Lijst van Nederlandse ministeries
Dit is een lijst van Nederlandse ministeries. Na een kabinetsformatie verandert in de eenentwintigste eeuw meestal de taakomschrijving van ministeries en worden soms programmaministers toegevoegd (feitelijk ministers zonder portefeuille).
Kabinet-Schoof (2024-heden)
[bewerken | brontekst bewerken]Het kabinet-Schoof heeft vijftien ministeries plus één minister zonder portefeuille:
- Ministerie van Algemene Zaken (AZ)
- Ministerie van Asiel en Migratie (A&M)
- Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)
- Ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ)
- Ministerie van Defensie (Def)
- Ministerie van Economische Zaken (EZ)
- Ministerie van Financiën (Fin)
- Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W)
- Ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG)
- Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN)
- Ministerie van Justitie en Veiligheid (J&V)
- Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)
- Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)
- Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)
- Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO)
Minister zonder portefeuille:
- Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (onder BZ)
Geschiedenis
[bewerken | brontekst bewerken]Franse Tijd
[bewerken | brontekst bewerken]Tijdens de Bataafs-Franse Tijd, op 12 maart 1798, werden er voor het eerst nationale agentschappen ingesteld. Deze werden in 1801 omgedoopt in secretarieën van staat, en ten tijde van Lodewijk Napoleon in ministeries. In deze tijd waren er de volgende acht ministeries:[1]
- Binnenlandse Zaken
- Buitenlandse Zaken
- Financiën
- Justitie
- Marine
- Nationale Economie
- Nationale Opvoeding
- Oorlog
Daarnaast werden in 1806 de ministeries van Eredienst en van Koophandel en Koloniën ingesteld.
Koning Willem I en II
[bewerken | brontekst bewerken]Tijdens de regeringen van Willem I en II bleef deze indeling globaal in stand, maar werden er regelmatig ministeries samengevoegd en afgesplitst. Wel werd het ministerie van Eredienst definitief gesplitst in het ministerie van Zaken der rooms-katholieke Eredienst en het ministerie van Zaken van de Hervormde en andere Erediensten, behalve die der rooms-katholieke.
Na de grondwetsherziening van 1848
[bewerken | brontekst bewerken]Na de grondwetsherziening van 1848 werden de ministers verantwoordelijk in plaats de koning, en kregen de ministeries een vastere vorm. In 1848 bestonden de volgende negen ministeries:[2]
- Binnenlandse Zaken
- Buitenlandse Zaken
- Financiën
- Justitie
- Koloniën
- Marine
- Oorlog
- Zaken der rooms-katholieke Eredienst
- Zaken van de Hervormde en andere Erediensten, behalve die der rooms-katholieke
In de jaren na 1848 kregen de eredienstministeries gedeelde ministers, en werden zij opgeheven en heropgericht. In 1868 werden de ministeries definitief opgeheven.
In 1877 werd het ministerie van Waterstaat, Handel en Nijverheid afgesplitst van Binnenlandse Zaken. In 1906 werd dit ministerie gesplitst in het ministerie van Waterstaat en het ministerie van Landbouw, Nijverheid en Handel.
1918-1940
[bewerken | brontekst bewerken]Na 1900 groeide de overheidsbemoeienis steeds verder, waardoor de behoefte ontstond om de taken over meer ministeries te verdelen. In 1918 werden twee nieuwe grote ministeries opgericht: die van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen en die van Arbeid. Per 1923 werd Arbeid weer ondergebracht bij andere ministeries, maar in 1933 werd het heropgericht onder de naam Sociale Zaken. Daarnaast werd in 1935 het ministerie van Landbouw en Visserij opgericht, en in 1937 het ministerie van Algemene Zaken. Dit laatste ministerie kreeg de functie het coördineren van regeringsbeleid.[3] Daarnaast werden in 1928 de ministeries van Oorlog en Marine samengevoegd tot het ministerie van Defensie, waardoor Nederland in 1940 de volgende twaalf ministeries kende:
- Algemene Zaken
- Binnenlandse Zaken
- Buitenlandse Zaken
- Defensie
- Financiën
- Handel, Nijverheid en Scheepvaart
- Justitie
- Koloniën
- Landbouw en Visserij
- Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen
- Sociale Zaken
- Waterstaat
Na de Tweede Wereldoorlog
[bewerken | brontekst bewerken]Na de Tweede Wereldoorlog werd het ministerie van Openbare Werken opgericht, dat ging over de volkshuisvesting en wederopbouw. In 1952 werd het ministerie van Maatschappelijk Werk opgericht, mede vanwege de verdeling van de ministersposten tussen de coalitiepartijen. Later werden cultuur en recreatie aan dit ministerie toegevoegd. In 1971 werd het ministerie van Volksgezondheid en Milieuhygiëne afgesplitst van Sociale Zaken. In 1982 fuseerden deze laatste twee ministeries tot het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur. In 1994 kwam cultuur weer bij onderwijs en wetenschappen te liggen. Daarnaast werd vanwege de dekolonisatie het ministerie van Koloniën opgeheven in 1959, inmiddels het ministerie van Zaken Overzee geheten. Na een aantal decennia als afzonderlijk kabinet te hebben gefunctioneerd, werd dit beleidsterrein in 1998 toegevoegd aan Binnenlandse Zaken.
Door deze ontwikkelingen had Nederland tussen 2003 en 2010 de volgende dertien ministeries:
- Algemene Zaken (AZ)
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)
- Buitenlandse Zaken (BZ)
- Defensie (Def)
- Economische Zaken (EZ)
- Financiën (Fin)
- Justitie (Just)
- Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV)
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)
- Verkeer en Waterstaat (V&W)
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)
- Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)
Ontwikkelingen vanaf 2010
[bewerken | brontekst bewerken]Bij het aantreden van het kabinet-Rutte I in 2010 werd het aantal ministeries verminderd. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ging samen met Economische Zaken. Het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer werd verdeeld over de ministeries van Binnenlandse Zaken en van Infrastructuur en Milieu. In 2017 werd Landbouw echter weer zelfstandig.
Bij het aantreden van het kabinet-Schoof in 2024 kwamen er echter weer een aantal ministeries bij. Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening werd weer zelfstandig, en er kwamen twee geheel nieuwe ministeries. Asiel en Migratie werd afgesplitst van Justitie en Veiligheid, en Klimaat en Groene Groei kwam voort uit Economische Zaken en Klimaat. Hierdoor bestaan er sindsdien vijftien ministeries.
Lijst van ministeries 1848-heden
[bewerken | brontekst bewerken]Zie ook
[bewerken | brontekst bewerken]- ↑ Ministerie. Parlement.com. Geraadpleegd op 30 juli 2025.
- ↑ Kabinetten-Schimmelpenninck en -Donker Curtius (1848). Parlement.com. Geraadpleegd op 30 juli 2025.
- ↑ Honderd jaar geleden: twee nieuwe grote ministeries (2018). Parlement.com (2018-09). Geraadpleegd op 30 juli 2025.