Lijst van Nederlandse ministeries

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bewerk Deze lijst is (mogelijk) incompleet. U wordt uitgenodigd op bewerken te klikken om de lijst uit te breiden.

Dit is een lijst van Nederlandse ministeries. Na een kabinetsformatie verandert in de eenentwintigste eeuw meestal de taakomschrijving van ministeries en worden soms programmaministers toegevoegd (feitelijk ministers zonder portefeuille).

Kabinet-Rutte IV (2022-heden)[bewerken | brontekst bewerken]

Het kabinet-Rutte IV heeft twaalf ministeries plus acht ministers zonder portefeuille:

Minister zonder portefeuille:

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Kabinet-Rutte III[bewerken | brontekst bewerken]

Het kabinet-Rutte III had twaalf ministeries:

Minister zonder portefeuille:

Kabinet-Rutte II[bewerken | brontekst bewerken]

Het kabinet-Rutte II had elf ministeries:

Minister zonder portefeuille:

Kabinet-Rutte I[bewerken | brontekst bewerken]

Het kabinet-Rutte I had elf ministeries:

Minister zonder portefeuille:

Kabinet-Balkenende IV[bewerken | brontekst bewerken]

Bij de installatie van het kabinet-Balkenende IV werden de ministeries niet gewijzigd ten opzichte van Balkenende III. Er werden wel twee programmaministers toegevoegd:

Toegevoegde programmaministers in kabinet-Balkenende IV:

Vervallen ministersposten:

Kabinet-Balkenende III[bewerken | brontekst bewerken]

Het kabinet Balkenende III had dertien ministeries, waarbij er twee ministers zonder portefeuilles waren:

Minister zonder portefeuille:

Kabinet-Drees-Van Schaik (1948-1951)[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Kabinet-Drees-Van Schaik voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
  • Algemene Zaken
  • Buitenlandse Zaken
  • Justitie
  • Binnenlandse Zaken
  • Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen
  • Financiën
  • Oorlog
  • Marine
  • Wederopbouw en Volkshuisvesting
  • Verkeer en Waterstaat
  • Economische Zaken
  • Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening
  • Sociale Zaken
  • Overzeese Gebiedsdelen[1]

Kabinet-Pierson (1897-1901)[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Kabinet-Pierson voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
  • Kabinetsleider was de hoogleraar en gematigd vooruitstrevende liberaal N.G. Pierson, die eerder minister van Financiën was in het kabinet Van Tienhoven.
  • Buitenlandse Zaken; minister: Mr. W.H. de Beaufort (oud- of vrije liberaal)
  • Justitie; minister: Mr. P.W.A. Cort van der Linden (lib.-partijloos)
  • Binnenlandse Zaken; minister: Mr. H. Goeman Borgesius (lib. unie)
  • Financiën; minister: Mr. N.G. Pierson (lib. unie) (26 juli 1897 - 1 augustus 1901)
  • Oorlog; minister a.i.: J.C. Jansen (lib. unie) (27 juli 1897 - 31 juli 1897) - minister: K. Eland (lib. unie) (31 juli 1897 - 1 april 1901) - minister: A. Kool (lib. unie) (1 april 1901 - 1 augustus 1901)
  • Marine; minister: J.C. Jansen (lib. unie) (27 juli 1897 - 21 december 1897) - minister a.i.: K. Eland (lib. unie) (22 december 1897 - 12 januari 1898) - minister: Jhr. J.A. Röell (lib.-partijloos) (12 januari 1898 - 1 augustus 1901)
  • Waterstaat, Handel en Nijverheid; minister: C. Lely (lib. unie)
  • Koloniën; minister: J.Th. Cremer (lib. unie)

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]