Lijst van presidenten van de Verenigde Staten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Vijf presidenten op rij: George H.W. Bush, Barack Obama, George W. Bush, Bill Clinton en Jimmy Carter in januari 2009

Hieronder volgt een chronologische lijst van presidenten van de Verenigde Staten van Amerika en hun vicepresidenten.

Presidenten van de Verenigde Staten (1789–heden)[bewerken | brontekst bewerken]

Legenda
 Onafhankelijk (2)
 
 Federalistische Partij (1)
 
 Democratisch-Republikeinse Partij (4)
 
 Whigpartij (4)
 
 Nationale Uniepartij (2)
 
 Democratische Partij (16)
 
 Republikeinse Partij (19)
Nr. Ambtstermijn President Partij Verkiezing Vicepresident
1 30 april 1789

4 maart 1797
George Washington George Washington
(1732–1799)
Onafhankelijk 1788–89 John Adams
1792
2 4 maart 1797

4 maart 1801
John Adams John Adams
(1735–1826)
Federalistische Partij 1796 Thomas Jefferson
3 4 maart 1801

4 maart 1809
Thomas Jefferson Thomas Jefferson
(1743–1826)
Democratisch-Republikeinse Partij 1800 Aaron Burr
1804 George Clinton
4 4 maart 1809

4 maart 1817
James Madison James Madison
(1751–1836)
Democratisch-Republikeinse Partij 1808 George Clinton
vacant
(20 april 1812)
1812 Elbridge Gerry
vacant
(23 november 1814)
5 4 maart 1817

4 maart 1825
James Monroe James Monroe
(1758–1831)
Democratisch-Republikeinse Partij 1816 Daniel D. Tompkins
1820
6 4 maart 1825

4 maart 1829
John Quincy Adams John Quincy Adams
(1767–1848)
Democratisch-Republikeinse Partij
(1825–1828)
1824 John C. Calhoun
Nationale Republikeinse Partij
(1828–1829)
7 4 maart 1829

4 maart 1837
Andrew Jackson Andrew Jackson
(1767–1845)
Democratische Partij 1828 John C. Calhoun
vacant
(28 december 1832)
1832 Martin Van Buren
8 4 maart 1837

4 maart 1841
Martin Van Buren Martin Van Buren
(1782–1862)
Democratische Partij 1836 Richard Mentor Johnson
9 4 maart 1841

4 april 1841
William Henry Harrison William Henry Harrison
(1773–1841)
Whigpartij 1840 John Tyler
10 6 april 1841

4 maart 1845
John Tyler John Tyler
(1790–1862)
Whigpartij vacant
Onafhankelijk
(13 september 1841)
11 4 maart 1845

4 maart 1849
James Knox Polk James K. Polk
(1795–1849)
Democratische Partij 1844 George M. Dallas
12 4 maart 1849

9 juli 1850
Zachary Taylor Zachary Taylor
(1784–1850)
Whigpartij 1848 Millard Fillmore
13 10 juli 1850

4 maart 1853
Millard Fillmore Millard Fillmore
(1800–1874)
Whigpartij vacant
14 4 maart 1853

4 maart 1857
Franklin Pierce Franklin Pierce
(1804–1869)
Democratische Partij 1852 William R. King
vacant
(18 april 1853)
15 4 maart 1857

4 maart 1861
James Buchanan James Buchanan
(1791–1868)
Democratische Partij 1856 John C. Breckinridge
16 4 maart 1861

15 april 1865
Abraham Lincoln Abraham Lincoln
(1809–1865)
Republikeinse Partij 1860 Hannibal Hamlin
Nationale Uniepartij 1864 Andrew Johnson
17 15 april 1865

4 maart 1869
Andrew Johnson Andrew Johnson
(1808–1875)
Nationale Uniepartij vacant
Democratische Partij
18 4 maart 1869

4 maart 1877
Ulysses Simpson Grant Ulysses S. Grant
(1822–1885)
Republikeinse Partij 1868 Schuyler Colfax
1872 Henry Wilson
vacant
(22 november 1875)
19 4 maart 1877

4 maart 1881
Rutherford Birchard Hayes Rutherford B. Hayes
(1822–1893)
Republikeinse Partij 1876 William A. Wheeler
20 4 maart 1881

19 september 1881
James Abram Garfield James A. Garfield
(1831–1881)
Republikeinse Partij 1880 Chester A. Arthur
21 20 september 1881

4 maart 1885
Chester Alan Arthur Chester A. Arthur
(1829–1886)
Republikeinse Partij vacant
22 4 maart 1885

4 maart 1889
Stephen Grover Cleveland Grover Cleveland
(1837–1908)
Democratische Partij 1884 Thomas A. Hendricks
vacant
(25 november 1885)
23 4 maart 1889

4 maart 1893
Benjamin Harrison Benjamin Harrison
(1833–1901)
Republikeinse Partij 1888 Levi P. Morton
24 4 maart 1893

4 maart 1897
Stephen Grover Cleveland Grover Cleveland
(1837–1908)
Democratische Partij 1892 Adlai Stevenson I
25 4 maart 1897

14 september 1901
William McKinley William McKinley
(1843–1901)
Republikeinse Partij 1896 Garret Hobart
vacant
(21 november 1899)
1900 Theodore Roosevelt
26 14 september 1901

4 maart 1909
Theodore Roosevelt Nobel prize medal.svg
Theodore Roosevelt
(1858–1919)
Republikeinse Partij vacant
1904 Charles W. Fairbanks
27 4 maart 1909

4 maart 1913
William Howard Taft William Howard Taft
(1857–1930)
Republikeinse Partij 1908 James S. Sherman
vacant
(30 oktober 1912)
28 4 maart 1913

4 maart 1921
Thomas Woodrow Wilson Nobel prize medal.svg
Woodrow Wilson
(1856–1924)
Democratische Partij 1912 Thomas R. Marshall
1916
29 4 maart 1921

2 augustus 1923
Warren Gamaliel Harding Warren G. Harding
(1865–1923)
Republikeinse Partij 1920 Calvin Coolidge
30 3 augustus 1923

4 maart 1929
John Calvin Coolidge Calvin Coolidge
(1872–1933)
Republikeinse Partij vacant
1924 Charles G. Dawes
31 4 maart 1929

4 maart 1933
Herbert Clark Hoover Herbert Hoover
(1874–1964)
Republikeinse Partij 1928 Charles Curtis
32 4 maart 1933

12 april 1945
Franklin Delano Roosevelt Franklin D. Roosevelt
(1882–1945)
Democratische Partij 1932 John Nance Garner
1936
1940 Henry A. Wallace
1944 Harry S. Truman
33 12 april 1945

20 januari 1953
Harry S. Truman Harry S. Truman
(1884–1972)
Democratische Partij 1944 vacant
1948 Alben W. Barkley
34 20 januari 1953

20 januari 1961
Dwight David Eisenhower Dwight D. Eisenhower
(1890–1969)
Republikeinse Partij 1952 Richard Nixon
1956
35 20 januari 1961

22 november 1963
John Fitzgerald Kennedy John F. Kennedy
(1917–1963)
Democratische Partij 1960 Lyndon B. Johnson
36 22 november 1963

20 januari 1969
Lyndon Baines Johnson Lyndon B. Johnson
(1908–1973)
Democratische Partij vacant
1964 Hubert Humphrey
37 20 januari 1969

9 augustus 1974
Richard Milhous Nixon Richard Nixon
(1913–1994)
Republikeinse Partij 1968 Spiro Agnew
1972
vacant
(10 oktober 1973 – 6 december 1973)
Gerald Ford
38 9 augustus 1974

20 januari 1977
Gerald Rudolph Ford Gerald Ford
(1913–2006)
Republikeinse Partij vacant
(9 augustus 1974 – 19 december 1974)
Nelson Rockefeller
39 20 januari 1977

20 januari 1981
James Earl (Jimmy) Carter Nobel prize medal.svg
Jimmy Carter
(1924)
Democratische Partij 1976 Walter Mondale
40 20 januari 1981

20 januari 1989
Ronald Wilson Reagan Ronald Reagan
(1911–2004)
Republikeinse Partij 1980 George H.W. Bush
1984
41 20 januari 1989

20 januari 1993
George Herbert Walker Bush George H. W. Bush
(1924–2018)
Republikeinse Partij 1988 Dan Quayle
42 20 januari 1993

20 januari 2001
William Jefferson (Bill) Clinton Bill Clinton
(1946)
Democratische Partij 1992 Al Gore
1996
43 20 januari 2001

20 januari 2009
George Walker Bush George W. Bush
(1946)
Republikeinse Partij 2000 Dick Cheney
2004
44 20 januari 2009

20 januari 2017
Barack Hussein Obama Nobel prize medal.svg
Barack Obama
(1961)
Democratische Partij 2008 Joe Biden
2012
45 20 januari 2017

20 januari 2021
Donald John Trump Donald Trump
(1946)
Republikeinse Partij 2016 Mike Pence
46 20 januari 2021

heden
Joseph Robinette (Joe) Biden Joe Biden
(1942)
Democratische Partij 2020 Kamala Harris

Tijdlijn[bewerken | brontekst bewerken]

Joe BidenDonald TrumpBarack ObamaGeorge W. BushBill ClintonGeorge H.W. BushRonald ReaganJimmy CarterGerald FordRichard NixonLyndon B. JohnsonJohn F. KennedyDwight D. EisenhowerHarry S. TrumanFranklin Delano RooseveltHerbert HooverCalvin CoolidgeWarren HardingWoodrow WilsonWilliam Howard TaftTheodore RooseveltWilliam McKinleyBenjamin HarrisonGrover ClevelandChester ArthurJames GarfieldRutherford HayesUlysses S. GrantAndrew JohnsonAbraham LincolnJames BuchananFranklin PierceMillard FillmoreZachary Taylor (politicus)James PolkJohn TylerWilliam Henry HarrisonMartin Van BurenAndrew JacksonJohn Quincy AdamsJames MonroeJames MadisonThomas JeffersonJohn Adams (politicus)George Washington

Geen president[bewerken | brontekst bewerken]

Personen die soms onterecht als president van de Verenigde Staten worden aangemerkt:

Statistieken en wetenswaardigheden[bewerken | brontekst bewerken]

Presidenten per partij[bewerken | brontekst bewerken]

Het aantal presidenten dat elke partij leverde:

Partij Aantal presidenten
1. Republikeinse Partij 19
2. Democratische Partij 17
3. Democratisch-Republikeinse Partij 4
Whigpartij 4
5. Nationale Uniepartij 2
Onafhankelijk 2
7. Federalistische Partij 1

Leeftijden van presidenten[bewerken | brontekst bewerken]

De jongste presidenten
bij het begin van de ambtstermijn:

President Leeftijd
1. Theodore Roosevelt 42
2. John F. Kennedy 43
3. Bill Clinton 46
Ulysses S. Grant
5. Barack Obama 47
Grover Cleveland

De oudste presidenten
bij het einde van de ambtstermijn:

President Leeftijd
1. Joe Biden ?
2. Ronald Reagan 77
3. Donald Trump 74
4. Dwight D. Eisenhower 70
5. Andrew Jackson 69
James Buchanan

De volgende oud-presidenten van de Verenigde Staten zijn anno 2021 nog in leven:

Tijdens presidentschap overleden[bewerken | brontekst bewerken]

Vier presidenten zijn tijdens hun regeringsperiode om het leven gebracht:

Buiten de vermoorde presidenten zijn er vier presidenten tijdens hun regeringsperiode overleden:

Aftredingen en afzettingsprocedures[bewerken | brontekst bewerken]

Ingezette afzettingsprocedures:

  • Andrew Johnson – werd in 1868 aangeklaagd door het Huis van Afgevaardigden; bij stemming in de Senaat met een verschil van één stem vrijgesproken.
  • Bill Clinton – in 1998 passeerden twee aanklachten het Huis van Afgevaardigden (twee andere aanklachten haalden het niet); in beide gevallen werd hij vrijgesproken door de Senaat.
  • Donald John Trump – in 2019 passeerden twee aanklachten het Huis van Afgevaardigden; in beide gevallen werd hij vrijgesproken door de Senaat.
  • Donald John Trump – werd in 2021 aangeklaagd door het Huis van Afgevaardigden; bij stemming in de Senaat vrijgesproken.

Zonder meerderheid verkozen[bewerken | brontekst bewerken]

De volgende vijf presidentskandidaten zijn president geworden zonder dat zij beschikten over een (absolute) meerderheid van de stemmen van de bevolking:

Twee personen zijn president geworden zonder een meerderheid van stemmen van het electoraal college (de zogeheten kiesmannen); zij zijn door het Huis van Afgevaardigden gekozen:

Na een uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof president geworden:

  • George W. Bush in 2000. Tijdens de verkiezingen van 2000 bleef de definitieve uitslag in de staat Florida lang onzeker. De uitslag in deze staat was van doorslaggevend belang: zowel Bush als zijn Democratische opponent Al Gore zouden bij winst in deze staat genoeg kiesmannen verzameld hebben om president te worden. Na de reguliere (machinale) stemming stond Bush licht voor. Het Hooggerechtshof van Florida stemde in met het verzoek van Democraten in een aantal (traditioneel Democratische) kiesdistricten de stemmen handmatig te hertellen. Op 12 december oordeelde het Federaal Hooggerechtshof echter dat dit onrechtmatig was, omdat de hertelling niet in de hele staat plaatsvond en Bush daarom geen gelijke behandeling had genoten. Na deze uitspraak werd de machinale telling alsnog de definitieve telling en werd Bush tot winnaar uitgeroepen.

Vicepresidenten die president werden[bewerken | brontekst bewerken]

Negen vicepresidenten werden zelf president omdat de zittende president werd afgezet, aftrad of overleed:

  1. John Tyler – volgde William Henry Harrison op na diens overlijden in 1841, maar werd zelf nooit gekozen tot president; hij trok zich voortijdig terug uit de verkiezingen van 1844.
  2. Millard Fillmore – volgde Zachary Taylor op na diens overlijden in 1850, maar werd zelf nooit gekozen tot president; hij was niet genomineerd als presidentskandidaat voor de Whig Party in de verkiezingen van 1852, en verloor in de verkiezingen van 1856 als kandidaat voor de American Party.
  3. Andrew Johnson – volgde Abraham Lincoln op na diens overlijden in 1865, maar werd zelf nooit gekozen tot president; hij was niet genomineerd als presidentskandidaat voor de Democratische Partij in de verkiezingen van 1868.
  4. Chester Arthur – volgde James Garfield op na diens overlijden in 1881, maar werd zelf nooit gekozen tot president; hij was niet genomineerd als presidentskandidaat voor de Republikeinse Partij in de verkiezingen van 1884.
  5. Theodore Roosevelt – volgde William McKinley op na diens overlijden in 1901, en won aansluitend de verkiezingen van 1904.
  6. Calvin Coolidge – volgde Warren Harding op na diens overlijden in 1923, en won aansluitend de verkiezingen van 1924.
  7. Harry S. Truman – volgde Franklin Delano Roosevelt op na diens overlijden in 1945, en won aansluitend de verkiezingen van 1948.
  8. Lyndon B. Johnson – volgde John F. Kennedy op na diens overlijden in 1963, en won aansluitend de verkiezingen van 1964.
  9. Gerald Ford – volgde Richard Nixon op na diens aftreden in 1974, maar werd zelf nooit gekozen tot president; hij verloor van Jimmy Carter in de verkiezingen van 1976. Het vicepresidentschap van Ford was evenmin het resultaat van reguliere verkiezingen; hij werd in 1973, na het aftreden van Spiro Agnew, op verzoek van Nixon door het Amerikaans Congres aangesteld.

Daarnaast werden nog zes vicepresidenten na verkiezingen president:

  1. John Adams – was vicepresident onder George Washington, en volgde hem op als president na de verkiezingen van 1796.
  2. Thomas Jefferson – was vicepresident onder John Adams, en volgde hem op als president na de verkiezingen van 1800.
  3. Martin Van Buren – was vicepresident onder Andrew Jackson, en volgde hem op als president na de verkiezingen van 1836.
  4. Richard Nixon – was vicepresident onder Dwight D. Eisenhower, maar verloor van John F. Kennedy in de verkiezingen van 1960. Acht jaar later versloeg Nixon zittend vicepresident Hubert Humphrey in de verkiezingen van 1968.
  5. George H.W. Bush – was vicepresident onder Ronald Reagan, en volgde hem op als president na de verkiezingen van 1988.
  6. Joe Biden – was vicepresident onder Barack Obama. Biden was aansluitend geen kandidaat in de verkiezingen van 2016, maar versloeg vier jaar later zittend president Donald Trump in de verkiezingen van 2020.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]