Lijst van ongevallen en incidenten met ruimtevaartuigen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tijdlijnen van de ruimtevaart

1895 - 1959
1960 - 1962
1963 - 1969
1970 - 1979
1980 - 1999
2000 - 2009
2010 - heden

Lijst van...
ruimtevluchten
rampen

Portaal  Portaalicoon   Ruimtevaart

Dit is een lijst met rampen die gebeurd zijn met ruimtevaartuigen.

Dodelijke ongevallen[bewerken]

Op de grond[bewerken]

Tijdens de vlucht[bewerken]

  • De Russische kosmonaut Vladimir Komarov kwam om het leven op 24 april 1967. Na de problematische vlucht met de eerste Sojoez openden tijdens de landing de parachutes zich niet. De capsule sloeg op de grond te pletter en werd in stukken geslagen.
  • De Amerikaanse luchtmachtpiloot Michael J. Adams kwam op 15 november 1967 om het leven toen zijn X-15 bij terugkomst in de atmosfeer in een spin raakte en daar niet meer uitkwam. Op een hoogte van ongeveer 20 kilometer kon het toestel de extreme acceleratie niet meer aan en brak het in stukken.
  • Op 30 juni 1971 kwam de volledige bemanning van de Sojoez 11 om het leven na het loskoppelen van het ruimtestation, toen door een lekkend ventiel alle lucht uit de afdaalcapsule wegstroomde. De capsule landde normaal maar na de landing bleek de bemanning dood.
  • Op 28 januari 1986 ontplofte, 73 seconden na de lancering, de spaceshuttle Challenger. Hierbij kwam de volledige zevenkoppige bemanning om het leven. Analyse achteraf toonde aan dat een verkeerd type afsluitring, in combinatie met het gebruik van cryogene brandstoffen, hiervan de oorzaak was.
  • De spaceshuttle Columbia ging verloren op 1 februari 2003 bij het terugkeren van een twee weken durende missie. Een beschadiging aan het hitteschild zorgde ervoor dat shuttle in stukken brak en alle zeven bemanningsleden het leven lieten.
  • Op 31 oktober 2014 kwam Michael Alsbury, de co-piloot van de VSS Enterprise van SpaceShipTwo, een commercieel suborbitaal ruimtevliegtuig, tijdens een testvlucht om het leven. Door het voortijdig uitklappen van de afremsystemen, terwijl de raketmotor nog op volle kracht draaide, viel het ruimtevliegtuig uit elkaar. De gezagvoerder raakte zwaar gewond, maar wist zich met een parachute te redden.

Niet-dodelijke ongevallen met bemande ruimtevaartuigen[bewerken]

  • Op 21 juli 1961 werd de Mercury MR-4 (Liberty Bell 7), de tweede bemande Mercury-vlucht, gelanceerd. Aan boord was Virgil Grissom, de tweede Amerikaan in de ruimte. Evenals Mercury MR-3 betrof dit een korte ballistische vlucht. Na de landing in de Atlantische Oceaan zonk de capsule naar de bodem, maar Grissom werd op het nippertje gered. Het zinken van de Liberty Bell 7 was het gevolg van het te vroeg openen van het toegangsluik. De springladingen van de bouten die het luik vasthielden gingen te vroeg af.
  • Op 13 april 1970 ontplofte de zuurstoftank van de CSM van Apollo 13, die op weg was naar de Maan. Dit veroorzaakte grote schade aan de besturing en lifesupportsystemen. Door de bemanning te verplaatsen naar de aangekoppelde maanlander en deze als stuurmodule in te zetten, wist de bemanning in een retrograde vrij terugkeertraject om de Maan te komen en veilig in de Grote Oceaan te landen. Ook het improvisatievermogen van hun collega's in het Lyndon B. Johnson Space Center in Houston was van groot belang om de bemanning van Apollo 13 veilig thuis te krijgen.
  • Op 26 september 1983 had Sojoez 7K-ST No.16L gelanceerd moeten worden. Door een defecte klep in de tweede trap van de Sojoez-U-raket begon een van de raketmotoren zo'n 90 seconden voor de geplande lancering tijdens het tankproces te draaien. De handmatige noodsystemen werden door menselijk falen niet geactiveerd. Pas toen de veiligheidsbedrading doorbrandde en de raket in brand stond, startten de ontsnappingsmotoren die de bemanningsmodule wegtrokken van raket, die kort daarop explodeerde. Dit is de enige keer dat levensreddende ontsnappingsmotoren zijn gebruikt.
  • Op 16 juli 2013 verdronk Luca Parmitano bijna in zijn ruimtepak tijdens een ruimtewandeling. Als gevolg van een defect lekte er water in zijn helm. Doordat er vrijwel geen zwaartekracht in de ruimte is, hechten vloeistoffen zich op ieder oppervlak. Het water zette zich af op Parmitano's gezicht, wat ademhalen erg moeilijk maakte. De ruimtewandeling werd afgebroken en Parmitano wist net op tijd terug te keren in de luchtsluis van het ISS.
  • In april 2017 raakte de bemanningscapsule van een Sojoez MS-02 beschadigd toen bij het uitklappen van de landingsparachute een beugel tegen een lasnaad sloeg. Hierdoor ontstond een kleine scheur waardoor een kleine hoeveelheid lucht kon ontsnappen. De bemanning is niet in gevaar geweest.[1]

Onbemande vluchten[bewerken]

Naast de rampen met bemande ruimtevaartuigen, zijn er talloze onbemande ruimtevaartuigen gesneuveld. Zo zijn er tientallen ruimtesondes neergestort op andere planeten en de Maan omdat remmechanismen niet bleken te werken. Meerdere ruimtesondes en kunstmanen zijn spoorloos verdwenen nadat de communicatie het af liet weten. Verder hebben slordig bevestigde afsluitringen en vergeten onderdelen meerdere ruimtevaartuigen en draagraketten laten ontploffen, vaak al voordat ze de dampkring hadden verlaten. Ook onderdelen van ondeugdelijk materiaal (soms met vervalst bijbehorend keuringsraport) alsmede onopgemerkte of onderschatte fouten tijdens het transport hebben ongelukken veroorzaakt. De Falcon 9 met satelliet Amos-6 ging verloren als gevolg van een nieuw tankproces waarvan het natuurkundige gevolg nog niet voorzien was.