Limburgse vlaai

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Limburgse puddingkruimelvlaai

Vlaai is gebak dat vooral geassocieerd wordt met Belgisch- en Nederlands-Limburg. Het gebak wordt als typisch Limburgs beschouwd.

Vlaai bestaat uit een bodem van deeg (meestal met een diameter van 27 tot 30 centimeter), die plat is, met opstaande randen. De vlaai wordt vervolgens meestal gevuld met een spijs van vruchten, zoals kruisbessen, kersen, pruimen, appel of abrikozen, maar ook met pudding of rijstebrij. De spijs wordt vaak afgedekt met een raster van deeg of kruimels. Oorspronkelijk wordt er geen slagroom gebruikt, ook al komt dit tegenwoordig[(sinds) wanneer?] vaker voor. Vlaaien zijn wezenlijk verschillend van taart omdat de bodem van een ander soort deeg is gemaakt, meestal een zoete gistdeeg of linzendeeg. Vlaaideeg is een stuk luchtiger en lijkt op brooddeeg.

Een onderneemster uit Weert heeft een belangrijk aandeel gehad in de verspreiding van de vlaai buiten Limburg. Maria Hubertina Hendrix, ook bekend als 'Antje van de Stasie' verkocht in het begin van de 20e eeuw met verve haar 'Weerter vlaaitjes' aan treinreizigers op het station van Weert. Zo werd de vlaai een bekend gebak voor reizigers uit heel Nederland.[1] Later waren de Weerter vlaaien zelfs in Nijmegen verkrijgbaar. Van de legendarische vlaaienverkoopster staat sinds 1988 een standbeeld in Weert.

Vlaai in de middeleeuwen[bewerken | brontekst bewerken]

Toen de hertog van Brabant de stad Sint-Truiden in 1189 belegerde wilden de Truienaars hem op betere gedachten brengen. Ze lieten een vlaai bakken naar een oud plaatselijk recept. Ze boden deze vlaai aan de hertog aan en hij staakte de belegering. Zo vermeldde abt Nicolaas van de abdij van Sint-Truiden in zijn historisch verhaal.[2]

Varianten[bewerken | brontekst bewerken]

Een Limburgse vlaai is een vlaai die geheel gebakken is. Moderne varianten met bijvoorbeeld bavaroises zijn niet geheel gebakken en mogen dus deze titel niet dragen. Daarnaast wordt er een onderscheid gemaakt tussen lage en hoge vlaaien. In het algemeen bevatten hoge vlaaien slagroom of een andere vorm van room/schuimlaag, terwijl lage vlaaien alleen fruit of andere spijs bevatten.

Krosjelevlaai (Noorbeeks) of staekbaereflaaj (Venloos) is een vlaai gevuld met kruisbessen en een stevige eiwitschuimlaag. Nog een klassieker is de zwarte pruimenvlaai met een raster van deeg op de spijs.

Een recentere vlaai is de rijstevlaai[3], die soms met slagroom wordt geserveerd.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Wikibooks Kookboek bevat een recept voor Vlaai.