Lijst van abdissen Stift Thorn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Ansfried en Hilsondis (stichters)
Zilveren daalder van 30 stuivers van Margaretha van Brederode, 1563.
Grafmonument Josina Walburgis van Löwenstein
Francisca Christiana van Palts-Sulzbach
Maria Cunigunde van Saksen

Onderstaand een lijst van de abdissen van het Stift Thorn.

Lijst van abdissen[bewerken]

  • vanaf de stichting - ca. 1010: Benedicta, dochter van de stichter Ansfried, eerste abdis[1]
  •  ?-?:Bukardis, zij wordt genoemd in een akte uit 1102, waarin ene Anselmus zijn dochter schenkt aan de abdij van Thorn[2]
  • 1231-1262/6: Hildegunde van Wassenberg (Hildegond van Born), uit een akte uit 1261 blijkt een brief waarin abdis Hildegondis aan de bisschop van Luik toestemming vraagt voor de schenkingen die zij aan Thorn gedaan heeft[3]
  • 1273/7-1304: Jutta van Henneberg (Rennenberg?)
  • 1304-1337: Margaretha van Petersheim; aan het einde van haar regering laat de bisschop van Luik, Adolf van der Marck, door twee kanunniken vanwege ernstige tekortkomingen een visitatie verrichten, waarna hij maatregelen treft tegen Thorn.[4]
  • 1310-1337: Margaretha I van Heinsberg (Bautersheim)
  • 1337: Isonde van Wied
  • 1337-1378: Margaretha II van Heinsberg (1326-1354?)
  • 1389-1404: Margaretha III van Horne-Perwez
  • 1404-1446: Mathilde van Horne (in 1441 gevangengenomen door burgers van Loon)
  • 1446-1454: Jacoba van Loon-Heinsberg (halfzuster van Jan van Heinsberg; regent vanaf 1441)
  • 1454-1473: Elze van Buren
  • 1473-1486: Gertrude van Sombref
  • 1486-1531: Eva van Isenburg
  • 1531-1577: Margaretha van Brederode, zij moest in 1561 voor het Rijkskamergerecht in Speyer verschijnen vanwege schending van de rijksmuntverordening van 1559. In 1563 werd ze opnieuw gedaagd. Haar munten hadden een te laag zilver- en goudgehalte. Om haar muntrecht terug te krijgen betaalde ze als tegenprestatie persoonlijk de verschuldigde Turkenbelasting aan de keizer. Ze verhaalde deze belasting niet op de onderdanen. De Thornse munten waren in het HRR formeel verboden.
    Zij had een slechte verstandhouding met de voogd van Thorn, de graaf van Horn Filips van Montmorency. Zij voerde in 1560 en in 1563 processen tegen hem in verband met de jurisdictie binnen het gebied van Thorn.[5]
  • 1577-1579: Josina van Manderscheid
  • 1579-1604: Josina van der Marck, zij stelde bij akte van 19 december 1588 Willem Scheyffarts als kanunnik aan, onder voorwaarde dat hij zich eerst tot diaken zou laten wijden. Vijf jaar later was dat nog niet het geval.[6]
  • 1604-1631: Anna van der Mark, van haar is een mandaatproces uit 1615 bekend, geïnitieerd bij het Rijkskamergerecht, tegen de schepenen van Thorn. Zij vorderde medewerking bij de uitwinning van goederen van de inwoners van Thorn in verband met de Turkenbelasting.[7][noot 1]
  • 1631-1632: Josina Walburgis van Löwenstein-Wertheim-Rochefort (in 1632 getrouwd met Herman Frederik van den Bergh; begraven in de Sint-Servaasbasiliek in Maastricht)
  • 1632-1646: Anna Eleonora van Stauffen (vanaf 1645 tevens abdis van sticht Essen)
  • 1646-1647: Anna Katharina van Salm-Reiffenscheidt (in 1647 getrouwd met graaf Johann von Rietberg)
  • 1647-1688: Anna Salome van Manderscheid-Blankenheim (1646: abdis van Essen)
  • 1690-1706: Eleonora van Löwenstein-Rochefort
  • 1706-1717: Anna Juliana van Manderscheid-Blankenheim, was tevens abdis van stift Elten en het stift Vreden
  • 1717-1776: Francisca Christiana van Palts-Sulzbach (1726: abdis van Essen)
  • 1776-1795: Maria Cunigunde van Saksen (1776: abdis van Essen)