aan inzichten omtrent sociale en culturele aspecten van seksualiteit en genderrollen.[2][5]

Separatisme[bewerken | brontekst bewerken]

Lesbisch separatisme is een vorm van afzondering die kenmerkend is voor deze stroming. Het wordt soms beschouwd als een tijdelijke strategie, maar vaker als een levenswijze. Het lesbianisme wordt hierbij gezien als middel om een betere wereld voor vrouwen te scheppen, als een strategie die vrouwen in staat stelt hun energie aan andere vrouwen te besteden. Het zich terugtrekken in omgevingen waar alleen vrouwen actief zijn, wordt dan ook gezien als een logisch uitvloeisel van de lesbisch-feministische ideologie. Omgang met mannen wordt bij dit separatisme tot een minimum beperkt.[noot 1]

Een radicale vorm van dit separatisme is het politiek lesbianisme, dat stelt dat seksuele geaardheid, of seksueel gedrag, een politieke keuze kan zijn. Aanhangers daarvan schrappen ook eventuele liefdes- en seksrelaties met mannen, om tot een vollediger bevrijding te komen. Zij roepen heteroseksuele vrouwen op om hetzelfde te doen.

Communes[bewerken | brontekst bewerken]

Voor een deel van het lesbisch feminisme was het logisch vrouwenomgevingen te scheppen, waarbij ze zich zoveel mogelijk aan de maatschappij onttrokken.[3] Midden jaren 70 was er in de VS sprake van een hausse aan lesbische communes, op het platteland en in de steden. Er moeten er honderden zijn geweest en het verschijnsel staat bekend als womyn's land.[6] De leden trachtten daar zo zelfvoorzienend als mogelijk te zijn en wijdden zich aan een rechtvaardiger en zorgzamer leven.[7] Deze communes zijn niet allemaal een lang leven beschoren geweest, omdat botsende levenskeuzes en politieke inzichten al snel tot conflicten leidden. Toch heeft een flink aantal van deze communes langer bestaan, of functioneert anno 2022 nog.[8] Deze communes hebben echter al decennia last van een gebrek aan aanwas, waardoor ze een vooral oudere bevolking hebben.[8]

In Nederland speelde de actiegroep Lesbian Nation geruime tijd met de gedachte een eiland te vestigen, waar alleen lesbische vrouwen zouden wonen en werken. Om verschillende redenen is dat er nooit gekomen.[9]

Overige kenmerken[bewerken | brontekst bewerken]

Het lesbisch feminisme heeft problemen met alle mannelijkheid, ook die in eigen gelederen, en staat daarom afwijzend tegenover butch en femme-genderrollen.[1] Vanwege een principieel verlangen naar gelijkheid in (seksuele) relaties wordt ook bdsm afgekeurd. Een uitzondering daarop vormde het lesbisch-feministische SM-collectief Samois, maar die werden dan ook hevig gekritiseerd.

Lesbisch-feministen ontwikkelden een eigen uiterlijke stijl die vooral een afwijzing van het traditioneel vrouwelijke was.[1] Kort haar was in de mode, net als jeans, laarzen en geruite overhemden.

Kritiek en controverses[bewerken | brontekst bewerken]

Critici van het lesbisch feminisme vinden dat de beweging lesbische relaties idealiseert en het belang van heteroseksuele verlangens onderdrukt.[2] Ook zou de nadruk op heteronormativiteit andere vormen van vrouwenonderdrukking in de schaduw stellen.[2]

Andere critici van de beweging menen dat de weerzin tegen heteroseksualiteit preuts is, en blind voor de positieve kanten ervan.[5] Veel lesbisch-feministische publicaties schreven minachtend over heteroseksualiteit en verschillende uitingen daarvan, zoals pornografie. In de loop van de jaren 70 verhevigde dit debat en het leidde tot de feminist sex wars.[5] Diverse lesbisch-feministische schrijfsters en activisten behoorden nadrukkelijk tot het kamp van de sekspositieve feministen, maar de beweging als geheel wordt door critici vaak tot het andere kamp gerekend.[5]

Zwarte feministen[bewerken | brontekst bewerken]

Een van de eerste vormen van kritiek op het lesbisch feminisme kwam midden jaren 70 van de kant van Afro-Amerikaanse feministen, die vonden dat de stroming blind was voor racisme, hoewel men zei op te komen voor alle vrouwen. Met name van de separatistische communes werd vastgesteld dat ze overwegend gevormd werden door blanke, hoger opgeleide jonge vrouwen uit de middenklasse.[5] Het lesbisch feminisme propageerde opname van zwarte vrouwen in alle groepen, maar in de praktijk kwam daar weinig van terecht. Niet-blanke, lesbische en feministische vrouwen organiseerden zich in de VS in groepen als het Combahee River Collective en de National Black Feminist Organization.

In Nederland kreeg het feminisme vergelijkbare kritiek van zwarte en migrantenvrouwen, vanaf eind 1983.[10] Daarna werden op emancipatie gerichte activiteiten ontplooid door en voor "Zwarte, Migranten- en Vluchtelingenvrouwen (ZMV).[11] In 1984 vormden vier vrouwen een organisatie voor zwarte lesbische vrouwen, Sister Outsider genoemd.[11] In 1986 organiseerde zij een bijeenkomst waarbij Audre Lorde aanwezig was en de organisatie groeide daardoor.[10] Vanwege persoonlijke omstandigheden hief Sister Outsider zich dat jaar al weer op, maar hun initiatief was inmiddels door verschillende andere groepen opgevolgd.[11]

Transseksualiteit[bewerken | brontekst bewerken]

Hoewel de meningen van lesbisch-feministen variëren, bestaat er binnen de stroming een hardnekkige canon die fel gekant is tegen transgenders, transseksuelen en travestieten. Lesbisch-feministen die deze mening zijn toegedaan vinden transvrouwen op zijn best rolbevestigende nepvrouwen, of spreken van genitale verminking of een aanmoediging tot aanscherpen van genderrollen. Sheila Jeffreys vindt dat transseksuelen een traditioneel stereotype van de vrouw helpen in stand houden en dat ze een essentie van de vrouw uitbeelden die beperkend en diep beledigend is. Janice Raymond stelde in haar in 1979 gepubliceerde The Transsexual Empire: The Making of the She-Male dat transgenders traditionele rolpatronen bevestigen en vrouwen reduceren tot een door mannen gewenste perceptie. Ze schreef ook: "alle transseksuelen verkrachten het lichaam van vrouwen door de echte vrouwelijke vorm te reduceren tot een artefact".

Een deel van het radicaal feminisme, waarmee het lesbisch feminisme op dit punt raakvlakken heeft,[noot 2] is van mening dat mannen en vrouwen elk een sociale klasse vormen.[12] De mannen zijn daarbij de onderdrukkende klasse en de vrouwen de onderdrukte.[12] Het leiden van een leven in een van deze klassen zou in hoge mate vormend zijn voor een persoon en niet iets dat met een operatie kan worden nagebootst.[13] Aanhangers worden soms TERFs genoemd, hoewel ze het zelf liever omschrijven als 'genderkritisch'.[12][14]

Deze stellingname ging en gaat gepaard met felle controverses en verhitte debatten. Andere feministen en mensen die betrokken zijn bij de lhbt-emancipatie hebben het onder meer transfobie genoemd en haatzaaien. De voorzitter van de Britse lgbt-organisatie 'Stonewall' heeft genderkritiek vergeleken met antisemitisme.[14] Genderkritische vrouwen hebben last gehad van intimidatie, censuur en zelfs fysiek geweld.[14] Het grootste deel van het feminisme verwerpt de uitsluitende visie over transseksualiteit.[12] Het sinds de jaren 90 binnen het feminisme in opmars zijnde begrip intersectionaliteit gaat uit van diverse lijnen van onderdrukking, zoals bijvoorbeeld geslacht, ras en sociale klasse, die elkaar snijden en versterken.[12]

Een aantal lesbisch-feministische bijeenkomsten en festivals heeft lange tijd transgenders geweigerd. Dat geldt voor de meeste separatistische organisaties[13] en in het bijzonder het Michigan Womyn's Music Festival,[5] een sinds de jaren 70 bestaand festival, stond erom bekend. Daar weerde men transvrouwen vanaf 1991 en dat leidde tot tal van protestacties. Onder de toenemende druk daarvan besloot de organisatie het festival na 2015 niet meer voort te zetten.

Biseksualiteit[bewerken | brontekst bewerken]

Een deel van het lesbisch feminisme staat afwijzend tegenover biseksualiteit, hoewel dat vroeger prominenter was dan anno 2022. Sommigen vinden het een reactionaire en anti-feministische terugslag op het lesbisch feminisme. De lesbische, radicaalfeministische schrijfster en activist Julie Bindel vindt het een modegril, voortgekomen uit seksueel hedonisme. Toch is biseksualiteit binnen het feminisme in de loop van de jaren 90 meer geaccepteerd geraakt en als gevolg daarvan hebben conflicten en controverses met het lesbisch feminisme aan belang ingeboet.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Julie Bindel in 2015
Del Martin en Phyllis Lyon, oprichters van de Daughters of Bilitis, direct na hun huwelijk in 2004
Lesbisch-feministische Pride-vlag in Servië in 2019

Achtergrond[bewerken | brontekst bewerken]

Homoseksualiteit was in veel landen, ook westerse, tot in de jaren 60 van de twintigste eeuw nog (deels) verboden en het werd soms zelfs nog als psychische stoornis gezien. Toch speelden veel lesbische vrouwen een hoofdrol in diverse, op gelijkberechtiging gerichte organisaties en bewegingen. In de steden in de VS was ruim voor de jaren 60 al sprake van een bloeiende homocultuur, waarin ook lesbische vrouwen vertegenwoordigd waren. Om privacyredenen vond dat plaats in bars en bij mensen thuis, omdat uit de kast komen in die tijd nog ronduit gevaarlijk kon zijn. De eerste activistische organisatie voor lesbische vrouwen in de VS was de in 1955 opgerichte Daughters of Bilitis. Aansluiten bij de vrouwenstrijd was binnen die groepering echter geen uitgemaakte zaak en conflicten daarover leidden mede tot de ondergang ervan begin jaren 70.

Parallel aan, en in verband met de tweede feministische golf en de seksuele revolutie kreeg de homo-emancipatie ook meer voet aan de grond en er ontstonden organisaties voor homorechten die veel activistischer en mondiger waren dan hun voorgangers. Kantelpunt in de VS waren de Stonewall-rellen, die het Gay Liberation Front, de Gay Pride en andere activiteiten voortbrachten, waarbij lesbische vrouwen nadrukkelijk ook betrokken waren. In toenemende mate ergerden zij zich aan de marginale rol die het lesbianisme speelde in de homobeweging en ze vonden dat de mannelijke leden ervan vaak net zo seksistisch waren als de rest van de samenleving. Veel lesbische vrouwen sloten zich daarom aan bij de vrouwenstrijd, voor zover dat niet al gebeurd was, en speelden prominente rollen in talloze feministische groeperingen. Hun solidariteit met de vrouwenstrijd was echter lang niet altijd wederkerig. Binnen de vrouwenbeweging was toentertijd nog vaak sprake van vermijding van lesbische onderwerpen, aanvallen op het lesbianisme en soms uitsluiting van lesbische vrouwen.

Ontstaan in de VS[bewerken | brontekst bewerken]

In de VS markeert de actiegroep Lavender Menace het ontstaan van het lesbisch feminisme. In de aanloop naar het 'Second Congress to Unite Women' in mei 1970, van de feministische National Organization for Women (NOW), kwamen vermijding van lesbische betrokkenheid en uitsluiting van lesbische vrouwen tot een hoogtepunt. De actiegroep verstoorde de opening van het congres en, in weerwil van de mening van het hoofdbestuur, haalde het congres over om de lesbische emancipatie te erkennen als onderdeel van de vrouwenstrijd. Het voor die gelegenheid geschreven pamflet The Woman-Identified Woman en de uit de actie voortgekomen groepering Radicalesbians gelden als invloedrijk binnen het vroege lesbisch feminisme.[7]

Eigen organisaties[bewerken | brontekst bewerken]

De erkenning door het congres van de NOW betekende niet meteen dat lesbische onderwerpen tot in de haarvaten van die organisatie doordrongen, of zelfs maar met regelmaat op de landelijke agenda stonden. Een aantal lesbisch-feministen stapte daarom over naar groeperingen binnen het radicaal feminisme, maar ook daar werden ze niet bepaald met open armen ontvangen.[7] Omdat ze nog steeds niet te spreken waren over het seksisme bij de homobeweging, begonnen de lesbisch feministen in de VS tal van groeperingen en andere activiteiten. Er kwamen 'Radicalesbians' en andere groepen in meerdere steden, en in vele daarvan heerste de overtuiging dat het lesbianisme de meest complete vorm van feminisme was. In Washington D.C. vestigde zich de lesbisch-feministische commune The Furies Collective.[7] Naast het samen runnen van een huishouden, hielden ze zich bezig met politiek, theorievorming en het uitgeven van een blad, getiteld The Furies. De commune hield het slechts een jaar vol, maar was van grote invloed op de beweging.[7]

In navolging van de lokale groepen ontstond in de VS een omvangrijke lesbisch-feministische pers. Een veelheid aan bladen, nieuwsbrieven en kranten werd, soms grootschalig en soms zeer kleinschalig, geschreven en verspreid. Tot de bekendere in Amerika behoren Spectre: Paper of Revolutionary Lesbians, off our backs, Lesbian Tide, Lavender Woman en Chrysalis.[7] Al deze bladen kenden een zeer gevarieerde inhoud, zoals politieke manifesten, cartoons, foto's, recensies van culturele activiteiten, fictie en evenementenkalenders. Door het verspreiden van nieuws en commentaren haalden die publicaties lesbische vrouwen uit een isolement en hielpen ze talloze lesbische gemeenschappen in de VS tot stand brengen, zowel in de steden als op het platteland.

Het lesbisch feminisme in de VS nam voor wat betreft activisme de zap over van de radicaal-feministen: een korte en vaak confronterende actie op plaatsen die werden geassocieerd met traditionele vrouwelijkheid of alledaags seksisme. De zaps hadden meest publiciteit en andere aandacht als hoofddoel en werden uitgevoerd bij onder meer schoonheidswedstrijden en bruidswinkels.

Daarnaast werd een aantal lesbisch feministische organisaties opgericht die doorgaans veel langer hebben bestaan, zoals een platenlabel (Olivia Records), een uitgeverij (Naiad), boekwinkels en koffiehuizen. Ook organiseerde men een aantal vrouwenfestivals, die gerund en bezocht werden door feministen, zoals het Michigan Womyn’s Music Festival, het Camp Sister Spirit's Womyn's Festival en het Ohio Lesbian Festival.

Ook ideologisch werd de beweging in de loop van de tijd autonomer. In de VS werd aanvankelijk nog makkelijk samengewerkt met de homobeweging en het mainstream feminisme, bijvoorbeeld tussen 1971 en 1973 ten behoeve van het schrappen van homoseksualiteit als 'mentale afwijking' binnen de psychiatrie.[1] Maar in 1972 riep Rita Mae Brown al op tot een volledig onafhankelijke lesbisch-feministische beweging, in de overtuiging dat lesbische vrouwen 'de revolutie' zouden voortbrengen, en het mainstream feminisme slechts halfslachtige hervormingen.[1] Buiten de VS konden lesbisch-feministen beter opschieten met het mainstream feminisme en de homobeweging, maar ook daar vond de gedachte van bevrijding door exclusief op vrouwen gerichte actie navolging.

Nederland[bewerken | brontekst bewerken]

De Nederlandse literatuurwetenschapper Maaike Meijer, onder meer betrokken bij Paarse September, in 2019

Ook in Nederland waren lesbische vrouwen in talloze rollen actief in de vrouwenbeweging en ook zij deden dat aanvankelijk vaak zonder hun seksuele geaardheid te onthullen.[15] Net als in de VS was de homobeweging vooral op mannen gericht en was het feminisme bevreesd voor negatieve publiciteit omtrent lesbianisme.[noot 3] In 1972 kwam daarin verandering door de oprichting van de actiegroep Paarse September. Net als hun Amerikaanse zusters leverden ze onder meer felle kritiek op het mainstream feminisme en waren ze ervan overtuigd dat lesbianisme een betere vorm van feminisme is. Zij pleitten tegen heteroseksualiteit als norm en beargumenteerden dat lesbisch zijn in feite een politieke keuze is.[noot 4][16] Zij stelden zelfs dat het afzweren van heteroseksuele relaties een voorwaarde was om een goede feminist te kunnen zijn.[noot 5][17] Paarse September weigerde bovendien om met mannen te praten.[16] Reeds in 1974 hief de groep zichzelf op, naar eigen zeggen om andere radicaal-lesbische vrouwen de ruimte te geven, maar ook wel omdat ze aan impact hadden ingeboet.[18] Mede door de activiteiten van Paarse September werd uit de kast komen voor lesbische vrouwen een stuk makkelijker en ze deden dat in grote getale.[15]

Lesbian Nation[bewerken | brontekst bewerken]

Een opvolger van Paarse September was de in 1976 gevormde actiegroep Lesbian Nation, vernoemd naar het gelijknamige boek van Jill Johnston uit 1973.[15] De groep wijdde zich aanvankelijk aan het ontwikkelen van een lesbische identiteit en subcultuur, onder meer door discussie en het organiseren van lesbisch-feministische weekends. Ze was echter vooral van blijvend belang door het mede oprichten van een aantal culturele instellingen, gericht op (lesbische) vrouwen. Daaronder vallen een vrouwencafé (Saarein), een boekhandel (Xantippe) en een drukkerij (Virginia),[19] en uitgaven als het Lesbisch Prachtboek en de tijdschriften Lust en Gratie en Diva. Daarnaast organiseerde de groep in 1977 de eerste homodemonstratie van Nederland, die later uitgroeide tot de Roze Zaterdag, en was ze betrokken bij de bezetting van de Bloemenhovekliniek.[20]

Vlaanderen[bewerken | brontekst bewerken]

Het lesbisch feminisme in Vlaanderen is ontstaan uit dezelfde achtergrond die elders van toepassing was. Ook daar had de homobeweging (Holebi) teveel oog voor mannelijke homoseksualiteit en ook in Vlaanderen wilde de vrouwenbeweging aanvankelijk liever niet met het lesbianisme geassocieerd worden.[21] Die situatie duurde in Vlaanderen echter veel langer dan elders, zeker tot midden jaren 80, en ook het "uit de kast komen" was er pas relatief laat gebruikelijk. Er was sprake van een versnipperd beeld van veel kleine groepjes en als gelijkberechtiging van lesbiennes al werd gepropageerd dan was dat eerder collectief dan individueel. Er werden wel organisaties opgericht door lesbische vrouwen, zoals Sappho in Gent (1974) en Athis in Antwerpen (1978),[22] maar dat waren vooral ontmoetingspunten, gericht op cultuur en gezelligheid. De later gestichte groepen Liever Heks en Çatal Hüyük waren al een stuk radicaler en zij stelden zich te weer tegen de heteronormativiteit en de daarmee gepaard gaande ongelijkheid tussen mannen en vrouwen.[22]