Li Hongzhang

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Li Hongzhang
Li Hongzhang
Li Hongzhang in 1896
Naam (taalvarianten)
Vereenvoudigd 李鸿章
Traditioneel 李鴻章
Pinyin Lǐ Hóngzhāng
Wade-Giles Li Hung-chang
Jyutping (Standaardkantonees) lei5 hung4 zoeng1

Li Hongzhang (Hefei, 15 februari 1823Beijing, 7 november 1901) (jiaxiang: Anhui, Hefei) was een hoge Han-Chinese mandarijn die diende voor de Mantsjoe Qing-dynastie. Meneer Li sloeg diverse opstanden tegen de Mantsjoes in China neer. Ook is hij de gouverneur van Liangguang geweest van 1899 tot 1900.

In het westen stond hij bekend om zijn goede onderhandelingseigenschappen. De Britse koningin Victoria benoemde hem tot Knight Grand Cross of the Royal Victorian Order. In China werd hij gezien als symbool van de zwakte van het Chinese keizerrijk. Hij had geen één oorlog tegen buitenlandse mogendheden gewonnen, terwijl hij de Taiping-opstand van het eigen volk bloedig neer kon slaan.

Hij is geboren in Anhui in 1823. Zijn vader was ambtenaar en hij volgde zijn vader in zijn voetsporen. Tijdens de Taiping-opstand trok hij als ondergeschikte mee naar Anhui. Hij was bekend met de lokale situatie en kon helpen bij het opzetten van een militie om tegen de rebellen te strijden. Tegen het einde van 1853 wist hij met een militie onder zijn bevel enkele successen te boeken. Hierbij maakte hij gebruik van moderne westerse wapens en militaire strategieën. In 1864 was de opstand neergeslagen en Li kreeg als dank voor zijn inzet een adellijke titel.

Hij kreeg een hoge positie in Jiangsu, hier bleef hij twee jaar. In 1866 braken weer opstanden uit in Heian en Shandong en hij werd aangewezen als militaire leider om deze de kop in te drukken. Zijn successen leverde hem een promotie op. In 1870 was hij betrokken bij internationale onderhandeling met de Fransen. In Tianjin waren katholieke priesters en nonnen aangevallen en ook Franse diplomaten. Franse troepen en kanonneerboten werden naar de stad gestuurd om de westerlingen te verdedigen en de aanvallers te straffen. De gesprekken tussen China en Frankrijk leidde tot aanzienlijke financiële tegemoetkomingen aan de laatste. Na deze onderhandelingen bleef Li een belangrijke rol spelen in de buitenlandse politiek van de Qing-dynastie.

Aan het einde van de Chinees-Franse Oorlog (1884-1885) was hij weer betrokken bij de vredesonderhandelingen. Met de Zelfversterkingsbeweging wilde hij het keizerrijk versterken met een goed leger en sterke marine. Hij stichtte een militaire academie, liet forten versterken en kocht in het buitenland oorlogsschepen om de Chinese vloot te versterken. In China werden scheepswerven, wapen- en munitiefabrieken gebouwd. In de Eerste Chinees-Japanse Oorlog (1894-1895) werd China verslagen ondanks de verbeteringen die mede door Li zijn doorgevoerd. De nederlaag ondermijnde zijn politieke positie, maar hij werd toch gevraagd mee te gaan naar Japan voor de vredesonderhandelingen. Op 24 maart 1895 werd hij in Shimonoseki aangevallen door een Japanner, hij verwondde Li met een pistoolschot in zijn kaak. In een reactie stemden de Japanners in met een staakt-het-vuren en op 17 april 1895 werd het Verdrag van Shimonoseki getekend.

In 1896 maakte hij een grote buitenlandse reis naar Rusland, Canada en de Verenigde Staten. Hier sprak hij over de Chinese Exclusion Act, een wet die de immigratie van Chinezen naar Amerika aan banden legde. In Europa kreeg hij van koningin Victoria van het Verenigd Koninkrijk de Knight Grand Cross of the Victorian Order. In 1898 tekende hij namens China het verdrag voor de pacht van het schiereiland Liaodong.

Terug in China onderhandelde hij voor de laatste keer met buitenlandse partijen na de Bokseropstand. Op 7 september 1901 tekende hij namens China het Bokserprotocol. Twee maanden later overleed hij.