Naar inhoud springen

Lesja Oekrajinka

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Lesja Oekrajinka
Lesja Oekrajinka (foto uit 1896)
Lesja Oekrajinka (foto uit 1896)
Persoonsgegevens
Volledige naam Larysa Kosatsj-Kvitka
Pseudoniem(en) Lesja Oekrajinka
Geboortedatum 25 februari 1871
Geboorteplaats Novohrad-Volynskyj (Keizerrijk Rusland)
Overlijdensdatum 1 augustus 1913
Overlijdensplaats Soerami (Keizerrijk Rusland)
Geboorteland Oekraïne
Opleiding en beroep
Beroep schrijver, dichter, toneelschrijver, vertaler, literatuurcriticus
Werkveld(en) poëzie[1]Bewerken op Wikidata
Werken
Genre(s) versdramaBewerken op Wikidata
Bekende werken The Forest SongBewerken op Wikidata
Handtekening
Handtekening
Afbeeldingen
Lesja Oekrajinka
Links
Dbnl-profiel
(en) IMDb-profiel
Portaal  Portaalicoon   Oekraïne
Literatuur

Larysa Petrivna Kosatsj-Kvitka (Oekraïens: Лариса Петрівна Косач-Квітка), beter bekend onder haar pseudoniem Lesja Oekrajinka (Oekr.: Леся Українка) (Novohrad-Volynskyj, 13/25 februari[2] 1871Soerami, 19 juli/1 augustus 1913) was een Oekraïens dichteres, toneelschrijfster, vertaalster en literatuurcriticus, die zowel in de Oekraïense nationale beweging als in de vrouwenbeweging een zeer belangrijke rol heeft gespeeld. Ze wordt tot de voornaamste persoonlijkheden uit de geschiedenis van de Oekraïense literatuur gerekend.[3]

Levensbeschrijving

[bewerken | brontekst bewerken]
Lesja Oekrajinka met haar moeder, 1898.
Een portret van Lesja Oekrajinka, geschilderd door Ivan Troesj.

Lesja Oekrajinka werd geboren in de stad Novohrad-Volynskyj (sinds 2022 Zvjahel geheten) in de huidige oblast Zjytomyr. Ze groeide op in een adellijke familie, waar thuis alleen Oekraïens werd gesproken. Haar vader, Petro Kosatsj, was jurist en ambtenaar. Haar moeder, Olha Drahomanova-Kosatsj, was een bekend schrijfster van vooral kinderboeken, die schreef onder het pseudoniem Olena Ptsjilka. Naar haar ouders speelde ook haar oom, de bekende historicus en etnograaf Mychajlo Drahomanov, een belangrijke rol in haar leven. Vanaf haar vroege jeugd leed ze aan osseuze tuberculose, waardoor ze niet naar school kon en in plaats daarvan thuisonderwijs kreeg. De jonge Larysa had veel muzikaal talent en hoopte aanvankelijke op een carrière als pianiste, maar haar ziekte maakte dit onmogelijk. In plaats daarvan zou ze haar leven wijden aan het schrijven.

In 1884 maakte ze op dertienjarige leeftijd haar literaire debuut met de publicatie van een gedicht in het tijdschrift Zorja (“De ster”), dat in Lviv uitkwam. Dit was ook de eerste keer dat ze haar pseudoniem "Lesja Oekrajinka" gebruikte. Destijds waren in het Keizerrijk Rusland publicaties in de Oekraïense taal verboden, zodat ze in plaats daarvan in Galicië moesten worden gepubliceerd, om vervolgens vanuit Oostenrijk-Hongarije naar Kiev te worden gesmokkeld.

Haar eerste dichtbundel, getiteld Na krylach pisen’ ("Op de vleugels van liederen"), verscheen in 1893. Later volgden nog de dichtbundels Doemy i mriji ("Gedachten en dromen", 1899) en Vidhoeky ("Recensies", 1902). Daarnaast publiceerde ze meer dan tien toneelstukken. Haar oeuvre vormt een weerspiegeling van heftige emoties en een diepe innerlijke onrust, maar ook van een geloof in rechtvaardigheid en een overwinning van het goede. Ze voelde zich een erfgename van de Europese cultuur en greep dikwijls terug op de Oudheid, maar liet zich ook inspireren door eigentijdse stromingen in de West-Europese literatuur. Daarnaast bevatten haar werken duidelijke kenmerken van symbolisme. Haar poëtische theaterstuk Lisova pisnja ("Lied van het woud") uit 1911 wordt algemeen gezien als haar beste werk.[4]

Als literatuurcriticus schreef Lesja Oekrajinka een reeks artikelen over de geschiedenis en het heden van de Europese literatuur. Daarnaast was ze actief als vertaalster: werken van onder meer Homerus, Heinrich Heine, Victor Hugo, George Gordon Byron en Adam Mickiewicz werden door haar naar het Oekraïens vertaald.

Ook op het maatschappelijke vlak was Lesja Oekrajinka zeer actief. As vurig tegenstandster van de tsaristische regering zette ze zich in voor verschillende marxistische organisaties in Oekraïne. Daarnaast was ze actief in de vrouwenbeweging. In 1902 vertaalde ze het Communistisch manifest van Karl Marx naar het Oekraïens, met als gevolg dat ze eerst werd gearresteerd en daarna onder politietoezicht bleef staan.

Haar eerste verloofde, Serhij Merzjynskyj, overleed in 1901. Tegen het einde van haar leven trad Lesja Oekrajinka in het huwelijk met de etnograaf Klyment Kvitka, een huwelijk dat door haar moeder overigens als morganatisch van de hand werd gewezen. In diezelfde periode ging haar gezondheid ernstig achteruit, doordat ze naast tuberculose ook nog te kampen kreeg met een nierziekte. Ze overleed op tweeënveertigjarige leeftijd in een sanatorium in het stadje Soerami in Georgië. Ze ligt begraven op de Bajkove-begraafplaats in Kiev.

Lesja Oekrajinka wordt gerekend tot de belangrijkste vrouwen in de Oekraïense geschiedenis en tevens tot de belangrijkste schrijvers. Er zijn in Oekraïne vele straten, scholen, parken en een universiteit naar haar vernoemd, en in veel Oekraïense plaatsen zijn standbeelden en andere gedenktekens van haar te vinden.

Lesja Oekrajinka en Olha Kobyljanska, 1901

De seksualiteit van Lesja Oekrajinka heeft volgens Maryna Kulakova "geleid tot decennialang debat onder literatuurwetenschappers", met name haar relatie met Olha Kobyljanska.[5] De twee begonnen in 1891 brieven te wisselen[6] en na een ontmoeting in Tsjernivtsi in 1901 begonnen ze elkaar intieme brieven te schrijven.[7] Lesja Oekrajinka kwam na de dood van Siarhej Miaržynski (3 maart 1901) dichter bij Kobyljanska te staan, in een tijd dat Kobyljanska te maken had met een afwijzing door Osyp Makovei, die geen interesse had in een huwelijk.[6]

De briefwisseling tussen Lesja Oekrajinka en Olha Kobyljanska[8] bracht hen ertoe een genderneutrale taal te ontwikkelen, waarbij ze naar elkaar verwijzen als "iemand" (Oekraïens: хтось, chtosj) om gevoelens van liefde te uiten. Deze taal is door professor Anna Dżabagina vergeleken met de dagboeken van Anne Lister.[9] Dżabagina merkt bovendien op dat het gebruik van deze gecodeerde taal politieke redenen had; Lesja Oekrajinka, die in het Russische Rijk woonde, was minder geneigd om openlijk uiting te geven aan haar seksualiteit dan Kobyljanska, die in Oostenrijk-Hongarije woonde.[10] In haar brieven maakte Lesja echter duidelijk dat zij behoefte had aan lichamelijk contact, en op een bepaald moment schreef zij dat ze

aan iemand dacht en met iemand wilde praten [...] en vooral, om te zitten, half uitgekleed, op iemands bed terwijl iemand daar al onder de dekens ligt met een sjaal om en zich een beetje slaperig voelt, maar wil ook nog niet echt slapen, en zwarte ogen met gouden glinsteringen heeft. Zodat iemand weet dat er iemand is die iemand nodig heeft om hen op te beuren, omdat iemands geest vaak zwaar belast is, hoewel niet met hetzelfde als waar het eerder mee gebukt ging, maar iets groters en ook zwaarders...[6]

In haar brieven noemde Lesja vaak lichamelijk contact en strelen ("pasy", паси) tussen de twee vrouwen. Bijvoorbeeld, in een brief van 1–2 januari 1902 schreef Lesja aan Olha: "Iemand wil iemand zoenen en iemand strelen, en zoveel zeggen, en zoveel zien, en zoveel denken..."[6] In andere brieven: "Iemand zoent innig iemand die zwart en dierbaar is en streelt hen zachtjes"; (...) "iemand houdt nu en altijd van iemand en wil de hemel ombuigen voor iemand"; Lesja zei dat haar brieven niet kunnen uitleggen "hoezeer iemand nadenkt over iemand, hoezeer iemand houdt van iemand."[6] Hoewel Olha's brieven aan Lesja niet bewaard zijn gebleven, bevestigde Lesja's moeder Olena Ptsjilka in een brief aan Olha (die haar een rouwbrief had gestuurd nadat Lesja in 1913 was overleden) dat Olha waarschijnlijk soortgelijke gevoelens en gedachten voor Lesja had gehad: "Ja, ik weet dat je haar niet alleen bewonderde als een getalenteerd schrijfster, maar haar ook persoonlijk liefhad. Zij hield ook veel van jou, er was een ware geestelijke band tussen jullie."[6]

De relatie tussen Olha en Lesja is door literatuurwetenschapper Solomiya Pavlytsjko omschreven als een "lesbische fantasie".[11] De toegenomen aandacht voor de relatie tussen de twee vrouwen heeft enerzijds geleid tot homofobe reacties vanuit bepaalde kringen binnen de Oekraïense academische wereld; anderzijds resulteerde het ook in wat Dżabagina "straightwashing" noemt. Oksana Zaboezjko heeft bijvoorbeeld beweerd dat de briefwisseling louter de literaire conventies van die tijd weerspiegelde en dat het intieme karakter ervan het gevolg is van een herinterpretatie door moderne, "onvoorbereide" lezers.[12] Er zijn echter ook aanwijzingen dat de intieme band tussen Lesja en Olha door sommige mensen destijds al werd beoordeeld als "abnormaal" en dat enkelen dat ook tegen Lesja zeiden.[6] Lesja trok zich daar echter niets van aan, zo schreef ze: "Als die "abnormaliteit" niemand schade of leed doet (...), dan denk ik dat het niet zo'n negatief oordeel verdient. Ik heb altijd het gevoel gehad dat dit het beste gevoel is dat ik kan ervaren, en ik zou het niet willen onderdrukken als het zich weer zou voordoen."[6]

[bewerken | brontekst bewerken]
Zie de categorie Lesya Ukrainka van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.