Naar inhoud springen

Lijn van opvolging voor het presidentschap van de Verenigde Staten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

De lijn van opvolging voor het presidentschap van de Verenigde Staten bepaalt wie bij het overlijden of aftreden van de president van de Verenigde Staten de volgende president wordt. In principe gaat het presidentschap bij het overlijden of aftreden van de president altijd naar de vicepresident van de Verenigde Staten. Het is nog nooit voorgekomen dat iemand anders dan de vicepresident het presidentschap heeft overgenomen na het overlijden of aftreden van de president.[1][2]

Huidige lijn van opvolging voor het presidentschap

[bewerken | brontekst bewerken]
Nr. Functie Ambtsbekleder Partij
1 Vicepresident van
de Verenigde Staten
J.D. Vance J.D. Vance
(1984)
R
2 Voorzitter van
het Huis van
Afgevaardigden
Mike Johnson Mike Johnson
(1972)
R
3 President pro
tempore van de
Senaat
Chuck Grassley Chuck Grassley
(1933)
R
4 Minister van
Buitenlandse
Zaken
Marco Rubio Marco Rubio
(1971)
R
5 Minister van
Financiën
Scott Bessent Scott Bessent
(1962)
R
6 Minister van
Defensie
Pete Hegseth Pete Hegseth
(1980)
R
7 Minister van
Justitie
Pam Bondi Pam Bondi
(1965)
R
8 Minister van
Binnenlandse
Zaken
Doug Burgum Doug Burgum
(1956)
R
9 Minister van
Landbouw
Brooke Rollins Brooke Rollins
(1972)
R
10 Minister van
Economische
Zaken
Howard Lutnick Howard
Lutnick

(1961)
R
11 Minister van
Arbeid
Lori Chavez-DeRemer Lori Chavez-
DeRemer

(1968)
R
12 Minister van
Volksgezondheid
en Sociale Zaken
Robert F. Kennedy jr. Robert F.
Kennedy jr.

(1954)
O
13 Minister van
Volkshuisvesting
en Stedelijke
Ontwikkeling
Scott Turner Scott Turner
(1972)
R
14 Minister van
Transport
Sean Duffy Sean Duffy
(1971)
R
15 Minister van
Energie
Chris Wright Chris Wright
(1965)
R
16 Minister van
Onderwijs
Linda McMahon Linda McMahon
(1948)
R
17 Minister van
Veteranenzaken
Doug Collins Doug Collins
(1966)
R
18 Minister van
Binnenlandse
Veiligheid
Kristi Noem Kristi Noem
(1971)
R

Negen vicepresidenten hebben het presidentschap overgenomen na het overlijden of aftreden van de zittende president: