Levend begraven

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
"L'inhumation précipitée", schilderij van Antoine Wiertz
"Vitalis van Milaan wordt levend begraven", schilderij van Jan Luyken

Het levend begraven van iemand kan bewust (als straf, marteling of executie), onbewust (in de misveronderstelling dat iemand reeds overleden is), vrijwillig (als stunt voor een ontsnappingspoging of zelfmoord) of per ongeluk (als gevolg van bijvoorbeeld een instorting) gedaan worden. Doordat de zuurstof met iedere ademteug minder wordt, stikt de begravene uiteindelijk. De doodsoorzaak kan echter ook uitdroging, ondervoeding of onderkoeling zijn.

Executie[bewerken]

Als vorm van executie werd het levend begraven van veroordeelden onder andere toegepast in het Chinese Keizerrijk.

Ook in de Nederlanden en Europa was deze executievorm niet ongebruikelijk. Vooral tijdens de Inquisitie werd de straf toegepast voor (veelal) vrouwelijke ketters.[1][2]

Ook in het oude Rome kwam de straf voor, onder andere voor Vestaalse maagden die hun maagdelijkheid niet hun gehele diensttijd behielden. Deze werden dan tussen een aantal muren gemetseld, waar ze uiteindelijk de dood zouden vinden door vochttekort of voedseltekort. Enkele keren werd het lijden bewust verlengd door een glas water en brood mee te geven.

Ook bepaalde Zuid-Amerikaanse volken zoals de Auca (Huaorani) pasten deze executiemethode meermaals toe.

Trivia[bewerken]

  • In het boek Het Gouden Ei van Tim Krabbé is deze doodsoorzaak een belangrijk element.
  • Twee van de drie hoofdpersonen in de musical Aida, Radames en Aida, worden levend begraven als vorm van executie.